← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:837

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/048134-22 (EAB II) RK nummer: 22/4446 Datum uitspraak: 16 februari 2023 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 oktober 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 juli 2022 door the District Court in Koszalin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1990, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 november

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat te Breda, en door een tolk in de Poolse taal. Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Tevens heeft de rechtbank de gevangenneming onder gelijktijdige schorsing bevolen. Op 29 november 2022 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde deze zaak gezamenlijk te behandelen en erop te beslissen met de zaak met parketnummer 13/192994-22 (EAB I). De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 21 december
  2. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat te Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting voor bepaalde tijd geschorst in afwachting van de vertaling van de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit in EAB I. De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 2 februari
  3. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S. de Goede, advocaat te Breda, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, inmiddels is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor het voortduren van de geschorste overleveringsdetentie. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Tussenuitspraak 29 november 2022 De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 29 november
  4. Hierin heeft de rechtbank de grondslag van het EAB, de inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en artikel 12 OLW al beoordeeld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. 4Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan. 5Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW. 6Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the District Court in Koszalin (Polen) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. G.M. Beunk en A. Pahladsingh, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 16 februari
  5. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Zie artikel 22 OLW. De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.