RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/085818-23 Datum uitspraak: 22 juni 2023 UITSPRAAK op de vordering van 12 april 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 september 2020 door the Galati District Court, Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats] (Roemenië), zonder vaste woon- of verblijfplaats, gedetineerd in de [detentieadres], hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 juni 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. B. Tijkotte, advocaat in Koog aan de Zaan, en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een criminal sentence (kenmerk 1567) van 16 oktober 2019 van the Galati District Court. Deze is op 18 maart 2020 onherroepelijk geworden door middel van de decision (kenmerk 264) van 18 maart 2020 van the Galati Court of Appeal. Uit het EAB en de aanvullende informatie van 6 juni 2023 blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij zowel de procedure in eerste aanleg als in hoger beroep. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog één jaar en zes maanden, waarvan het voorarrest van ongeveer twee dagen nog wordt afgetrokken. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis en arrest. Dit vonnis en arrest betreffen het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: overtreding van artikel 107, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 Het verweer van de raadsman, inhoudende dat op grond van het vereiste van de dubbele strafbaarheid het feit ook in Nederland een strafbedreiging van ten minste twaalf maanden dient te hebben, slaagt niet. Bij uitspraak van 30 oktober 2015 heeft de rechtbank artikel 7, eerste lid, OLW ter zake van niet-lijstfeiten zo uitgelegd dat in geval van executieoverlevering niet een voorwaarde inzake de hoogte van de strafbedreiging in Nederland geldt. Bovendien is artikel 7, eerste lid, OLW met ingang van 1 april 2021 daarmee in overeenstemming gebracht: het vereiste inzake de strafbedreiging heeft alleen betrekking op de strafbedreiging in de uitvaardigende lidstaat. 5Detentieomstandigheden De raadsman heeft zijn zorgen geuit over de detentieomstandigheden in Roemenië. De verklaring van de uitvaardigende justitiële autoriteit dat de opgeëiste persoon waarschijnlijk wordt geplaatst in de Brăila gevangenis, biedt onvoldoende zekerheid dat hij niet in Giurgiu terecht komt. Primair heeft hij daarom betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd. Subsidiair heeft hij verzocht om aanvullende vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. De officier van justitie vindt dat de individuele detentiegarantie die door de uitvaardigende justitiële autoriteit is verstrekt het algemeen gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in detentie voor de opgeëiste persoon wegneemt. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, en met name de overbevolking in penitentiaire instellingen, een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest van de grondrechten van de EU (Handvest) bestaat voor personen die in een Roemeense penitentiaire instelling worden gedetineerd. In de brief van de Chief Prison Police Commissioner van 6 juni 2023 staat onder meer het volgende: Further to the request received from the Dutch authorities, concerning the detention conditions applicable to [opgeëiste persoon] (born on [geboortedag] 1986, domiciled in [geboorteplaats], and sentenced to 1 year and 6 months in prison), in the event of his transfer to the Romanian authorities, please be advised as follows:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.