RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/042432-23 Datum uitspraak: 26 april 2023 UITSPRAAK op de vordering van 27 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 14 december 2022 door the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 april
- Het Openbaar Ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. P. van de Kerkhof, advocaat in Tilburg en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable judgment: an accumulative judgment of the Local Court in Drawsko Pomorskie of 16 August 2018, met referentienummer II K 22/
- Aan dit verzamelvonnis liggen ten grondslag the judgments of the Local Court in Drawsko Pomorskie of 28 March 2013, case ref. II K 562/12 and of 18 September 2017, case ref. Il K 237 /
- De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaren, drie maanden en negentien dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde verzamelvonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. De raadsman heeft verzocht om de behandeling van het EAB aan te houden, in afwachting van een procedure in Polen tot strafovername door Nederland. De mogelijkheid bestaat daarom dat het EAB zal worden ingetrokken door de uitvaardigende justitiële autoriteit, waarmee de grondslag van het EAB zou komen te vervallen. Naar de rechtbank begrijpt zal namens de opgeëiste persoon in Polen een zogenoemd “WETS-verzoek” worden gedaan om de straf over te laten nemen door Nederland. Het is echter niet duidelijk wanneer dit verzoek zal worden ingediend, welke procedure zal worden gevolgd en wanneer de behandeling daarvan zal worden afgerond. De rechtbank wijst het verzoek tot aanhouding van de behandeling van het EAB daarom af. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de processen die hebben geleid tot de vonnissen van 28 March 2013 (II K 562/12) en 18 September 2017 (II K 237/17). De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing. Ten aanzien van het verzamelvonnis van 16 August 2018 (II K 22/18, tot de tenuitvoerlegging waarvan het EAB strekt, stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om zijn verdediging te voeren, en dat deze advocaat tijdens het proces zijn verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is derhalve niet van toepassing. 4Strafbaarheid Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. De feiten leveren naar Nederlands recht op: poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en mishandeling. 5Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 45, 300, 312 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Koszalin II Criminal Department (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. L. Sanders en J.H. Beestman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 april
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.