RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het op 12 december 2022 ter zitting gedane en onder rekestnummer C/13/726626 / HA RK 22/404 ingeschreven verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, welk verzoek strekt tot wraking van mr. A.E.J.M. Gielen, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter. 1Verloop van de procedure 1.1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de navolgende processtukken: het wrakingsverzoek van 12 december 2022, de zittingsaantekeningen, de schriftelijke reactie van de rechter van 13 december 2022, de schriftelijke reactie van verzoeker van 4 januari 2023 naar aanleiding van de reactie van de rechter. 1.2. De rechter heeft niet in de wraking berust. 2De feiten en het verzoek 2.1. Bij de rechtbank is een (beroep)zaak van verzoeker in behandeling (zaaknummer AMS 21/6086). 3De beoordeling 3.1. Op grond van artikel 8:15 van de Algemene Wet Bestuursrecht (hierna: Awb) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.2. Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. Daarnaast geldt dat ook de objectief gerechtvaardigde schijn van vooringenomenheid grond kan zijn voor wraking. 3.3. In zijn arrest van 25 september 2018 (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft de Hoge Raad overwogen dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking; wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Het gerecht dat over het wrakingsverzoek moet oordelen (de wrakingskamer) komt geen oordeel toe over de juistheid van de (tussen)beslissing noch over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Bij de beantwoording van de vraag of de motivering van een dergelijke (tussen)beslissing getuigt van vooringenomenheid, moet uitgangspunt zijn dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zich evenzeer ertegen verzet dat die motivering grond kan vormen voor wraking, ook indien het gaat om een door de wrakingskamer onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier geachte motivering of om het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de (tussen)beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten - bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die haar heeft gegeven. 3.4. Volgens verzoeker is de rechter niet alleen partijdig en vooringenomen, maar heeft hij ook geprobeerd: “
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.