Beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Familie- en Jeugdrecht Zaakgegevens : C/13/717943 / JE RK 22-383 datum uitspraak: 23 februari 2023 beschikking ondertoezichtstelling in de zaak van de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING AMSTERDAM, hierna te noemen de Raad, gevestigd te Amsterdam, betreffende [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats 1] . De kinderrechter merkt als informanten aan: [de vader] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen de vader, Jeugdbescherming Regio Amsterdam, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen JBRA, Blijvend Veilig, als uitvoerende instantie namens JBRA, hierna tezamen te noemen de gecertificeerde instelling (de GI) Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoek met bijlagen van de Raad van 1 februari
- Op 23 februari 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn: - de minderjarige [minderjarige 1] , die apart is gehoord, - de moeder, - de vader, - mevrouw [naam 1] namens de Raad, - de heer [naam 2] en mevrouw [naam 3] , namens JBRA. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de moeder. [minderjarige 1] woont bij de moeder. Bij beschikking van 13 juni 2022 is een eerder verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , zijn broertje [minderjarige 2] en zusje [minderjarige 3] aangehouden 13 januari
- Het verzoek Na onderzoek heeft de Raad geconcludeerd dat alleen een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] nodig is. De Raad verzoekt een ondertoezichtstelling voor de duur van negen maanden. Volgens de Raad hebben beide ouders stappen gezet, maar is een verplicht kader nog nodig om de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] op te heffen. [minderjarige 1] heeft een prille positieve ontwikkeling doorgemaakt, zo is hij recent gestopt met blowen en is hij recent gestart met behandeling bij de Waag. De zorgen over school bestaan echter nog steeds. De Raad is bezorgd dat [minderjarige 1] uitstroomt van school, ouders hun grip op hem verliezen en hij mogelijk afhaakt bij hulpverlening. Ouders hebben ook positieve stappen gezet, maar tegenover elkaar vervallen ze nog steeds in oude destructieve patronen. Het gaat dan over hun verschillende opvoedstijlen en hun relatie. De Raad vindt het nodig dat het zelfinzicht van ouders wordt vergroot als het gaat om wat voor impact hun dynamiek op de kinderen heeft. Blijvend Veilig kan [minderjarige 1] in het kader van de ondertoezichtstelling ondersteunen en aansturen. Ook kan Blijvend Veilig ouders ondersteunen bij de opvoeding van [minderjarige 1] . Blijvend Veilig Sinds de nieuwe gezinsmanagers in het gezin zijn gestart, is de communicatie en samenwerking met het gezin flink verbeterd. Er is geen wantrouwen meer en dat is te merken aan de dynamiek tussen de gezinsmanagers en de ouders. Blijvend Veilig sluit zich aan bij het verzoek van de Raad. De samenwerking is goed en in goed onderling overleg kan worden gewerkt aan de te bereiken doelen. Het standpunt van [minderjarige 1] en de ouders [minderjarige 1] heeft naar voren gebracht dat hij de zorgen over hem wel begrijpt. Hij gaat niet echt naar school, omdat hij niet gemotiveerd is. Hij wil liever iets met zijn handen gaan doen en meer praktijkgericht onderwijs volgen. De gesprekken bij de Waag vindt hij prima. Thuis gaat het veel beter gelukkig. Het is nu veel rustiger en er is niet veel ruzie. Met zijn ouders en zijn oudere broer heeft hij goed contact. De vader is het eens met het verzoek. Hij ziet in dat het schoolverzuim van [minderjarige 1] een probleem is en dat de ouders daar hulp bij nodig hebben. Ook de moeder is het eens met het verzoek. Met het gedrag van [minderjarige 1] is niets aan de hand, het probleem is het schoolverzuim. Beide ouders vinden de samenwerking met de huidige gezinsmanagers goed. Het strakke kader van een ondertoezichtstelling en de druk van het voldoen allerlei afspraken vinden beide ouders lastig, maar ze zien in dat dit nodig is voor [minderjarige 1] . Beide ouders zien ook in dat het belangrijk is voor [minderjarige 1] dat zij op één lijn zitten wat zijn opvoeding betreft. De beoordeling Duidelijk is dat de situatie in dit gezin flink is verbeterd. Waar tijdens de vorige zitting in juni 2022 de thuissituatie voor [minderjarige 1] en zijn broer en zus door de Raad onveilig werd geacht, veel wantrouwen was richting de GI en beide ouders tegen een ondertoezichtstelling waren, is de situatie nu anders. Voor broertje [minderjarige 2] en zusje [minderjarige 3] wordt een ondertoezichtstelling door de Raad niet meer nodig geacht en de ouders hebben goed contact met de nieuwe vaste gezinsmanagers. Door de goede samenwerking is een opening ontstaan om met de ouders samen te werken aan de doelen om de ontwikkelingsbedreiging voor [minderjarige 1] weg te nemen. Beide ouders zien namelijk dat de zorgen over [minderjarige 1] terecht zijn en dat de ouders daar hulp voor nodig hebben. Voor nu is van groot belang dat [minderjarige 1] weer naar school gaat en de behandeling bij de Waag voortzet. Ook is van belang dat de ouders hulp wordt geboden om bij de opvoeding van [minderjarige 1] meer op één lijn te zitten. De vader is wat strenger en de moeder wat losser. De ouders zullen een manier moeten vinden om minder conflicten te laten ontstaan door hun verschillende opvoedstijlen. Het is belangrijk dat daar hulp voor komt, zodat [minderjarige 1] en zijn broertje en zusje daar geen last meer van hebben. Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op dit moment zijn de bedreigingen in de ontwikkeling van [minderjarige 1] waaraan in ieder geval gewerkt moet worden: hij heeft gesprekken bij de Waag en toont daarbij inzet; hij gaat naar school en blijft gebruikmaken van de door de school ingezette hulp; hij krijgt voorlichting over cannabisgebruik; de ouders en [minderjarige 1] werken mee met Blijvend Veilig en werken mee aan opvoedondersteuning; de ouders blijven zich inzetten voor verbetering van hun samenwerking in de opvoeding van [minderjarige 1] ; De kinderrechter zal [minderjarige 1] onder toezicht stellen voor de duur van negen maanden. De beslissing De kinderrechter: stelt [minderjarige 1] onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam, Amsterdam met ingang van 23 februari 2023 tot 23 november 2023; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is gegeven door mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.C. van Lavieren als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 februari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 2 maart
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofAmsterdam