RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751546-17 Datum uitspraak: 8 juni 2023 UITSPRAAK op de vordering van 30 juni 2020 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 april 2017 door the District Court in Koszalin II Criminal Department (Polen) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1988, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 3 september 2020 De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 3 september 2020, in aanwezigheid van mr. M. Diependaal, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. Engwegen, advocaat te Echt, en door een tolk in de Poolse taal. Het onderzoek is voor onbepaalde geschorst om de antwoorden van het Hof van Justitie van de Europese Unie af te wachten naar aanleiding van de door de rechtbank gestelde prejudiciële vragen over de Poolse rechtsstaatkwestie. Zitting 25 mei 2023 De behandeling van het EAB is met toestemming, in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 25 mei 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. G. Engwegen, advocaat te Echt, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een judgment of the Local Court in Łobez of 14 September 2012 (referentienummer: II K 456/12). Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is voorwaardelijk aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Op 31 mei 2016 heeft the Local Court in Bialogard VII Satellite Criminal Department in Swidwin de tenuitvoerlegging van deze straf bevolen, omdat de opgeëiste persoon niet aan de voorwaarden die hem waren opgelegd, had voldaan. Van deze straf resteren volgens het EAB nog elf maanden en vijf dagen. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. 4Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: overtreding van artikel 8, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) en overtreding van artikel 9, eerste lid, WVW
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.