← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:4589

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/122087-23 Datum uitspraak: 18 juli 2023 UITSPRAAK op de vordering van 25 mei 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 15 maart 2023 door the Public Prosecutor’s Office Vienna (with approval by the Vienna Regional Criminal Court), Oostenrijk, en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [voornaam 1] dan wel [voornaam 2] [achternaam opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] (Servië) op [geboortedag] 1976, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in de [P.I.] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 4 juli 2023, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort en door een tolk in de Servische taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat hij [voornaam 2] [achternaam opgeëiste persoon] heet, de overige persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Servische nationaliteit heeft. Gelet op het onderzoek waarin staat dat de vingerafdrukken van de persoon die voor de rechtbank is verschenen overeenkomen met de vingerafdrukken van de persoon die door Oostenrijk wordt gezocht, is de rechtbank van oordeel dat de persoon die voor de rechtbank is verschenen de persoon is van wie de overlevering door Oostenrijk wordt gevraagd. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een arrest order by the Public Prosecutor’s Office Vienna, dated 15 March 2023, approved by the court. De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Oostenrijks recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. 3.1 Genoegzaamheid Standpunt van de raadsvrouw De raadsvrouw heeft betoogd dat het EAB niet genoegzaam is nu de pleegdatum te onbepaald is en een pleegplaats ontbreekt. Daarbij komen het gewicht aan heroïne in de feitsomschrijving niet overeenkomt met de optelsom van de in de feitsomschrijving genoemde gespecificeerde hoeveelheden. De overlevering moet daarom worden geweigerd. Subsidiair moeten er nadere vragen worden gesteld om hierover duidelijkheid te verkrijgen. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Oordeel van de rechtbank De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen. In deze zaak is het volgende van belang. Naar het oordeel van de rechtbank is met de omschrijving in het EAB voldoende duidelijk voor de opgeëiste persoon waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, namelijk betrokkenheid bij de verkoop van heroïne op een datum voor 16 december 2022. In het A-formulier staat verder nog dat het feit in 2022 in Oostenrijk heeft plaatsgevonden De rechtbank is van oordeel dat het EAB in ieder geval in samenhang gelezen met het A-formulier genoegzaam is. Daarbij moet mede in aanmerking worden genomen dat sprake is van een overlevering in het kader van strafrechtelijk onderzoek. De rechtbank verwerpt daarom het verweer. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank ook geen aanleiding om de zaak aan te houden om nadere vragen te stellen. 4Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 6Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [voornaam 1] dan wel [voornaam 2] [achternaam opgeëiste persoon] aan the Vienna Regional Criminal Court, Oostenrijk voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.G. Vegter, voorzitter, mrs. J.P.W. Helmonds en A.K. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 juli 2023. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Vergelijk: ECLI:NL:RBAMS:2021:4015. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.