← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:2899

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/034113-23 Datum uitspraak: 19 april 2023 UITSPRAAK op de vordering van 10 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 19 augustus 2022 door de Centrale Onderzoeksrechtbank Nr. 5 Madrid, Spanje (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [PI] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 5 april

  1. Het Openbaar Ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R. van de Hemel, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een beschikking internationale opsporing, aanhouding en detentie van 19 augustus 2022 van de Centrale Onderzoeksrechtbank Nr. 5 Madrid (Nationaal Hof). De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Spaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 5, te weten: deelneming aan een criminele organisatie; illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Spanje een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft onder andere de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan. De Centrale Onderzoeksrechtbank Nr. 5 Madrid heeft de volgende garantie gegeven: In aanmerking genomen: dat het rapport van het Openbaar Ministerie met Reg. Nr. 13.524/23 is ontvangen (Dossier punt 3.132) en op 28-03-2023 bij deze Centrale Onderzoeksrechtbank is binnengekomen, gelieve u zich bij deze beslissing aan te sluiten en dit besluit aan de Nederlandse autoriteiten toe te zenden met de mededeling dat in verband met het Europees aanhoudingsbevel van [opgeëiste persoon] , indien de verdachte tot een vrijheidsstraf zou worden veroordeeld, hij deze straf in Nederland zou mogen uitzitten, conform de bepalingen van Kaderbesluit 2008/809/JBZ en daarmee de garantie in de gevraagde bewoordingen wordt bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Centrale Onderzoeksrechtbank Nr. 5 in Madrid, Spanje, voor de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter, mrs. L. Sanders en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.D. Dijkstra, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 april
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.