RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/255730-22 RK nummer: 22/4687 Datum uitspraak: 7 maart 2023 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie van 20 oktober 2022 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 27 mei 2022 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres opgeëiste persoon] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 28 december 2022 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 december
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat in Rotterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Tussenuitspraak 11 januari 2023 De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 11 januari 2023 de grondslag en inhoud van het EAB beoordeeld, heeft verweren met betrekking tot de genoegzaamheid van het EAB en de onschuld van de opgeëiste persoon verworpen en heeft vastgesteld dat de terugkeergarantie voldoet. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek heropend en geschorst in verband met de detentieomstandigheden in België. De rechtbank heeft geconcludeerd dat sprake is van een individueel reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) voor de opgeëiste persoon in detentie in België. Omdat bij wijziging van de omstandigheden dit gevaar alsnog zou kunnen worden uitgesloten, heeft de rechtbank de beslissing over de overlevering aangehouden om op de volgende zitting te onderzoeken of die eventuele wijziging in de omstandigheden zou zijn opgetreden. De rechtbank heeft daartoe een redelijke termijn gesteld van maximaal 60 dagen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen om die reden ook met 60 dagen verlengd. Zitting 21 februari 2023 De rechtbank heeft op de zitting van 21 februari 2023 het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond op het moment van de schorsing. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. W.H.R. Hogewind. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsman. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden Bij uitspraak van 14 december 2022 heeft de rechtbank in een andere zaak geoordeeld dat er thans een algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in alle detentie-instellingen in België worden onderworpen aan een onmenselijke behandeling gelet op de detentieomstandigheden in België. Bij brief van 24 januari 2023 van het Directoraat-generaal Wetgeving, Fundamentele rechten en Vrijheden, Dienst internationale samenwerking in strafzaken - Centrale autoriteit is, de volgende garantie gegeven: (…) [opgeëiste persoon] zal worden opgesloten in de gevangenis van Turnhout indien na overlevering door de bevoegde gerechtelijke autoriteit wordt beslist dat de persoon in voorlopige hechtenis dient te blijven. (…) België garandeert dat de opgeëiste persoon na overlevering zal worden opgesloten in een instelling en op een wijze die in overeenstemming is met de fundamentele rechten en in het bijzonder relevante internationale standaarden (o.a. CPT standaarden) met in begrip van voldoende individuele leefruimte, afgescheiden sanitair en dagactiviteiten buiten de cel. In deze zaak garandeert België de volgende waarborgen inzake de detentieomstandigheden waar [opgeëiste persoon] aan zal worden onderworpen na overlevering: - De opgeëiste persoon zal niet worden opgesloten in een cel met minder dan 3m2 individuele levensruimte, zoals vereist door de CPT standaarden. Dit geldt zowel indien de opgeëiste persoon in een eenpersoons- als in een meerpersoonscel zou worden opgesloten. - De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel is 9 m2 inclusief vast meubilair. De gemiddelde minimum leefruimte van elke cel inclusief vast meubilair en sanitair is 11m
- o De sanitair blokken omvatten een wasbak en een toilet dat is afgescheiden van de rest van de cel door een muur of scherm; o Het vast meubilair omvat onder andere een tafel, kast, bed en bureau; - De opgeëiste persoon zal een bed ter beschikking hebben en zal bijgevolg niet op grond hoeven te slapen. Er worden verschillend dagactiviteiten buiten de cel voorzien. Deze activiteiten omvatten in ieder geval regelmatige wandelingen in een open koer en familiebezoeken alsook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes. Aanvullende activiteiten zoals sport en arbeid zijn onderhevig aan aanzienlijke wachtlijsten. (…) Als algemene regel, voorziet de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden in algemene rechten en plichten voor gedetineerden, o.a. het recht op dagelijkse persoonlijke hygiëne, het recht op toegang tot gezondheidszorg en -bescherming evenredig aan de welke wordt voorzien buiten de gevangenismuren. In dit verband, is een penitentiaire gezondheidsraad opgericht bij wet die adviseert bij het verbeteren van de kwaliteit de gezondheidszorg binnen de gevangenismuren. De medische zorg binnen de gevangenismuren is van gelijke kwaliteit als de medische zorg die wordt verstrekt buiten de gevangenismuren. Standpunt van de raadsman De raadsman heeft aangevoerd dat de gegeven detentiegarantie niet voldoet, omdat hij betwist dat er in de praktijk daadwerkelijk wordt gehandeld zoals is beschreven in de detentiegarantie. De overlevering moet daarom primair worden geweigerd. Subsidiair heeft de raadsman verzocht om de behandeling van de vordering aan te houden. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de detentiegarantie afdoende is. Oordeel van de rechtbank Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande individuele detentiegarantie. De rechtbank is, gelet op deze garantie van de Belgische autoriteiten, van oordeel dat het vastgestelde individuele reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de EU hiermee voor de opgeëiste persoon is weggenomen. De rechtbank verwerpt het primaire verweer en wijst het subsidiaire aanhoudingsverzoek af. 4Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 5Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5, 6, 7 en 11 OLW. 6Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout (België) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter, mrs. E.G.M.M. van Gessel en C.M. Delstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.D. Reinders, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 maart
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. ECLI:NL:RBAMS:2023:
- Zie artikel 11 van de OLW. Zie artikel 22, eerste, derde en zesde lid van de OLW. ECLI:NL:RBAMS:2022:
- HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.