beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Amsterdam Zaakgegevens : C/13/729325 / JE RK 23-75 datum uitspraak: 14 februari 2023 beschikking handhaven voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing in de zaak van RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING AMSTERDAM, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Amsterdam betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] , gezamenlijk te noemen de minderjarigen/de kinderen. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] . De kinderrechter merkt als informanten aan: mevrouw [naam 1] , tante moederszijde (m.z.) mevrouw [naam 2] , oudtante m.z. de gecertificeerde instelling (verder: GI) Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam. Het verdere procesverloop De kinderrechter houdt rekening met de beschikking van de kinderrechter van 8 februari 2023, ter bevestiging van de mondelinge beslissing van de kinderrechter van 7 februari 2023, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. Bij deze beslissing zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden en is een uithuisplaatsing voor beide kinderen voor de duur van 2 weken verleend, ten aanzien van [minderjarige 1] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder en ten aanzien van [minderjarige 2] in een netwerkpleeggezin, onder aanhouding van het overige deel van het verzoek. Op 14 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , die ook -ieder- apart zijn gehoord, - de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. G. Öntas; - mevrouw [naam 1] en mevrouw [naam 2] voornoemd, zij zijn ook apart gehoord; - mevrouw [naam 3] namens de Raad; - mevrouw [naam 4] namens de GI. De standpunten [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben tijdens het kindgesprek dat de kinderrechter met hen ieder apart heeft gevoerd, hun standpunt omtrent het verzoek aan de kinderrechter kenbaar gemaakt. Dit gesprek is in vertrouwen gevoerd en de inhoud hiervan is niet door de kinderrechter met de overige aanwezigen gedeeld. Ook heeft de kinderrechter apart gesproken met tante m.z. en oudtante m.z. Ook dit gesprek met beide dames samen, is in vertrouwen gevoerd en de inhoud hiervan is evenmin door de kinderrechter met de overige aanwezigen gedeeld. De moeder De moeder heeft bij de mondelinge behandeling mede bij monde van haar advocaat onder meer verklaard dat er de avond voordat de spoedmachtiging werd verleend, niets was gebeurd. Wel heeft de moeder omdat de kinderen laat thuis waren, hun telefoon en sleutels ingenomen. De moeder heeft verklaard dat zij samen met de kinderen om zeven uur de deur uit is gegaan, zodat de kinderen op tijd op school zouden zijn. Dat de kinderen hebben aangegeven dat ze thuis geslagen worden, raakt de moeder en doet haar verdriet. De moeder ontkent dat sprake is van fysiek geweld thuis. Deze kinderen zijn rebelser dan haar andere kinderen en houden zich buitenshuis niet aan regels. [minderjarige 1] is in het verleden misbruikt door de vader. De moeder heeft hulp gezocht en [minderjarige 1] zal worden aangemeld bij Halt en jeugdhulp Sipi. Voortzetting van de (voorlopige) ondertoezichtstelling is daarom niet nodig. Beide kinderen zullen een coach krijgen en er wordt hulp geboden die ziet op hun gedrag en het voorkomen van schoolverzuim. De belangrijkste zorg van de moeder is dat de kinderen niet op school aankomen. Ook het blowen van [minderjarige 2] is een zorg. Thuis zijn de kinderen handelbaar, maar op straat is geen zicht op hen en de moeder is bang wat daar met hen gebeurt. De moeder heeft eerder aangegeven dat ze een time out wilde omdat de kinderen waren weggelopen, maar nu wil ze dat de kinderen weer naar huis komen. Het verzoek tot een machtiging uithuisplaatsing dient daarom te worden afgewezen. De moeder vindt dat [minderjarige 2] niet veilig is op de plek waar hij nu verblijft, omdat hij daar makkelijk aan soft drugs kan komen. Ook [minderjarige 1] zou zijn begonnen met blowen. [minderjarige 1] is gisteren niet teruggekeerd naar Meisa maar is naar haar oudtante m.z. gegaan. De moeder heeft een heel hecht en breed netwerk. Als de kinderen niet terug kunnen naar de moeder dan wordt verzocht de kinderen bij tante m.z. en oudtante m.z. te plaatsen. De GI De GI heeft bij de mondelinge behandeling onder meer verklaard dat veiligheidsafspraken zijn gemaakt. Er is sprake van een groot steunend netwerk. De GI zal een veiligheidsplan maken gericht op de acute veiligheid en de veiligheid op langere termijn. De Raad De Raad heeft bij de mondelinge behandeling gepersisteerd bij het verzoek en onder meer verklaard dat de zorgen die zijn genoemd, terecht zijn. De kinderen hebben verteld dat ze uit huis zijn gezet. Zij zijn een aantal keer van huis weggelopen wat erop duidt dat zij zich niet veilig voelen thuis. [minderjarige 1] is onder zeer zorgelijke omstandigheden op het Centraal Station in Amsterdam gevonden. Hier is nog geen zicht op verkregen. De Raad vindt het ook zorgelijk dat de moeder vandaag aangeeft dat er niets aan de hand is. Vanuit de huidige, meer stabiele situatie, moet verder gekeken worden wat nodig is. Er is een kort onderzoek geweest naar de huidige plek van [minderjarige 2] en dit is een betere plek dan de vorige netwerkplek, namelijk bij zijn vriendin. Er zijn veel zorgen over het wegloopgedrag, het spijbelen, het schoolverzuim, het mogelijk blowen en het trauma van seksueel misbruik bij [minderjarige 1] , waar ondersteuning voor nodig is. Misschien is sprake van een overbelaste moeder. In het kader van de voorlopige ondertoezichtstelling moet meer zicht op de kinderen en de thuissituatie worden verkregen. De bedoeling is dat de kinderen weer thuis gaan wonen waarbij de moeder ondersteuning krijgt bij haar opvoedvaardigheden en waarbij zij in haar kracht gezet moet worden. Als dit niet gebeurt blijven de ernstige zorgen bestaan. De verdere beoordeling Bij mondeling gegeven spoedbeslissing van 7 februari 2023, schriftelijk vastgelegd in de beschikking van 8 februari 2023, zijn [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig onder toezicht gesteld voor de duur van drie maanden, te weten tot 7 mei
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.