RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/722984 / HA ZA 22-756 Vonnis van 12 april 2023 (bij vervroeging) in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat: mr. E. Zondervan te Amsterdam, tegen [gedaagde] h.o.d.n. [handelsnaam], wonende te [woonplaats 2] , gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat: mr. M. Maasdam te Berkhout. Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 14 september 2023, met producties, - de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties, - de conclusie van antwoord in reconventie, - het tussenvonnis van 18 januari 2023 waarin de mondelinge behandeling is bepaald, - de op 21 februari 2023 binnengekomen brief van [eiseres] , met één productie, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 1 maart 2023 en de daarin genoemde stukken. 1.2. Daarna is bepaald dat er een vonnis zal worden uitgesproken. 2De feiten 2.1. [eiseres] is eigenaar van een appartement aan de [adres] (hierna: de woning). 2.2. [gedaagde] exploiteert een klus- en onderhoudsbedrijf. 2.3. [gedaagde] heeft op 17 maart, 8 juni, 10 juni en 29 september 2019 in totaal vier offertes voor verschillende bouwwerkzaamheden aan [eiseres] gestuurd. Partijen zijn de hierop vermelde bouwwerkzaamheden overeengekomen voor een bedrag van € 48.917,50. 2.4. Naast de geoffreerde bouwwerkzaamheden, zijn partijen een aantal door [gedaagde] in de woning te verrichten bouwwerkzaamheden, mondeling overeengekomen. Die mondeling overeengekomen werkzaamheden heeft [gedaagde] opgenomen in de facturen die hij gedurende de uitvoering van de bouwwerkzaamheden aan [eiseres] heeft gestuurd. 2.5. [gedaagde] heeft vanaf maart 2019 verschillende bouwwerkzaamheden in de woning verricht. 2.6. [gedaagde] heeft op 8 maart 2020 een factuur aan [eiseres] gemaild en hem daarbij verzocht die factuur voor 10 maart 2020 te voldoen. 2.7. [eiseres] heeft [gedaagde] op 11 maart 2020 de volgende e-mail gestuurd: “(…) Thank you for the last few days you worked at our place to fix most of the things, we really appreciate it. I understand you will do later what you could not finish yet, like connecting the floor heating, water/sewer and installing the sliding door in the staircase. As you know our goal was always to use your service to fully finalise the apartment. When you are back from your holidays please come back to us about the installation of the remaining items like, toilet, bathtub, dakluik and second stairs (…)” 2.8. Hierna heeft [gedaagde] geen bouwwerkzaamheden in de woning meer verricht. 2.9. In een brief van 6 juni 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] gesommeerd om de door hem gestelde niet (deugdelijk) uitgevoerde werkzaamheden te herstellen of te voltooien. 2.10. In reactie daarop heeft [gedaagde] in een brief van 13 augustus 2020 aan [eiseres] – samengevat – geschreven dat hij de bouwwerkzaamheden correct heeft verricht en heeft hij [eiseres] gesommeerd tot betaling van € 5.637,95. 2.11. In een e-mail van 25 september 2020 heeft [eiseres] aan [gedaagde] de verschuldigdheid van voornoemd bedrag betwist en geschreven dat hij in plaats van nakoming van de overeenkomst door [gedaagde] , betaling van een vervangende schadevergoeding vordert. 2.12. Daarna heeft [eiseres] een deskundige ingeschakeld om de door [gedaagde] verrichtte werkzaamheden te beoordelen. Daartoe heeft de deskundige op 21 januari 2021 de woning bezocht. Beide partijen waren daarbij aanwezig. In het naar aanleiding daarvan op 7 mei 2021 verschenen deskundigenrapport is een offerte opgenomen van Bouwbedrijf Werkhoven, waarin de herstelkosten worden begroot op € 59.016,39. 2.13. Op 18 juni 2021 heeft [eiseres] het deskundigenrapport aan [gedaagde] gemaild en hem daarbij in de gelegenheid gesteld de door hem gestelde niet (deugdelijk) uitgevoerde werkzaamheden binnen zes weken alsnog te herstellen of te voltooien. 2.14. In reactie daarop heeft [gedaagde] in een brief van 12 augustus 2021 – samengevat – geschreven dat hij geen aanleiding zag om nog iets voor [eiseres] te doen, tenzij hij zich aan de financiële afspraken hield. Daarnaast heeft [gedaagde] [eiseres] gesommeerd om € 6.339,95 te betalen. 2.15. In een brief van 1 oktober 2021 heeft [eiseres] de verschuldigdheid van voornoemd bedrag betwist. Daarop heeft [gedaagde] niet gereageerd. Op de daaropvolgende emails van 27 oktober en 8 november 2021 waarin [eiseres] [gedaagde] om een reactie heeft gevraagd, heeft [gedaagde] ook niet gereageerd. 3Het geschil de vorderingen 3.1. [eiseres] vordert (in conventie) – samengevat – dat de rechtbank [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van € 58.191,39 aan schadevergoeding, vermeerderd met rente en kosten. 3.2. [gedaagde] voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, indien nodig, ingegaan. de tegenvordering 3.4. [gedaagde] vordert (in reconventie) – samengevat – dat de rechtbank [eiseres] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van € 6.339,95, vermeerderd met rente. 3.5. [eiseres] voert verweer. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, indien nodig, ingegaan. 4De beoordeling de vorderingen en de tegenvordering 4.1. Gelet op de onderlinge samenhang tussen de vorderingen en de tegenvordering worden die hierna gezamenlijk behandeld. Klachtplicht? 4.2. Deze zaak gaat om de vraag of [gedaagde] de hem opgedragen werkzaamheden (deugdelijk) heeft uitgevoerd en zo nee, of hij dan de door [eiseres] gevorderde schadevergoeding moet betalen. Aan een beoordeling en beantwoording van die vraag komt de rechtbank niet toe, als het beroep van [gedaagde] op artikel 6:89 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), slaagt. 4.3. Op grond van artikel 6:89 BW kan de schuldeiser geen beroep meer doen op een gebrek in de prestatie van de schuldenaar, als hij niet binnen bekwame tijd nadat hij het gebrek heeft ontdekt of redelijkerwijze had moeten ontdekken, bij de schuldenaar daarover heeft geprotesteerd. 4.4. In dit geval heeft [eiseres] voldaan aan deze klachtplicht. [gedaagde] heeft vanaf maart 2020 geen werkzaamheden meer verricht in de woning. Daarna heeft [eiseres] in ieder geval in zijn brief van 6 juni 2020 en zijn e-mail van 25 september 2020 aan [gedaagde] laten weten dat hij meende dat [gedaagde] verschillende werkzaamheden niet (deugdelijk) heeft uitgevoerd. Daarnaast heeft [eiseres] een deskundige ingeschakeld om onderzoek te doen naar de door [gedaagde] verrichtte werkzaamheden. Bij dat onderzoek was [gedaagde] aanwezig. [eiseres] heeft de bevindingen van de deskundige vervolgens in een brief van 18 juni 2021 met [gedaagde] gedeeld en hem in de gelegenheid gesteld om de door hem gestelde niet (deugdelijk) uitgevoerde werkzaamheden alsnog te herstellen of te voltooien. Gelet op dit alles moet [gedaagde] redelijkerwijs ervan op de hoogte zijn geweest dat [eiseres] meende dat hij zijn werkzaamheden niet (deugdelijk) heeft uitgevoerd en is niet gebleken dat [gedaagde] in zijn bewijspositie is benadeeld of in zijn mogelijkheden is belemmerd om de gevolgen van de gestelde tekortkomingen te beperken. Het beroep van [gedaagde] op artikel 6:89 BW slaagt dan ook niet. Afspraken van partijen en de uitvoering daarvan 4.5. De rechtbank zal bij de beoordeling van de (tegen)vorderingen eerst ingaan op de overeenkomst die partijen hebben gesloten. Het gaat om een aannemingsovereenkomst. Partijen zijn het erover eens dat zij alle werkzaamheden zoals weergegeven op de offertes zijn overeengekomen en dat [gedaagde] die zou uitvoeren voor het bedrag van € 48.917,50. Zo hebben zij op de zitting beiden bevestigd. Zij zijn het ook eens dat zij hierna nog enkele werkzaamheden mondeling zijn overeengekomen. Deze werkzaamheden zijn aldus partijen als meerwerk op de facturen gedateerd voor 10 maart 2020 zijn opgenomen. 4.6. Anders dan [gedaagde] stelt, heeft oplevering van de werkzaamheden niet plaatsgevonden. Dat [eiseres] de werkzaamheden (stilzwijgend) heeft aanvaard, kan ook niet worden vastgesteld. Vanaf maart 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] immers aanhoudend verzocht om de volgens hem niet (deugdelijk) uitgevoerde werkzaamheden te herstellen of te voltooien. 4.7. Wel kan worden vastgesteld dat [gedaagde] sinds maart 2020 geen uitvoering meer wenst te geven aan de overeenkomst. [gedaagde] is op dat moment opgehouden met het uitvoeren van zijn werkzaamheden en heeft deze hierna ook niet meer voortgezet. [eiseres] heeft [gedaagde] meermaals in de gelegenheid gesteld om de door hem geconstateerde niet (deugdelijk) uitgevoerde werkzaamheden te herstellen of te voltooien. [gedaagde] heeft daar geen gevolg aan gegeven. Voor zover [gedaagde] in dit verband betoogt dat hij zijn werkzaamheden mocht opschorten, omdat [eiseres] de door hem verschuldigde bedragen voor meerwerk niet betaalde, stelt de rechtbank in het vooruitzicht dat dit betoog wordt verworpen. Dat oordeel wordt hierna – samen met de behandeling van de tegenvordering van [gedaagde] – nader uitgewerkt (zie hierna onder 4.27). 4.8. [eiseres] stelt zich in deze procedure dan ook terecht op het standpunt dat hij nu aanspraak kan maken op betaling van een (vervangende) schadevergoeding door [gedaagde] , voor zover vast komt te staan dat [gedaagde] bepaalde werkzaamheden niet of niet goed heeft uitgevoerd. Is sprake van niet (deugdelijk) uitgevoerd werk? 4.9. [eiseres] stelt dat [gedaagde] verschillende werkzaamheden niet (deugdelijk) heeft uitgevoerd. Hij motiveert dat aan de hand van verschillende emails en brieven die hij vanaf maart 2020 aan [gedaagde] heeft gestuurd en het deskundigenrapport. Met het herstel of alsnog uit laten voeren van deze werkzaamheden door een ander, is volgens [eiseres] een bedrag van € 59.016,39 gemoeid. Daartegenover betwist [gedaagde] dat sprake is van niet (deugdelijk) uitgevoerd werk. Hij heeft dat gedaan door de in het deskundigenrapport opgenomen gebrekenlijst van handgeschreven commentaar te voorzien. Hij heeft daarbij voor een deel van de werkzaamheden enkel opgemerkt dat deze geen onderdeel uitmaakten van de afgesproken werkzaamheden. 4.10. De rechtbank zal de ter discussie staande werkzaamheden hierna behandelen. Aan de hand van de in het deskundigenrapport opgenomen genummerde gebrekenlijst en de daarbij door [gedaagde] geplaatste commentaren, wordt eerst beoordeeld of de door [eiseres] gestelde niet (deugdelijk) uitgevoerde werkzaamheden onderdeel uitmaakten van de overeenkomst. De rechtbank stelt daarbij voorop dat partijen het erover eens zijn dat alle werkzaamheden die op de offertes en facturen van voor 10 maart 2020 staan onder de overeenkomst vallen. Schuifdeur 4.11. De gebrekenlijst vermeldt onder punt 2 dat de schuifdeur bij de trapopgang van de derde verdieping niet is geplaatst. Uit de door [eiseres] overgelegde factuur van 8 maart 2020 (factuurnummer [fact.nr.] ) blijkt dat [gedaagde] trappen en een schuifdeur zou plaatsen. Omdat [gedaagde] niet afzonderlijk heeft betwist dat hij een schuifdeur bij trapopgang van de derde verdieping de derde verdieping zou plaatsen, wordt aangenomen dat dit onder de afgesproken werkzaamheden viel. Rookmelder 4.12. De deskundige heeft onder punt 3 van de gebrekenlijst vermeld dat in de woonkamer en de keuken op de derde verdieping geen rookmelder is aangebracht. Uit de offertes en de facturen van voor 10 maart 2020 blijkt niet dat het aanbrengen van een rookmelder in de woonkamer en de keuken op de derde verdieping, tot de afgesproken werkzaamheden behoorde. [gedaagde] hoefde dit dan ook niet te doen. Het staalwerk van de hoofddraagconstructie 4.13. Onder punt 11 van de gebrekenlijst staat dat het staalwerk van de hoofddraagconstructie niet is voorzien van (een) brandwerende voorziening(en). [gedaagde] heeft daarbij opgemerkt dat hij geen staalwerk heeft gedaan, maar dat [eiseres] dit in eigen beheer zou (laten) doen. Op de door [eiseres] overgelegde offerte van 17 maart 2019 (offertenummer [nummer] ), staat alleen dat [gedaagde] een casco nieuwe opbouw zonder staal zou plaatsen. Hieruit blijkt dus niet dat [gedaagde] het staalwerk van de hoofddraagconstructie van (een) brandwerende voorziening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.