RECHTBANK AMSTERDAM Civiel recht Kantonrechter Zaaknummer: 10412170 \ CV EXPL 23-4399 Vonnis van 18 augustus 2023 in de zaak van [eiser] (H.O.D.N. [handelsnaam] ), wonende te [woonplaats] , eisende partij, hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: Van Twuijver Incasso B.V., tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OTENTICA B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde partij, hierna te noemen: Otentica, gemachtigde: mr. J.I. van Vlijmen. 1De procedure 1.
- Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het vonnis in incident van 27 juni 2023 en de daarin genoemde processtukken, - de e-mail namens Otentica van 3 juli 2023 met het verzoek om vonnis te wijzen, - de vaststelling door de griffier dat [eiser] geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid uiterlijk op de rol van 4 juli 2023 te reageren. 1.
- Daarna is vonnis bepaald. 2De zaak in het kort 2.
- [eiser] vordert, samengevat, dat de kantonrechter Otentica bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van: I. € 8.151,03, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag van dagvaarding, II. de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 2.
- De vordering van [eiser] ziet op de betaling van een factuur van 8 september 2022 van een bedrag van € 7.139,00, plus een bedrag aan wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. In de dagvaarding heeft [eiser] aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat partijen in april 2022 een overeenkomst hebben gesloten op grond waarvan [eiser] Otentica heeft begeleid bij het opzetten en uitvoeren van een herstructurering van haar bedrijfsstructuur. 2.
- Otentica heeft als meest verstrekkende verweer aangevoerd dat zij in april en september 2022 nog niet bestond en dat [eiser] de verkeerde partij heeft gedagvaard. 2.
- [eiser] heeft vervolgens met een incidentele conclusie verzocht de naam van de gedaagde partij te wijzigen naar Otentica Holding B.V. (hierna: Holding), dan wel om toestemming gevraagd om Holding in vrijwaring op te roepen. 2.
- Met het vonnis in incident van 27 juni 2023 heeft de kantonrechter het verzoek om naamswijziging en het verzoek tot oproeping in vrijwaring afgewezen. 3De beoordeling 3.
- Uit de processtukken volgt dat [eiser] de verkeerde procespartij heeft gedagvaard. Niet Otentica, maar Holding was de door [eiser] beoogde procespartij. De incidentele vorderingen zijn afgewezen en Holding is dus niet alsnog procespartij geworden in deze procedure. Partijen zijn het erover eens dat [eiser] geen vordering op Otentica heeft op grond van een overeenkomst uit april
- De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] daarom af. 3.
- Omdat de vordering van [eiser] wordt afgewezen, wordt hij als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter begroot de kosten van Otentica tot op heden op € 330,00 (1 punt van het tarief voor vorderingen tot en met € 10.000,00) aan salaris advocaat. De nakosten worden ambtshalve toegewezen op de wijze zoals onder 4.3 in de beslissing is vermeld. 4De beslissing De kantonrechter 4.
- wijst de vordering af, 4.
- veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Otentica tot dit vonnis vastgesteld op € 330,00; 4.
- veroordeelt [eiser] in de kosten die na dit vonnis ontstaan, begroot op € 132,00, te vermeerderen met de explootkosten van betekening als [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en het vonnis vervolgens wordt betekend; 4.
- verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.H. Broesterhuizen en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2023.