RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: : 13/084741-23 Datum uitspraak: 20 juni 2023 UITSPRAAK op de vordering van 27 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 2 juni 2021 door the Warsaw Regional Court, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 25 mei 2023 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. D. Bektesević, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de in het proces-verbaal opgestelde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. Zitting 20 juni 2023 De behandeling van de vordering is, in gewijzigde samenstelling, met toestemming van partijen voortgezet op de zitting van 20 juni 2023, in tegenwoordigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. A.M. Timorason die waarneemt voor mr. D. Bektesević, beiden advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een judgement of the District Court of Warsaw-Żoliborz (Warsaw), III Penal Division of 4 February 2015 in a case under ref. no. III K 564/14, a decision of the District Court of of Warsaw-Żoliborz (Warsaw) V Enforcement Division of 21 May 2019, court ref no. V Ko 962/
- Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. Uit de aanvullende informatie van 31 mei 2023 volgt dat de aanvankelijke voorwaardelijke straf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf, omdat de opgeëiste persoon tijdens zijn proeftijd een nieuw strafbaar feit (‘het triggerende strafbare feit’) heeft gepleegd. De rechtbank moet daarom ook toetsen of bij het proces waarbij de opgeëiste persoon voor ‘het triggerende strafbare feit’ is veroordeeld, is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ. In de voornoemde aanvullende informatie staat dat de opgeëiste persoon ook aanwezig is geweest op de zitting waar hij is veroordeeld voor ‘het triggerende strafbare feit’. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar, vier maanden en twaalf dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. 5Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 3 en 11 Opiumwet en 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Warsaw Regional Court, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. E.G.M.M. van Gessel, voorzitter, mrs. Ch.A. van Dijk en L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 juni
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 23 maart 2023 in de zaak LU (C514/21) en PH (C515/21), (ECLI:EU:C:2023:235). Zie onderdeel e) van het EAB.