RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.474-21 RK nummer: 21/2466 Datum uitspraak: 12 januari 2023 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 april 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 maart 2021 door the Regional Court in Konin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres opgeëiste persoon] , hierna te noemen: de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 14 december 2022 De behandeling van de vordering is aangevangen op de openbare zitting van 14 december 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen. Als niet-gemachtigde raadsman van de opgeëiste persoon was ter zitting aanwezig mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht. De raadsman heeft ter zitting verzocht om aanhouding van de zaak, omdat de opgeëiste persoon ziek was. De rechtbank heeft ter zitting vastgesteld dat in deze zaak de termijn van 90 dagen waarbinnen de rechtbank ex artikel 22, eerste en derde lid, OLW op het overleveringsverzoek moest beslissen, reeds was verstreken. Dat betekende dat de rechtbank de beslistermijn niet meer kon verlengen en dat als gevolg daarvan geen grondslag meer bestond voor overleveringsdetentie. De rechtbank heeft de zaak voor bepaalde tijd aangehouden tot de zitting van 29 december 2022 om 10.00 uur om de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen bij de behandeling van zijn zaak aanwezig te zijn. Zitting 29 december 2022 Het onderzoek ter zitting is hervat op de openbare zitting van 29 december 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft en de raadsman, mr. R. Zilver. De opgeëiste persoon is niet ter zitting verschenen. Zijn raadsman heeft verklaard dat hij de opgeëiste persoon op de hoogte heeft gesteld van de zitting. Hij achtte zich echter nog steeds niet gemachtigd om namens de opgeëiste persoon het woord te voeren. De raadsman heeft niet opnieuw om aanhouding van het onderzoek ter zitting verzocht omdat de opgeëiste persoon, in tegenstelling tot de vorige zitting, niet aan hem te kennen heeft gegeven dat hij de zitting wil bijwonen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de oproeping correct is betekend en daarom is het onderzoek buiten aanwezigheid van de opgeëiste persoon voortgezet. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment van the District Court in Konin (Polen) van 21 juni 2018 (referentienummer: II K 1253/17). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.