RECHTBANK AMSTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Amsterdam parketnummer : 13-226085-22 raadkamernummer : 22-022531 datum : 14 februari 2023 beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager], geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats], woonplaats kiezend op het kantoor van zijn raadsman mr. J. Sietsma, [adres], hierna te noemen: klager, tevens beslagene. Feiten Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv, blijkt dat op 5 september 2022 onder klager twee telefoons in beslag zijn genomen. Procedure Het klaagschrift is op 6 oktober 2022 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De raadsman van klager heeft op 14 februari 2023 per e-mail onder meer laten weten dat klager in verband met verplichtingen niet in raadkamer zal verschijnen en dat ook de raadsman niet in raadkamer zal verschijnen, omdat hij niet meer kan toelichten dan hij in het klaagschrift en de e-mail heeft gedaan. De raadsman verzoekt om het beklag op de stukken af te doen. De rechtbank heeft op 14 februari 2023 het klaagschrift in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft de officier van justitie op zitting gehoord. Klager is, hoewel daartoe goed opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Beklag Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: een Apple IPhone (goednummer: 6231633), en een Apple IPhone (goednummer: 6231637) De raadsman heeft aangevoerd dat klager zijn telefoons nodig heeft voor sollicitaties of voor werk en hij zich zonder telefoon belemmerd voelt in zijn dagelijkse doen en laten. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie deelt mee dat de telefoon met goednummer 6231633 reeds aan beslagene is teruggegeven. Klager dient voor dit onderdeel van zijn beklag niet-ontvankelijk te worden verklaard. De officier van justitie verzet zich tegen teruggave van de inbeslaggenomen telefoon met goednummer 6231637 aan klager en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De telefoon is aangeboden aan de digitale afdeling van de politie en wordt nog onderzocht. Het belang van strafvordering bij de inbeslagneming van de telefoon is nog steeds aanwezig. De officier van justitie acht het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van de telefoon zal bevelen, omdat de feiten gepleegd zijn met de betreffende telefoon. Beoordeling De rechtbank is bevoegd. Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen de twee jaren na inbeslagneming. De klager is daarom ontvankelijk in het beklag. Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een beklag als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden. In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd. Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan de klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of als niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen. Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken. De telefoon met goednummer 6231633 is al aan klager teruggegeven. Het beklag ten aanzien van die telefoon zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Gebleken is dat de telefoon met goednummer 6231637 bij de politie ligt en dat deze nog wordt onderzocht in verband met de strafrechtelijke verdenking jegens klager. Op grond van bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat het strafvorderlijk belang van waarheidsvinding zich verzet tegen opheffing van het beslag, omdat het onderzoek aan de betreffende telefoon nog gaande is. Bovendien is het, gelet op hetgeen de officier van justitie ter zitting heeft meegedeeld over de verdenking mede in relatie tot de betreffende telefoon, niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van het beslag. Het beklag zal daarom ongegrond worden verklaard. Beslissing De rechtbank verklaart het beklag met betrekking tot de inbeslaggenomen telefoon met goednummer 6231633 niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaart het beklag met betrekking tot de inbeslaggenomen telefoon met goednummer 6231637 ongegrond. Deze beslissing is gegeven door mr. J.W.H.G. Loyson, rechter, in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2023. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor de beklager beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.