← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:5317

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751994-19 (EAB II) RK nummer: 20/878 Datum uitspraak: 1 maart 2023 TUSSEN UITSPRAAK op de vordering van 24 januari 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 september 2018 door de Regional Court in Czestochowa (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1975 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang Zitting 25 januari 2023 De behandeling van de zaak is voortgezet op de zitting van 25 januari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.P. Sholeh, officier van justitie. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat te Amsterdam zijn niet verschenen ter zitting van de rechtbank. De behandeling van de zaak is aangehouden om EAB I en EAB II tegelijk met EAB III en IV ter zitting te kunnen behandelen. Zitting 15 februari 2023 De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 15 februari 2023. Het openbaar ministerie heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Hof, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor overleveringsdetentie. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een door het Regional Court Czestochowa (Polen) op 8 januari 2017 gewezen vonnis, met kenmerk II K 74/16. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 9 jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 4Heropening van de zaak De rechtbank is van oordeel dat de jegens de opgeëiste persoon aanhangige overleverings-zaken, waarbij het gaat om een zeer substantiële totale reststraf van ruim 26 jaar, gezamenlijk behandeld dienen te blijven. De rechtbank heeft geconstateerd dat in de overleveringszaken met de parketnummers 13/751104-20 (EAB III) en 13/023443-23 (EAB IV) informatie is verkregen van de Poolse collega van de raadsvrouw, naar aanleiding van zijn dossieronderzoek in de betreffende strafzaken die tot de vonnissen hebben geleid die aan EAB’s III en IV ten grondslag liggen. Dat onderzoek heeft (mogelijk) relevante informatie opgeleverd in het kader van de beoordeling van artikel 12 OLW. De rechtbank acht het van belang om ook te kunnen beschikken over de informatie die de raadsvrouw kort na de zitting van 15 februari 2023 zou ontvangen van haar Poolse collega, welke informatie afkomstig is uit (dossieronderzoek

  1. in)de Poolse strafzaken die tot de vonnissen hebben geleid die ten grondslag liggen aan de EAB’s met de parketnummers 13/751941-18 (EAB I) en 13/751994-19 (EAB II). Die informatie kan de rechtbank slechts beoordelen en in de door haar te nemen beslissingen betrekken indien zij voorwerp van onderzoek is geweest bij gelegenheid van een nadere behandeling ter zitting. Mogelijk is die informatie ook nog relevant voor die zaken waarover de raadsvrouw eerder door haar Poolse collega is geïnformeerd, de EAB’s III en IV. De vraag in hoeverre dat het geval is en, zo ja, tot welke beslissingen dat zou moeten leiden dient tevens voorwerp van onderzoek tijdens een nader onderzoek ter zitting te zijn. Mede gegeven het feit dat de beslistermijn in de zaak met parketnummer 13/023443-23 (EAB IV) zal verstrijken op 23 april 2023 en de rechtbank de gevangenneming heeft bevolen in de zaak met dat parketnummer, acht de rechtbank ook in die zin een heropening en schorsing van het onderzoek ter zitting in deze en de overige zaken aangewezen. De raadsvrouw wordt dan ook uitdrukkelijk uitgenodigd de genoemde aangekondigde en mogelijk overige informatie die nog beschikbaar komt aan de rechtbank te overleggen. De rechtbank acht het voorts van belang dat de opgeëiste persoon – bij gelegenheid van de nadere zitting en meer dan tijdens de eerdere zitting het geval was – zich beraadt op zijn ter terechtzitting gegeven verklaringen, nu zijn mededeling dat hij zich weinig tot niets meer van die tijd kan herinneren niet op voorhand aannemelijk is geworden in het licht van de aard en de omvang van de zaken waarvoor hij is veroordeeld in Polen. 5Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, gelet op hetgeen onder 4. is overwogen. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw. BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. Klomp, voorzitter, mrs. A. Pahladsingh en L. Dolfing, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier, en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 1 maart 2023. Mr. A. Pahladsingh is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 23 Overleveringswet. Zie artikel 22 OLW. De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn. Zie onderdeel
  2. e)van het EAB.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.