RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/017857-23 Datum uitspraak: 17 mei 2023 UITSPRAAK op de vordering van 23 februari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 28 oktober 2022 door the Office of the Prosecutor of the Republic attached to the Court of Messina (Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1984, verblijvende op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 mei 2023, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.S. Zijderveld, advocaat te Wageningen en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een judgment n. 617/2011 of the Court of Messina, rendered in criminal proceeding n. 3214/2008 R.G.N.R., enforceable on 28 September 2015. Uit het zogenaamde A-formulier blijkt dat op 5 april 2011 door the Court of Messina vonnis gewezen is. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van vier jaren en zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 3.1 Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW In het EAB is onder d. aangegeven dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen in de procedure die tot het vonnis heeft geleid. Voorts is aangegeven dat zich (kort gezegd) de omstandigheden als bedoeld in artikel 12 onder a voordoen. In het A-formulier is aangegeven dat de opgeëiste persoon de mogelijkheid heeft van verzet. De officier van justitie heeft hieromtrent vragen gesteld. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de overlevering geweigerd moet worden op grond van artikel 12 OLW. Zij heeft in dat verband een vertaling van een arrest het Hof van Beroep in Roemenië overgelegd van 30 oktober 2018, waarin de overlevering van de opgeëiste persoon ter zake van hetzelfde feit naar Italië geweigerd zou zijn op grond van artikel 12 OLW. De officier van justitie heeft aangegeven dat naar aanleiding van het EAB reeds op 12 april 2023 vragen zijn uitgezet nu het EAB in samenhang gelezen met het A-formulier onduidelijk is met betrekking tot de vraag of een uitzondering van artikel 12 OLW van toepassing is en, zo ja, welke. Zij heeft aangegeven dat zij nog geen antwoorden heeft ontvangen. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de behandeling van de zaak aan te houden in afwachting van deze nadere informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Oordeel van de rechtbank In het EAB wordt alleen melding gemaakt van het vonnis van the Court of Messina van 5 april 2011, welk vonnis eerst op 20 september 2015 uitvoerbaar geworden is. Uit het door de raadsvrouw overgelegde stuk blijkt dat dit vonnis bij arrest door het Hof van Beroep in Messina op 23 januari 2015 bekrachtigd is, welk arrest op 29 september 2015 onherroepelijk geworden is. Op dat moment werd het vonnis uitvoerbaar. De rechtbank gaat ervanuit dat het om dezelfde zaak gaat, nu hetzelfde dossiernummer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.