RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER RK-nummer: 23/648 Datum beslissing: 2 maart 2023 BESLISSING op de vordering ex artikel 14, derde lid, Overleveringswet (hierna: OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank op 22 februari 2023, strekkende tot het in behandeling nemen van een verzoek om toestemming te verlenen voor uitbreiding van de vervolging als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, OLW. Dit verzoek is ingediend door het Amtsgericht Aachen (Duitsland) op 6 september 2022 en betreft: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Vietnam), thans gedetineerd in [detentieplaats] , hierna te noemen: de overgeleverde persoon. 1Beoordeling Het verzoek bevat de gegevens als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ. De voorhanden zijnde stukken zijn toereikend om - met volledige eerbiediging van de rechten van verdediging van de overgeleverde persoon - een beslissing te nemen. Het verzoek betreft feiten ten aanzien waarvan krachtens de OLW overlevering had kunnen worden toegestaan. Gronden waarop het verzoek moet of kan of moet worden geweigerd doen zich niet voor. De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Toestemming voor uitbreiding van de vervolging kan daarom alleen worden gegeven, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, hij deze straf in Nederland mag ondergaan. Der Leitende Oberstaatsanwalt in Aachen (Duitsland) heeft ten aanzien van de overgeleverde persoon op 6 september 2022 de volgende garantie gegeven: Er wordt verzekerd, dat de vervolgde persoon voor het geval van een rechtsgeldige veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op basis van de geldige versie van de kaderbeslissing 2008/909/JI van de raad van 27.11.2008 over de toepassing van het principe van de wederzijdse erkenning van oordelen in strafzaken, waardoor een de vrijheid ontnemende straf of maatregel wordt opgelegd, voor het doeleinde van de executie in de Europese Unie (ambtelijk blad L 327 van 05.12.2008, pagina 27) voor de verdere strafexecutie naar Nederland wordt overgebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende. De rechtbank zal daarom het verzoek toewijzen. 2Beslissing De rechtbank: verleent op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder f, en derde lid, OLW toestemming voor uitbreiding van de vervolging van [opgeëiste persoon] voor de feiten zoals vermeld in het verzoek. Deze beslissing is genomen op 2 maart 2023 door mr. M.C.M. Hamer, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en H.P. Kijlstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K. Spanjaart, griffier, De jongste rechter is buiten staat mede te ondertekenen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.