RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer Beslissing op het op 7 juli 2023 ingekomen en onder rekestnummer C/13/ 736278 / HA RK 23-222 ingeschreven verzoek van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, welk verzoek strekt tot wraking van mr. E.D. Bonga, althans mr. M. van Walraven, kantonrechter, hierna beiden te noemen: de rechter. 1Verloop van de procedure 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van het navolgende processtuk: - het wrakingsverzoek met bijlagen ingekomen bij de Wrakingskamer bij e-mail met bijlagen op 7 juli 2023; - een e-mail van verzoeker aan de rechtbank van 10 juli
- 1.
- De rechter heeft niet in de wraking berust. 2De feiten en het verzoek 2.
- Verzoeker is gedaagde partij in een procedure die bij de rechter in behandeling is met zaaknummer C/13/10449786 CV (TB) EXPL 23-
- Verzoeker is gedagvaard tegen de rolzitting van 21 februari
- Na antwoord van verzoeker is een comparitie bepaald op 20 juni
- Die is op verzoek van verzoeker niet doorgegaan. De zaak staat thans voor dupliek op 25 juli
- 2.
- Verzoeker heeft onder meer aangevoerd: “ De rechtbank stuurt mij een kopie met stempel van 14 juni 2023 van brief Syncasso. Als dit een verweerschrift is van voor de zitting van afgelopen 27 juni had ik dat verweerschrift voor die tijd moeten krijgen van Syncasso. Dat rechtbank mij dit nu gaat sturen na zitting met stempel van 14 juni 2023 kan dus niet en de rechtbank weet dus dan ook dat ik dat verweerschrift dus nog niet ontvangen heb. De rechtbank voert evident een dubieuze procedure en bevestigt ook nog niet wat ik aan verweerschrift instuurde. Ik wraak hierbij de rechter in deze zaak, want mij na zitting een verweer sturen met datum 14 juni en ook wetende dat ik die niet kreeg want ik reageerde daar ook niet op. Dan wordt de tegenpartij door de rechtbank Zorgverzekeringen Utrecht genoemd en die partij bestaat niet. Syncasso spreekt van Zilveren Kruis Verzekeringen. Dan wordt er wel gesteld dat Syncasso de gemachtigde is maar de conclusie van repliek bevat wel een handtekening maar geen naam van handtekening en is derhalve nietig want we weten niet met wie we nu te maken hebben en wie repliek vol onwaarheden verspreid en tegen die persoon wil ik aangifte doen. De dagvaarding van 5 januari 2023 is nooit betekend want ik was niet in Amsterdam, andere dagvaardingen zijn ook niet betekend maar [naam] zou mij dagvaarden maar de handtekening op de conclusie van repliek is anders, dus van iemand anders. De procespartijen kloppen niet en "Zorgverzekeringen Utrecht" bestaat niet en ik heb voor zitting 27 juni nooit kunnen reageren op conclusie van repliek waarvan zelfs de rechter niet weet wie dat schreef. Ik ben KLAAR met deze zaak, ik wraak de rechter en doe een dringend verzoek deze OPLICHTINGSZAAK aan het OM te overhandigen want ik ben geen verzekerde meer sinds 5 april 2022 en betaalde premie tot 1 juni 2022, dus Zilveren Kruis heeft geen zaak, en nep-vorderingen opvoeren is STRAFBAAR. De rechter is nu maanden tijd gegund om dat vast te stellen en de maat is nu vol.” 3De beoordeling van het verzoek 3.
- Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) kan een rechter worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 3.
- Als uitgangspunt voor de beoordeling geldt dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, behoudens bewijs van het tegendeel. 3.
- Aan het verzoek zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Die feiten en omstandigheden moeten alle tegelijk en wel zodra deze aan verzoeker bekend zijn geworden, worden voorgedragen. Bij gebreke daarvan is het verzoek daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling kan achterwege blijven. 3.
- Omdat verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder grond, heeft ingezet, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. Bepaald zal daarom worden dat verdere verzoeken tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van deze zaak van verzoeker niet in behandeling worden genomen.
- Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt. BESLISSING De Wrakingskamer: wijst het verzoek af; bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van deze zaak niet in behandeling wordt genomen. Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2023 in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.