RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/043624-23 Datum uitspraak: 4 mei 2023 UITSPRAAK op de vordering van 16 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 februari 2023 door het Amtsgericht Duisburg (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , thans gedetineerd te [plaats detentie] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 april
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.F. van der Brugge, advocaat in Amsterdam. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrestatiebevel ten behoeve van de voorlopige hechtenis met het kenmerk 901 Gs 58/23, uitgevaardigd door het Amtsgericht Duisburg op 11 februari
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 3.1 Genoegzaamheid De raadsman vindt dat het EAB niet genoegzaam is, omdat niet duidelijk is welke rol en betrokkenheid de opgeëiste persoon bij het strafbare feit zou hebben gehad. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Het betreft een vervolgings-EAB ten behoeve van een lopend strafrechtelijk onderzoek. De precieze rol van de opgeëiste persoon zal later in Duitsland moeten worden uitgezocht. In dit stadium is het voor de opgeëiste persoon voldoende duidelijk voor welk feit de overlevering wordt gevraagd. De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij het strafbare feit. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat aan de hiervoor genoemde eisen is voldaan bij dit vervolgings-EAB. Het is voor de opgeëiste persoon voldoende duidelijk voor welk feit de overlevering wordt verzocht en dat hij – kort gezegd – als medeplichtige aan een zogenaamde plofkraak op 10 februari 2023 in Mülheim an der Ruhr wordt aangemerkt. Dit betekent dat het verweer van de raadsman wordt verworpen. 4Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 18, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal. Uit het EAB en de aanvullende informatie van 6 april 2023 volgt dat op dit feit naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De Staatsanwaltschaft Duisburg heeft op 5 april 2023 de volgende garantie gegeven: “Uitlevering van de Nederlander [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1999 in Amsterdam Er wordt toegezegd dat, de vervolgde persoon, zodra zijn vonnis definitief is in Duitsland, op basis van de toepasselijke versie van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 betreffende de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning van strafbare feiten vervolging of tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (PB L 327 van 5.
- 2008, pagina 27) naar Nederland terug kan keren voor verdere tenuitvoerlegging.” Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6, 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Duisburg voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.E.M. James-Pater en B. Yesilgöz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 mei
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie onderdeel e) van het EAB.