RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het op 28 februari 2023 ingekomen en onder rekestnummer C/13/ 730503 / HA RK 23- 65 ingeschreven verzoek van: [verzoeker 1] en [verzoeker 2], wonende te [woonplaats] , verzoekers, welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.E. de Vos, insolventierechter, hierna te noemen: de rechter. 1Verloop van de procedure 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken: - het wrakingsverzoek van 20 februari 2023 met bijlagen; - de schriftelijke reactie van de rechter van 28 februari
- 1.
- De rechter heeft niet in de wraking berust. 2De feiten en het verzoek 2.
- Verzoekers zijn vennoten van de gefailleerde vennootschap [bedrijf] VOF. Deze zaak is onder nummer C/13/22/281 F bij de rechter in behandeling. Op 14 februari 2023 heeft bij de rechter als rechter-commissaris het faillissementsverhoor plaatsgevonden. Tijdens dat verhoor hebben verzoekers geen inlichtingen gegeven. Zij hebben de rechter alleen gevraagd of zij kon bewijzen dat zij de rechter was. Zij betwistten de bevoegdheid van de rechter en die van de rechtbank. Bij beslissing van 16 februari 2023 heeft de rechter een voordracht gedaan tot verzekerde inbewaringstelling van verzoekers. Op de zitting van 23 februari 2023 is dat verzoek door een andere rechter behandeld. Verzoekers zijn daar niet verschenen. 2.
- Verzoekers hebben onder meer aangevoerd: [IN] naam van de [“KONING”]”[AF]schrift= GELIJKHEID [S]BEGIN[SEL] = STELEN — EIGENDOM TOE EIGENEN ZONDER TERUG-GAVE WANT ER IS GEEN TOETSING[S]- RECHT.GW: Art. 1”]; [“Art.60 in 1953 neemt de EED van ambtenaren, die bevoegd zijn weg=Rechter, Gerechtsdeurwaarder, Politie, Wethouder, Burgemeester, en-zo-voort”]; [“GW-1953: Artikel-”97: Eed van toelating; Eed van zuivering; Bij het aanvaarden hunner betrekking leggen zij de volgende eed of belofte af; “Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de Grondwet”; (…) [“Art.12O in 1983 neemt toetsingsrecht GW weg bij Rechter[S] en overig gerechtelijk bevoegd ambtenaren”]; [“GELIJKHEIDSBEGINSEL=STELEN=EIGENDOM TOEEIGENEN ZONDER TERUGGAVE WANT ER IS GEEN TOETSING[S]~RECHT.GW.Art. 1; Allen, die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. [DIS]-crimi-natie wegens godsdienst, levensovertuigingen, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welk grond dan ook, is niet toegestaan.”]; (…) “Uw handelen gaat in tegen de ICCPR=” VOOR DE KENNIS-GIFT IS MET DE WRAKING IN THE NU-TIJD MET DE MANCO-AUTORISATIE VAN [‘mr. A.E. DE VOS’]-[RECHT-BANK-LOCATIE-NUMMER: [C/13/22/821 F] IS MET DE WRAKING VOID BIJ WET MET DE VOID-NUL-AUTORISATIE DOOR DE RECHTER [‘mr. A.E. DE VOS] MET DE WRAKING VAN ~14-~FEBRUARI-~2023 MET DE AANWEZIGHEID VAN DE 2-AUTEURS &: 2-GETUIGEN POSTMASTER GENERAL(S); 3De beoordeling van het verzoek 3.
- Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
- Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. 3.
- Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven. Als verzoekers de bevoegdheid van de rechtbank betwisten om op grond van de Faillissementswet op te treden, kunnen zij dat in hoger beroep aan de orde stellen. 3.
- Omdat verzoekers het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder grond, hebben ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van deze zaak van verzoekers niet in behandeling worden genomen.
- Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De Wrakingskamer: wijst het verzoek af; bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter(s) belast met de behandeling van de zaak van verzoekers niet in behandeling zal worden genomen Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, A.W.J. Ros en K.A. Brunner, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2023 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.