← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:1654

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/266334-22 RK nummer: 22/4632 Datum uitspraak: 22 februari 2023 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 oktober 2022 door de Onderzoeksrechter bij de Rechtbank van eerste aanleg te West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats] (Suriname), ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres opgeëiste persoon] , feitelijk verblijfadres: [verblijfadres opgeëiste persoon] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 december

  1. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. B.P.J. Heinrici, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Bij tussenuitspraak van 3 januari 2023 is het onderzoek heropend en is de beslissing over de overlevering aangehouden in afwachting van een eventuele wijziging in de situatie rondom de detentieomstandigheden. Hierbij is de termijn nogmaals verlengd, nu met 60 dagen. De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 22 februari
  2. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. 2Ontvankelijkheid officier van justitie De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft per e-mail van 16 februari 2023 meegedeeld dat het EAB is ingetrokken. De officier van justitie heeft daarom ter zitting gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat zij niet kan worden ontvangen in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB, omdat het EAB inmiddels is ingetrokken. 3Beslissing Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. Heft op het geschorste bevel gevangenhouding van [opgeëiste persoon]. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en Ch.A. van Dijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 22 februari
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste, derde en zesde lid, OLW. Zie artikel 22, zesde lid, OLW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.