beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/724553 / FA RK 22-6709 (HH/JS) Beschikking van 22 maart 2023 betreffende het gezag in de zaak van: [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de vader, advocaat mr. F. Özdemir-Sahin te Amsterdam, tegen [de moeder] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de moeder, advocaat mr. E.E. Sprenkeling te Amsterdam. 1De procedure 1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoek van de moeder met producties, ingekomen op 25 oktober 2022; - deel 2 van productie 5 en productie 7 van de zijde van de moeder, ingekomen bij de rechtbank op 17 februari 2023; - het verweerschrift van de moeder ingekomen bij de rechtbank op 28 februari 2023. 1.2. De mondelinge behandeling achter gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 maart 2023 Verschenen zijn: partijen en hun advocaten. De vader wordt bijgestaan door een tolk Arabisch. 2De feiten De minderjarigen: [minderjarige 1],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] 2012; [minderjarige 2],geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum 2] 2014, zijn geboren uit de moeder voornoemd. Bij beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 oktober 2020 is de vader vervangende toestemming verleend tot erkenning van de minderjarigen. De moeder is belast met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen. 3Het verzoek en het verweer 3.1. Het verzoek strekt tot het gezamenlijk belasten van de vader en de moeder met de uitoefening van het gezag op grond van artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek. 3.2. Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek van de vader. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna nader ingegaan. 4De standpunten 4.1. De vader heeft bij de mondelinge behandeling mede bij monde van zijn advocaat onder meer naar voren gebracht dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] iedere zaterdag en zondag bij hem zijn. Uit de ingediende producties van foto’s, voorzien van datum, blijkt dat er nog heel recent omgang is geweest en wel op zaterdag én op zondag. De moeder bestrijdt dit, maar onderbouwt dit niet, bijvoorbeeld door het overleggen van foto’s. Het is evenmin juist dat de relatie met de moeder zich kenmerkte als psychisch en lichamelijk gewelddadig. De moeder veroorzaakte problemen die verband hielden met de verblijfsvergunning van de vader. Er heeft een ondertoezichtstelling gelopen omdat de moeder de kinderen gedurende twee jaar bij hem weg heeft gehouden. De ondertoezichtstelling heeft ertoe geleid dat er in onderling overleg een omgangsregeling tussen partijen is afgesproken, die goed loopt. De vader is, anders dan de moeder stelt, al die jaren slechts drie keer in Egypte geweest. Dat de moeder zegt dat de vader nauwelijks omkijkt naar de kinderen, vindt hij kwalijk. De vader steekt veel tijd en energie in procedures om de kinderen te kunnen zien en als de kinderen bij hem zijn doet hij leuke dingen met hen. Dat hij de kinderen zou hebben opgesloten in hun slaapkamer, zoals de moeder verklaart, ontkent de vader met klem en dit wordt door de moeder ook niet onderbouwd. Dat iedere beslissing tot miscommunicatie zou leiden, zoals de moeder stelt, is niet correct. Ouders spreken met elkaar in het Arabisch, de kinderen beheersen dit ook en partijen communiceren goed met elkaar. Dit komt naar voren in de overgelegde productie 7 waar whatsapp gesprekken worden gevoerd en over en weer foto’s van de kinderen worden gestuurd. Daarnaast stuurt de moeder facturen met verzoek aan de vader om die (deels) te betalen. Partijen hebben meerdere keren per week contact over de kinderen en zij zijn dan ook in staat om belangrijke beslissingen over de kinderen samen te nemen. Dat ouders qua opvoeding misschien diametraal tegenover elkaar staan, is geen reden om niet over te gaan tot gezamenlijk gezag. De vader geeft de kinderen veel aandacht en houdt veel van hen. De moeder wil dat de vader voor de kinderen zorgt en meebetaalt maar wil niet dat hij iets over hen te zeggen heeft, dit is de omgekeerde wereld. De vader betwist uitdrukkelijk dat hij een verstandelijke beperking zou hebben en ook betwist hij dat hij de kinderen zou willen ontvoeren naar Egypte, welk standpunt evenmin door de moeder wordt onderbouwd. De vader heeft een verblijfsvergunning en een baan in Nederland, de kinderen gaan hier naar school. Er is enkele geen reden waarom hij Nederland zou willen verlaten. Nu gezamenlijk gezag het uitgangspunt is en de kinderen niet klem of verloren zullen raken tussen de ouders, is toewijzing van het verzoek in het belang van de kinderen, aldus de vader. 4.2. De moeder heeft bij de mondelinge behandeling mede bij monde van haar advocaat en conform de overgelegde pleitnota onder meer naar voren gebracht dat de kinderen elk weekend van 12 tot 5 of 6 uur op zondag bij de vader zijn. Zij zijn daar niet op zaterdag en zij overnachten ook niet bij de vader. De moeder is tegen inwilliging van het verzoek. De vader heeft de kinderen opgesloten op hun kamer en geslagen, waarna de kinderen uit het raam probeerden te klimmen. Ook is de vader vaak in Egypte en is dan onbereikbaar. Dit maakt dat de moeder geen vertrouwen in de vader heeft en een feitelijke invulling van een behoorlijke gezagsuitoefening onmogelijk is. Daarnaast vreest de moeder dat de kinderen zal ontvoeren naar het buitenland als hij met haar wordt belast met het gezag. Als belangrijkste contra indicatie voor gezamenlijk gezag noemt de moeder dat de vader een licht verstandelijke beperking heeft waardoor hij de Nederlandse taal niet machtig is en niet in staat is om te lezen of te schijven. Bij iedere beslissing over de kinderen zal dit leiden tot miscommunicatie. De communicatieproblemen tussen de ouders zijn dermate ernstig van aard dat ouders niet in staat moeten worden geacht tot een behoorlijke gezagsuitoefening en de kinderen niet klem zullen raken tussen de ouders. Niet te verwachten valt dat hier binnen afzienbare tijd verandering in zal komen. De ouders staan in de opvoeding diametraal tegenover elkaar. 5De beoordeling 5.1. De rechtbank overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:253 c, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nimmer het gezamenlijk gezag met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk (dan wel hem alleen) gezag te belasten. Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat indien het verzoek ertoe strekt de ouders met het gezamenlijk gezag te belasten en de andere ouder met het gezamenlijk gezag niet instemt wordt het verzoek slechts afgewezen indien:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.