vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/211501-22 (promis) Datum uitspraak: 9 juni 2023 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, ingeschreven op het adres [adres]. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 mei
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Keulers en van wat de raadsman van verdachte mr. S. Ben Tarraf naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Verdachte wordt kort gezegd beschuldigd van: Feit 1 mishandeling van zijn echtgenote, [persoon], in de periode van 16 tot en met 20 augustus 2022 in Amsterdam; Feit 2 belediging van politieambtenaren op 21 augustus 2022 in Amsterdam. De tenlastelegging staat in bijlage I. 3Waardering van het bewijs 3.
- Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vindt dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen. 3.
- Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde feiten. 3.
- Het oordeel van de rechtbank Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte de tenlastegelegde mishandeling van zijn echtgenote [persoon] (feit 1) en de tenlastegelegde belediging van de politieambtenaren (feit 2) heeft begaan. Omdat verdachte de bewezenverklaarde feiten heeft bekend en de raadsman hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, kan, op grond van artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering, met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan: Ten aanzien van feit 1 en feit 2 - de bekennende verklaring die verdachte heeft afgelegd zoals neergelegd in het proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2022174794-20 van 21 augustus 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 1] en [opsporingsambtenaar 2], doorgenummerde pagina’s 78 tot en met
- Ten aanzien van feit 1 een proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden met nummer 2022174794-6 van 21 augustus 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 3] en [opsporingsambtenaar 4], doorgenummerde pagina’s 09 tot en met 11; een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2022174794-3 van 20 augustus 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 5] en [opsporingsambtenaar 6], doorgenummerde pagina’s 01 tot en met
- Ten aanzien van feit 2 - een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2022174794-12 van 21 augustus 2022, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [opsporingsambtenaar 7], [opsporingsambtenaar 8], [opsporingsambtenaar 9] en [opsporingsambtenaar 10], doorgenummerde pagina’s 41 tot en met
- 4Bewezenverklaring De rechtbank acht bewezen dat verdachte: ten aanzien van feit 1: op tijdstippen gelegen in de periode van 16 augustus 2022 tot en met 20 augustus 2022 te Amsterdam zijn echtgenote, [persoon], heeft mishandeld, door die [persoon], meermalen, met zijn vlakke hand en/of zijn vuist tegen haar gezicht te slaan en/of te stompen; ten aanzien van feit 2: op 21 augustus 2022 te Amsterdam opzettelijk politieambtenaren, te weten [opsporingsambtenaar 7] en [opsporingsambtenaar 8] en [opsporingsambtenaar 9] en [opsporingsambtenaar 10], gedurende de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling en door een feitelijkheid, heeft beledigd, door naar die [opsporingsambtenaar 7] te spugen en door tegen die [opsporingsambtenaar 7] en [opsporingsambtenaar 8] en [opsporingsambtenaar 9] en [opsporingsambtenaar 10] te zeggen: “Kankerlijer”, “Kankerhonden”, “Vuile flikkers”, “Jij met je kale kanker kop” en “Vieze kanker rechercheurs”. 5De strafbaarheid van de feiten De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 7Motivering van de straffen en maatregelen 7.
- De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. 7.
- Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft uitvoerig stilgestaan bij de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft de rechtbank verzocht daarmee rekening te houden. Verdachte heeft psychotische en paranoïde trekken en heeft de feiten onder invloed van drugs begaan. Hij woont nu met zijn vrouw in [land] en is niet van plan terug te keren naar Nederland. Verdachte gebruikt geen drugs meer en wil zijn verantwoordelijkheid als echtgenoot nemen. Primair verzoekt de raadsman een straf op te leggen gelijk aan het voorarrest, en subsidiair om daaraan een voorwaardelijke straf te koppelen. 7.
- Het oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte en [persoon] zijn op voorstel van hun families in [land] met elkaar getrouwd. Enkele dagen nadat [persoon] in Nederland was aangekomen, heeft verdachte haar onder invloed van drugs meermalen mishandeld. [persoon] was toen 19 jaar en was nog nooit in Nederland geweest. Zij was compleet afhankelijk van verdachte en hij heeft ernstig misbruik gemaakt van haar vertrouwen. Dat rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan de belediging van ambtenaren in functie door hen uit te schelden en te bespugen. Zij doen gewoon hun werk en mogen niet zo behandeld worden. Dat is hinderlijk en zeer vervelend. Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij de afgelopen jaren vaker is veroordeeld. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met straffen in vergelijkbare zaken. Gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en omdat verdachte zich niet heeft gehouden aan zijn schorsingsvoorwaarden, vindt de rechtbank het opleggen van een taakstraf of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf niet aan de orde. Alles afwegende vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden. 8Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 266, 267, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. 9Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: ten aanzien van feit 1: mishandeling, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn echtgenoot, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 2: eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden. Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden. Heft op het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Slager, voorzitter, mrs. F.J. Lourens en C. Wildeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 juni
- […]