← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:1548

RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het op 15 februari 2023 ingekomen en onder rekestnummer C/13/ 729768 HA RK 23-45 ingeschreven verzoek van: [verzoeker] , verblijvende te [verblijfplaats] , verzoeker, raadsman mr. P.H. Hillen waarnemend voor mr. M.R.F. Berte, welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.C.M. Hamer, strafrechter, hierna te noemen: de rechter. 1Verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk: - het proces-verbaal terechtzitting (wraking) van 15 februari
  2. 1.
  3. De rechter heeft niet in de wraking berust. 2De feiten en het verzoek 2.
  4. De rechter is in de Internationale Rechtshulpkamer van deze rechtbank belast met de behandeling van de zaak van verzoeker als opgeëiste persoon met parketnummer 13/324206-
  5. 2.
  6. Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 februari 2023 heeft de rechter bij aanvang van de behandeling meegedeeld dat twee weken geleden de zitting is geweest waarbij het overleveringsverzoek vanuit Polen is behandeld, en dat vandaag uitspraak wordt gedaan. Het in de ochtend ontvangen verzoek tot heropening van het onderzoek is afgewezen, omdat daartoe geen aanleiding werd gezien. Naar mededeling van de rechter was dat ook gemaild aan de verdediging. Vervolgens heeft de raadsman aangevoerd dat hij, indien de reden tot het niet heropenen van de zaak gelegen was in het tijdstip van aanleveren van de stukken, daar nog iets over wilde zeggen. De door de rechter genoemde reden van afwijzing stond immers niet in de mail van de rechtbank vermeld en de stukken waren een dag eerder al door de verdediging verzonden. Hierna heeft de rechter verklaard: “Op het verzoek is gereageerd. Het onderzoek is gesloten en ik wil uitspraak doen. De reden tot het niet heropenen had mede te maken met het tijdstip waarop het verzoek was gedaan. Ik wil nu graag uitspraak gaan doen.” Nadat de raadsman tot twee keer toe heeft geprobeerd toch het woord te voeren heeft de rechter de aanwezige medewerkers van de BB&V verzocht om de raadsman uit de zittingszaal te verwijderen, omdat zij op deze manier niet de uitspraak kon doen. Vervolgens heeft de raadsman verklaard: “Meent u dit? Ik was al stil en toch vraagt u mij weer mijn mond te houden. Dan dien ik bij deze een wrakingsverzoek in vanwege uw houding. U heeft mij verzocht om stil te zijn en dat was ik. Toch vraagt u mij wederom of ik mijn mond wil houden. U gaat verder, u ontneemt mij het woord. U geeft aan dat u niet tot heropening overgaat deels vanwege het tijdstip van aanleveren, maar dat wordt niet aangegeven in de mail van de rechtbank. U bent uiterst onsympathiek en niet geschikt om de zaak te behandelen of uitspraak te doen.” Hierna heeft de rechter meegedeeld op dat moment geen uitspraak te doen en contact op te nemen met de Wrakingskamer. 3De beoordeling van het verzoek 3.
  7. Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
  8. Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. 3.
  9. Aan het verzoek zijn geen feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het is aan de rechter om de orde op zitting te bewaren. De rechter is dus ook degene die bepaalt dat de discussie over de beslissing om het onderzoek niet te heropenen, geëindigd is en dat er uitspraak wordt gedaan. Het verzoek is daarom in zoverre kennelijk niet-ontvankelijk. Als verzoeker van mening is dat de rechter onsympathiek is en daarmee ongeschikt om de zaak te behandelen, zijn er andere manieren om dat aan de orde te stellen dan door de indiening van een wrakingsverzoek. Voor zover het verzoek zich richt tegen de beslissing om het onderzoek niet te heropenen, geldt dat een rechterlijke beslissing geen wrakingsgrond oplevert en dat niet is aangevoerd dat de motivering blijk geeft van vooringenomenheid. Een mondelinge behandeling kan dan ook achterwege blijven.
  10. Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De Wrakingskamer:  wijst het verzoek af; Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.