← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:426

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.268.656-22 RK nummer: 22/4693 Datum uitspraak: 12 januari 2023 UITSPRAAK op de vordering van de officier van justitie van 2 november 2022 bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 10 oktober 2022 door Office of the Prosecutor General of the Republic of Lithuania (Litouwen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1985, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans uit anderen hoofde gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 december

  1. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om ter zitting aanwezig te zijn. Hij is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. Th. Boumans, advocaat in Heerlen, die waarnam voor mr. L.J.L.M. Dacier, eveneens advocaat in Heerlen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een ruling issued by the District Court of Vilnius Region, Chamber of Trakai on 22 August 2022, reference: pre-trial investigation No. 01-1-28924-
  2. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Litouws recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid: feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Litouwen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden Door de raadsman is namens de opgeëiste persoon aangevoerd dat geen gevolg aan het overleveringsverzoek moet worden gegeven omdat de opgeëiste persoon eerder in Litouwen heeft vastgezeten en toen met erbarmelijke detentieomstandigheden is geconfronteerd. Er was onder meer sprake van mishandelingen en corruptie. Er is daarom sprake van een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling, indien de opgeëiste persoon aan Litouwen wordt overgeleverd en daar wordt gedetineerd. Bij uitspraak van 2 juni 2020 heeft de rechtbank geoordeeld dat geen reëel gevaar meer bestaat voor een onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, ten aanzien van opgeëiste personen die na overlevering in Litouwen gedetineerd worden. Evenmin zijn er thans objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens voorhanden, op grond waarvan kan worden aangenomen dat personen die na hun overlevering aan Litouwen worden gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. Met de officier van justitie is de rechtbank dus van oordeel dat het verweer niet slaagt. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Prosecutor General of the Republic of Lithuania (Litouwen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. P. van Kesteren en M.E. van Rijn-Tonino, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 januari
  3. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB. ECLI:NL:RBAMS:2020:2756

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.