← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:1925

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/255737-22 RK nummer: 22/4560 Datum uitspraak: 14 maart 2023 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 mei 2022 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout , België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres opgeëiste persoon] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 20 december 2022 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 december

  1. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.R. Bordewijk, advocaat in Schiedam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tussenuitspraak 3 januari 2023 Bij tussenuitspraak van 3 januari 2023 is het onderzoek heropend en is de beslissing over de overlevering aangehouden in afwachting van een eventuele wijziging in de situatie rondom de detentieomstandigheden in België. Hierbij is de termijn nogmaals verlengd, nu met 60 dagen. Zitting 28 februari 2023 De rechtbank heeft, met instemming van partijen en in gewijzigde samenstelling, het onderzoek op 28 februari 2023 voortgezet in de stand waarin dat onderzoek zich op het moment van de schorsing bevond. De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. G.M. Kolman. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.M. Timorason, advocaat in Amsterdam. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak 3 januari 2023 De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 3 januari 2023 waarin zij al heeft geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (onder 3), de strafbaarheid (onder 4), het onschuldverweer (onder 5) en de terugkeergarantie (onder 6). Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het EAB ziet op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan: Het onderzoek is in België aangevangen; De feiten hebben zich grotendeels in België afgespeeld; Het bewijsmateriaal bevindt zich (grotendeels) in België; Het Nederlandse openbaar ministerie is niet voornemens om vervolging voor de feiten in te stellen. De rechtbank stelt voorop dat: - aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; - de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. Gelet op de door de officier van justitie aangevoerde argumenten, ziet de rechtbank geen aanleiding om deze weigeringsgrond toe te passen. 5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden In een uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor alle gevangenissen in België een algemeen gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en dat de door België afgegeven algemene detentiegarantie niet langer voldoet. Op 24 januari 2023 heeft het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, dienst internationale samenwerking in strafzaken, centrale autoriteit, de volgende garantie gegeven: 1In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden? [opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van [detentieplaats] indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
  2. Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling? België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel. In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering: - De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten. - De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel inclusief vast meubilair en sanitair is 11m
  3. o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau. - De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen. - Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten. 3Sanitaire en hygiëne omstandigheden Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren. Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande individuele garantie. De rechtbank is van oordeel dat er daarmee voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 van de Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, België voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.A. Potters, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 maart
  4. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie artikel 22, zesde lid, OLW. ECLI:RBAMS:2023:
  5. Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2022:7536, rechtsoverweging
  6. Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML, ECLI:EU:C:2018:589.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.