RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/306801-22 RK nummer: 23/116 Datum uitspraak: 16 maart 2023 UITSPRAAK op de vordering van 12 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 november 2022 door het Amtsgericht Düsseldorf (Duitsland), (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats] (Oekraïne), zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in [detentieplaats] . hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 maart
- Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. F. Atto, advocaat te Enschede en door een tolk in de Duitse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse en Oekraïense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een vonnis van het Landgericht Düsseldorf van 8 juni 2016 met kenmerk 004 KLs 23/15 en een arrest van het Landgericht Düsseldorf van 22 maart 2018 met kenmerk 020 KLs 11/
- Het EAB en de aanvullende informatie van 22 februari 2023 vermelden dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid, zowel in eerste aanleg als bij de procedure in hoger beroep. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 11 jaar en 6 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. 2338 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest. Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst aan als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18 en 21, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal racketeering en afpersing Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. 5Verweren De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon niet gehoord is voor de omzetting van de voorlopige aanhouding in aanhouding plaatsvond. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de procedure zoals omschreven in de OLW op de correcte wijze gevolgd is. De opgeëiste persoon is op 27 december 2022 door de rechter-commissaris gehoord. Het verweer wordt verworpen. De raadsvrouw heeft betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat de opgeëiste persoon de Oekraïense nationaliteit heeft en hij graag in de oorlog in Oekraïne wil vechten voor zijn land. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het willen meevechten in de oorlog in Oekraine niet in het kader van de overlevering als weigeringsgrond kan worden gezien. Het verweer wordt verworpen. 6Slotsom De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe. 7Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Düsseldorf (Duitsland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en H.P. Kijlstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 16 maart
- De jongste rechter is buiten staat mede te ondertekenen Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW. Zie onderdeel e) van het EAB.