RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/335718-22 RK nummers: 23-007901 en 23-007902 BESCHIKKING Op de verzoeken tot schadevergoeding en de daarmee samenhangende vergoeding van kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 67 van de Overleveringswet (hierna: OLW) in samenhang met de artikelen 533 en 530 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van [verzoeker] geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1987 zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland hierna te noemen: verzoeker. 1Procesgang Bij schriftelijke verzoeken, bij de rechtbank ingediend op 24 maart 2023, heeft de raadsvrouw van verzoeker vergoeding verzocht van de schade geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming en van de kosten van rechtsbijstand in de overleveringsprocedure, die is geëindigd met de uitspraak van de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank te Amsterdam (hierna: IRK) van 21 februari 2023 tot weigering van de overlevering van verzoeker op grond van artikel 12 OLW. De raadsvrouw heeft bij e-mail van 4 juli 2023 verzocht om aanhouding van de behandeling van de verzoekschriften aangezien verzoeker deze nog moest ondertekenen en de raadsvrouw geen contact met verzoeker heeft kunnen krijgen. De rechtbank heeft, mede gezien het feit dat de zittingsdatum in overleg met de raadsvrouw is bepaald, op voorhand geen reden gezien voor aanhouding van de verzoeken. De rechtbank heeft op 5 juli 2023 de officier van justitie, mr. K. van der Schaft, in openbare raadkamer gehoord. De verzoeker en zijn raadsvrouw mr. A. Redzić-Huseinović, advocaat in Tilburg, zijn niet ter zitting verschenen, hoewel zij daartoe behoorlijk zijn opgeroepen. De verzoeken zijn tijdig ingediend. 2Voorgeschiedenis De rechtbank gaat uit van de volgende feiten: - Bij vonnis van 3 maart 2021van the District Court in Swidnik (Polen), met zaaknummer II K 899/19 is verzoeker veroordeeld tot een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaar; - Op 29 november 2022 is door the Circuit Court in Lublin (Polen) een Europees aanhoudingsbevel (hierna: EAB) uitgevaardigd, strekkende tot de aanhouding en overlevering van verzoeker aan Polen, in verband met de tenuitvoerlegging van voornoemde straf; - Op 25 december 2022 is verzoeker voorlopig aangehouden in Nederland en gedetineerd op grond van de OLW gelet op voormeld EAB; - De overleveringsdetentie is met ingang van 5 januari 2023 opgeschort ten behoeve van executie van een Nederlandse gevangenisstraf van 18 dagen; - De overleveringsdetentie is van 2 februari tot en met 6 februari 2023 opgeschort ten behoeve van executie van een Nederlandse gevangenisstraf van 4 dagen. - Op vordering van de officier van justitie van 27 december 2022 is het overleveringsverzoek behandeld op de zitting van 7 februari 2023; - Bij uitspraak van deze rechtbank 21 februari 2023 is de overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW. Daarbij is de overleveringsdetentie opgeheven. 3Verzoeken De verzoeken strekken tot het toekennen van een vergoeding door de Nederlandse Staat van - € 5.900,- € 5.900,- voor de ondergane vrijheidsbeneming van verzoeker in Nederland in de overleveringsprocedure, nader gespecificeerd: 59 dagen Huis van Bewaring: 59 x € 100,- = € 5.900,- - € 340,- € 340,- voor de kosten die in verband met het opstellen en indienen van het verzoek zijn gemaakt. 4Standpunt raadsvrouw De raadsvrouw heeft in de verzoekschriften, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat verzoeker schadevergoeding op grond van artikel 67 van de OLW toekomt, omdat zijn overlevering is geweigerd. 5Standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken omdat hij de verzoekschriften niet heeft ondertekend. 6Oordeel van de rechtbank De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken nu de verzoekschriften niet door hem zijn ondertekend (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 1 september 1987, ECLI:NL:HR:1987:AB7723, NJ 1988/194). 7Beslissing De rechtbank verklaart de verzoeken tot schadevergoeding en vergoeding van kosten van rechtsbijstand NIET-ONTVANKELIJK. Deze beslissing is gegeven op 5 juli 2023 en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter, mrs. B.M. Vroom-Cramer en L. Sanders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 5 juli 2023. Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.