RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/713032 / HA ZA 22-99 Vonnis van 22 maart 2023 in de zaak van 1. vennootschap naar buitenlands recht VERT ASIA LIMITED, gevestigd Hong Kong,2. vennootschap naar buitenlands recht VERT FASHION COMPANY LIMITED, gevestigd te Vietnam, eisende partijen in conventie, gedaagde partijen in reconventie, hierna samen te noemen: Vert advocaat: mr. M.C. van Rijswijk te Amsterdam, tegen 1. commanditaire vennootschap G-STAR RAW C.V., gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,2. STICHTING BLUEBOX BEHEER, gevestigd te Amsterdam-Duivendrecht,3. G-STAR PRODUCTION INTELLIGENCE CENTRE GMBH, gevestigd te Basel, Zwitserland, gedaagde partijen in conventie, eisende partijen in reconventie, hierna samen te noemen: G-Star advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 12 januari 2022, de akte houdende overlegging producties 1-53 van Vert, nadere overlegging beslagstukken door Vert van 1 februari 2022, het vonnis in incident van 20 april 2022, waarin is beslist dat Vert zekerheid moet stellen voor de mogelijke proceskosten van G-Star op grond van artikel 224 Rv., de conclusie van antwoord, met producties 1-71 van G-Star, het tussenvonnis van 5 oktober 2022 waarbij een mondelinge behandeling is gelast, het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 31 januari 2023, en de daarin opgenomen processtukken. 1.2. Vert heeft de rechtbank verzocht wijzigingen aan te brengen in het proces-verbaal. G-Star heeft daartegen bezwaar gemaakt. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien tot aanpassing van het proces-verbaal. 1.3. Op de zitting is bepaald dat vandaag vonnis zou worden gewezen. 2De zaak in het kort Vert heeft jarenlang voor G-Star kleding gemaakt in een fabriek in Vietnam. Tussen partijen gold een raamovereenkomst, waarin duidelijk bedongen was dat G-Star niet verplicht was Vert orders te geven en dat er pas verplichtingen ontstaan als G-Star, na het doorlopen van een bepaalde procedure, een order verstrekt. Eind 2018 hebben partijen afgesproken dat Vert in de jaren 2019, 2020 en 2021 alle Whistlerjassen voor G-Star zou produceren. Daarmee nam G-Star, in afwijking van de raamovereenkomst, wel een verplichting op zich. De fabriek van Vert draaide in deze jaren nagenoeg geheel op orders van G-Star. In augustus 2020 heeft G-Star Vert gemeld bepaalde orders die in voorgaande jaren waren geplaatst in 2021 niet te zullen plaatsen, en kort daarop dat zij in 2021 ook geen Whistlerjassen zou bestellen. Die heeft zij elders besteld. Dat is een grove schending van de afspraak dat Vert tot en met 2021 alle Whistlerjassen zou produceren. Hoewel G-Star in principe geen verplichting had om gewone orders te geven, stond het haar ook niet vrij om Vert plotseling te laten weten dat zij die niet meer zou plaatsen. Zij had ook rekening te houden met de belangen van Vert en met G-Star’s eigen zogenaamde CSR-beleid. G-Star had daarom Vert niet alleen een order moeten geven om de Whistlerjassen voor 2021 te laten maken, ze had Vert ook nog gewone orders moeten geven om de periode daarvoor te overbruggen. G-Star is tekort geschoten tegenover Vert. Zij moet de schade die Vert daardoor heeft geleden vergoeden. De rechtbank oordeelt over een aantal schadeposten en stelt partijen in de gelegenheid zich over een aantal punten die over de schade gaan uit te laten. 3De feiten in conventie 3.1. In juni 2016 zijn partijen de “Supply Agreement” aangegaan. Dat is een raamovereenkomst waarin de voorwaarden zijn vastgelegd voor de samenwerking tussen partijen. 3.2. Artikel 2.2 van de Supply Agreement luidt: “ Applicability of this Agreement. A Purchase Order accepted by Supplier or an Affiliate of it shall establish a direct contractual relationship between G-star Affiliate (sic) or G-Star Affiliate on the one hand and Supplier or such Affiliate on the other, subject to this Agreement. This Agreement applies to each accepted Purchase Order, including in case of a failing reference to this Agreement in the purchase order” Artikel 2.3 van de Supply Agreement luidt, voor zover relevant: “ Framework only. Nothing in this Agreement shall be interpreted or construed as an obligation of G-Star or G-Star Affiliate to issue any Purchase Order or as any minimum order commitment for either of them. Nor shall this Agreement obligate Supplier to sell any Products to G-Star or any G-Star Affiliate. No obligation to purchase or to sell shall arise until a Purchase Order is placed and accepted in accordance with Article 3 of this Agreement. (…)” Artikel 3.1, tweede alinea, van de Supply Agreement luidt: “ PO required (…) Notwithstanding the provision of any forecast, indication or any desired or anticipated production capacity available, or orders that are designated as preliminary, G-Star shall not be required or bound to purchase or accept any Products from Supplier, unless G-Star has issued a Purchase Order with a designated PO number in respect of such Product and this Purchase Order is accepted in accordance with Chapter II. (…)” 3.3. In artikel 26 van de Supply Agreement wordt verwezen naar het beleid van G-Star op het gebied van corporate social and environmental responsibility (CSR), neergelegd in Annex 4 van de Supply Agreement. Het CSR-beleid van G-Star ziet onder meer op de onderwerpen werkomstandigheden, gezondheid en veiligheid, verbod op kinderarbeid, loon, en het voorkomen van buitensporige werkuren. Daarnaast was G-Star lid van Better Buying, een platform dat (kort gezegd) aanmoedigt dat producten onder veilige werkomstandigheden worden geproduceerd. 3.4. Vanaf 2016 heeft G-Star op basis van de Supply Agreement regelmatig bestellingen gedaan. De rechtbank zal hierna, in navolging van partijen, spreken over Reguliere Bestellingen. Dat betrof met name de productie van jassen. Het plaatsen van een dergelijke bestelling gebeurde via een vaste procedure, bestaande uit diverse stappen. Onderdeel van het traject was dat er door Vert een prototype werd gemaakt, dat vervolgens door G-Star werd beoordeeld. Daarna maakte Vert een Sales Men Sample (SMS), een product gereed voor de verkoop, waarop de potentiële afnemers kritiek konden leveren in het zogeheten “Production Book”. Daarna werd het definitieve aantal producten bekend gemaakt. Tot slot plaatste G-Star de Purchase Order (“PO”). 3.5. Partijen hanteerden een systeem van “open costing”, wat inhield dat G-Star volledig inzicht had in de kosten en de marge van Vert. 3.6. In december 2018 werd tussen partijen de zogenoemde “driejaarsafspraak” gemaakt. De afspraak betrof de productie van winterjassen van het type “Whistler”, gedurende een periode van drie jaar, te weten de jaren 2019, 2020 en 2021. Ieder jaar zouden de Whistlerjassen in de periode maart, april en mei door Vert geproduceerd worden, en vanaf juni worden uitgeleverd, zodat de jassen op tijd, in het najaar, in de winkels zouden hangen. In de overige maanden, van oktober tot en met februari werden andere bestellingen van G-Star door Vert uitgevoerd, zoals de productie van zomerjassen, zwembroeken en overshirts. 3.7. De fabriek van Vert kreeg voornamelijk opdrachten van G-Star en had weinig opdrachten van andere klanten. 3.8. In april 2020 heeft G-Star Vert laten weten dat zij, vanwege de wereldwijde maatregelen vanwege COVID-19, bestellingen voor het derde kwartaal van 2020 moest terugschroeven. Een deel van de bestellingen werd geannuleerd en een ander deel gereduceerd. 3.9. Op 19 augustus 2020 heeft [naam 2] , directeur van Vert, aan [naam 1] , medewerker van G-Star, gevraagd naar de stand van zaken rondom de zomerjassen voor het eerste kwartaal van 2021, omdat Vert een dergelijke bestelling het voorgaande jaar ook had gekregen. [naam 1] heeft bevestigd dat er geen jassen voor dat kwartaal in de planning staan. 3.10. Bij e-mail van 24 augustus 2020 heeft [naam 2] aan [naam 3] , medewerker van G-Star, het volgende gestuurd: “(…) we have the impression PO’s are there but have been reallocated. Last year we made +/- 23.000 jackets for 20Q1, it was projected +/- the same quantities could be in place but understand due to covid quantities would have been reduced but can not imagine as zero. It is an unwritten agreement/common practice factories who produce SMS shall receive that orders. There is/was no communication or signals we have to think otherwise until [naam 3] is informing August 19th please contact [naam 3] …” 3.11. Op 25 augustus 2020 heeft [naam 3] vervolgens, ten aanzien van te produceren jassen voor het eerste kwartaal van 2021, aan [naam 2] het volgende e-mailbericht gestuurd: “Due to this drop in demand we have had to consolidate productions for this product category as much as possible, as unfortunately current production units do not justify a separate vendor in Vietnam.” 3.12. [naam 3] heeft [naam 2] in die e-mail ook laten weten dat de zwembroekorder voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 wel door kan gaan. 3.13. [naam 2] heeft in een e-mail van 26 augustus 2020, samengevat, aan [naam 3] laten weten dat de omstandigheid dat G-Star op het laatste moment bepaalde orders niet plaatst, niet door Vert kan worden opgevangen, en dat dit grote risico’s oplevert voor de continuïteit van de onderneming van Vert. En verder dat hij gedwongen is werknemers naar huis te sturen, omdat er niet genoeg werk is. 3.14. Bij e-mail van 28 augustus 2020 heeft [naam 3] aan [naam 2] geschreven: “(…) Unfortunately for 21Q1, due to a drastic drop in demand, we have had to consolidate productions for the jacket category as much as possible. We understand that this is disappointing for Vert but please be reminded that an SMS order does not guarantee the actual bulk order, even more so during the current crisis situation. We are, like the entire industry, constantly trying to adapt to a new reality with a demand that is still incredibly volatile. Because of this, it is extremely difficult to communicate a precise forecast. We are concerned to hear about your intention to send staff home during October/November and are surprised about the high volumes you anticipated without our confirmation. Could you please further elaborate on these planned measures? Moving forward, we want to be completely transparent with you on our plans for the remainder of 2021 seasons. The drop in demand for the padded outerwear products as well as a reduced sourcing team here at HQ (due to recent restructurings caused by COVID-19), forces us to consolidate production with less vendors in order to optimize efficiency. We have always appreciated our partnership and the way that we have worked together but we are simply no longer in a position where we can offer that same level of HQ support with our current reduced team. Therefore, for 21Q3 and Q4 we herewith share our formal notice that we will not be placing any outerwear SMS or bulk production orders with Vert, nor any other outerwear vendor in Vietnam. (…).” Hiermee liet G-Star dus weten dat er niet alleen geen bestellingen voor de jassen voor het eerste kwartaal van 2021, maar ook voor geen bestellingen voor de jassen voor het derde en vierde kwartaal van 2021, de Whisterjassen, zullen worden geplaatst. 3.15. [naam 2] heeft daarop, op 31 augustus 2020, onder meer als volgt gereageerd: “(…) you are aware that the fact you have not prepared us for this decision in a timely manner will force us to let people go.” 3.16. In die e-mail heeft [naam 2] een online bespreking voorgesteld. Die bespreking heeft plaatsgehad op 1 september 2020. Namens G-Star waren [naam 3] en [naam 4] , hoofd CSR van G-Star, aanwezig. Namens Vert participeerde [naam 2] . Tijdens die bespreking heeft [naam 4] onder meer gevraagd wat voor materiaal Vert nog in de fabriek had liggen, en heeft zij gezegd dat zij, gegeven G-Star’s verantwoordelijkheid volgens haar CSR-beleid, wilde voorkomen dat er ontslagen zouden vallen onder de werknemers van Vert bij de fabriek in Vietnam en wilde kijken of geannuleerde orders toch nog geplaatst konden worden. 3.17. In de e-mail van 8 september 2020 heeft [naam 3] het volgende aan [naam 2] geschreven: “As agreed you would send us the stock overviews of 20Q3 semi-finished units as well as the units per style/color/size we can still produce on 20Q3 stock fabrics, trims. so we can check and let you know for what part we can place order on short notice. Well received your overviews and we’ll feed back to you during this week on the possibilities for these items. (…) Besides we ll check again on possibilities tot include Vert for 21Q3 but at this stage we cannot confirm that will materialize.” 3.18. Vervolgens heeft [naam 2] in september 2020 meerdere herinneringse-mails aan [naam 3] gestuurd, waarop [naam 3] niet heeft gereageerd. 3.19. Bij brief van 5 oktober 2020 heeft (de advocaat van) Vert G-Star aansprakelijk gesteld voor de schade die Vert zegt te lijden vanwege de beëindiging van de samenwerking. In die brief schrijft Vert onder meer dat de fabriek mogelijk moet sluiten. 3.20. In een e-mail van 16 oktober 2020 heeft [naam 5] , CEO van G-Star, aan [naam 2] onder meer geschreven: “Alhoewel ons standpunt is jullie geen betaling of order verschuldigd te zijn, is er ons, uit dankbaarheid voor de relatie en samenwerking in de afgelopen jaren, veel aan gelegen om op een voor beide partijen acceptabele manier uit elkaar te gaan. Om deze reden stellen wij voor de goederen waarvan jullie aangeven dat deze klaar staan met een totale waarden van 234k USD per 1 november 2020 van jullie af te nemen. Daarnaast komen wij graag gezamenlijk tot een voorstel voor een order voor goederen waarvan jullie hebben aangegeven reeds fabrics te hebben ingekocht. Als wij een goed begrip van de situatie hebben gaat dit om 13.448 units, met een totale FOB waarde [rechtbank: inkoopprijs exclusief kosten van o.a. transport] van 631k USD. Ons voorstel is deze goederen tussen 15 en 30 november van jullie af te nemen.” 3.21. Op 26 oktober 2020 heeft [naam 5] aan [naam 2] geschreven: “Wij zijn sowieso bereid om het product dat gereed staat af te nemen tegen de afgesproken FOB-waarde van ongeveer 250k USD. “Verder zijn we, zoals eerder aangegeven, geheel vrijblijvend en uit goede wil onder voorbehoud van alle rechten en weren, bereid om een order voor jassen (type “whistler” of anders nader overeen te komen) bij jullie te plaatsen.” 3.22. Op 30 oktober 2020 heeft [naam 6] , directeur van Vert, een e-mail aan [naam 5] gestuurd met de volgende inhoud: “(…) De werkelijke feiten zijn dat G-Star in april 2020 ten onrechte een substantieel deel van de Q3-2020 orders heeft gecanceld. Dit konden wij nog net opvangen. Vervolgens heeft G-star op werkelijk het allerlaatste moment ten onrechte de Q1-2021 orders afgeblazen en slechts enkele dagen daarna op 28 augustus 2020 ten onrechte laten weten dat G-Star – op uitsluitend zwembroeken na (waar we geen winst op maken) – volledig overging op andere leveranciers. G-Star heeft daarmee de samenwerking met Vert onrechtmatig en op een veel te korte termijn vrijwel volledig beëindigd. Dat konden wij met geen mogelijkheid meer opvangen. Als G-Star niet op deze wijze haar contractuele verplichtingen had geschonden dan hadden wij meer mogelijkheden gehad dit op te vangen. Dit geldt dus niet alleen voor het niet nakomen van de harde afspraak om 3 jaar lang 100.000 Whistler jackets af te nemen maar geldt ook voor het ten onrechte cancelen in april 2020 van de Q3-2020 orders en het vervolgens eind augustus 2020 ten onrechte afblazen van vrijwel alle 21Q1 orders, dit terwijl we ervan uit mochten gaan die orders te krijgen (onder meer vanwege het ontvangen production book, verstuurde pps en het op jullie verzoek aan jullie verzonden capacity plan). (…) Zoals je kunt lezen in die e-mailcorrespondentie heeft [naam 2] [rechtbank: [naam 2] van Vert] nog expliciet aan [naam 3] [rechtbank: [naam 3] van G-Star] aangegeven dat de afgeblazen Q1-2021 orders nog konden worden opgevangen als de USD 164K aan voor G- Star ingekochte componenten op korte termijn alsnog zouden worden vermaakt tot door G- Star af te nemen producten. Dit was nota bene een idee dat [naam 4] [rechtbank: [naam 4] van G-Star] van CSR zelf had geopperd om te voorkomen dat we de eerste grote groep mensen moesten ontslaan. De reden dat deze mensen moesten, en uiteindelijk alle mensen naar huis moeten worden gestuurd en de fabriek moet worden gesloten, is omdat er geen perspectief op vervolgorders is. Immers G-Star heeft op 28 augustus 2020 aangegeven dat er geen nieuwe orders meer zouden worden geplaatst. Niet in 2020 en ook niet meer in 2021. Ondanks de belofte van [naam 3] om op de door [naam 4] geopperde oplossing nog dezelfde week terug te komen en ondanks reminders van [naam 2] (zowel per e-mail als telefonisch) is G-Star niet meer op deze oplossing terug gekomen. (…) Je redenering dat wij de fabriek niet hoeven sluiten als G-Star “nog een order voor jassen” bij ons zouden plaatsen klopt dus niet. Het gaat namelijk om veel meer dan alleen de niet nagekomen afspraak van de 100.000 Whistler jassen. Je bereidheid nog een beperkte order voor jassen te plaatsen is dan ook typisch een geval van “too little too late”. Het kwaad is namelijk al geschied toen G-Star op 28 augustus 2020 heeft aangegeven in feite met alles te stoppen. Dit konden wij uiteraard niet opvangen. Je voorstel is dan ook veel en veel te mager.” 3.23. Bij brief van 16 november 2020 heeft [naam 5] de Supply Agreement met Vert opgezegd tegen 31 juli 2021. 3.24. G-Star heeft voor het derde en vierde kwartaal van 2021 56.000 Whistlerjassen laten produceren door het bedrijf SnowTex Outerwear Ltd. in Bangladesh (hierna: SnowTex). De opdracht daartoe is door G-Star geplaatst in februari 2021. in reconventie 3.25. Op 22 maart 2021 heeft Vert met verlof van de Voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam diverse conservatoire derdenbeslagen gelegd ten laste van G- Star. De beslagen zijn opgeheven nadat G-Star een bankgarantie heeft gesteld. 3.26. Zalando SE heeft bij G-Star een claim ingediend omdat in een partij aan Zalando geleverde Whistlerjassen een te grote hoeveelheid van de chemische stof quinoline zou zijn aangetroffen. 4Het geschil en de beoordeling in conventie 4.1. Vert vordert de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: i. te verklaren voor recht dat G-Star, althans een of meer van hen, toerekenbaar zijn tekort geschoten in hun contractuele en buiten-contractuele verplichtingen jegens Vert en jegens hen onrechtmatige daden hebben gepleegd, al deze tekortkomingen en onrechtmatige daden zoals omschreven in de dagvaarding, en dat G-Star op grond hiervan gehouden zijn tot vergoeding van de schade die Vert, althans een of meer van hen, als gevolg hiervan hebben geleden of nog zullen lijden; G-Star, althans een of meer van hen, hoofdelijk te veroordelen, althans een of meer van hen te veroordelen, tot betaling aan Vert binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis van USD 17.553.453,44 en € 49.376,46, althans een door de rechtbank in goede justitie te begroten dan wel te schatten omvang van de schade dan wel op te maken bij staat, steeds te vermeerderen met wettelijke handelsrente althans wettelijke rente daarover vanaf de datum van het ontstaan van de betreffende schades, zijnde 28 augustus 2020 (de datum waarop G-Star per e-mail aangaven vrijwel de gehele samenwerking te beëindigen) respectievelijk 16 november 2020 (de datum waarop G-Star de Supply Agreement opzegde), althans vanaf door uw Rechtbank in goede justitie te bepalen data, tot aan de dag van algehele voldoening; 4.2. Vert legt aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. G-Star heeft door Vert kleding laten produceren op grond van een Supply Agreement en een aanvullende driejaarsafspraak. G-Star is haar verplichtingen onder deze overeenkomsten niet nagekomen, als gevolg waarvan Vert niet alleen inkomsten mist, maar ook genoodzaakt is geweest de fabriek in Vietnam te sluiten, omdat de fabriek vrijwel alleen kleding voor G-Star produceerde. Vert moest hierdoor al haar werknemers ontslaan en zij kon vele lokale leveranciers niet meer betalen. Vert vindt dat G-Star op grond van wanprestatie en/of onrechtmatige daad schadeplichtig is jegens haar. 4.3. G-Start heeft de vorderingen van Vert gemotiveerd betwist. 4.4. Op de standpunten van partijen wordt hierna ingegaan. Duiding driejaarsafspraak 4.5. Vert stelt dat G-Star is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen voortvloeiend uit de driejaarsafspraak. Volgens Vert hield die afspraak in dat G-Star drie jaar lang (de jaren 2019, 2020 en 2021) 100.000 winterjassen per jaar van het type Whistler moest laten produceren door Vert. G-Star betwist dat. Volgens G-Star hield de driejaarsafspraak in dat G-Star Vert voor een periode van drie jaar exclusief de productie van de Whistlerjassen gunde, waarbij de verwachting was dat circa 100.000 van die jassen jaarlijks bij Vert besteld zouden kunnen worden. Dat aantal was gebaseerd op een schatting die G-Star in 2018, toen de afspraak gemaakt werd, reëel achtte. 4.6. De rechtbank constateert dat niet in geschil is tussen partijen dat tussen hen de afspraak gold dat Vert gedurende drie opeenvolgende jaren, te weten 2019, 2020 en 2021, exclusief de productie van Whistlerjassen op zich zou nemen. Wel in geschil is of de afspraak inhield dat Vert gedurende die jaren een garantie had om 100.000 jassen te produceren, of dat het getal van 100.000 jassen hooguit een voorspelling of schatting was. De stelling van Vert dat de driejaarsafspraak inhield dat G-Star jaarlijks 100.000 Whistler jassen bij Vert moest bestellen, is niet komen vast te staan. 4.7. Uit e-mailscorrespondentie waarnaar Vert onder meer verwijst, tussen [naam 7] en [naam 8] van G-Star enerzijds, en [naam 2] van Vert anderzijds blijkt een dergelijke garantie niet. Wat daaruit wel blijkt is dat partijen hebben onderhandeld over de prijzen van de Whistlerjassen op basis van een verwacht volume van 100.000 stuks. [naam 8] heeft op 11 december 2018 in een e-mail aan [naam 2] gevraagd: “Can you pls send me the overview for all options – based upon total package of 100.000 pcs, divided over all styles.” In die e-mail wordt een overzicht voor “all options” gevraagd, gebaseerd op een totaal van 100.000 stuks. “All options” slaat op de hoeveelheid dons en veren per jas. [naam 2] heeft vervolgens prijsberekeningen aan [naam 7] gestuurd, waarna [naam 7] op 12 december 2019 een tegenvoorstel heeft gedaan aan [naam 2] : “Attached now the latest targets (in green) which I sent to Vietnam and China also. Forecast 100K and we keep the this program for 3 consecutive years”. 4.8. Vervolgens komen partijen voor de verschillende types Whistlerjassen een prijs per jas overeen. De rechtbank volgt G-Star dan ook in haar standpunt dat het getal van 100.000 jassen per jaar een inschatting was op basis waarvan partijen de prijs van de jassen konden vaststellen. 4.9. Dit blijkt ten overvloede ook nog uit de omstandigheid dat, toen er in 2020 slechts 70.000 jassen door Vert zijn geproduceerd, partijen hebben afgesproken dat Vert daarvoor gecompenseerd zou worden door middel van een zogeheten “upcharge”. Tekortkoming driejaarsafspraak 4.10. Eind augustus 2020 heeft G-Star aan Vert te kennen gegeven voor het jaar 2021 geen Whistlerjassen te bestellen. De vraag die ter beantwoording voorligt is of G-Star gerechtigd was dat te doen, of dat G-Star daarmee in strijd met de driejaarsafspraak heeft gehandeld en dus is tekortgeschoten jegens Vert. Dat laatste is het geval. De aankondiging dat G-Star in 2021 geen Whistlerjassen zou gaan afnemen is een evidente en grove schending van de afspraak dat zij tot en met 2021 alle Whistlerjassen bij Vert af zou nemen. Dat er geen minimale afnameverplichting in de Supply Agreement is opgenomen doet daar niet aan af. De Supply Agreement is slechts een raamovereenkomst, maar de driejaarsafspraak is een concrete afspraak tussen partijen die voor zich spreekt, te weten dat G-Star drie jaar lange alle Whistlerjassen bij Vert moet bestellen. Dat sprake was van exclusiviteit betekent dat G-Star niet bij een andere producent had mogen bestellen in 2021, wat zij wel gedaan heeft, te weten 56.000 Whistlerjassen bij SnowTex. 4.11. De redenen die G-Star aandraagt voor het niet plaatsen van de bestelling Whistlerjassen bij Vert voor 2021, kunnen haar niet baten. In de e-mail van 28 augustus 2020 (zie hiervoor onder 3.14), noemt G-Star enkel als reden van de annulering dat sprake is van een verminderde vraag vanwege de COVID-19 crisis. Dat argument gaat echter niet op, want G-Star heeft in februari 2021 wel degelijk Whistlerjassen besteld voor het najaar van 2021, bij een andere producent. 4.12. Voor het eerst tijdens deze procedure heeft G-Star aangevoerd dat Vert financieel onbetrouwbaar is, en dat Vert gedurende de eerste twee jaren van de uitvoering van de driejaarsafspraak niet in staat was om leveranciers van de voor de productie van Whistlerjassen benodigde materialen te betalen, waardoor G-Star telkens bij moest springen. Uit de in het geding gebrachte correspondentie tussen partijen blijkt niet dat G-star hier eerder een groot probleem van gemaakt heeft. Het argument kan de schending door G-Star van de driejaarsafspraak daarom onmogelijk vergoelijken. 4.13. Het standpunt van G-Star dat zij de deur openliet om alsnog jassen door Vert te laten produceren, maar dat Vert dat zelf niet meer wilde en de fabriek sloot, volgt de rechtbank niet. De e-mail van 28 augustus 2020 was duidelijk. Daarin staat dat er helemaal geen jassen meer worden besteld in 2021. Vert heeft in reactie daarop laten weten dat dat desastreuze gevolgen heeft voor haar onderneming, en dat zij personeel naar huis moet sturen en de fabriek moet sluiten. De e-mail van G-Star van 8 september 2020 (zie hiervoor onder 3.17) waarin G-Star aangeeft dat zij binnenkort zal laten weten wat er nog mogelijk is, geeft geen enkele zekerheid dat G-Star alsnog zal gaan bestellen. Vervolgens heeft G-Star pas half oktober 2020 (zie hiervoor onder 2.21) een voorstel gedaan om alsnog 13.448 jassen te produceren. Toen had Vert echter al een deel van het personeel naar huis gestuurd. 4.14. Kortom, dat G-Star geen Whistlerjassen voor het jaar 2021 bij Vert heeft besteld, en die bestelling elders heeft geplaatst, te weten 56.000 jassen bij SnowTex, maakt dat G- Star is tekort geschoten in de nakoming van de driejaarsafspraak. Wat voor gevolgen deze tekortkoming van G-Star heeft Vert komt aan de orde vanaf overweging 4.27. 4.15. Tussen partijen bestaat discussie over de vraag of de driejaarsafspraak onder de werking van de Supply Agreement valt. De Supply Agreement omvat de gehele samenwerking tussen de betrokken partijen, dus ook de orders onder de driejaarsafspraak vallen daaronder. Dat is echter niet relevant voor het antwoord op de voorliggende vraag of G-Star de driejaarsafspraak heeft geschonden, omdat de driejaarsafspraak een expliciete afnameverplichting inhoudt. Daarmee zijn partijen dus uitdrukkelijk afgeweken van de bepalingen uit de Supply Agreement voor zover die inhouden dat daaruit geen verplichting voortvloeit om bestellingen te plaatsen. Tekortkoming Reguliere Bestellingen en opzegging Supply Agreement 4.16. De rechtbank ziet aanleiding om de verwijten van Vert ten aanzien van de niet-nakoming van de Reguliere Bestellingen en de opzegging van de Supply Agreement gelijktijdig te behandelen. De Supply Agreement was slechts een raamovereenkomst. Het al dan niet voorbestaan van de handelsrelatie tussen partijen hing af van het daadwerkelijk verstrekken van PO’s. Dus ook als de Supply Agreement niet was opgezegd kon de relatie tussen partijen feitelijk worden beëindigd door geen PO’s meer te verstrekken. De opzegging van de Supply Agreement en de termijn waarop dat is gebeurd, is dan ook in de kern niet relevant, omdat het bestaan van de Supply Agreement weliswaar vereist was voor het verstrekken van orders, maar niet verplichtte tot het doen van orders. Het gaat erom of G-Star wel of niet tekort is geschoten door te laten weten geen Reguliere Bestellingen meer te doen. Aan de standpunten van partijen over de opzegging van de Supply Agreement, en bijvoorbeeld de discussie of er een zwaarwegende opzeggingsgrond nodig was, komt de rechtbank niet toe. 4.17. Vert stelt dat G-Star tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichting tot het doen van Reguliere Bestellingen uit hoofde van de Supply Agreement. Vert stelt dat zij erop mocht vertrouwen dat G-Star door zou gaan met het plaatsen van Reguliere Bestellingen en voert daartoe vier redenen aan: Allereerst omdat vanaf de aanvang van de Supply Agreement zo’n vier keer per jaar een SMS-traject werd doorlopen wat steevast eindigde in een order voor Vert. Ten tweede omdat G-Star Vert steeds verzocht om de “capacity plans”, omdat het van groot belang was dat de fabriek steeds goed gevuld was, omdat Vert anders niet tegen de afgesproken lage prijzen aan G-Star kon leveren. Ten derde mocht Vert vertrouwen ontlenen aan de door Vert in het kader van de driejaarsafspraak gedane investeringen in extra productielijnen, nieuwe machines en extra personeel. Die uitbreiding was niet nodig als Vert niet had verwacht dat het volume van de driejaarsafspraak bovenop en niet in plaats van de Reguliere Bestellingen zouden komen. Ten slotte stelt Vert dat zij vertrouwen kon ontlenen aan voortzetting van de reguliere bestellingen vanwege het CSR-beleid van G-Star. Artikel 26 van de Supply Agreement schrijft voor dat G-Star dat beleid hanteert, en dat van Vert wordt verwacht dat zij dat ook naleeft. G-Star wil zich er dus op doen voorstaan dat zij ethisch verantwoord handelt. 4.18. G-Star betwist dat Vert erop mocht vertrouwen dat G-Star op basis van de Supply Agreement Reguliere Bestellingen bij haar zou blijven plaatsen. In de Supply Agreement is namelijk expliciet geen afnameverplichting opgenomen. Daarnaast schrijft de Supply Agreement voor dat er pas een definitieve PO is als beide partijen daarmee instemmen. Mocht bij Vert de verwachting hebben geleefd dat G-Star bestellingen zou blijven plaatsen, dan geldt dat G-Star dat vertrouwen niet bij haar heeft opgewekt. Vert noemt vier omstandigheden waaraan zij naar eigen zeggen dat vertrouwen mocht ontlenen. G-Star betwist die omstandigheden. Allereerst voert G-Star aan dat een SMS-traject niet altijd resulteert in een order. Ten tweede geldt dat het op gezette tijden opvragen van de capaciteit van de fabriek van Vert een volkomen gebruikelijke praktijk is, die erop gericht is om ervoor te zorgen dat het niet te risicovol wordt voor beide partijen om de geboekte aantallen te halen. Ten derde voert G-Star aan dat de door Vert gedane investeringen los staan van de productie van de Reguliere Bestellingen. En ten vierde neemt G-Sar het standpunt in dat Vert niet concreet maakt waarom zij aan de CSR-voorwaarden het vertrouwen zou hebben ontleend dat de Reguliere Bestellingen ongewijzigd zouden voortgaan. G-Star hecht inderdaad aan “ethically manufactured products”, maar dat wil niet zegen dat G-Star daarom niet zou hebben mogen besluiten tot het reduceren of staken van de afname van producten van een bepaalde leverancier. 4.19. De rechtbank volgt G-Star in haar standpunt dat artikel 2.3 van de Supply Agreement expliciet een afnameverplichting uitsluit, en dat art. 3.1 van de Supply Agreement voorschrijft dat er pas een definitieve PO is als beide partijen daarmee instemmen. Het uitgangspunt van de Supply Agreement is daarmee helder: die overeenkomst roept geen enkele verplichting voor G-Star in het leven om bestellingen te doen. De eerste drie omstandigheden die Vert noemt, op grond waarvan zij meent vertrouwen te mogen ontlenen aan voortzetting van de samenwerking, maken dat niet anders, waarbij komt dat ze door G-Star gemotiveerd zijn betwist. Daaraan gaat de rechtbank dan ook voorbij. Dat geldt evenwel niet voor de vierde door Vert genoemde omstandigheid, namelijk dat Vert vertrouwen mocht ontlenen aan het CSR-beleid van G-Star. Dit wordt hierna toegelicht. 4.20. De rechten en verplichtingen van partijen ten opzichte van elkaar worden niet alleen bepaald door wat zij uitdrukkelijk zijn overeengekomen, maar ook door de redelijkheid en billijkheid die hun rechtsverhouding beheerst. Dat brengt met zich dat partijen hun gedrag mede laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. Het uitgangspunt is dan wel dat G-Star geen enkele verplichting heeft om bestellingen te doen, maar als G-Star de productiecapaciteit van Vert jarenlang vrijwel volledig opvult komt het ongemeen hard aan als zij plotseling (augustus 2020) laat weten in het volgende jaar vrijwel niets meer te zullen bestellen – óók niet de Whisterjassen waar zij nu juist wel een commitment voor is aangegaan. Door zo te handelen heeft G-Star op geen enkele wijze rekening gehouden met de belangen van Vert. Daarbij komt dat G-Star tijdens de bespreking op 1 september 2020 (zie hierboven onder 3.16) heeft aangegeven dat zij, uit oogpunt van CSR-beleid, op zoek wilde gaan naar mogelijkheden om te voorkomen dat er plotseling ontslagen zouden vallen in de fabriek. Daarop is G-Star echter nooit terug gekomen. Dat valt haar te verwijten. G-Star wist dat een groot deel van de werknemers van Vert geheel of gedeeltelijk op basis van stukloon werkten en dat dit vereist dat er een constant aanbod van werk was, omdat de werknemers anders te weinig zouden verdienen en naar ander werk zouden gaan omzien. 4.21. De rechtbank is daarom van oordeel dat G-Star niet alleen gehouden was Vert de order te geven voor Whistlerjassen in 2021, waarvan zij wist dat die orders gedurende een bepaalde periode van het jaar, te weten de maanden maart, april en mei, vrijwel de gehele productiecapaciteit van Vert in beslag namen. G-Star was óók gehouden voldoende Reguliere Bestellingen te plaatsen bij Vert om de relatief rustige periode voorafgaand aan de uitvoering van de Whistler-order te overbruggen. Die verplichting vloeit voort (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.