RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/060488-23 (EAB V) Datum tussenuitspraak: 11 mei 2023 TUSSENUITSPRAAK op de vordering van 14 maart 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juli 2015 door the Office of the Prosecutor of the Republic of Forli (Italië) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in onbekend (Roemenië) op [geboortedag] 1960, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans uit andere hoofde gedetineerd in [detentieplaats] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 9 mei 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C.L.E. McGivern, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.Mustafazade, advocaat te Amsterdam, die waarneemt voor haar collega, M.A.C. de Vilder-van Overmeire, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een enforceable judgment of the District Court of Rome -1st Division -n. 17736/99-P dated 26 October 1999, irrevocable on 17 October 2001 (referentienummer Judgment n. 17736/99-P – n. 20159/99 Reg. Gen. – n. 34757/95 R.N.R). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 1 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde opgelegd. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. Verjaring van de tenuitvoerlegging De raadsvrouw van de opgeëiste persoon heeft geen verweer gevoegd en de officier van justitie heeft betoogd dat de overlevering moet worden toegestaan nu aan alle vereisten is voldaan. Oordeel van de rechtbank Verjaring naar het recht van de uitvaardigende lidstaat is geen weigeringsgrond. Het toesturen van het EAB door de uitvaardigende justitiële autoriteit impliceert in beginsel dat deze autoriteit bij haar beoordeling of de overlevering nog steeds gewenst is ook de verjaring naar het recht van haar lidstaat heeft beoordeeld. Niettemin moet overlevering achterwege blijven, indien na de uitvaardiging van het EAB de aan dat EAB ten grondslag liggende nationale rechterlijke beslissing niet meer voor tenuitvoerlegging vatbaar is vanwege verjaring. In een dergelijk geval voldoet het EAB immers niet aan de in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, OLW bedoelde eis. In het onderhavige EAB gaat het om een vonnis van 1999 terwijl in het EAB in onderdeel F niet is opgenomen wanneer de tenuitvoerlegging van dat vonnis verjaart. Bovendien is het EAB op 30 juli 2015 – reeds bijna 8 jaar geleden - uitgevaardigd. Deze omstandigheden maken dat de rechtbank niet zonder meer van de hiervoor geformuleerde hoofdregel kan uitgaan. De rechtbank wenst daarom bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan wanneer de verjaringstermijn van de tenuitvoerlegging van het vonnis naar Italiaans recht verloopt. Aan de uitvaardigende justitiële autoriteit dienen daarom de officier van justitie de volgende vragen te worden gesteld: Kan onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.