RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/120689-23 BESCHIKKING in raadkamer op het bezwaarschrift ex artikel 61 van de Overleveringswet (OLW) jo. artikel 62a, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van [klager] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , thans gedetineerd in [detentieplaats] , hierna te noemen “klager”, tegen het bevel van de officier van justitie te Amsterdam van 23 mei 2023, tot het opleggen van beperkingen als bedoeld in artikel 62 Sv. 1Procesgang Het bezwaarschrift, gedateerd op 27 mei 2023, is op 30 mei 2023 ter griffie van deze rechtbank ingekomen. De rechtbank heeft op 7 juni 2023 klager, zijn raadsman mr. S. Schilder, advocaat te Utrecht die waarneemt voor mr. B.J. de Pree, advocaat te Utrecht, en de officier van justitie, mr. G.P. Sholeh, in besloten raadkamer gehoord. 2Feiten Op 4 mei 2023 hebben de Duitse justitiële autoriteiten een Europees aanhoudingsbevel (EAB) tegen klager uitgevaardigd. Zijn overlevering wordt gevraagd om hem in Duitsland te vervolgen op grond van de verdenking van betrokkenheid bij de illegale handel in verdovende middelen. Klager is op 23 mei 2023 op grond van de OLW aangehouden. Klager verblijft sindsdien in overleveringsdetentie uit hoofde van de OLW. De officier van justitie heeft bij bevel van 23 mei 2023 bevolen dat in het belang van het onderzoek beperkende maatregelen worden getroffen. Die maatregelen houden in dat klager zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie geen bezoek mag ontvangen, dat hij zonder uitdrukkelijke toestemming van de officier van justitie geen telefonisch contact – middellijk noch onmiddellijk – mag hebben met anderen, dat hij geen brieven respectievelijk pakketjes mag verzenden of ontvangen zonder uitdrukkelijke toestemming van en na controle door of vanwege de officier van justitie, en dat hij geen enkel contact mag hebben – mondeling noch schriftelijk noch telefonisch, middellijk noch onmiddellijk – met medegedetineerden. De beperkingen gelden niet ten aanzien van het contact met zijn raadsman. De beperkingen met betrekking tot telefonisch en briefcontact gelden evenmin ten aanzien van justitiële autoriteiten. Verder is het klager niet toegestaan om televisie te kijken en kranten/tijdschriften te lezen op zijn cel en is het hem niet toegestaan gebruik te maken van een computer/mobiele telefoon Op 24 mei 2023 heeft de officier van justitie de vordering ex artikel 23 van de OLW ingediend bij deze rechtbank. 3Inhoud van het bezwaarschrift Het bezwaarschrift, dat ter zitting nader is toegelicht, strekt tot opheffing van de beperkingen. In de aanbiedingsbrief bij het EAB wordt door de Duitse officier van justitie gesproken over plofkraken, terwijl het EAB drugsfeiten betreft. Er is daarmee geen grondslag voor het opleggen van beperkingen nu de opgelegde beperkingen berusten op andere feiten dan waar klager in het EAB van wordt verdacht. De raadvrouw heeft daarnaast naar voren gebracht dat klager enorm lijdt onder het feit dat hij volledig geïsoleerd gedetineerd is en geen enkel contact kan en mag hebben met zijn familie. 4Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de beperkingen moeten worden gehandhaafd, gelet op de zich in het dossier bevindende beschikking van het Amtsgericht Düsseldorf van 4 mei 2023, waarin wordt gemotiveerd waarom er beperkingen nodig zijn. Die beschikking van de Duitse rechter is leidend. Het is de bedoeling van de Duitse autoriteiten dat de beperkingen voortduren, zodat de opgeëiste persoon het onderzoek dat nu nog loopt niet kan frustreren en er nog gezocht wordt naar medeverdachten. 5Beoordeling door de rechtbank Wettelijke grondslag De officier van justitie moet bevoegd worden geacht tot het opleggen van beperkingen. Artikel 61 van de OLW bepaalt namelijk dat de klager die op basis van deze wet van zijn vrijheid wordt beroofd, wordt behandeld als een verdachte die krachtens strafvordering aan een overeenkomstige maatregel is onderworpen. Aangenomen dient te worden dat, ook al wordt artikel 62 Sv niet genoemd bij de bepalingen die in artikel 30 OLW van overeenkomstige toepassing zijn verklaard, hiermee artikel 62 Sv van overeenkomstige toepassing is in geval van overleveringsdetentie. De officier van justitie moet daarom in beginsel bevoegd worden geacht tot het treffen van de in artikel 62 Sv bedoelde maatregelen, waaronder het nemen van vingerafdrukken en foto’s, maar ook het opleggen van beperkingen, krachtens een rechtshulpverzoek van de betreffende buitenlandse autoriteit, die om overlevering van klager heeft gevraagd. De uitvoering van buitenlandse rechtshulpverzoeken is geregeld in de eerste en derde afdeling van Boek 5, Titel 1 Sv. Artikel 5.1.1., tweede lid, Sv luidt: Als verzoeken om rechtshulp worden aangemerkt verzoeken van daartoe bevoegde autoriteiten van een staat aan de bevoegde autoriteiten van een andere staat tot het al dan niet gezamenlijk verrichten van handelingen van onderzoek of het verlenen van medewerking daaraan, verzoeken ter bepaling van de aanwezigheid van wederrechtelijk verkregen voordeel, het toezenden van documenten, dossiers of stukken, of het geven van inlichtingen, dan wel het betekenen of uitreiken van stukken of het doen van aanzeggingen of mededelingen aan derden. Artikel 5.1.4., tweede en derde lid, Sv luiden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.