RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 10058254 EA VERZ 22-497 beschikking van: 29 maart 2023 func.: 452 beschikking van de kantonrechter I n z a k e de besloten vennootschap Avidus Amsterdam B.V. gevestigd te Rotterdam verzoekster nader te noemen: Avidus gemachtigde: mr. D.R.D.A. Buren-Baks t e g e n de vereniging Vereniging van Eigenaars [verweerster] gevestigd te [vestigingsplaats] verweerster nader te noemen: de VvE gemachtigde: mr. B. Willemsen VERLOOP VAN DE PROCEDURE Op 17 augustus 2022 heeft Avidus een verzoekschrift met producties ingediend als bedoeld in artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Op 23 december 2022 heeft Avidus nog een nadere productie ingediend. Door de VvE is op 27 december 2022 een verweerschrift, met producties, ingediend. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 januari 2023. Avidus is verschenen bij [naam 1] , werkzaam bij Avidus, vergezeld door mr. E.K. Oudenhuizen en de gemachtigde. De VvE is verschenen bij [naam 2] , bestuurslid, [naam 3] , beheerder, vergezeld door mr. L. Wessels en de gemachtigde. De griffier heeft alle leden van de VvE voor de mondelinge behandeling als belanghebbenden opgeroepen. Als belanghebbende is ter zitting verschenen: [naam 4] (hierna: [naam 4] ). Partijen en belanghebbende zijn gehoord en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord. Ten slotte is de zaak voor bepaalde tijd aangehouden om partijen de gelegenheid te geven tot een onderlinge regeling te komen. Op 15 februari 2023 heeft Avidus de kantonrechter bericht dat partijen geen regeling hebben getroffen en is verzocht om een beschikking. Vervolgens is beschikking bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast: 1.1. Het gebouw aan de [locatie 1] , [locatie 2] en [locatie 3] te [plaats] (hierna: het Gebouw) is bij akte van 23 april 2003 opgesplitst in 118 appartementsrechten. Bij dezelfde akte is het Modelreglement 1992 (hierna: MR 1992) met wijzigingen en aanvullingen die volgen uit het splitsingsreglement (hierna: SR) van toepassing verklaard en de VvE opgericht. 1.2. Bij deze akte is ontstaan het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning, gelegen op de tweede verdieping met bijbehorende berging op de derde verdieping van het gebouw, plaatselijk bekend [appartement] , met appartementsindex [indexnr. 1] (hierna: appartementsrecht [indexnr. 1] ). De bestemming van dit appartementsrecht is woning en berging. 1.3. Bij wijziging akte van splitsing van 28 oktober 2021 (hierna: de AvS) is een deel van het gemeenschappelijk trappenhuis op de eerste, tweede en derde verdieping en de berging gelegen op de derde verdieping van het gebouw, dat behoorde bij het privégedeelte van appartementsrecht [indexnr. 2] , tot het privé gedeelte van appartementsrecht [indexnr. 1] gaan behoren. Daarbij is bepaald dat het privégedeelte van appartementsrecht [indexnr. 1] groter zal worden door de realisatie van een dakterras gelegen op de derde verdieping van het Gebouw. Aan de AvS is een tekening als bedoeld in artikel 5:109 lid 2 BW gehecht (hierna: de Splitsingstekening). 1.4. Als vergoeding voor de ruimte van het trappenhuis en de ruimte op het dak van het gebouw dat ten gevolge van de wijziging van de AvS is gaan behoren tot het appartementsrecht [indexnr. 1] is € 6.384,00 aan de VvE betaald. 1.5. In de AvS is als omschrijving van het (gewijzigde) appartementsrecht [indexnr. 1] het volgende vermeld: “Het appartementsrecht, rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning, gelegen op de tweede en derde verdieping van het Gebouw, met een toegangsdeur en entree op de eerste verdieping en een dakterras op de derde verdieping, plaatselijk bekend [appartement] , (…), appartementsindex [indexnr. 3] , uitmakende een één éénhonderdachttiende (1/118) aandeel in de gemeenschap.” 1.6. In artikel 2 lid 3 SR is bepaald dat de aanleg, het onderhoud aan en vernieuwing van een dakterras op het dak dat door de vereniging in gebruik kan worden gegeven aan een eigenaar van een appartementsrecht altijd geheel voor rekening en risico van de betrokken eigenaar komt. 1.7. Artikel 17 lid 4 SR is bij laatstgenoemde akte gewijzigd en luidt als volgt: “Iedere eigenaar is verplicht het privégedeelte te gebruiken overeenkomstig de bestemming. Deze is wat betreft de appartementsrechten met de indices: – (…); – [indexnr. 4] , [indexnr. 5] en [indexnr. 3] : woning.” 1.8. [naam 4] en [naam 5] (hierna: [naam 4] ) zijn eigenaar van appartementsrecht [indexnr. 3] (hierna: [naam 5] ) en van rechtswege lid van de VvE. 1.9. Avidus is eigenaar van 22 appartementen in het gebouw en is van rechtswege lid van de VvE. 1.10. Op de algemene ledenvergadering van 8 juni 2022 was onvoldoende quorum aanwezig om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen. Op de tweede ledenvergadering van 18 juli 2022 is met 22 stemmen tegen, 33 stemmen voor en 4 onthoudingen besloten aan [naam 4] -onder voorwaarden- toestemming te verlenen voor het realiseren van een dakopbouw (hierna: het besluit). In de notulen van deze vergadering is -onder meer- hierover vermeld: “(…) De extra meters worden gebouwd op een gezamenlijk deel van het gebouw. Het bestuur wil graag op een volgende vergadering met de leden bespreken hoe hier in de toekomst mee om te gaan. Ook is er twijfel of bij de presentatie van het agendapunt op de eerste vergadering voldoende duidelijk is geworden dat er op de opbouw ook nog een dakterras wordt gerealiseerd.(…)” 1.11. Bij besluit van 11 november 2022 heeft de gemeente Amsterdam op verzoek van [naam 4] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een dakuitbouw met een dakterras. Op 21 december 2022 heeft Avidus (pro forma) bezwaar gemaakt tegen de aan [naam 4] verleende omgevingsvergunning. Het geschil 2. Avidus verzoekt het besluit dat in de eigenaarsvergadering van 18 juli 2022 is genomen, nietig te verklaren althans te vernietigen wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid. 3. Avidus stelt dat het besluit nietig is omdat de opbouw zowel ziet op een permanente wijziging van het gebruik van het gemeenschappelijke dak als op een aanpassing van de bestemming van dat gemeenschappelijke gedeelte als gezamenlijk dak naar privé-gedeelte. Door het besluit wordt het privé-gedeelte van [naam 5] vergroot (en het gemeenschappelijk gedeelte verkleind). Ook is sprake van een constructiewijziging omdat er nieuwe kozijnen en vensters komen. Daarvoor is een wijziging van de splitsingsakte nodig, waartoe niet is besloten. 4. Daarnaast is het besluit vernietigbaar volgens Avidus omdat [naam 4] hiermee financieel wordt bevoordeeld, meer onderhoudskosten door zwaardere belasting van de constructie voor de VvE voor de hand liggen en andere appartementseigenaars dit niet kunnen doen, wat onredelijk is. Ten slotte vreest Avidus precedentwerking en een waardedaling van het complex door de verandering van het aangezicht van het gebouw. 5. De VvE blijft bij haar besluit en verzoekt het verzoek af te wijzen en Avidus te veroordelen in de proceskosten. Zij voert aan dat het besluit niet nietig is, omdat de uitbouw wordt geplaatst binnen het privégedeelte van [naam 5] , het privégedeelte niet wordt vergroot en de bestemming woning blijft. Er is dan ook geen wijziging van de akte van splitsing nodig, aldus de VvE. 6. Bovendien is het besluit niet vernietigbaar omdat [naam 4] kosten maakt, de overige leden geen nadeel ondervinden en de gestelde hogere onderhoudskosten niet zijn onderbouwd. Dat andere eigenaars geen uitbouw kunnen maken is niet het gevolg van dit besluit maar komt omdat zij geen appartement op de bovenste verdieping bezitten. Precedentwerking is niet aan de orde want [naam 4] is de enige met een privé dak. Het aangezicht verandert slechts aan de achterkant van het gebouw. Ten slotte heeft het bezwaar tegen de verleende omgevingsvergunning geen schorsende werking. De beoordeling ontvankelijkheid 7. Ingevolge artikel 5:130 BW is een besluit van de VvE vernietigbaar als dit in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid is genomen en de vernietiging daarvan binnen een maand wordt verzocht. Onbetwist is gebleven dat het verzoek tot vernietiging van het besluit tijdig is gedaan. Avidus is dan ook ontvankelijk in haar verzoek. juridisch kader 8. Op grond van artikel 5:130 BW is de kantonrechter bevoegd te oordelen over een verzoek tot vernietiging van een VvE-besluit. Een verklaring voor recht dat een besluit nietig is, dient in beginsel bij de rechtbank en niet bij de kantonrechter te worden ingediend. In zijn arrest van 10 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1275) heeft de Hoge Raad echter overwogen dat in een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de VvE op de voet van artikel 5:130 lid 1 BW in verbinding met artikel 2:15 BW tevens een beroep op de nietigheid van dat besluit aan de orde kan worden gesteld. De kantonrechter kan zich derhalve ook buigen over de vraag of het besluit nietig is en zal dat ook doen. 9. Op grond van artikel 2:14 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, dat in strijd is met de wet of de statuten, nietig, tenzij uit de wet iets anders voortvloeit. 10. Op grond van artikel 2:15 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging bepaalde, vernietigbaar wegens (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.