RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/057923-23 Datum uitspraak: 2 mei 2023 TUSSENUITSPRAAK op de vordering van 1 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 1 juli 2016 door het Arrondissementsparket Targovishte (Bulgarije) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1981, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 april 2023, in aanwezigheid van mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Zijn raadsman, mr. A.M.C.J. Baaijens, advocaat in Utrecht, is wel verschenen, maar gaf aan niet gemachtigd te zijn om namens de opgeëiste persoon de verdediging te voeren. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Bulgaarse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt: een beschikking van de arrondissementsrechtbank in Targovishte met nummer 167/31.12.2014 in de strafzaak van algemeen karakter met nummer 1240/2014, in werking getreden op 31 december 2014; een beschikking van de provincierechtbank in Targovishte met nummer 211/15.12.2015 in de particuliere strafzaak met nummer 205/2015, in werking getreden op 22 december 2015, waarbij de bij de onder 1 genoemde beschikking opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf ten uitvoer is gelegd. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zeven maanden en elf dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde beschikkingen. Deze beschikkingen betreffen het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Ten aanzien van de in rechtsoverweging 3 onder 1 genoemde beschikking stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Ten aanzien van die beslissing doet de weigeringsgrond van artikel 12 OLW zich dan ook niet voor. Voor wat betreft de in rechtsoverweging 3 onder 2 genoemde beschikking stelt de rechtbank vast dat de aanleiding voor de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf eruit bestond dat de opgeëiste persoon zich niet aan de aan hem opgelegde bijzondere voorwaarden heeft gehouden. Bij de beslissing tot tenuitvoerlegging is de aard noch de maat van de aanvankelijke straf gewijzigd. Deze beschikking valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW. 5Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 6Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden Uit een uitspraak van 27 oktober 2022 blijkt dat in het Bulgaarse detentiewezen nog altijd een algemeen gevaar bestaat op een onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest). Op 10 april 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende verstrekt die ten aanzien van de opgeëiste persoon zal gelden tijdens zijn detentie in Bulgarije: “(…) The convicted [opgeëiste persoon] from [geboorteplaats] with EGN (Uniform Civil Number) [nummer] should serve the term of the penalty of imprisonment imposed on him in Pleven Prison, where he must be taken immediately after his surrender in the country. (…) In accordance with the available residential floor area /except for the sanitary premises/, the capacity of Pleven Prison and the belonging to it closed type prison community "Vit" and open type prison community "Pleven", and in conformity with the requirement of minimum 4 sq.m. of ,,personal space" for every imprisoned person, is designed to accommodate 365 people. (…) There is a sanitary recess in each bed room including permanently running water, and on every floor there is a separate common sanitary premise comprising a bathroom and toilet rooms. The heating is provided by own steam boiler, which allows the temperature in the common premises and bed rooms to be maintained between 20 - 24 degrees during the winter months. The same system provides a continuous supply of warm water. (…) There is also a medical centre with an in-patient section and isolation premises, as well as a dental room. Medical service is free-of-charge and is provided by two physicians, visiting the prison in accordance with a pre-set schedule. (…)” Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de hierboven weergegeven garantie. De rechtbank is daarom van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling met de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven garantie voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Gelet op het voorgaande staat artikel 11 OLW niet in de weg aan het toestaan van de overlevering van de opgeëiste persoon. 7Verjaring naar Bulgaars recht De rechtbank stelt het volgende vast. In onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.