← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:2571

RECHTBANK AMSTERDAM Strafrecht Zittingsplaats Amsterdam parketnummer : 96-011106-23 raadkamernummer : 23-001794 datum : 14 februari 2023 beschikking van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 164, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) van: [klager], geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ([land van herkomst]), wonende op het adres [adres], hierna te noemen: klager. Feiten Tegen klager is proces-verbaal opgemaakt ter zake van verdenking van het rijden onder invloed van alcohol, gepleegd te Amsterdam ([straatnaam]) op 8 januari

  1. Het proces-verbaal houdt onder meer in dat het alcoholgehalte in zijn adem hoger was dan 570 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Op 8 januari 2023 is op grond van het bovenstaande het rijbewijs van klager ingevorderd. De officier van justitie heeft vervolgens binnen tien dagen beslist het rijbewijs onder zich te houden voor een periode van vier maanden, te weten tot 8 mei
  2. Procedure Het klaagschrift is op 19 januari 2023 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 14 februari 2023 het beklag in openbare raadkamer behandeld. De rechtbank heeft klager en de officier van justitie op zitting gehoord. Beklag Het beklag strekt tot teruggave van het rijbewijs van klager dat is ingevorderd en dat de officier van justitie onder zich houdt. Klager heeft betoogd zijn rijbewijs dringend nodig te hebben voor zijn werk. Hij werkt bij [bedrijf] in Amstelveen en moet voor zijn werk ook regelmatig naar Rotterdam en Eindhoven. Het gebruik van het openbaar vervoer is voor klager geen optie, omdat de reistijd veel te lang is. Klager reist dan bij voorkeur met zijn auto. Ter zitting heeft klager verklaard dat hij de avond van 8 januari 2023 meer dan twee biertje had gedronken. Hij is zonder helm op zijn brommer gestapt, omdat zijn helm nat was. De afstand die klager met zijn brommer naar huis moest afleggen was niet groot en hij had gedacht dat het wel kon. Hij heeft een grote fout gemaakt en het had niet mogen gebeuren. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft verklaard zich niet langer te verzetten tegen teruggave van het rijbewijs. De officier van justitie heeft aangevoerd dat – gelet op de richtlijnen van het Openbaar Ministerie en de oriëntatiepunten van het LOVS – zij niet verwacht dat de rechter, later oordelend, in geval van veroordeling dan wel de uitvaardiging van een strafbeschikking een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen zal opleggen van langere duur dan de tijd dat het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden geweest. Beoordeling De rechtbank overweegt het volgende. De rechtbank acht de inhouding van het rijbewijs op grond van artikel 164 lid 4 WVW 1994 rechtmatig. De officier van justitie heeft in redelijkheid van deze bevoegdheid gebruik gemaakt. Uit het uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van 11 januari 2023 blijkt onder meer dat klager niet eerder is veroordeeld wegens het plegen van een strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de uitslag van de ademanalyse (655 µg/l), ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat in geval van een veroordeling dan wel uitvaardiging van een strafbeschikking aan klager geen onvoorwaardelijke rijontzegging. De rechtbank overweegt daarbij dat klager geen beginnend bestuurder is en heeft gereden op een bromfiets. De rechtbank zal het klaagschrift gegrond verklaren en bevelen dat het rijbewijs aan klager moet worden teruggegeven. Beslissing De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van het rijbewijs met het nummer [nummer] aan klager. Deze beslissing is gegeven door mr. J.W.H.G. Loyson, rechter, in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari
  3. Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het Openbaar Ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien

(14)dagen na de dagtekening van deze beslissing.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.