← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:246

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/286665-22 RK nummer: 22/4760 Datum uitspraak: 11 januari 2022 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 1 november 2022 door the Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 2002, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 januari 2023 Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Letse taal. De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de verzochte overlevering toelaatbaar is. De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 (of 60) dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van the Zemgale District Court van 26 mei

  1. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Lets recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, wanneer – kort gezegd - voldaan is aan het vereiste dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: medeplegen van zware mishandeling. 5Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 47 en 302 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 van de OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. J.P.W. Helmonds en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 januari
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. (of eerste, derde en vierde lid OLW) Zie onderdeel e) van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.