RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.042.729-23 Datum uitspraak: 9 mei 2023 UITSPRAAK op de vordering van 14 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 februari 2023 door de Rechtbank van eerste aanleg te West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, België (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in ‘ [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 april
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S. van Minderhout, advocaat in Breda, namens mr. H.M. Dunsbergen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel bij verstek, uitgevaardigd door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, op 12.02.
- De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgische recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummers 1 en 18, te weten: Deelneming aan een criminele organisatie Georganiseerde of gewapende diefstal Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van België een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Onschuldverweer De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. De onderbouwing van het vermoeden van schuld is erg mager. Zijn betrokkenheid bij de feiten is niet duidelijk geworden. De opgeëiste persoon heeft erop gewezen dat hij heeft gepind op de dag waarop hij werd aangehouden. Dat verklaart het geldbedrag dat hij in zijn bezit had. Hij is opgehaald met een auto en nadien weer afgezet, maar heeft niets te maken met de feiten waarvan de Belgische justitiële autoriteiten hem beschuldigen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de opgeëiste persoon hiermee zijn onschuld, anders dan de OLW vereist, niet tijdens het verhoor ter zitting heeft aangetoond. De onschuldbewering leidt alleen om die reden al niet tot weigering van de overlevering. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan. De Procureur des Konings heeft op 7 maart 2023 de volgende garantie gegeven: Overeenkomstig artikel 5 §3 van het kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde onderdaan, in casu [opgeëiste persoon] . Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland wordt overgebracht teneinde deze straf of maatregel aldaar te ondergaan. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. 7Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW In tegenstelling tot de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW niet van toepassing is. Het EAB ziet niet op feiten die gedeeltelijk op Nederlands grondgebied zijn gepleegd. Uit de omschrijving in het EAB blijkt dat de feiten waarvan de opgeëiste persoon in België wordt verdacht geheel in België zijn gepleegd. 8Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden 8.1 Inleiding Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank geoordeeld dat er, gelet op de detentieomstandigheden in België, thans ten aanzien van alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling en dat daarom de tot dan toe verstrekte algemene detentiegarantie niet meer voldoet. Op 7 maart 2023 is daarom namens het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden Dienst internationale samenwerking in strafzaken, de navolgende garantie ten behoeve van de opgeëiste persoon verstrekt: 1In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon gedetineerd worden?[opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Brugge indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven.
- Welke waarborgen worden gegarandeerd inzake de detentieomstandigheden in de detentie-instelling? België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel. In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering: De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3m2 individuele levensruimte. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten. De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel inclusief vast meubilair en sanitair is 11 m
- o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau. De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen. Er worden verschillende dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken. Aanvullende activiteiten zoals sport, arbeid en vormingsactiviteiten zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten. 3Sanitaire en hygiëne omstandigheden Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan dewelke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren. 8.2 Standpunten verdediging en officier van justitie De raadsvrouw heeft aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat het de vraag is of de verstrekte detentiegarantie afdoende is. Uit krantenartikelen blijkt dat in de penitentiaire inrichting in Brugge op 17 en 18 februari 2023 nog te veel gedetineerden op één cel zaten. Vervolgens is ruim twee weken later een detentiegarantie verstrekt, inhoudende dat de opgeëiste persoon in Brugge kan worden gedetineerd. Het is de vraag of de garantie kan worden nagekomen. De raadsvrouw is verder bekend met een situatie (betreffende een andere opgeëiste persoon) waarin ondanks de verstrekte detentiegarantie toch op de grond moest worden geslapen. Dat is weliswaar door een Belgische advocaat opgelost, maar dat heeft wel een aantal dagen geduurd. Gelet hierop moet geen gevolg aan de overlevering worden gegeven. De officier van justitie heeft, kort weergegeven, tot verwerping van het verweer geconcludeerd. Er is een individuele detentiegarantie verstrekt en er is geen reden om hieraan te twijfelen. 8.3 Oordeel rechtbank Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. Op grond van het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van de informatie uit de verstrekte detentiegarantie. De rechtbank is daarom van oordeel dat het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Het algemene gevaar dat de rechtbank heeft aangenomen, wordt door deze individuele garantie namelijk uitgesloten ten aanzien van de opgeëiste persoon nu hij zal worden geplaatst in een instelling op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden). Hetgeen de raadsvrouw heeft aangevoerd doet hier niet aan af. De door haar overgelegde krantenartikelen bevestigen het algemene gevaar dat de rechtbank ten aanzien van alle Belgische penitentiaire inrichtingen, waaronder Brugge, heeft aangenomen, maar doen niet af aan de verstrekte individuele detentiegarantie. De rechtbank heeft voorts geen redenen te veronderstellen dat het door de raadsvrouw genoemde voorbeeld in een ander geval - hoe zorgwekkend ook - anders moet worden geduid dan als een incident, temeer daar in dat geval kennelijk na actie van de advocaat wel spoedig een oplossing is bereikt. 9Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 10Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 11Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van eerste aanleg te West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk (België) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter, mrs. A.J.R.M. Vermolen en A.K. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 mei
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. Rechtbank Amsterdam, 19 augustus 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:
- ECLI:NL:RBAMS:2022:7536 Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML, ECLI:EU:C:2018:589.