← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:2887

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/036740-23 Datum uitspraak: 4 mei 2023 UITSPRAAK op de vordering van 28 februari 2023 de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 november 2022 door the Regional Court in Wrocław (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen), op [geboortedag] 1979, wonende op het adres: [adres] , thans gedetineerd in [plaats detentie] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 april

  1. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.A.L.F Frijns, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een decision of the District Court for Wrocław Śródmiesćie of 19 October 2022, file reference number II 2 Kp 367/22, concerning temporary detention for the period of 14 days of the date of detention. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Pools recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 5, te weten: - deelname aan een criminele organisatie; - illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste en derde lid, OLW Met de raadsman en de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander, nu is voldaan aan de voorwaarden vermeld in artikel 6, derde lid, van de OLW. De eerste voorwaarde Gelet op de overgelegde stukken is de rechtbank van oordeel dat een ononderbroken rechtmatig verblijf in Nederland van vijf jaar is aangetoond. De opgeëiste persoon heeft dus een duurzaam verblijfsrecht verkregen. De tweede voorwaarde De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon gelet op de artikelen 7 en 86b van het Wetboek van Strafrecht in Nederland kan worden vervolgd voor de feiten die aan het EAB ten grondslag liggen. De derde voorwaarde Uit de brief van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) van 18 april 2023 volgt dat de opgeëiste persoon zijn verblijfsrecht niet verliest als gevolg van de feiten in het EAB. De opgeëiste persoon kan op grond van artikel 6, derde lid, OLW worden gelijkgesteld met een Nederlander. De overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer gegarandeerd is dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, deze straf in Nederland mag ondergaan. Op 18 april 2023 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de volgende garantie gegeven: The Regional Court in Wrocław III Penal Department in response to the letter of 17-04- 2023 in regards of the wanted [opgeëiste persoon] , dob. [geboortedag] , 1979 in [geboorteplaats] , the son of [voornaam vader] and [voornaam moeder] family name [familienaam] kindly inform that pursuant to Article 607j§1 of the Code of Criminal Procedure, if the state enforcing the European Arrest Warrant surrender a wanted person under the condition of the execution of the penalty of imprisonment - in case of sentencing the wanted person to the irrevocable prison sentence - in the state enforcing the warrant, after the sentence becomes final, the convicted person will be returned for the execution of this sentence. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Artikel 11 OLW: artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat, vanwege structurele of fundamentele gebreken in de Poolse rechtsorde, in Polen een algemeen reëel gevaar bestaat van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. Nu de opgeëiste persoon geen elementen heeft aangevoerd waaruit blijkt dat die structurele of fundamentele gebreken een concrete invloed hebben gehad op de behandeling van zijn strafzaak, is niet aangetoond dat sprake is van een individueel reëel gevaar van schending van het grondrecht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld. 7Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. De raadsman van de opgeëiste persoon verzoekt de overlevering op grond van dit artikel te weigeren, omdat de feiten volgens hem volledig gepleegd zijn op Nederlands grondgebied. De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond. De rechtbank stelt voorop dat: - aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn; - de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd. De rechtbank stelt vast dat het onderzoek in Polen is aangevangen en dat de bewijsmiddelen zich daar bevinden. Het openbaar ministerie in Nederland is bovendien niet voornemens om de vervolging over te nemen. Uit het EAB volgt dat de criminele organisatie behalve in Nederland ook in Polen en andere lidstaten actief was. Het gegeven dat de feiten worden geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd vormt daarom onvoldoende aanleiding om deze weigeringsgrond toe te passen. 8Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 9Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW. 10Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Wrocław, Polen, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.E.M. James-Pater en B. Yesilgöz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 mei
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Vergelijk Rechtbank Amsterdam 16 februari 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:
  3. Rb. Amsterdam 10 februari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:420, r.o. 5.3.1-5.3.3 en Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, r.o. 4.
  4. Vgl. Rb. Amsterdam 6 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:1794, onder verwijzing naar HvJ EU 22 februari 2022, C-562/21 PPU en C-563/21 PPU, ECLI:EU:C:2022:100 (Openbaar Ministerie (Recht op een gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld in de uitvaardigende lidstaat)). Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.