RECHTBANK Amsterdam Civiel recht Zaaknummer: C/13/730717 / HA ZA 23-217 Vonnis in incident van 24 mei 2023 in de zaak van de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid
- VCT INTERNATIONAL B.V., te Cruquius,
- HNB CENTER B.V., te Nieuw-Vennep,
- WE LOVE SHISHA B.V., te Amsterdam, eiseressen in de hoofdzaak en in het incident, advocaat: mr. J.S.K. Joustra te Leiden, tegen de naamloze vennootschap ING BANK N.V., te Amsterdam, gedaagde in de hoofdzaak en verweerster in het incident, advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam. De rechtbank noemt de eiseressen hierna samen VCT c.s. en de gedaagde/verweerster ING. 1De procedure 1.
- In het dossier van de rechtbank zitten de volgende stukken: - de dagvaarding van 1 maart 2023, met daarin een incidentele vordering op grond van artikel 223 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), met producties 1 tot en met 18, - de incidentele conclusie van antwoord. 1.
- De rechtbank heeft bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen in het incident. 2De feiten en omstandigheden 2.
- VCT c.s. handelt in nieuwsoortige rookproducten zoals e-sigaretten en shisha. Zij bankiert ongeveer 30 jaar bij ING. VCT International B.V., HNB Center B.V. en We love Shisha B.V. hebben ieder een zakelijke rekening bij ING; VCT International B.V. heeft ook een Vreemdevalutarekening en een Incasso contract. 2.
- ING heeft een intern besluit genomen om geen diensten meer te verlenen aan bedrijven in de tabaksindustrie. Zij heeft dit besluit aan VCT c.s. meegedeeld in haar brief van 7 november
- In deze brief staat verder dat VCT c.s. vóór 1 januari 2023 bij een andere bank moet bankieren. 2.
- VCT c.s. heeft bezwaar gemaakt tegen de opzegging van de klantrelatie per 31 december
- ING heeft dit bezwaar afgewezen maar de datum van de beëindiging van de klantrelatie uitgesteld tot 31 december
- 3Het geschil in de hoofdzaak 3.
- Kort samengevat vordert VCT c.s. dat de rechtbank: - ING veroordeelt de bankrelatie onveranderd in stand te houden, - voor recht verklaart dat de opzegging van de bankrelatie door ING onrechtmatig en/of ongegrond is, - ING veroordeelt in de kosten van VCT c.s. VCT c.s. vordert dat de rechtbank daarbij bepaalt dat het vonnis ook moet worden uitgevoerd als hoger beroep wordt ingesteld (dus dat het vonnis uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard). 4Het geschil in het incident 4.
- VCT c.s. vordert dat de rechtbank: - ING beveelt de klantrelatie voort te zetten zolang de procedure in de hoofdzaak loopt zodat VCT c.s. gebruik kan blijven maken van de faciliteiten zoals genoemd in 2.1., - een dwangsom oplegt aan ING van € 25.000,- ineens en € 5.000,- per dag dat ING zich niet houdt aan het vonnis, - ING veroordeelt in de kosten van het incident. 4.
- VCT c.s. stelt samengevat het volgende. ING heeft de klantrelatie met VCT c.s. ten onrechte opgezegd per 31 december
- Er is een kans dat de procedure van de hoofdzaak dan nog loopt, gezien de gemiddelde doorlooptijden van een procedure bij een rechtbank. De opzegging zal bij VCT c.s. direct leiden tot schade, omdat zij niet door kan gaan met haar bedrijfsvoering. Dit zal haar voortbestaan direct in gevaar brengen en de schade zal voor het grootste deel onherstelbaar zijn. VCT c.s. kan daarom een einduitspraak in de hoofdzaak niet afwachten. 4.
- ING voert verweer. Haar conclusie is dat de vordering moet worden afgewezen met veroordeling van VCT c.s. in de proceskosten. 4.
- Onder de beoordeling gaat de rechtbank in op wat partijen verder hebben aangevoerd, voor zover dat nodig is. 5De beoordeling 5.
- VCT c.s. vordert dat de rechtbank een voorlopige voorziening treft voor de duur van de procedure van de hoofdzaak. De gevorderde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de hoofdzaak kan worden gegeven. 5.
- De rechtbank kan de vordering toewijzen als VCT c.s. een voldoende (dringend) belang heeft bij de vordering en van haar niet kan worden verlangd dat zij de afloop van de hoofdzaak afwacht. De rechtbank zal daarom het belang van VCT c.s. bij toewijzing van de vordering afwegen tegen het belang van ING bij afwijzing daarvan. Deze belangenafweging valt uit in het voordeel van VCT c.s. De redenen daarvoor zijn de volgende. 5.
- De gevolgen van de beëindiging van de klantrelatie zijn voor VCT c.s. in potentie groot. De nazorg die ING geeft aan klanten waarmee de relatie is opgezegd, houdt alleen in dat een eventueel creditsaldo wordt gereserveerd op een ING-tussenrekening. VCT c.s. kan dan direct geen zaken meer doen met derden, tenzij zij beschikt over een vergelijkbare klantrelatie met een andere bank. Zonder die andere bank is het daarom aannemelijk dat beëindiging van de klantrelatie met ING de bedrijfsvoering van VCT c.s. (grotendeels) onmogelijk zal maken. VCT c.s. stelt dat zij niet bij andere banken terecht kan dan ING. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft zij afwijzingsbrieven van meerdere banken overgelegd. ING betwist deze stelling. De rechtbank acht het echter, gezien de afwijzingsbrieven, voldoende aannemelijk dat VCT c.s. haar bankzaken niet op korte termijn ergens anders kan onderbrengen. 5.
- De beslissing van ING om de klantrelatie op te zeggen is gebaseerd op een beleidswijziging. Een uitgangspunt van dat beleid is dat ING geen diensten (meer) verleent aan bedrijven in de tabaksindustrie. Het belang van ING bij beëindiging van de klantrelatie is dus dat zij haar nieuwe beleid kan uitvoeren. ING voert verder geen concrete redenen aan waarom van haar niet kan worden verlangd VCT c.s. als klant te houden tot de afloop van de procedure in de hoofdzaak. Dat er andere omstandigheden zijn die maken dat van ING niet verlangd kan worden dat zij de relatie tot dat moment voortzet zijn niet aangevoerd en ook niet gebleken. De duur van de procedure in de hoofdzaak tussen partijen – de rechtbank gaat uit van de eerste aanleg – is afhankelijk van meerdere onzekere factoren en is daarom niet precies te voorspellen. In ieder geval is er een mogelijkheid dat de procedure in de hoofdzaak doorloopt tot ná 31 december
- Ook nu de opzegging al in november 2019 heeft plaatsgevonden ziet de rechtbank niet in waarom ING de afloop van de hoofdzaak niet kan afwachten. 5.
- VCT c.s. heeft dus een groter belang bij toewijzing van haar gevorderde voorziening dan ING heeft bij afwijzing daarvan. De rechtbank zal daarom de gevorderde voorziening treffen, die zal gelden tot aan het eindvonnis van deze rechtbank. De rechtbank legt daarbij geen dwangsom op, omdat zij ervan uitgaat dat ING zich aan dit vonnis zal houden. de kosten van het incident 5.
- ING heeft ongelijk gekregen. Zij moet daarom de proceskosten van het incident betalen. De rechtbank begroot de kosten van VCT c.s. op € 598,- (een punt, tarief II). 5.
- De rechtbank veroordeelt ING ook in de nakosten als vergoeding voor advocaatkosten en eventuele betekeningskosten van VCT c.s. die ontstaan na het wijzen van dit vonnis. Onder de beslissing staat om welke bedragen het gaat.
- De beslissing De rechtbank in het incident 6.
- beveelt ING de klantrelatie met VCT c.s. voort te zetten zolang deze rechtbank geen eindvonnis gewezen heeft in de procedure in de hoofdzaak, zodat VCT c.s. gebruik kan blijven maken van de faciliteiten zoals genoemd in 2.1.; 6.
- veroordeelt ING in de proceskosten, aan de kant van VCT c.s. tot dit vonnis vastgesteld op € 598,-; 6.
- veroordeelt ING in de nakosten van VCT c.s. van € 173,- aan salaris advocaat. Als ING niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en het vonnis wordt betekend, dan moet ING daarnaast betalen: de explootkosten van betekening door de deurwaarder en € 90,- aan salaris advocaat; 6.
- wijst het meer of anders verzochte af; in de hoofdzaak 6.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 juli 2023 voor conclusie van antwoord; 6.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, rechter, bijgestaan door mr. D.K.W. Collins, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2023.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.