RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/303672-22 RK nummer: 22/4870 Datum uitspraak: 16 februari 2023 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 23 november 2022 tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 november 2022 door de officier van justitie bij de rechtbank te Bordeaux (Frankrijk) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 31 januari
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort. De officier van justitie heeft toegelicht dat zij, gelet op het feit dat de opgeëiste persoon recent een baby heeft gekregen, bij de Franse officier van justitie heeft geïnformeerd of er in Franse detentie ‘moeder-kind’-plekken beschikbaar zijn. De Franse officier van justitie heeft daarop aangegeven mogelijk bereid te zijn om het EAB te heroverwegen als de partner van de opgeëiste persoon, na zijn overlevering, in Frankrijk is gehoord. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding onder gelijktijdige schorsing bevolen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst, in afwachting van een eventuele heroverweging (intrekking) van het EAB door de Franse officier van justitie. De behandeling van de vordering is - met instemming van partijen gelet op de gewijzigde samenstelling van de rechtbank - hervat op de openbare zitting van 16 februari
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door haar raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van 17 november 2022, uitgevaardigd door de ondervoorzitter belast met het gerechtelijk vooronderzoek bij de rechtbank te Bordeaux, parketnummer 21271000730, nr. gerechtelijk vooronderzoek JICABJI
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. De signalering is uit het systeem verwijderd en een collega van de Franse officier van justitie die het EAB heeft uitgevaardigd, heeft bevestigd dat de intrekking van het EAB is bevolen. Deze omstandigheden tezamen duiden erop dat het EAB is ingetrokken. De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt. 5Beslissing VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter, mrs. G.M. Beunk en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 februari
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.