← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:547

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 10266163 CV EXPL 23-218 vonnis van: 3 februari 2023 fno.: 991 vonnis van de kantonrechter i n z a k e de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Voortman Keukens Amsterdam B.V. gevestigd te Lijnden eiseres gemachtigde: mr. M.A. Knobben t e g e n [gedaagde] wonende te [woonplaats] gedaagde niet verschenen Verloop van de procedure Eiseres heeft gedaagde op 13 december 2022 gedagvaard. Hieraan voorafgaand heeft eiseres met toestemming van de voorzieningenrecht conservatoir beslag gelegd ten laste van gedaagde. Gedaagde is niet in de procedure verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend. Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald. Gronden van de beslissing Sprake is van een consumentenkoop. In dat geval moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of eiseres als handelaar heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten en tevens of er geen oneerlijke bedingen in de overeenkomst staan. Eiseres heeft over de informatieplichten niets gesteld. De overeenkomst is gesloten in een verkoopruimte. In dat geval moet eiseres stellen dat en op welke wijze is voldaan aan de verplichtingen van artikel 6:230l BW. In de op de overeenkomst van toepassing verklaarde algemene voorwaarden staan de volgende bedingen:ARTIKEL 11: Betaling(…)

  1. Indien cliënt op de 30e dag na de vervaldag nog immer met betaling in gebreke is, is hij zonder dat enige aanmaning of ingebrekestelling is vereist over het opeisbare bedrag rente verschuldigd, te weten de wettelijke rente + 2%. (…)
  2. Cliënt die het door hem verschuldigde niet op tijd betaalt, is verplicht aan Voortman administratiekosten te vergoeden, gemaakt tot inning der vordering, onverminderd het bepaalde in lid 4, lid 9 en lid 10 van dit artikel.
  3. Wanneer Voortman vanwege niet tijdige betaling haar vordering ter incasso in handen van derden stelt, komen de hieraan verbonden kosten voor rekening van cliënt.
  4. Voortman is bevoegd de buitengerechtelijke kosten, buiten die van de inningsprocedure zelf en de executiekosten, te fixeren op 15 procent van de verschuldigde hoofdsom. Op grond van de hiervoor geciteerde bedingen is eiseres gerechtigd om zonder enige limiet alle door haar gemaakte kosten vanwege wanbetaling op de consument te verhalen. De regeling in de algemene voorwaarden is nadeliger voor de consument dan de wettelijke regeling over rente, incassokosten en schadevergoeding. Eiseres heeft geen omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat de betreffende bedingen niet oneerlijk moeten worden aangemerkt. Daarom worden ze voorshands als oneerlijk aangemerkt, omdat ze een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de rechten en plichten van partijen teweegbrengen ten nadele van de consument. Immers, de rente wordt verhoogd ten opzichte van de wettelijke rente en bovendien blijkt uit het beding niet of de ‘+ 2%’ ziet op rente per maand of per jaar. Voor wat betreft de incassokosten is geen vruchteloze aanmaning vereist die voldoet aan de door de Hoge Raad gestelde eisen, zoals dat wettelijk wel het geval is. Bovendien worden de kosten gefixeerd op 15% van de hoofdsom. Eiseres is daarnaast op grond van de bedingen bevoegd om zonder maximum administratiekosten bij de consument in rekening te brengen. De kantonrechter is voornemens de hiervoor geciteerde bedingen vanwege hun oneerlijke karakter ambtshalve te vernietigen. Vernietiging heeft niet alleen tot gevolg dat eiseres geen beroep op de bedingen kan doen, maar ook dat eiseres, als gebruiker van de algemene voorwaarden, geen beroep meer kan doen op aanvullend recht dat zonder de bedingen van toepassing zou zijn geweest (HvJEU 27 april 2021, ECLI:EU:C:2021:68, Dexia). Eiseres wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de informatieplichten (rechtsoverweging 2) en over de oneerlijkheid van de hiervoor aangehaalde bedingen (rechtsoverweging 3 e.v.). De zaak wordt hiervoor verwezen naar de rol over vier weken. Eiseres dient de door haar te nemen akte ook aan gedaagde toe te sturen, met de mededeling dat gedaagde hierop uiterlijk op genoemde rolzitting kan reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Beslissing De kantonrechter: verwijst de zaak naar de rol van vrijdag 3 maart 2023 te 10.00 uur voor het nemen van een akte door eiseres; bepaalt dat eiseres haar akte aan gedaagde moet toesturen en gedaagde in de gelegenheid moet stellen op de akte te reageren; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.