← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:379

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/296254-22 RK nummer: 22/4869 Datum uitspraak: 24 januari 2023 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie van 23 november 2022 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 20 april 2022 door het Staatsanwaltschaft Krems an der Donau (Oostenrijk) – met toestemming van het Landesgericht Krems an der Donau (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) – en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] , China op [geboortedag] 1987, verblijfadres: [adres] , gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 10 januari

  1. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. A Comans, waarnemend voor mr. Y. Moszkowicz, beiden advocaat in Utrecht. De opgeëiste persoon is tevens bijgestaan door een tolk in de taal Mandarijn. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Chinese nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een gerechtelijk goedgekeurde lastgeving tot aanhouding met referentie 6 St 72/22y van het Openbaar Ministerie Krems an der Donau. Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt dat deze lastgeving dateert van 27 april
  2. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Oostenrijks recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW De raadsman heeft aangevoerd dat de overlevering moet worden geweigerd op grond van artikel 13 OLW. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een geschokte rechtsorde in Oostenrijk, dat het bewijs zich in Nederland bevindt en dat het de voorkeur heeft om de opgeëiste persoon hier in Nederland te vervolgen. De officier van justitie is van mening dat de rechtbank kan afzien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW omdat het onderzoek in Oostenrijk is gestart, Oostenrijk de wens heeft geuit om vervolging in te stellen door de uitvaardiging van het EAB, het bewijs zich in Oostenrijk bevindt, de rechtsorde daar is geschokt en de Nederlandse officier van justitie niet voornemens is om zelf vervolging in te stellen. De rechtbank stelt vast dat uit het EAB niet blijkt dat sprake is van een strafbaar feit dat geacht wordt geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. De weigeringsgrond van artikel 13 OLW doet zich dan ook niet voor. Zelfs als wordt aangenomen dat de verdovende middelen vanuit Nederland zijn ingevoerd en de voortgezette handeling – mede – op Nederlands grondgebied heeft plaatsgevonden, meent de rechtbank, gelet op hetgeen de officier van justitie heeft aangevoerd, dat van de weigeringsgrond moet worden afgezien. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5, en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Landesgericht Krems an der Donau (Oostenrijk) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.J.F. Ceelie, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 januari
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.