RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/154462-23 Datum uitspraak: 22 augustus 2023 UITSPRAAK op de vordering van 27 juni 2023 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 24 augustus 2021 door the Regional Court [Sąd Okręgowy] in Lublin, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , gedetineerd in de [gevangenis] , hierna ‘de opgeëiste persoon’. 1Procesgang De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 8 augustus 2023, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en bijgestaan door zijn raadsman, mr. J. el Haddouchi, die waarneemt voor mr. R. Aolad-Si Mhammad, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. 2Identiteit van de opgeëiste persoon Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Het EAB vermeldt een judgment of the District Court [Sąd Rejonowy] in Pulawy of 21st September 2018 (II K 744/18). Het EAB vermeldt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot de beslissing heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog één jaar en vier maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. 3.1 Voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis De raadsman heeft aangevoerd dat in 2018 de Poolse rechter de tenuitvoerlegging van de straf van de opgeëiste persoon tot nader order heeft opgeschort in verband met de gezondheidssituatie en de zeer slechte financiële situatie van zijn ouders én de behandeling die hij heeft ondergaan met betrekking tot zijn verslaving. De raadsman heeft de rechtbank verzocht om de zaak aan te houden om nader onderzoek te doen en aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of de opgeëiste persoon nog steeds voldoet aan de voorwaarden voor opschorting van zijn straf, nu zijn situatie en die van zijn ouders sindsdien niet is gewijzigd. De officier van justitie verzet zich tegen het aanhoudingsverzoek. De rechtbank wijst het aanhoudingsverzoek af en overweegt hiertoe als volgt. In de aanvullende informatie van uitvaardigende justitiële autoriteit van 7 juli 2023 staat dat the Regional Court in Puławy de tenuitvoerlegging van de straf met één jaar had opgeschort van 14 december 2018 tot 14 december 2019 vanwege de gezondheidssituatie van de ouders van de opgeëiste persoon en zijn drugsverslaving. De opgeëiste persoon was verplicht om zich daarna te melden bij de gevangenis, maar heeft dit niet gedaan. De opgelegde straf is sinds 14 december 2019 (weer) voor tenuitvoerlegging vatbaar. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om nadere informatie op te vragen bij, respectievelijk nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. 4Strafbaarheid; feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW De raadsman heeft aangevoerd dat feit II (het bezit van 0,5 gram marihuana) niet onder het lijstfeit valt en daarom moet de dubbele strafbaar hiervoor worden getoetst. Nu er in Nederland op een dergelijk feit geen vrijheidsstraf van ten minste 12 maanden staat moet de overlevering voor feit II worden geweigerd. De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten: illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld. Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven. Het is aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om, aan de hand van het recht van die lidstaat, te beoordelen of feit II, waarvoor overlevering wordt verzocht onder de hiervoor genoemde lijst valt. Uitgangspunt is dat de rechtbank aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit is gebonden. Op basis van wat de raadsman aanvoert, ziet de rechtbank geen aanleiding om hiervan af te wijken. Feit II waarvoor de overlevering wordt verzocht, valt onder het lijstfeit “illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen”. Daarbij overweegt de rechtbank ten overvloede dat bij de toetsing van de dubbele strafbaarheid het vereiste is dat op het feit naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld en dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. Dit is allemaal het geval. 5Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW De raadsman heeft aangevoerd dat de opgeëiste persoon kan worden gelijk gesteld met een Nederlander. Hij verblijft al ruim 3,5 jaar rechtmatig in Nederland en detentie in Polen zou zijn resocialisatie doorkruisen. De raadsman heeft stukken ter onderbouwing hiervan overgelegd. De rechtbank overweegt dat overlevering van een met een Nederlander gelijk te stellen vreemdeling op basis van artikel 6a, eerste en negende lid, OLW kan worden geweigerd als deze is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf en de rechtbank van oordeel is dat de tenuitvoerlegging van die straf kan worden overgenomen. Om in aanmerking te komen voor gelijkstelling met een Nederlander moet op grond van artikel 6a, negende lid, OLW zijn voldaan aan twee vereisten, te weten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.