← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2022:8857

RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 9612514 \ EA VERZ 21-835 beschikking van: 30 maart 2022 beschikking van de kantonrechter I n z a k e [verzoeker] wonende te [woonplaats] verzoeker, tevens verweerder in het tegenverzoek nader te noemen: [verzoeker] gemachtigde: mr. L.T.M. Keet t e g e n de besloten vennootschap GVB Exploitatie B.V. gevestigd te Amsterdam verweerster, tevens verzoekster in het tegenverzoek nader te noemen: GVB gemachtigde: mr. A.M.J. Bouman VERLOOP VAN DE PROCEDURE [verzoeker] heeft op 30 december 2021 een verzoek ingediend dat primair strekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door GVB, met nevenverzoeken. Subsidiair heeft [verzoeker] verzocht ten laste van GVB een billijke vergoeding toe te kennen, met nevenverzoeken.GVB heeft een verweerschrift ingediend, tevens houdende een tegenverzoek. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker] nog stukken ingediend. Het verzoek is mondeling behandeld op 23 maart

  1. [verzoeker] is verschenen, vergezeld door de gemachtigde. Namens GVB zijn verschenen [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , eveneens vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunt toegelicht, GVB mede aan de hand van een pleitnota, en vragen van de kantonrechter beantwoord. De behandeling is korte tijd geschorst om de mogelijkheid van een minnelijke regeling te onderzoeken. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald. Feiten
  2. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast. 1.
  3. [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] en thans derhalve 56 jaar oud, is sinds 3 februari 1997 in dienst van GVB als personenvervoerder metro (metrobestuurder). Het salaris bedraagt thans € 1.725,14 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten. 1.
  4. Voorafgaande aan indiensttreding bij GVB heeft [verzoeker] een opleiding als meubelstoffeerder gevolgd en heeft hij als zodanig gewerkt. Hij is via de toenmalige Melkertregeling in dienst gekomen bij de gemeente Amsterdam en tewerkgesteld bij GVB. 1.
  5. In 2016 heeft GVB aan alle bestuurders van een metro (waaronder [verzoeker] ) een DAB-radio ter beschikking gesteld om muziek te beluisteren tijdens het besturen van de metro, omdat dit kan bijdragen aan het behoud van concentratie. 1.
  6. In 2017 heeft [verzoeker] een herseninfarct gehad. Als gevolg daarvan zijn slagaderverkalking in zijn hoofd en tinnitus (het horen van een voortdurende pieptoon) opgetreden. Sindsdien werkt hij 20 uur per week. 1.
  7. In artikel 61a RVV 1990 is bepaald dat het degene die een motorvoertuig bestuurt verboden is om tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. 1.
  8. Op 28 januari 2021 heeft GVB een adviesaanvraag aan de OR gezonden, die betrekking had op het inschakelen van externe controleurs op het gebruik van telefoons door bestuurders tijdens het werk en op een ontslag als sanctie op bovenstaand verbod. De OR heeft instemmend gereageerd. 1.
  9. In en na september 2021 heeft GVB in een artikel in de personeelskrant, een film en een bericht op het intranet en berichten en posters in de eindpunthuisjes bericht over het nieuwe beleid. Op laatstbedoelde posters staat onder meer: “Ik heb m’n telefoon op stil en uit het zicht opgeborgen’ met een QR-code voor meer informatie. 1.
  10. Daarnaast heeft GVB een aan elke medewerker persoonlijk geadresseerde brief d.d. 20 september 2021 gezonden, bestaande uit ongeveer een A4 pagina tekst. Daarin wordt onder meer aangekondigd dat wordt gestart met controles op telefoongebruik door externe controleurs. In die brief staat in verband daarmee onder meer: “Als zij telefoongebruik door een bestuurder constateren dan melden zij dit en krijg je niet zoals eerst een waarschuwing, maar kan direct ontslag volgen.” 1.
  11. Op 24 november 2021 hebben twee externe controleurs geconstateerd dat [verzoeker] tijdens het besturen van de metro gebruik maakte van zijn telefoon en deze met zijn hand bediende (‘scrolde’). 1.
  12. Naar aanleiding daarvan heeft op 24 november 2021 een gesprek plaatsgevonden tussen de teammanager Operatie Metro van GVB en [verzoeker] . Daarin heeft [verzoeker] verklaard: “Ik luister tijdens het rijden muziek via Spotify op mijn telefoon. De telefoon zit in mijn binnenzak en speelt zo muziek af. Ik pak soms mijn telefoon om van nummer te wisselen. Er staat namelijk 7 uur muziek op en ik wil niet steeds naar dezelfde nummers luisteren.” 1.
  13. Aan het einde van bovengenoemd gesprek is [verzoeker] geschorst met behoud van loon. 1.
  14. Op 30 november 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker] en zijn leidinggevende, waarbij tevens een HR-medewerker en een belangenbehartiger van ABGP aanwezig was. Blijkens het verslag heeft daarin [verzoeker] onder meer verklaard (waarbij [verzoeker] wordt aangeduid als ‘ [verzoeker] ’): “… dat hij al een jaar of 4/5 de hele dag een piep in zijn hoofd hoort. Hierdoor heeft hij muziek nodig tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden.’en “[verzoeker] geeft aan dat hij zijn telefoon niet actief heeft gebruikt door het luisteren naar muziek. Muziek leidt hem goed af van de piep in zijn hoofd.” 1.
  15. Bij brief van 1 december 2021 heeft GVB [verzoeker] op staande voet ontslagen wegens het actief gebruik van zijn telefoon tijdens het besturen van een metro. Verzoek en verweer op het (voorwaardelijk) tegenverzoek
  16. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen en GVB te veroordelen tot doorbetaling van loon. Tevens verzoekt [verzoeker] om GVB te veroordelen om hem binnen 24 uur na betekening van deze beschikking toe te laten de bedongen werkzaamheden te verrichten op straffe van een dwangsom van € 1.000,- per dag. Tevens verzoekt [verzoeker] GVB te veroordelen vanaf 1 december 2021 aan [verzoeker] te betalen het overeengekomen salaris van € 1.725,14 bruto per maand, te vermeerderen met emolumenten, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW (over de periode 1 december 2021 tot de datum waarop het achterstallige salaris wordt voldaan) en met de wettelijke rente vanaf iedere datum van verschuldigdheid, met veroordeling van GVB in de kosten van de procedure, (meer) subsidiair aan [verzoeker] ten laste van GVB een billijke-, transitie en gefixeerde schadevergoeding toe te kennen ter grootte van respectievelijk € 323.916,06, € 17.857,60 en € 8.514,88, vermeerderd met de wettelijke rente, met veroordeling van GVB in de kosten van de procedure.
  17. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet. Hij ging er van uit dat actief gebruik van de telefoon om te bellen, te whatsappen of anderszins te communiceren niet was toegestaan, maar dat dit niet gold voor het luisteren naar muziek met de telefoon in de binnenzak van zijn jas. Dat dit anders was, en dat dit bovendien tot ontslag zou leiden, heeft hij niet uit de communicatie daarover begrepen. Er was een medische grond voor het luisteren naar muziek. Hij deed dit uitsluitend om zijn werk beter uit te voeren en zo juist de veiligheid van zijn passagiers te waarborgen. Een ontslag op staande voet dan wel een ontbinding van de arbeidsovereenkomst is onder de gegeven omstandigheden een veel te zware sanctie. Daarvoor is onder meer van belang dat [verzoeker] al 25 jaar in dienst is bij GVB, in die tijd een goede staat van dienst heeft opgebouwd en altijd naar behoren heeft gefunctioneerd. Ook is van belang dat hij reeds 56 jaar is en daardoor zeer moeilijk aan een andere baan zal kunnen komen, mede gelet op het feit dat hij vanwege zijn medische klachten maximaal 20 uur per week kan werken, terwijl hij in zijn levensonderhoud volledig afhankelijk is van zijn inkomen van GVB.
  18. Op bovenstaande gronden verzet [verzoeker] zich ook tegen toewijzing van het door de GVB ingediende voorwaardelijke verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Verweer en tegenverzoek
  19. GVB verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat [verzoeker] aan GVB met zijn gedrag een dringende reden heeft gegeven voor een ontslag op staande voet. Hij is in strijd met de bedrijfsregels met zijn telefoon bezig geweest terwijl hij de metro bestuurde en heeft daarmee de reizigers die hij vervoerde en het materieel van GVB in gevaar gebracht. GVB heeft op vele manieren, waaronder het zenden van een persoonlijke brief, medegedeeld dat het verbod op het gebruiken van een telefoon tijdens het besturen van (onder meer) een metro strikt gehandhaafd zou gaan worden en dat overtreding daarvan kon leiden tot ontslag. [verzoeker] was daarom voldoende gewaarschuwd. In dit geval was geen sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan geen ontslag op staande voet behoorde te worden verleend. Voorwaardelijk, voor het geval het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van de opzegging wordt toegewezen of daarop niet op korte termijn kan worden beslist, verzoekt GVB de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van art. 7:671b juncto 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Dit omdat de hiervoor bedoelde gedragingen van [verzoeker] (tevens) kwalificeren als (ernstig) verwijtbaar handelen door [verzoeker] , zodanig dat van GVB in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren en (daarom) herplaatsing niet in de rede ligt.
  20. Gelet op het voorgaande dienen de verzoeken van [verzoeker] te worden afgewezen, aldus GVB. Beoordeling
  21. De kantonrechter dient te beoordelen of de reden die GVB aan het ontslag op staande voet ten grondslag heeft gelegd als een dringende reden kwalificeert als bedoeld in artikel 7:677 BW. Bij de beoordeling van de gerechtvaardigdheid van het ontslag moeten de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang worden bezien. De aard en de ernst van het gedrag van de werknemer spelen daarbij een rol, evenals de duur van de arbeidsovereenkomst en ook de (persoonlijke) omstandigheden van de werknemer en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor de werknemer heeft.
  22. In het onderhavige geval staat tussen partijen niet (meer) ter discussie dat – kort samengevat – elk gebruik van een mobiele telefoon tijdens het besturen van een voertuig verboden is (uitzonderlijke situaties daargelaten). Evenmin staat nog ter discussie dat GVB vanaf medio september 2021 haar beleid betreffende de handhaving van dit verbod heeft gewijzigd, in die zin dat bij vaststelling van een (eerste) overtreding niet langer een schriftelijke waarschuwing zou volgen, maar dat bij constatering van actief gebruik van de telefoon tijdens het besturen van een voertuig ontslag zou kunnen volgen. In de adviesaanvraag aan de OR is dit laatste geformuleerd als ‘kan de ontslagprocedure worden ingezet’, in de brief d.d. 20 september 2021 wordt dit geformuleerd als “kan direct ontslag volgen’.
  23. Wel is tussen partijen in geschil of [verzoeker] op het moment van de gewraakte gedraging in voldoende mate van het bovenstaande op de hoogte was, althans kon zijn.
  24. Voor zover GVB stelt dat [verzoeker] tijdens het besturen van de metro zijn telefoon heeft gebruikt voor méér dan alleen het beluisteren van muziek, wordt zij daarin niet gevolgd. Uit het verslag van de controleurs blijkt dat zij slechts waarnemingen hebben kunnen doen door ruiten van getint en spiegelend glas, zonder de persoon van de bestuurder te kunnen zien, waarbij zij alleen het scherm van de telefoon hebben zien oplichten. Vanaf het eerste moment waarop [verzoeker] met de constatering werd geconfronteerd heeft hij aangevoerd uitsluitend naar muziek te hebben geluisterd, en waarom. Er is geen enkele aanwijzing gesteld of gebleken waaruit blijkt dat [verzoeker] tijdens het besturen van de metro een ander gebruik heeft gemaakt van de telefoon dan het beluisteren van daarop afgespeelde muziek.
  25. Gelet op de stellingen van partijen bestaat er aanleiding om bij de beoordeling onderscheid te maken tussen het gebruik van de mobiele telefoon als apparaat om muziek af te spelen in het algemeen, en het vasthouden en aanraken van dat apparaat om dit te bedienen (bijvoorbeeld om andere muziek te kiezen).
  26. [verzoeker] heeft gesteld dat hij reeds vele jaren tijdens het besturen van de metro via zijn telefoon luistert naar muziek, waarbij hij af en toe door het bedienen van die telefoon een ander muzieknummer of -lijst opzoekt. De reden daarvoor is vooral dat dit helpt om hyperactiviteit van zijn gehoorcentrum (met als gevolg een constante piep in zijn oren, tinnitus) terug te dringen. De in het verleden door GVB ter beschikking gestelde DAB-radio is onder de grond onbruikbaar gebleken. [verzoeker] heeft geen geld om zelf een (andere) radio te kopen. In zijn beleving was een dergelijk gebruik van de telefoon iets anders dan het verboden gebruik van de mobiele telefoon als communicatiemiddel, aldus steeds [verzoeker] .
  27. Daarnaast voert [verzoeker] aan dat hij evenmin uit de publicaties van GVB heeft begrepen dat gebruik van de telefoon tijdens het besturen van de metro tot ontslag kan leiden met de gevolgen zoals hij die nu ondervindt.
  28. Bij de beoordeling van wat [verzoeker] uit de publicaties en brieven van GVB heeft kunnen begrijpen is niet alleen relevant wat de inhoud daarvan is en of een gemiddelde GVB-medewerker deze heeft kunnen begrijpen. Tenminste zo relevant is of de berichten van GVB (mede gelet op vorm, presentatie en formuleringen) zodanig waren dat een werknemer met de kennis, ervaring en vaardigheden van [verzoeker] geacht kan worden de essentie van de boodschap te begrijpen. Daarbij is van belang dat het in deze zaak gaat om een werknemer met alleen een opleiding op LBO-niveau en een opleiding tot metrobestuurder, van wie aannemelijk is dat hij geen ervaring heeft met het lezen en begrijpen van lange teksten. Eveneens is aannemelijk dat hij niet in staat is om alle mededelingen in algemene publicaties volledig en juist te duiden.
  29. Uit de door GVB overgelegde publicaties blijkt niet dat in de personeelskrant, op posters of in de brief van 20 september 2021 duidelijk wordt medegedeeld dat het enkel beluisteren van muziek via de mobiele telefoon – terwijl de telefoon op ‘stil’ staat en in de binnenzak zit – valt onder het verboden gebruik. In de brief van 20 september 2021 staat weliswaar dat wanneer de controleurs ‘telefoongebruik’ constateren direct ontslag kan volgen, maar dit betreft een lange brief met veel tekst met als onderwerp ‘Veiligheid op 1: aankondiging externe controles op telefoongebruik’. [verzoeker] had geen aanleiding om de hele brief aandachtig te lezen, omdat hij geen reden had om aan te nemen dat onder ‘telefoongebruik’ méér wordt verstaan dan het gebruik als communicatiemiddel, althans dat daar ook onder wordt verstaan het gebruik als opslagmedium voor muziek. Gelet op de inhoud van de door GVB overgelegde publicaties en de persoon van [verzoeker] is onvoldoende aannemelijk geworden dat [verzoeker] daadwerkelijk heeft begrepen dat het luisteren naar muziek via zijn telefoon op zichzelf reeds aanleiding tot een ontslag zou vormen.
  30. Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat [verzoeker] had moeten begrijpen dat ook het (uitsluitend) luisteren naar muziek via zijn mobiele telefoon tijdens het besturen van de metro verboden was. Het voorgaande neemt echter niet weg dat [verzoeker] wel had behoren te begrijpen dat het bedienen van het telefoonapparaat (het ‘scrollen’ naar een ander nummer of andere muzieklijst) tijdens het besturen van de metro verboden was (anders dan kennelijk bij een radio), en dat hij de keuze voor andere muziek op een ander moment diende uit te voeren. Door dit te doen terwijl hij de metro bestuurde heeft [verzoeker] wel verwijtbaar gehandeld.
  31. Bij de beoordeling of dit verwijtbaar handelen een dringende reden voor ontslag vormt, dan wel of dit een ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen rechtvaardigt, zijn de volgende omstandigheden van belang.
  32. De verwijtbare gedragingen houden direct verband met medische klachten, in die zin dat zij zijn verricht ter verlichting van de gevolgen daarvan (het onderdrukken van de constante pieptoon in het oor). Dat het beluisteren van muziek daarvoor een beproefde methode is heeft [verzoeker] onbetwist gesteld en is ook aannemelijk. Dat [verzoeker] lijdt aan tinnitus is via de adviezen van de bedrijfsarts aan GVB bekend. [verzoeker] heeft gesteld dat GVB in verband daarmee geen hulp heeft geboden en GVB heeft niet het tegendeel onderbouwd. Dat de in 2016 door GVB verstrekte DAB-radio een bruikbaar alternatief vormt heeft [verzoeker] gemotiveerd betwist en GVB heeft niet nader onderbouwd dat dit wel het geval zou zijn. Ten slotte is aannemelijk dat [verzoeker] , die wegens zijn medische beperkingen slechts 20 uur per week kan werken, niet over zodanige financiële middelen beschikt dat het voor de hand ligt dat hij uit eigen initiatief een geschikte radio koopt. Dat [verzoeker] beschikte over een geschikt alternatief voor zijn telefoon als middel om muziek te beluisteren staat daarom niet vast. Deze omstandigheden, in onderling verband beschouwd, maken het begrijpelijk dat [verzoeker] gebruik heeft gemaakt van zijn telefoon voor het beluisteren van muziek tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
  33. Onvoldoende staat vast dat [verzoeker] daadwerkelijk heeft begrepen dat er sprake was van een wijziging van het beleid van GVB, in die zin dat het bedienen van de telefoon tijdens het besturen van metro om een ander muzieknummer of muzieklijst te kiezen voortaan direct zou leiden tot ontslag (in plaats van tot een schriftelijke waarschuwing).
  34. Voldoende aannemelijk is dat het voor [verzoeker] zeer moeilijk zal zijn om een andere werkgever te vinden. Dit gelet op zijn medische omstandigheden die zijn belastbaarheid sterk beperken, zijn leeftijd en zijn beperkte en eenzijdige opleiding. Werkloosheid zal hem in grote financiële en (andere) persoonlijke problemen brengen.
  35. Niet betwist is dat [verzoeker] reeds ongeveer 25 jaar in dienst is en een (voor het overige) goede staat van dienst heeft.
  36. Het belang van GVB is met name gelegen in het kunnen handhaven van de veiligheid van haar passagiers en medewerkers. Zij heeft er daarom belang bij om inbreuken daarop – zoals het gebruik van de eigen mobiele telefoon door de bestuurder van een metro tijdens het besturen daarvan – effectief te bestrijden. [verzoeker] was de eerste metrobestuurder bij wie na invoering van het nieuwe beleid door externe controleurs werd geconstateerd dat deze tijdens het besturen van de metro een mobiele telefoon gebruikte. Van belang is dat van een ontslag in een dergelijk geval een ernstige waarschuwing aan andere bestuurders uitgaat. Ook is van belang dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in een dergelijk geval precedentwerking zou kunnen hebben. In het onderhavige geval heeft GVB laten zien dat handhaving van het nieuwe beleid betreffende het sanctioneren van telefoongebruik haar ernst is en dat dit kan leiden tot ontslag. Indien het ontslag op staande voet van [verzoeker] niet wordt gehandhaafd, en de arbeidsovereenkomst ook niet wordt ontbonden, om redenen die hoofdzakelijk liggen in de persoon van de betrokken werknemer, zal GVB dit aan haar medewerkers kunnen uitleggen. Daardoor zal de precedentwerking – de kans dat medewerkers van GVB ten onrechte de indruk zouden kunnen krijgen dat in het algemeen telefoongebruik tijdens het besturen van een voertuig niet tot ontslag zal leiden – gering zijn.
  37. Het voorgaande kan worden samengevat als volgt. Gelet op haar verantwoordelijkheid voor de veiligheid van haar passagiers en medewerkers had GVB goede gronden om haar beleid aan te passen in die zin dat bij een geconstateerde overtreding van het verbod op het gebruik van een telefoon tijdens het besturen van een voertuig in beginsel ontslag volgt. In het onderhavige geval is er echter sprake van bijzondere, in de persoon van de werknemer gelegen omstandigheden. Onvoldoende staat vast dat hij heeft begrepen (dan wel heeft kunnen begrijpen) dat ook het gebruik van een mobiele telefoon als apparaat om muziek af te spelen verboden is. Ook staat onvoldoende vast dat hij heeft begrepen dat bij constatering van een overtreding van dat verbod ontslag zou volgen. [verzoeker] heeft – anders dan (de meeste) andere metrobestuurders – een medische reden om naar muziek te luisteren tijdens het besturen van de metro. Hem kan wel worden verweten dat hij tijdens het besturen van de metro de telefoon daadwerkelijk heeft bediend. Het feit dat dit gebeurde teneinde zijn werk beter te kunnen doen (namelijk om van de constante piep in zijn oren te onderdrukken) maakt deze tekortkoming echter minder verwijtbaar. De financiële en persoonlijke gevolgen van een ontslag zijn voor [verzoeker] ernstig. [verzoeker] is reeds 25 jaar in dienst en heeft steeds goed gefunctioneerd. GVB moet in staat worden geacht aan haar medewerkers uit te leggen – op een wijze die elke medewerker kan begrijpen – dat in het geval van [verzoeker] sprake was van bijzondere persoonlijke omstandigheden waardoor sprake was van een uitzondering op de regel dat ontslag volgt op overtreding van het verbod op telefoongebruik tijdens het rijden.
  38. Gelet op de in dit geval verminderde ernst van de overtreding, op de bijzondere (medische) omstandigheden van [verzoeker] , op het feit dat hij (toen) onvoldoende had kunnen begrijpen dat hij ontslag riskeerde, op zijn lange en goede staat van dienst, op de ernstige gevolgen van een ontslag voor [verzoeker] , wordt geoordeeld dat er geen dringende reden aanwezig was voor een ontslag op staande voet. Daarbij is mede van belang dat de belangen van GVB bij handhaving van haar veiligheidsbeleid kunnen ook met voortzetting van de arbeidsovereenkomst van [verzoeker] worden gewaarborgd.
  39. Uit het voorgaande volgt dat het ontslag op staande voet niet in stand kan blijven en dat de opzegging zal worden vernietigd.
  40. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden vormt het verwijtbaar handelen in dit geval evenmin voldoende grond voor een ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen door [verzoeker] , zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.
  41. Aangezien de opzegging wordt vernietigd, duurt de arbeidsovereenkomst voort en heeft [verzoeker] recht op wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon. De vorderingen van [verzoeker] tot wedertewerkstelling en loonbetaling zullen daarom eveneens worden toegewezen als na te melden, waarbij een langere termijn waarop [verzoeker] weer tewerk moet worden gesteld zal worden bepaald om GVB in de gelegenheid te stellen de nodige voorbereidingen te treffen.De gevorderde wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW en de wettelijke rente zijn eveneens toewijsbaar, nu GVB niet tijdig heeft betaald. De verzochte wettelijke verhoging is eveneens toewijsbaar. De wettelijke rente over het achterstallig loon wordt toegewezen vanaf iedere datum van verschuldigdheid van het loon.
  42. De proceskosten komen voor rekening van GVB als de in het ongelijk gestelde partij. BESLISSING De kantonrechter: vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst; veroordeelt GVB om binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking toe te laten zijn bedongen werkzaamheden te verrichten; veroordeelt GVB tot betaling aan [verzoeker] van € 1.725,14 bruto per maand aan loon, vanaf 1 december 2021 zolang de arbeidsovereenkomst zal voortduren, te vermeerderen met de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW berekend over het loon voor december 2021 en januari en februari 2022 en met de wettelijke rente, steeds vanaf elke datum van verschuldigdheid van het loon voor december 2021 en januari en februari 2022 tot aan de dag van de gehele betaling; veroordeelt GVB in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [verzoeker] begroot op:salaris € 747,00griffierecht € 507,00 -----------------totaal € 1.254,00voor zover van toepassing, inclusief btw; veroordeelt GVB in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 62,00 aan salaris gemachtigde, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw; verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; wijst het anders of meer verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. C.L.J.M. de Waal, kantonrechter en op 30 maart 2022 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.