← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2023:901

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/255056-21 Datum uitspraak: 21 februari 2023 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2001, wonende op het adres [adres verdachte] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 7 februari

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Alsemgeest en van wat verdachte en zijn raadsman mr. G.J.M. Kruizinga naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
  2. poging tot afpersing van [benadeelde partij 1] tezamen en in vereniging op 16 april 2021 te Amsterdam;
  3. mishandeling van [benadeelde partij 1] tezamen en in vereniging op 16 april 2021 te Amsterdam;
  4. mishandeling van [benadeelde partij 2] tezamen en in vereniging op 16 april 2021 te Amsterdam. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 3Waardering van het bewijs 3.
  5. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft integrale vrijspraak gevorderd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat voor de betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde afpersing het dossier onvoldoende bewijs bevat om dit daadwerkelijk te kunnen vaststellen. Ook de tenlastegelegde mishandelingen kunnen niet worden bewezen. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken. 3.
  6. Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft ook vrijspraak bepleit. De betrokkenheid van verdachte bij de tenlastegelegde afpersing komt onvoldoende duidelijk naar voren uit het dossier. Ook voor wat betreft de tenlastegelegde mishandelingen kan niet worden vastgesteld dat verdachte hierbij enige rol heeft gespeeld. Verdachte dient daarom te worden vrijgesproken. 3.
  7. Het oordeel van de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde, evenals de officier van justitie en de verdediging niet bewezen. Niet is vast komen te staan dat verdachte een strafbare rol heeft gespeeld bij de vermeende afpersing. Ook kan op basis van het dossier niet worden vastgesteld dat verdachte zich, al dan niet als medepleger, schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde mishandelingen. Verdachte zal daarom van de gehele tenlastelegging worden vrijgesproken. 4Ten aanzien van de benadeelde partijen De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert € 567,00 (zegge: vijfhonderdzevenenzestig euro) aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast. De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen. De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 675,00 (zegge: zeshonderdvijfenzeventig euro) aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente. De benadeelde partij zal in de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat aan verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht niet is toegepast. De benadeelde partij en de verdachte zullen ieder de eigen kosten dragen. 5Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen. Verklaart [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering. Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen. Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. P. van Kesteren, voorzitter, mr. O.P.M. Fruytier en mr. B. Yeşilgöz, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 februari
  8. [(...)]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.