beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13-074541-20 Beslissing op vordering van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam van 29 november 2022 in de zaak tegen: [Terbeschikkinggestelde] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986, thans verblijvende in de [verblijfplaats] die bij vonnis van deze rechtbank van 13 januari 2021 ter beschikking gesteld werd onder de voorwaarden zoals geformuleerd in het vonnis. De inhoud van de vordering De vordering van de officier van justitie strekt tot het verlengen van de termijn van genoemde terbeschikkingstelling met twee jaar. De procesgang De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder: het op 1 november 2022 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering door GGZ [instantie] uitgebrachte advies, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar; de voortgangsverslagen toezicht van voornoemde reclasseringsinstelling van 25 januari 2022 en 8 augustus 2022; het op 18 oktober 2022 op grond van artikel 6:6:12, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies van de psychiater R.A. Graaff, strekkende tot verlenging van deze terbeschikkingstelling met voorwaarden met twee jaar. De rechtbank heeft op 10 januari 2023 de officier van justitie mr. R. Zetsma, de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. P. Jeeninga, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [deskundige] , verbonden aan [reclassering 1] , op de openbare terechtzitting gehoord. Hiervan is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt. De beoordeling Aan het rapport van psychiater R.A. Graaff van 18 oktober 2022 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven: Kernproblematiek Betrokkene is een 36-jarige man met een schizo-affectieve stoornis, met zowel psychotische als affectieve symptomen, en een stoornis in het gebruik van verschillende middelen, in remissie in een beveiligde omgeving. Behandelverloop en risicotaxatie Er is sprake van een goed verlopend behandeltraject met een adequaat risico-management. Betrokkene heeft een positieve inzet tijdens de behandeling. Hij volgt verschillende behandelmodules en hij houdt zich aan de afspraken. Zijn problematiek, de psychotische stoornis, wordt op een succesvolle wijze behandeld. Betrokkene is goed ingesteld op medicatie. Er is sprake van een beperkt ziektebesef- en inzicht, waardoor het perspectief op langdurige behandeltrouw nog beperkt is. Betrokkene heeft baat heeft bij de hem geboden strikte structuur. Het recidiverisico wordt in een veilige en gestructureerde leefomgeving als laag ingeschat. In een situatie waarin betrokkene opnieuw psychotisch zou ontregelen ontstaat een hoger recidiverisico. Een terugval in psychose kan worden bevorderd door factoren als stoppen met de medicatie, een gebrekkige structuur of een terugval in middelengebruik Koers en advies Door de geringe aandacht voor de delictdynamiek is er nog weinig zicht op de draagkracht en blijvende kwetsbaarheden van betrokkene, die in een minder gestructureerde omgeving waar meer van zijn zelfstandigheid wordt gevraagd, sterker naar voren kunnen komen. Na de bereikte stabilisatie is een vervolgbehandeling passend gericht op het toe laten nemen van zelfstandigheid. De resocialiserende activiteiten, gericht op invulling en ontwikkeling van zelfstandigheid, relaties en dagbesteding, zullen bij de [reclassering 1] plaats kunnen vinden. Na een geleidelijke ontwikkeling in zelfstandigheid en sociaal-maatschappelijk functioneren kan de vervolgstap naar een [instantie] worden gemaakt, waarbij niet kan worden uitgesloten dat betrokkene in de toekomst mogelijk met zijn vriendin kan samenwonen in een [instantie] . Een zorgmachtiging in het kader van de Wvggz wordt in deze fase als prematuur gezien. Het is meer passend om de behandeling vanuit het forensische kader vorm te blijven geven, waarbij de terbeschikkingstelling na een stabiel verlopen plaatsing in een [instantie] eventueel voorwaardelijk kan worden beëindigd. De psychiater ondersteunt de overweging van betrokkene dat een verlenging voor de duur van een jaar een erkenning vormt voor zijn getoonde inzet en motivatie, maar het is te verwachten dat een traject met een behandeling in de FPA en vervolgens een plaatsing in een meer zelfstandige woonvoorziening meer dan een jaar in beslag zal nemen. Geadviseerd wordt de tbs-maatregel met voorwaarden voor de termijn van twee jaren te verlengen. Aan het advies van de GGZ [instantie] van 1 november 2022 wordt het volgende ontleend, zakelijk weergegeven: Betrokkene heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt vanaf de start van de tbs met voorwaarden op 26 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.