← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:1262

beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd zaaknummer / rekestnummer: C/13/729439 / FA RK 23/934 kenmerk: ZM/IND/97965 Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg Beschikking van 20 februari 2023 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , verblijvende te Amsterdam, Arkin, [locatie] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. R.P.G. van der Weide te Amsterdam. 1Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 9 februari 2023. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 februari 2023, in het gebouw van Arkin, Mentrum, op de locatie Jan Thoméepad 5 te Amsterdam. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - betrokkene; - bovengenoemde advocaat; - verpleegkundig specialist, de heer N. Jansen. Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen. 2Beoordeling De verpleegkundig specialist geeft aan dat een zorgmachtiging is aangevraagd, omdat voorkomen moet worden dat betrokkene weer een terugval krijgt en dat een machtiging daarom, in ieder geval voor de duur van zes maanden, noodzakelijk is. Betrokkene is in het verleden gedecompenseerd waarna zijn psychiatrisch toestandsbeeld dermate was verslechterd dat geen afspraken met hem te maken waren en dat hij moest worden opgenomen. Er breekt voor betrokkene een kwetsbare periode aan, nu hij binnen afzienbare tijd zal doorstromen naar een vervolgherstelkliniek waar hij meer vrijheden zal krijgen en minder toezicht en begeleiding is. Ook licht de verpleegkundig specialist toe dat betrokkene al langere tijd therapietrouw is, veel op verlof gaat en dat hij sinds kort is begonnen met een betaalde baan, waar hij twee dagen per week naar toe gaat. Er is een goede samenwerking en er zijn in het afgelopen jaar geen incidenten geweest. Betrokkene geeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd aan dat hij zijn medicatie zal blijven nemen, ook als hij geen machtiging heeft, omdat hij niet wil dat het slechter met hem gaat. Hij ziet in dat het nu beter met hem gaat, door de medicamenteuze behandeling. Betrokkene heeft op de zitting bevestigd dat hij de adviezen van de behandelaren zal volgen. Hij heeft last van bijwerkingen, maar desondanks neemt hij de medicatie nog steeds in en zal dat ook blijven doen. Betrokkene heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de zorg vrijwillig zal blijven accepteren. Gelet op de huidige bestendige stabiliteit van betrokkene, waarbij hij ziektebesef en -inzicht toont en goed open staat voor hulp, heeft de rechtbank dat vertrouwen ook. De rechtbank vertrouwt erop dat betrokkene vrijwillig zorg zal accepteren en daarom wordt niet voldaan aan de vereisten voor verplichte zorg. Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen. 3Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is op 20 februari 2023 mondeling gegeven door mr. A.K. Mireku, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door J. Koomen als griffier en op 27 februari 2023 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.