vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummers: 13/730015-20 (de zaak Buizerd), 13/730053-19 (de zaak Pulheim) en 99/000865-43 (herroeping v.i.) Datum uitspraak: 15 maart 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaken tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in [naam PI] . Inhoudsopgave 1Onderzoek ter terechtzitting 2. Tenlastelegging 3. Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie 3.1. Standpunt van de verdediging 3.2. Standpunt van het Openbaar Ministerie 3.3. Oordeel van de rechtbank 4. Waardering van het bewijs 4.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie 4.2. Standpunt van de verdediging 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Inleiding 4.3.2. Identificatie (PGP-)nummers en Sky-ID’s 4.3.3. De zaak Buizerd 4.3.3.1. Verloop van het onderzoek Buizerd 4.3.3.1. OVC-gesprekken in Nissan Micra 4.3.3.1. ZD 4: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 5: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 3: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 8: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 7: diefstal en/of heling van de Audi A5 Cabriolet ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 6: diefstal en/of heling van de Audi RS5 ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 11: diefstal en/of heling van de Piaggio Skipper 125 4.3.3.1. ZD 10: diefstal en/of heling van de Audi A4 ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 14: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 9: diefstal en/of heling van de Volkswagen Multivan ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 13: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) 4.3.3.1. ZD 2: Geweldsmisdrijf tegen [slachtoffer] (feit 2) 4.3.3.14.1. Redengevende feiten en omstandigheden 4.3.3.14.2. Bewijsoverweging 4.3.4. De zaak Pulheim 4.3.4.1. De voorverkenningen 4.3.4.1. Verplaatsingen van de Renault en voorverkenningen door [verdachte in zaak Pulheim 1] en [verdachte in zaak Pulheim 2] 4.3.4.1. De Volkswagen Transporter 4.3.4.1. Verplaatsing van de Renault naar Bergschenhoek en Voorburg 4.3.4.1. 18 september 2019 – de dag van de moord 4.3.4.1. Mediaberichten en vlucht [verdachte] naar Marokko 4.3.4.1. Na de aanhouding van [verdachte] 4.3.4.1. Eindconclusie 4.3.5. Criminele organisatie 5. Bewezenverklaring 6. Strafbaarheid van de feiten 7. Strafbaarheid van verdachte 8. Motivering van de straf 8.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie 8.2. Standpunt van de verdediging 8.3. Oordeel van de rechtbank 9. Beslag 9.1. Verbeurdverklaring 9.2. Onttrekking aan het verkeer 9.3. Teruggave 10. Benadeelde partijen 10.1. Vorderingen 10.2. Standpunt van het Openbaar Ministerie 10.3. Standpunt van de verdediging 10.4. Oordeel van de rechtbank 10.4.1. Benadeelde partij [benadeelde partij 1] 10.4.2. Benadeelde partij [benadeelde partij 2] 10.4.3. Benadeelde partij [benadeelde partij 3] 11. Vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling 11. Toepasselijke wettelijke voorschriften 11. Beslissing Bijlage – de tenlastelegging 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6, 9 en 10 oktober 2023, 2, 14, 17, 20, 23, 24 en 28 november 2023, 19 februari 2024 en 15 maart 2024. Het onderzoek is op laatstgenoemde zittingsdag gesloten. De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk de zaak Buizerd en de zaak Pulheim aangeduid. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de drie officieren van justitie (hierna gezamenlijk aangeduid als: de officier van justitie) en van wat [verdachte] en zijn raadslieden, mr. B.G. Janssen, mr. P.W. Szymkowiak en mr. N.C.M.L. Bloebaum in de inhoudelijke zaken en mr. W.B.O. van Soest ten aanzien van de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: herroeping v.i.), naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft de zaken tegen [verdachte] gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] . De rechtbank doet in al deze zaken gelijktijdig uitspraak, met uitzondering van de zaak tegen [medeverdachte 6] . 2Tenlastelegging [verdachte] wordt – na wijziging van de tenlastelegging in de zaak Buizerd en nadere omschrijving van de tenlastelegging in de zaak Pulheim op de zitting van 6 oktober 2023 – kort gezegd beschuldigd van de volgende strafbare feiten: De zaak Buizerd Feit 1: leiding geven aan, dan wel deelname aan, een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van gekwalificeerde diefstal, opzetheling, voorbereiding van moord, moord, zware mishandeling met voorbedachten rade en valsheid in geschrift, in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 november 2019 in (verschillende plaatsen
- in)Nederland; Feit 2: het medeplegen van (uitlokking van dan wel medeplichtigheid) aan poging tot moord op dan wel (poging tot) zware mishandeling met voorbedachte raad van [slachtoffer] in de periode van 7 september 2019 tot en met 30 oktober 2019 in Utrecht. Deze beschuldiging is in meerdere primaire en subsidiaire varianten ten laste gelegd. Feit 3: diefstal in vereniging met braak en/of verbreking en/of valse sleutels van auto’s en een scooter, te weten een Audi S4 (zaaksdossier (hierna ook: ZD) 3), een Renault Megane (ZD 4), een Renault Megane (ZD 5), een Audi RS5 (ZD 6), een Audi A5 (ZD 7), een Audi S4 (ZD 8), een Volkswagen Multivan (ZD 9), een Audi A4 (ZD 10) en een Piaggio Skipper 125 (ZD 11), een Volkswagen Transporter (ZD 13) en een Volkswagen Transporter (ZD 14), in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 in (verschillende plaatsen
- in)Nederland en/of medeplegen van opzetheling dan wel schuldheling van deze auto’s en scooter, in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 november 2019 in (verschillende plaatsen
- in)Nederland. De zaak Pulheim Feit 1 primair: medeplegen van moord op advocaat [naam advocaat] , op 18 september 2019 in Amsterdam; subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord op advocaat [naam advocaat] , in de periode van 7 mei 2019 tot en met 18 september 2019 in Amsterdam. De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Ontvankelijkheid van de officier van justitie 3.1. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie ten aanzien van de zaak Buizerd, feit 2, niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat van een eerlijk proces geen sprake zou zijn. Daartoe heeft de verdediging het volgende aangevoerd. a.
- a)we weten niet zeker of de metadata van de PGP-communicatie compleet zijn,
- b)we weten wel zeker dat we veel inhoudelijke PGP-berichten missen,
- c)de politie gebruikt ontelbaar veel aannames en veronderstellingen,
- d)de politie suggereert bepaalde verbanden die in haar eigen visie passen, maar die aantoonbaar onjuist zijn, zoals ‘de Marokkaan met de gouden tand’,
- e)de politie verwerkt vergaande conclusies in ambtsedige processen-verbaal, die aantoonbaar onjuist zijn, terwijl de juiste versie voor het oprapen lag, zoals de gesprekspartner in het OVC-gesprek van 15 november 2019,
- f)de politie verzon belastende uitlatingen van getuige [naam getuige 1] en nam die op in een proces-verbaal op ambtseed en
- g)in datzelfde proces-verbaal zijn uitlatingen van de getuige die ontlastend kunnen worden uitgelegd niet opgenomen. Subsidiair heeft de verdediging verzocht om een serieuze verlaging van de aan [verdachte] op te leggen straf. Dit als signaal richting opsporingsambtenaren dat dit soort fouten consequenties heeft in strafzaken, om op die wijze herhaling in de toekomst wellicht te voorkomen. 3.2. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verwerping van het verweer van de verdediging, omdat geen van de door de verdediging genoemde punten zou leiden tot een ernstige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde en al helemaal niet tot het hierdoor doelbewust of met grove veronachtzaming tekortdoen aan de belangen van [verdachte] aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. 3.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging, omdat de door de verdediging onder
- a)tot en met
- g)genoemde punten geen onherstelbare vormverzuimen opleveren en niet leiden tot een zodanige inbreuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde dat tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie zou moeten worden geconcludeerd. Ook ziet de rechtbank daarin geen reden voor bewijsuitsluiting of voor strafvermindering. Wat betreft de punten
- a)en
- b)is het de rechtbank duidelijk dat veel PGP-data ontbreken, aangezien heel veel berichten niet zijn ontsleuteld. De rechtbank is zich daarvan bewust en zal daarom met de nodige behoedzaamheid omgaan met de wel beschikbare data. De verdediging is meerdere keren in de gelegenheid gesteld onderzoekswensen in te dienen en heeft pas in een laat stadium om toegang tot alle metadata verzocht. De rechtbank heeft toewijzing daarvan niet noodzakelijk bevonden. De rechtbank ziet ook nu geen aanleiding om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. Ook het onder
- c)genoemd punt is geen reden voor niet-ontvankelijkheid. Het is aan de politie om door analyses van onderzoeksbevindingen tot (voorlopige) conclusies te komen teneinde richting te geven aan het opsporingsonderzoek. Het is vervolgens de taak van de rechtbank om te wegen wat de politie heeft opgeschreven. De rechtbank toetst daarbij de onderliggende objectieve onderzoeksbevindingen en trekt daar haar eigen conclusies uit. Ten aanzien van de onder
- d)en
- e)genoemde punten is de rechtbank van oordeel dat in het dossier op een aantal punten onvolledige en ook onzorgvuldige verslaglegging heeft plaatsgevonden en dat er fouten zijn gemaakt. Deze fouten zijn echter deels met herstelprocessen-verbaal verbeterd en de rechtbank is van oordeel dat de slordigheden, hoewel verwijtbaar, niet van dien aard zijn dat kan worden gesproken van grove veronachtzaming van de belangen van [verdachte] waar met niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie op moet worden gereageerd. Wat betreft de punten onder
- f)en
- g)is de rechtbank van oordeel dat het te ver gaat om te stellen dat de politie belastende uitlatingen heeft verzonnen. De rechtbank vindt het verwijtbaar dat door een onjuiste samenvatting van wat door getuige [naam getuige 1] is gezegd, het desbetreffende proces-verbaal niet volledig klopt, maar leidt daar niet uit af dat de politie belastende uitlatingen heeft verzonnen, wat opzet zou impliceren. Bovendien is deze fout achteraf gecorrigeerd. De rechtbank zal bovendien geen gebruik maken van dit proces-verbaal. Ook hier is geen sprake van een vormverzuim dat tot niet-ontvankelijkheid moet leiden. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat weliswaar sprake is van enkele vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek, maar volstaat met de constatering daarvan en verbindt daar verder geen gevolgen aan. 4Waardering van het bewijs 4.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich – overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir – op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan leiding geven aan een criminele organisatie (de zaak Buizerd, feit 1) en aan medeplegen van uitlokking van het medeplegen van poging tot moord (de zaak Buizerd, feit 2 primair). Wat betreft de zaak Buizerd, feit 3 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot vrijspraak van diefstal en heling van de Audi A4 (ZD 10) en tot bewezenverklaring van diefstal in vereniging van de Audi S4 (ZD 3), medeplegen van opzetheling van de beide Renault Meganes (ZD 4 en ZD 5) en de Piaggio Skipper 125 (ZD 11) voor een kortere periode dan is ten laste gelegd, diefstal in vereniging van de Audi RS5 (ZD 6) op 17 september 2019, opzetheling van de Audi A5 (ZD 7) en medeplegen van opzetheling van de Audi S4 (ZD 8), de Volkswagen Multivan (ZD 9) en de beide Volkswagen Transporters (ZD 13 en ZD 14). De officier van justitie heeft zich tot slot op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van medeplichtigheid aan de moord op [naam advocaat] (de zaak Pulheim, feit 1 subsidiair). 4.2. Standpunt van de verdediging De raadslieden van [verdachte] hebben betoogd – overeenkomstig hun pleitnota’s – dat het oogmerk heling en valsheid in geschrift van de organisatie kan worden bewezen. Wat betreft deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk gekwalificeerde diefstal hebben de raadslieden zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadslieden hebben vrijspraak bepleit van leiding geven aan een criminele organisatie en van deelname aan een criminele organisatie, voor zover dit betreft het oogmerk moord, voorbereiding van moord en zware mishandeling met voorbedachten rade (de zaak Buizerd, feit 1). De raadslieden hebben ook vrijspraak bepleit van poging tot moord of doodslag van [slachtoffer] en van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel in alle tenlastegelegde varianten. Zij hebben ook vrijspraak bepleit van het medeplegen van een poging tot toebrengen zwaar lichamelijk letsel. Zij hebben zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de medeplichtigheid aan een poging tot toebrengen zwaar lichamelijk letsel (de zaak Buizerd, feit 2). De raadslieden hebben verder vrijspraak bepleit van de diefstal van alle auto’s en de scooter en van de heling van de Audi A4 (ZD 10) en de Volkswagen Transporter (ZD 14). De verdediging heeft zich ten aanzien van de heling van de voertuigen, waarvan [verdachte] heeft erkend die zelf te hebben aangeschaft of voor anderen te hebben bewaard, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank (de zaak Buizerd, feit 3). De raadslieden hebben integrale vrijspraak bepleit in de zaak Pulheim. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Inleiding De tenlastelegging van [verdachte] behelst een aanzienlijk aantal verdenkingen, gebaseerd op omvangrijke dossiers. De rechtbank zal in de hierna volgende paragrafen ingaan op de vraag of en zo ja welke feiten kunnen worden bewezen en tot welke strafoplegging dit leidt. Samengevat, leiden de overwegingen van de rechtbank op basis van de onderzoeksbevindingen tot de volgende conclusies. De zaak Buizerd Onderzoek Buizerd is gestart naar aanleiding van de diefstal van een auto en leidde uiteindelijk tot veertien zaaksdossiers over diefstal dan wel heling van voertuigen, waarvan er een aantal heeft gestaan in een garagebox aan de [adres gearagebox] die – via een afgeschermde constructie – door [verdachte] werd gehuurd. De rechtbank neemt strafrechtelijke betrokkenheid van [verdachte] aan ten aanzien van een achttal voertuigen en komt tot de conclusie dat [verdachte] samen met anderen medepleger is van de diefstal van één voertuig en de heling van zeven voertuigen (de zaak Buizerd, feit 3). Op 30 oktober 2019 is [slachtoffer] in Utrecht door drie personen in elkaar geslagen. Deze personen droegen bivakmutsen en gebruikten slagvoorwerpen zoals een honkbalknuppel en een moker. Dit geweldsincident is in onderzoek Buizerd nader onderzocht. De rechtbank komt hierbij tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade (de zaak Buizerd, feit 2). De zaak Pulheim Op 18 september 2019 is advocaat [naam advocaat] doodgeschoten. Op 23 februari 2023 zijn [verdachte in zaak Pulheim 1] en [verdachte in zaak Pulheim 2] door het gerechtshof Amsterdam als uitvoerders veroordeeld voor het medeplegen van de moord op [naam advocaat] . Na de moord op [naam advocaat] kwam vanuit het onderzoek Buizerd informatie binnen dat één van de in een garagebox aan de [adres gearagebox] aangetroffen gestolen voertuigen, een Renault Megane, voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] , zou zijn gebruikt bij de voorverkenningen voor de moord. De rechtbank heeft de vraag te beantwoorden of [verdachte] in strafrechtelijke zin betrokken is geweest bij de moord en of deze betrokkenheid in dat geval als medeplegen of als medeplichtigheid kan worden aangemerkt (de zaak Pulheim). De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en komt tot de conclusie dat [verdachte] samen met [medeverdachte 6] medeplichtig is geweest aan de moord. De rechtbank komt ten aanzien van de verdenkingen tot slot tot de conclusie dat de voertuigencriminaliteit, de aanval op [slachtoffer] en de medeplichtigheidshandelingen aan de moord op [naam advocaat] hebben plaatsgevonden binnen het kader van een criminele organisatie en dat [verdachte] leiding heeft gegeven aan deze criminele organisatie (de zaak Buizerd, feit 1). De rechtbank zal [verdachte] veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast zal de rechtbank de eerder aan [verdachte] verleende voorwaardelijke invrijheidsstelling van een eerder opgelegde gevangenisstraf herroepen. 4.3.2. Identificatie (PGP-)nummers en Sky-ID’s Het bewijs bestaat voor een groot deel uit de historische verkeersgegevens van telefoonnummers, PGP-nummers en metadata van SkyECC. De rechtbank zal daarom eerst vaststellen welke PGP’s, telefoonnummers en Sky-ID’s aan de verschillende verdachten/personen toebehoren, alvorens de overige bewijsmiddelen te bespreken. De rechtbank neemt de conclusies van de politie ten aanzien van de identificaties over en stelt op basis van de hieronder te bespreken bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 6] , [verdachte] , [medeverdachte 5] , [naam 1] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [naam 2] en [verdachte in zaak Pulheim 1] gebruikmaakten van de telefoonnummers, PGP-nummers en/of Sky-ID’s zoals hieronder staat beschreven. Sky-ID’s en (PGP-)nummers die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 6] PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 6] , die in de periode van 11 juni 2019 tot en met 16 augustus 2019 van dit nummer gebruik zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie op de volgende omstandigheden. Tot 29 juli 2019 maakte * [nummer] in de nachtelijke uren het meest gebruik van cell-id’s in de directe omgeving van de [adres oma] , het adres van de oma van [medeverdachte 6] , waar hij destijds woonde. In de periode van 31 juli 2019 tot en met 15 augustus 2019 maakte * [nummer] bijna dagelijks gebruik van cell-id’s in de omgeving van de Van [adres medeverdachte 6] , het adres waar [medeverdachte 6] vanaf 13 september 2019 stond ingeschreven. Verder bleef het patroon van bewegingen gelijk bij de overgang van * [nummer] naar * [nummer] , het PGP-nummer dat [medeverdachte 6] na * [nummer] in gebruik nam (hieronder verder uiteengezet). Daarnaast is op camerabeelden te zien dat [medeverdachte 6] op 16 augustus 2019 een Renault met kenteken [kenteken] de garagebox aan de [adres gearagebox] uitreed. * [nummer] bewoog vervolgens samen met deze Renault mee. Ten slotte zijn er overeenkomsten tussen de registraties van de OV-chipkaart van [medeverdachte 6] en de aansluitende en/of opvolgende registraties van * [nummer] . PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) was volgens de politie in de periode van 16 augustus 2019 tot en met 31 augustus 2019 in gebruik bij [medeverdachte 6] . De politie baseert deze conclusie op de overeenkomsten in de bewegingen van * [nummer] en * [nummer] , een ander telefoonnummer dat in gebruik was bij [medeverdachte 6] (hieronder verder uiteengezet). Daarnaast wisselde [medeverdachte 6] op 16 augustus 2019 van * [nummer] naar * [nummer] , met behoud van dezelfde telecombewegingen. In de nachtelijke uren maakte * [nummer] gebruik van cell-id’s aan de [adres cell ID] , de [adres cell ID] en de [adres cell ID] . Deze cell-id’s zijn gelegen in de directe omgeving van de [adres medeverdachte 6] , het verblijfadres van [medeverdachte 6] . Verder blijkt uit de reisgegevens van de OV-chipkaart van [medeverdachte 6] dat de weergegeven locaties bij het reizen met het openbaar vervoer aansluiten op geregistreerde cell-id’s in de historische verkeersgegevens van * [nummer] . * [nummer] werd gebruikt in een telefoon met het IMEI-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ). Sky-ID [Sky-ID 1] , met bijnamen ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’, blijkt via de in de metadata geregistreerde gegevens van IMEI-nummer * [nummer] en historische verkeersgegevens te zijn gekoppeld aan * [nummer] . Sky-ID [Sky-ID 1] wordt daarom ook toegeschreven aan [medeverdachte 6] door de politie. Sky-ID [Sky-ID 1] was blijkens de metadata actief in de periode van 16 augustus 2019 tot en met 31 augustus 2019. Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 6] , die in de periode 24 augustus 2019 tot en met 18 september 2019 van dit nummer gebruik zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie op contacten tussen [medeverdachte 6] en zijn broertje [naam broertje] in het onderzoek Vivaldi, de bezoeken van [medeverdachte 6] aan de garagebox aan de [adres gearagebox] en de contacten die hij had met de andere verdachten in het onderzoek Buizerd. Daarnaast blijkt uit een tapgesprek op 14 september 2019 onder meer dat de gebruiker van * [nummer] zei dat hij twee dagen voor de twintigste jarig is en dat hij ‘dit jaar 27 zal zijn’. [medeverdachte 6] is geboren op [geboortedatum] . Verder zei de gebruiker van * [nummer] in het gesprek dat hij zijn rijbewijs mocht ophalen. Voor [medeverdachte 6] is door de gemeente Utrecht op 20 september 2019 een rijbewijs afgegeven. In een ander tapgesprek op 18 september 2019 zei de gebruiker van * [nummer] onder meer dat hij vandaag 27 jaar is geworden en dat hij ‘gekke Turk’ wordt genoemd. [medeverdachte 6] is van Turkse komaf. Verder blijkt dat * [nummer] in de nachtelijke uren vaak gebruik maakte van verschillende cell-id’s aan de [adres cell ID] , gelegen in de omgeving van de woning van [medeverdachte 6] aan de [adres medeverdachte 6] . Tijdens de doorzoeking van de zolder van de [adres oma] , de woning van de oma van [medeverdachte 6] , werd een bon van Ikea op naam van [medeverdachte 6] aangetroffen met daarbij * [nummer] als opgegeven telefoonnummer. Verder blijkt uit de reisgegevens van de OVchipkaart van [medeverdachte 6] dat de weergegeven locaties bij het reizen met het openbaar vervoer aansluiten op geregistreerde cell-id’s in de historische verkeersgegevens van * [nummer] . PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 6] toegeschreven, die in de periode van 18 september 2019 tot en met 14 november 2019 van dit nummer gebruik zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie op een vergelijking van de ANPR-gegevens van het kenteken [kenteken] op naam van [medeverdachte 6] met de gegevens van de zendmasten die zijn gebruikt door * [nummer] . Ook zijn beschikbare gegevens van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) en mutaties van de politie van kenteken [kenteken] in deze vergelijking meegenomen. Uit de vergelijking bleek dat bij de verplaatsingen van het voertuig met kenteken [kenteken] en * [nummer] vele data en tijdstippen qua locatie overeenkwamen, zowel binnen als buiten Utrecht. Verder werd vastgesteld dat het niet zo was dat op gelijke of nagenoeg gelijkte data en tijdstippen * [nummer] en kenteken [kenteken] juist niet in elkaars nabijheid waren. Sky-ID [Sky-ID 2] , met als bijnamen ‘ [bijnaam 3] ’ en ‘ [bijnaam 4] ’ bleek via de in de metadata geregistreerde gegevens van IMEI-nummer [nummer] en historische verkeersgegevens te zijn gekoppeld aan * [nummer] . Sky-ID [Sky-ID 2] wordt door de politie daarom ook aan [medeverdachte 6] toegeschreven. Sky-ID [Sky-ID 2] is in de metadata actief in de periode van 15 september 2019 tot en met 16 november 2019. De eerste registratie is van 18 september 2019 en de laatste van 16 november 2019 Sky-ID [Sky-ID 3] met bijnamen ‘ [bijnaam 5] ’ en [bijnaam 6] ’ wordt toegeschreven aan [medeverdachte 6] en is in de metadata actief in de periode tussen 24 juni 2019 en 16 augustus 2019. De politie baseert deze conclusie op basis van onderzoek naar mogelijke voorgaande accounts van SkyID [Sky-ID 1] met de bijnaam ‘[ [bijnaam 1] ], [ [bijnaam 2] ]’. De eerste registratie van Sky-ID [Sky-ID 1] vond plaats op 16 augustus 2019. Er zijn meerdere Sky-ID’s met als laatst verzonden en/of ontvangen bericht op 16 augustus 2019, maar Sky-ID [Sky-ID 3] is hiervan het enige account met Sky-ID [Sky-ID 4] als reseller. Een reseller is een gebruiker met een Sky-account, die het abonnement van andere Sky-accounts kan (laten) activeren en/of verlengen. Sky-ID [Sky-ID 4] is ook de reseller van Sky-ID [Sky-ID 1] . Bij de politie bestaat het vermoeden dat gebruikers hun accounts vaak bij dezelfde reseller kopen. Uit de gegevens blijkt dat Sky-ID [Sky-ID 1] en SkyID [Sky-ID 3] contacten van elkaar zijn en alleen contact hebben op 16 augustus 2019. Verder blijkt dat Sky-ID [Sky-ID 3] , naast het contact Sky-ID [Sky-ID 1] en zijn reseller, nog zeven andere contacten heeft, waarvan er vier ook contacten zijn van Sky-ID [Sky-ID 1] . De politie vermoedt daarom dat Sky-ID [Sky-ID 1] het vervangende Sky-ID is van Sky-ID [Sky-ID 3] . De politie schrijft Sky-ID [Sky-ID 5] met bijnaam ‘ [bijnaam 7] ’ ook toe aan [medeverdachte 6] . SkyID [Sky-ID 5] was in de metadata actief in de periode van 31 augustus 2019 tot en met 13 september 2019 en had op 18 september 2019 nog een laatste registratie. De politie baseert de conclusie dat [medeverdachte 6] de gebruiker is van Sky-ID [Sky-ID 5] op basis van onderzoek naar mogelijke vervangende Sky-ID’s van Sky-ID [Sky-ID 1] . Uit dit onderzoek kwamen meerdere Sky-ID’s naar voren met eerst verzonden en/of ontvangen berichten op 31 augustus 2019, de dag waarop Sky-ID [Sky-ID 1] voor het laatst intensief contact had. Sky-ID [Sky-ID 5] is hiervan het enige account dat Sky-ID [Sky-ID 4] als reseller heeft. Sky-ID [Sky-ID 4] is ook de reseller van Sky-ID [Sky-ID 3] en Sky-ID [Sky-ID 1] . Verder bleken alle drie de contacten van [Sky-ID 5] ook contacten te zijn van [Sky-ID 1] . De politie vermoedt daarom dat [Sky-ID 5] het vervangende Sky-ID is van Sky-ID [Sky-ID 1] . Sky-ID [Sky-ID 6] met bijnamen ‘ [bijnaam 8] ’, ‘ [bijnaam 9] ’, ‘ [bijnaam 10] ’, ‘ [bijnaam 11] ’ en ‘ [bijnaam 12] ’ is actief in de metadata in de periode van 15 november 2019 tot en met 22 december 2019. De politie schrijft Sky-ID [Sky-ID 6] toe aan [medeverdachte 6] op basis van onderzoek naar mogelijke vervangende Sky-ID’s van Sky-ID [Sky-ID 2] . Sky-ID [Sky-ID 2] had voor het laatst intensief contact op 15 november 2019. Uit de beschikbare gegevens kwamen meerdere Sky-ID’s met een eerst verzonden en/of ontvangen bericht op 15 november 2019. Sky-ID [Sky-ID 6] is hiervan het enige account dat Sky-ID [Sky-ID 4] als reseller had. Sky-ID [Sky-ID 4] is ook de reseller van de Sky-ID’s [Sky-ID 3] , [Sky-ID 1] en [Sky-ID 5] . Ook bleek dat zes van de zeven contacten van Sky-ID [Sky-ID 6] ook contacten zijn van deze Sky-ID’s. De politie vermoedt daarom dat Sky-ID [Sky-ID 6] het vervangende Sky-ID van Sky-ID [Sky-ID 2] is. Sky-ID’s en (PGP-)nummers die kunnen worden toegeschreven aan [verdachte] Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte] . De politie baseert deze conclusie onder meer op de omstandigheden dat * [nummer] veelal in de nacht gebruik maakte van cell-id’s in de omgeving van de [woonadres verdachte] , het woonadres van [verdachte] . Bij de aanhouding van [verdachte] op 20 november 2019 werd een iPhone aangetroffen met daarin de simkaart met het telefoonnummer * [nummer] . Verder heeft [verdachte] op 26 mei 2020 bij de rechter-commissaris verklaard dat de zwarte iPhone de telefoon is met nummer * [nummer] en dat hij die al jaren gebruikt. PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [verdachte] toegeschreven. Tijdens de doorzoeking van de woning van [verdachte] op 20 november 2019 aan de [woonadres verdachte] werd in een zak op de salontafel in de woonkamer een PGP-toestel met goednummer 5839784 aangetroffen. In dat PGP-toestel zat een simkaart met PGP-nummer * [nummer] .Sky-ID [Sky-ID 7] met gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam] ” bleek via de in de metadata geregistreerde gegevens van het IMEI-nummer ( [nummer] ) en historische verkeersgegevens te zijn gekoppeld aan * [nummer] . Ter zitting op 6 oktober 2023 heeft [verdachte] gezegd dat het account met “ [gebruikersnaam] ”door hem gebruikt is, dat dat de naam is waaronder hij heeft gesproken. Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [naam 1] Uit onderzoek in de metadata in onderzoek WERL bleek dat [naam 1] vermoedelijk verschillende Sky-ID’s gebruikte. Deze Sky-ID’s vormen vier ‘lijnen’ waarbij accounts elkaar opvolgen en er per lijn met andere Sky-ID’s contact is. Volgens de politie kunnen op basis van dit onderzoek in de metadata onder meer de volgende Sky-ID’s aan [naam 1] worden toegeschreven: Sky-ID [Sky-ID 8] met bijnamen ‘ [bijnaam 13] ’, ‘ [bijnaam 14] ’, ‘ [bijnaam 15] , ‘ [bijnaam 16] ’, ‘ [bijnaam 17] ’, ‘ [bijnaam 18] ’ en ‘’ [bijnaam 19] ’; Sky-ID [Sky-ID 9] met bijnamen ‘[ [bijnaam 20] ]’, ‘ [bijnaam 20] ’, ‘ [bijnaam 21] ’ en ‘ [bijnaam 22] ’; Sky-ID [Sky-ID 10] met bijnaam ‘ [bijnaam 23] !’; Sky-ID [Sky-ID 4] met bijnamen ‘ [bijnaam 24] ’ en ‘ [bijnaam 25] ’. Telefoonnummers en Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 5] Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 5] toegeschreven en werd door hem gebruikt in de periode van 23 mei 2019 tot en met 30 september 2019. Dit wordt mede gebaseerd op de cell-id’s die het nummer het meest gebruikte na de nachtrustperiode, te weten de [adres cell ID] of de [adres cell ID] . Deze cell-id’s zijn gelegen in de omgeving van het woonadres van [verdachte] aan de [woonadres verdachte] , waar [medeverdachte 5] in die periode verbleef. Verder blijkt uit afgeluisterde telecommunicatie dat * [nummer] frequent contact had met Rida [medeverdachte 5] , de broer van [medeverdachte 5] . Ook had * [nummer] enkele gesprekken met [naam zus] en [naam moeder] , de zus en moeder van [medeverdachte 5] . Ten slotte bleek ook uit stemherkenning uit opgenomen en afgeluisterde gesprekken dat [medeverdachte 5] de gebruiker was van * [nummer] . Volgens de politie is [nummer] (hierna: * [nummer] ) in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 in gebruik geweest bij [medeverdachte 5] . Dit wordt onder meer gebaseerd op tapgesprekken, waarin de stem van [medeverdachte 5] wordt herkend als de stem van de gebruiker van * [nummer] . Uit een CIOT-bevraging blijkt dat [medeverdachte 5] als abonnementhouder van * [nummer] stond geregistreerd. Sky-ID [Sky-ID 11] met gebruikersnaam ‘ [gebuikersnaam] ’ is in de metadata actief in de periode van 20 november 2019 tot en met 25 november 2019. Volgens de politie was [medeverdachte 5] de gebruiker van Sky-ID [Sky-ID 11] . Tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 26 november 2019 werd een PGP-telefoon met IMEI-nummer [nummer] inbeslaggenomen. [medeverdachte 5] stond op dit adres ingeschreven.Uit de beschikbare SkyECC-metadata bleek dat het IMEI-nummer van de aangetroffen PGP-telefoon in de woning van [medeverdachte 5] gekoppeld was aan Sky-ID [Sky-ID 11] . PGP-nummers en Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [verdachte] / [medeverdachte 5] PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) was actief in de periode van 18 augustus 2019 tot en met 18 september 2019 en wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte] en/of [medeverdachte 5] . De politie baseert deze conclusie onder meer op samenhang tussen de historische verkeersgegevens van * [nummer] en andere (PGP-)nummers van [medeverdachte 5] (* [nummer] en * [nummer] ) en [verdachte] (* [nummer] ). Verder maakte * [nummer] in de nachtelijke uren vooral gebruik van cell-id’s in de omgeving van de woning van [verdachte] aan de [woonadres verdachte] . Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 5] ook op dit adres verbleef. [verdachte] is van 18 augustus 2019 tot 30 augustus 2019 in Marokko geweest. * [nummer] is in die periode ook actief geweest in het Marokkaanse netwerk, wat erop wijst dat * [nummer] tussen 18 augustus 2019 en 30 augustus 2019 in gebruik was bij [verdachte] . * [nummer] werd gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ). Aan dit IMEI-nummer is Sky-ID [Sky-ID 12] met bijnamen ‘[---]’, ‘---‘ en ‘ [bijnaam 26] ’ gekoppeld. Sky-ID [Sky-ID 12] wordt door de politie daarom ook aan [verdachte] en/of [medeverdachte 5] toegeschreven. Uit historische verkeersgegevens volgt dat PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) is gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ). * [nummer] is op 7 mei 2019 geactiveerd. Volgens de politie is * [nummer] in de periode van 25 juni 2019 tot en met 24 september 2019 in gebruik geweest bij [verdachte] en/of [medeverdachte 5] . De politie baseert deze conclusie – kort gezegd – op een analyse van historische telecomgegevens van * [nummer] in relatie tot andere nummers in gebruik bij [verdachte] en [medeverdachte 5] . Tijdens de reis naar Marokko van [verdachte] in de periode van 18 augustus 2019 tot 30 augustus 2019 heeft * [nummer] registraties in Nederland en is er samenhang te zien met * [nummer] en * [nummer] van [medeverdachte 5] . Voor het vertrek van [verdachte] naar Marokko zijn er meerdere dagen waarop * [nummer] samenhangende registraties heeft met * [nummer] van [verdachte] . Ook zijn er meerdere dagen waaruit niet expliciet valt op te maken of [verdachte] en/of [medeverdachte 5] de gebruiker is van * [nummer] . * [nummer] maakte in de periode van nachtrust gebruik van cell-id’s aan de Wiardi Beckmanstraat en Koningsweg in Soest. In het onderzoek is gebleken dat [verdachte] en [medeverdachte 5] aan de [woonadres verdachte] verbleven.Sky-ID [Sky-ID 13] met gebruikersnamen ‘ [bijnaam 27] ’ en ‘ [bijnaam 28] ’ wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte] en/of [medeverdachte 5] en is actief in de metadata in de periode van 24 juni 2019 tot en met 13 september 2019. De politie baseert deze conclusie op de omstandigheid dat Sky-ID [Sky-ID 13] via IMEI-nummer * [nummer] aan * [nummer] kan worden gekoppeld. Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) werd volgens de politie zowel door [verdachte] als door [medeverdachte 5] gebruikt. * [nummer] is gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ). In afgeluisterde gesprekken worden zowel [verdachte] als [medeverdachte 5] op basis van hun stem herkend als de gebruiker van * [nummer] . Ook noemt [verdachte] in meerdere gesprekken zijn naam. Verder vertoont * [nummer] een vergelijkbaar bewegingspatroon ten opzichte van telefoonnummers van [verdachte] (* [nummer] ) en [medeverdachte 5] (* [nummer] ). Telefoonnummers die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 1] , die in de periode van 13 augustus 2019 tot en met 24 september 2019 van dit nummer gebruik zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie onder meer op de historische verkeersgegevens van het nummer, waaruit blijkt dat * [nummer] is gebruikt in een Nokia met IMEI-nummer [nummer] . Deze telefoon is op 26 november 2019 in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres medeverdachte 1] aangetroffen. * [nummer] maakte in de nachtelijke uren veelvuldig gebruik van een cell-id aan de [adres cell ID] , gelegen in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 1] . Uit tapgesprekken tussen het telefoonnummer van de vader van [medeverdachte 1] en * [nummer] bleek dat de gebruiker van * [nummer] opneemt met “Hallo pa” en de vader van [medeverdachte 1] antwoordt met “Hee [medeverdachte 1] ”. Ook zijn er meerdere berichten in de telefoon aangetroffen van het telefoonnummer van de vader van [medeverdachte 1] waarin hij de gebruiker van * [nummer] aansprak met “ [medeverdachte 1] ” en “m’n geliefde zoon”. De politie schrijft ook telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) toe aan [medeverdachte 1] . Hij zou in de periode van 21 augustus 2019 tot en met 19 september 2019 van dit nummer gebruik hebben gemaakt. * [nummer] maakte in de nachtelijke uren het meest gebruik van een cellid aan de [adres cell ID] , gelegen in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 1] . In de inbeslaggenomen telefoon van [naam 2] , een vriendin van [medeverdachte 1] , zijn WhatsApp conversaties aangetroffen met * [nummer] waaruit blijkt dat zij en de gebruiker van * [nummer] een seksuele relatie hebben. In meerdere van deze berichten wordt de gebruiker van * [nummer] ‘ [medeverdachte 1] ’ genoemd. Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 1] toegeschreven, die er in de periode van 2 juli 2019 tot en met 7 augustus 2019 gebruik van zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie onder meer op de volgende omstandigheden. * [nummer] maakte in de nachtelijke uren het meest gebruik van een cell-id aan de [adres cell ID] , gelegen in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres medeverdachte 1] . * [nummer] had het meeste contact met telefoonnummers die werden gebruikt door de vader van [medeverdachte 1] en [naam 2] , vriendin van [medeverdachte 1] . Verder zijn in de telefoon van [naam 2] WhatsApp-berichten aangetroffen tussen haar en * [nummer] , waarin de gebruiker van * [nummer] ‘ [medeverdachte 1] ’ wordt genoemd. Telefoonnummer [nummer] (hierna * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 1] toegeschreven. Dit blijkt onder meer uit het onderzoek naar de onder [naam 2] (vriendin van [medeverdachte 1] ) in beslag genomen iPhone XS op 12 december 2019. Dit nummer wordt ook gebruikt door [medeverdachte 2] . Ook telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 1] toegeschreven. Er zijn meerdere gesprekken tussen * [nummer] van [naam 2] en * [nummer] afgeluisterd en de verbalisant herkent de stem van de gebruiker als de stem van [medeverdachte 1] . Daarnaast blijkt uit onderzoek in de telefoon van [naam 2] dat op 16 oktober 2019 het contact ‘ [medeverdachte 1] ’ met telefoonnummer * [nummer] aan de contactenlijst werd toegevoegd. Ten slotte blijkt uit enkele tapgesprekken dat de gebruiker van * [nummer] zichzelf [medeverdachte 1] noemt. PGP-nummer en Sky-ID die worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] en [verdachte] en/of [medeverdachte 5] PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie zowel aan [medeverdachte 1] , als aan [verdachte] en [medeverdachte 5] toegeschreven. Aan * [nummer] is IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ) gekoppeld. Uit de verkeersgegevens is gebleken dat * [nummer] ook is gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ). [medeverdachte 1] zou in de periode van 18 augustus 2019 tot en met 24 september 2019 van * [nummer] gebruik hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie op de omstandigheid dat * [nummer] tijdens de nachtelijke uren het meest gebruik maakte van cell-id’s gelegen aan de [adres cell ID] en de [adres cell ID] . Deze cell-id’s liggen in de omgeving van de woning van [medeverdachte 1] . Verder blijkt uit een analyse van de telecombewegingen dat * [nummer] , een telefoonnummer dat in gebruik was bij [medeverdachte 1] (hierboven uiteengezet), op 18 augustus 2019 en in de periode van 19 augustus 2019 en 1 oktober 2019 op meerdere dagen ‘meebewoog’ met * [nummer] . [verdachte] en/of [medeverdachte 5] zouden volgens de politie in de periode van 8 oktober 2019 tot 19 november 2019 gebruik hebben gemaakt van * [nummer] . * [nummer] is in die periode namelijk meerdere malen actief in Soest. Op deze moment zijn * [nummer] van [verdachte] (hierboven uiteengezet) en * [nummer] van [medeverdachte 5] (hierboven uiteengezet) ook actief in Soest. Sky-ID [Sky-ID 14] met bijnamen ‘ [bijnaam 29] ’ en ‘ [bijnaam 30] ’ wordt via de geregistreerde IMEI-nummers, gekoppeld aan * [nummer] . Dit Sky-ID wordt door de politie daarom ook aan [medeverdachte 1] en [verdachte] en/of [medeverdachte 5] toegeschreven. Sky-ID [Sky-ID 4] van [naam 1] (hierboven vastgesteld) is de reseller van Sky-ID [Sky-ID 14] . (PGP-)nummers en Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 7] Volgens de politie heeft [medeverdachte 7] in de periode van 9 juni 2019 tot en met 8 september 2019 gebruik gemaakt van telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ). De politie baseert dit onder meer op de historische verkeersgegevens van * [nummer] , waaruit blijkt dat [adres] de thuismast van het nummer was. Deze thuismast ligt in de omgeving van de woning van [medeverdachte 7] aan [adres cell ID] . * [nummer] heeft in één toestel gezeten, te weten een iPhone met IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ). Dit toestel is op 8 september 2019 onder [medeverdachte 7] inbeslaggenomen. Uit WhatsApp-berichten blijkt dat de gebruiker van telefoonnummer [nummer] aan de gebruiker van het telefoonnummer * [nummer] vroeg welke naam en adres op een factuur kunnen komen. De gebruiker van * [nummer] antwoordde vervolgens: [adres] , [medeverdachte 7] . Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie ook toegeschreven aan [medeverdachte 7] , die er in de periode van 13 augustus 2019 tot en met 8 september 2019 gebruik van zou hebben gemaakt. Dit baseert de politie onder meer op de volgende onderzoeksbevindingen. Het nummer heeft in één toestel gezeten, te weten de iPhone met IMEI-nummer * [nummer] . Dit toestel, met daarin de simkaart met telefoonnummer * [nummer] , is op 8 september 2019 onder [medeverdachte 7] in beslaggenomen. Verder maakt * [nummer] in de nacht veelal gebruik van een cell-id aan de [adres cell ID] , gelegen in de omgeving van het woonadres van [medeverdachte 7] . Ten slotte noemt de gebruiker van * [nummer] zich op WhatsApp “ [bijnaam 31] ”. Dit is de bijnaam van [medeverdachte 7] . Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie tevens toegeschreven aan [medeverdachte 7] . De politie baseert deze conclusie op de omstandigheid dat het telefoontoestel met IMEI-nummer [nummer] en telefoonnummer * [nummer] op 25 februari 2020 bij [medeverdachte 7] is aangetroffen. De meest gebruikte zendmast van * [nummer] ligt aan de [adres cell ID] , gelegen in de omgeving van de woning van [medeverdachte 7] . Verder heeft * [nummer] gemeenschappelijke contacten met telefoonnummers * [nummer] en * [nummer] , die ook in gebruik waren bij [medeverdachte 7] . Volgens de politie is PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) in gebruik geweest bij [medeverdachte 7] . * [nummer] bleek te zijn gekoppeld aan een telefoon met IMEI-nummer [nummer] (* [nummer] ). Deze telefoon is op 25 februari 2020 bij [medeverdachte 7] aangetroffen. Verder heeft * [nummer] op meerdere dagen in de periode van 13 september 2019 tot en met 26 oktober 2019 gezamenlijke reisbewegingen met telefoonnummer * [nummer] , dat ook bij [medeverdachte 7] in gebruik was. Sky-ID [Sky-ID 15] met bijnaam ‘Vettel’ bleek aan IMEI-nummer * [nummer] te zijn gekoppeld. De politie schrijft dit Sky-ID daarom ook toe aan [medeverdachte 7] . [Sky-ID 15] is actief in de metadata in de periode van 15 oktober 2019 tot en met 26 februari 2020. Sky-ID [Sky-ID 4] van [naam 1] (hierboven vastgesteld) is de reseller van Sky-ID [Sky-ID 15] . Telefoonnummer dat kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 3] De politie schrijft telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) toe aan [medeverdachte 3] . Met een IMSI-catcher werden meerdere IMEI- en IMSI-nummers verkregen bij [medeverdachte 3] , waaronder het IMSI-nummer [nummer] . Telefoonnummer * [nummer] was aan dit IMSI-nummer gekoppeld. Uit de historische verkeersgegevens van * [nummer] bleek dat het telefoonnummer frequent contact had met het telefoonnummer van [naam zus medeverdachte 3] , de zus van [medeverdachte 3] , en met het telefoonnummer van [naam 3] . Op 22 februari 2019 werd [medeverdachte 3] samen met Gis gecontroleerd. Verder bleek uit de historische verkeersgegevens dat * [nummer] op 30 december 2019 om 16:48 uur en 17:33 uur meerdere zendmasten heeft aangestraald in Portugaal. Uit de politiesystemen bleek dat [medeverdachte 3] op dat moment in Portugaal werd gecontroleerd. Telefoonnummer dat kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 9] Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 9] toegeschreven. De conclusie wordt gebaseerd op de omstandigheid dat [medeverdachte 9] op 25 november 2019 bij de politie het telefoonnummer * [nummer] heeft opgegeven bij zijn contactgegevens. Verder bleek uit historische verkeersgegevens dat * [nummer] frequent contact had met telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 3] , met telefoonnummer [nummer] , vermoedelijk in gebruik bij een oom van [medeverdachte 9] en met telefoonnummer [nummer] , vermoedelijk in gebruik bij [naam 16] . Op 16 augustus 2019 werd [medeverdachte 9] samen met [naam 16] gecontroleerd. Uit de historische verkeersgegevens bleek dat * [nummer] op 16 oktober 2019 tussen 00:30 uur en 00:35 uur zendmasten heeft aangestraald in de omgeving van Lunetten. Uit de politiesystemen bleek dat [medeverdachte 9] rond dat tijdstip in de omgeving van Lunetten werd gecontroleerd. Telefoonnummer dat kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 8] Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 8] toegeschreven. De politie baseert deze conclusie onder meer op de volgende omstandigheden. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat * [nummer] in de nachtelijke uren voornamelijk mastgegevens in de omgeving van het woonadres van [medeverdachte 8] ( [woonadres medeverdachte 8] genereerde. De belangrijkste tegencontacten van * [nummer] waren personen in de directe omgeving van [medeverdachte 8] , te weten zijn vriendin [naam vriendin medeverdachte 8] , zijn broer [naam broer medeverdachte 8] , zijn vader [naam vader medeverdachte 8] en zijn moeder [naam moeder verdachte 8] . Verder bleek uit de historische verkeersgegevens dat het gebruik van * [nummer] op 7 maart 2020 stopte. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [naam vriendin medeverdachte 8] bleek dat * [nummer] tot 7 maart 2020 het meest geregistreerde tegencontact was. Na 7 maart 2020 was dat telefoonnummer [nummer] (* [nummer] ). Uit afgeluisterde communicatie bleek dat * [nummer] in gebruik was bij [medeverdachte 8] . Telefoonnummer in gebruik bij [naam 2] Telefoonnummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [naam 2] , omdat het nummer op haar naam staat en uit opgenomen en afgeluisterde gesprekken en uit stemherkenning blijkt dat het nummer bij haar in gebruik is. PGP-nummer en Sky-ID die kunnen worden toegeschreven aan [verdachte in zaak Pulheim 1] PGP-nummer [nummer] (hierna: * [nummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte in zaak Pulheim 1] . De politie baseert deze conclusie - kort samengevat – op een vergelijking van historische telecomgegevens op een groot aantal momenten van * [nummer] en andere bij [verdachte in zaak Pulheim 1] in gebruik zijnde telefoonnummers. Sky-ID [Sky-ID 16] met bijnaam ‘ [bijnaam 32] ’ wordt door de politie toegeschreven aan [verdachte in zaak Pulheim 1] . Op 27 september 2019 werd [verdachte in zaak Pulheim 1] op Schiphol aangehouden. Op dat moment had hij een cryptotelefoon bij zich met IMEI-nummer [nummer] . Sky-ID [Sky-ID 16] bleek aan dit IMEI-nummer te zijn gekoppeld. Sky-ID [Sky-ID 4] van [naam 1] (hierboven vastgesteld) is de reseller van Sky-ID [Sky-ID 16] . 4.3.3. De zaak Buizerd 4.3.3.1. Verloop van het onderzoek Buizerd Het onderzoek Buizerd is gestart na de diefstal van een witte Audi S4 met kenteken [kenteken] op 6 augustus 2019 rond half vier ‘s nachts in Utrecht. In de Audi zat een telefoonbaken waardoor de aangever kon zien waar de auto zich bevond. Hij had een camera gericht op de auto en kon zien dat deze was weggenomen door twee mannen. Volgens het baken zou de Audi S4 staan op de [adres] te Soesterberg. Na controle door de politie werd in een parkeervak ter hoogte van perceel [nummer] een soortgelijk voertuig aangetroffen, voorzien van het kenteken [kenteken] . Dit kenteken bleek te horen bij een zwarte Audi A4 uit Enschede. De eigenaar van die Audi A4 had de kentekenplaten nog, dus vermoedelijk waren ze gedupliceerd. De gestolen Audi was afkomstig uit 2010 en had nog geen ingebouwde Track and Trace. Omdat dit soort auto’s vaak wordt gebruikt voor ram- en plofkraken werd er door de politie een camera-auto bij de Audi geplaatst. De Audi is vervolgens, via tussenstops op verschillende locaties in Utrecht, naar de [adres gearagebox] gegaan. Daar bleken garageboxen te staan en het vermoeden was dat de Audi omstreeks 21:23 uur in een garagebox was geplaatst. De politie beschikte over TCI-informatie dat iemand, woonachtig in Utrecht op een adres in de buurt van de [adres gearagebox] , bezig was met het voorbereiden van plofkraken en beschikte over snelle auto’s, waaronder Audi’s. Eén van de tussenstops van de Audi was ongeveer tegenover de woning van een persoon genoemd in de TCI-informatie. Daarom vond er op 8 augustus 2019, om 02:30 uur, een inkijk plaats in de garageboxen aan de [adres gearagebox] , waarbij bleek dat drie garageboxen, nummers [nummer] , [nummer] en [nummer] , met elkaar verbonden waren. Deze garageboxen worden hierna ‘de garagebox’ genoemd. In de garagebox werd een witte Audi S4 met vals kenteken [kenteken] gezien. Op het achterwiel lag een gekloonde sleutel. Aan de hand van het identificatienummer (VIN) van de auto werd vastgesteld dat dit de op 6 augustus 2019 gestolen Audi was. Er stonden ook twee Renault Meganes in de garagebox, die beide gestolen bleken en beide waren voorzien van een duplicaatkenteken. Ook stonden er nog drie motorscooters in de garagebox. De Audi en één van de twee Renaults werden door de politie voorzien van een baken. Ook werd er een camera geplaatst die gericht was op de garagebox. Bij de inkijk op 10 augustus 2019 werd rond 01:20 uur gezien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] ieder met twee gevulde jerrycans de garagebox inliepen. Vervolgens verlieten ze de garagebox, maar om 03:05 uur kwamen ze terug. [medeverdachte 5] opende de garagebox en hierna werd de Renault met vals kenteken [kenteken] (ZD 4) de garagebox uitgereden. Even later werd een donkere Audi met kenteken [kenteken] (ZD 8) de garagebox ingereden. Op 14 augustus 2019 vond een tweede inkijk in de garagebox plaats, waarbij wederom de witte Audi met vals kenteken [kenteken] (ZD 3), een Renault Megane met vals kenteken [kenteken] (ZD 5) en een zwarte Audi met vals kenteken [kenteken] (ZD 8) werden gezien. Alle drie de kentekenplaten bleken lamineercodes uit één serie te hebben die niet uit een bestaande serie kwamen. Codes uit deze serie kwamen blijkens navraag bij het Landelijk informatiecentrum voertuigencriminaliteit in zaken met een diversiteit aan strafbare feiten terug, waaronder: dump van xtc-afval, liquidatie en ram- en plofkraak. In de garagebox werden ook een fles ammoniak, verpakkingen van bivakmutsen en werkhandschoenen aangetroffen. Vervolgens heeft de politie ook binnen in de garagebox een camera geplaatst. Bij het uitkijken van de camerabeelden binnen en buiten de garagebox kwamen onder anderen de verdachten [medeverdachte 5] , [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] in beeld als personen die in de garagebox kwamen. Zij kwamen daar in verschillende samenstellingen en op verschillende data en tijdstippen. [medeverdachte 5] is daar op zeventien dagen geweest, [verdachte] op veertien dagen, [medeverdachte 6] op drie dagen en [medeverdachte 1] twee keer op één dag, namelijk op 10 augustus 2019 om 01:20 uur en 03:05 uur, samen met [medeverdachte 5] . Op de beelden in de garagebox van 16 augustus 2019 om 00:17 uur, is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 6] mondkapjes en handschoenen droegen. In de loods had één van hen twee spuitbussen vast. Omdat ammoniak, aangetroffen bij de inkijk op 14 augustus 2019, gebruikt wordt om DNA-sporen te wissen en op de beelden mensen met mondkapjes en handschoenen stonden, ontstond bij het opsporingsteam het vermoeden dat men met mogelijk ernstiger feiten dan plofkraken te maken had, namelijk het voorbereiden dan wel faciliteren van liquidaties. Dit vermoeden leidde tot een intensivering van het opsporingsonderzoek. Zo vonden er nadien nog meer inkijken plaats en werden er telefoons getapt en werd er Opnemen van Vertrouwelijke Communicatie (hierna: OVC)-apparatuur geplaatst in onder andere een Peugeot die door [verdachte] en [medeverdachte 5] werd gebruikt. Ook is op beelden van 19 augustus 2019 te zien dat [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] in de garagebox aanwezig waren en dat zij handschoenen en mondkapjes droegen. Ze liepen met jerrycans heen en weer naar voertuigen waarbij het erop lijkt dat die voertuigen werden voorzien van brandstof. Op de beelden van 26 augustus 2019 liep [medeverdachte 5] met vier grote jerrycans uit de garagebox. Op de beelden van 8 september 2019 zijn [verdachte] en [medeverdachte 5] te zien in de garagebox, met handschoenen, een doosje en een fles die eruit zag als een fles schoonmaakmiddel. Op de beelden van 13 september 2019 is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 5] weer in de garagebox waren. [medeverdachte 5] nam een volle jerrycan mee naar binnen. Zij hadden handschoenen aan en waren bezig met een grote jerrycan waarop staat: Super Cleaner. Even later werd de bij eerdere observaties ook al waargenomen zwarte Audi met (vals) kenteken [kenteken] naar buiten gereden en weer later werd de Audi terug de garagebox in gereden. Op de beelden van 14 september 2019 is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 5] samen in de garagebox waren en kwam even later de witte Audi S4 met (vals) kenteken [kenteken] naar buiten, bestuurd door [medeverdachte 5]. Op de beelden van 17 september 2019 is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 5] weer samen in de garagebox waren. Door [medeverdachte 5] werd een Audi A5 de garagebox ingereden. Er werden foto’s genomen en de auto werd schoongemaakt. Op de beelden van 19 september 2019 is te zien dat [verdachte] en een onbekende man in de garagebox waren. De garagebox werd gesweept. Op 20 november 2019 is tijdens een doorzoeking in de woning van [verdachte] aan de [woonadres verdachte] een huurovereenkomst aangetroffen van de [adres] . Het contract stond op naam van een ‘ [naam 4] ’ als huurder en [verhuurder] als verhuurder. De ingangsdatum van het contract betrof 14 juni 2019 en de duur was voor één jaar. Op het contract stond als telefoonnummer van [naam 4] het nummer [nummer] . Dit telefoonnummer werd gebruikt door [medeverdachte 5] . Op 26 november 2019 vonden er diverse doorzoekingen plaats. De garagebox aan de [adres gearagebox] is op die dag doorzocht en ook de woning van [medeverdachte 5] aan de [adres woning medeverdachte 5] , de berging van de woning van de zus van [medeverdachte 5] aan het [adres zus medeverdachte 5] en de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres medeverdachte 1] zijn doorzocht. In de garagebox aan de [adres gearagebox] zijn de Audi’s uit ZD 6, ZD 7 en ZD 8 en de motorscooter uit ZD 11 aangetroffen. Tevens zijn onder meer aangetroffen: twee flessen ammoniak, een fles wasbenzine, een spuitfles reiniger, een doos latex handschoenen, een plastic zak met zestien zwarte petjes, een plastic zak met vier zwarte wollen collen en een plastic zak met aanstekers. In de berging van de woning van de zus van [medeverdachte 5] ( [adres zus medeverdachte 5] ) zijn twee rugtassen met vijf jammers, autodiefstalapparatuur, navigatieapparatuur en een kentekenplaat ( [kenteken] ) aangetroffen. In de woning waar [medeverdachte 5] woonde ( [adres woning medeverdachte 5] ) is een bivakmuts aangetroffen en een document met instructies voor het programmeren van sleutels en het maken van een noodstart van een Renault. In de woning van [medeverdachte 1] (Spinozaweg) is een gedetineerdenagenda aangetroffen met daarin telefoonnummers die in het onderzoek werden toegeschreven aan onder anderen [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] . Op 12 mei 2020 zijn in de schuur van de woning van de grootouders van [medeverdachte 4] aan de [adres grootouders medeverdachte 4] valse kentekenplaten ( [kenteken] ) aangetroffen. Werktuigsporen op dit kenteken bleken overeen te komen met sporen op andere kentekenplaten in het onderzoek. Ook werden er zes honkbalknuppels, tien klauwhamers en twee voorhamers aangetroffen. Uiteindelijk heeft het onderzoek Buizerd geleid tot meerdere verdenkingen met betrekking tot gestolen voertuigen. Op de tenlastelegging van [verdachte] staan vier gestolen Audi’s, twee gestolen Renault Meganes en één gestolen motorscooter, die allemaal in de garagebox aan de [adres gearagebox] zouden hebben gestaan. De eerste van deze diefstallen heeft plaatsgevonden op 24 of 25 juni 2019, tien dagen na ingang van de huur van de garagebox, en betrof de Renault Megane met vals kenteken [kenteken] . Ook staan er op de tenlastelegging van [verdachte] een andere Audi, twee Volkswagen Transporters en een Volkswagen Multivan. Van deze auto’s is niet vastgesteld dat ze in de garagebox zijn geweest. Daarnaast heeft het onderzoek Buizerd geleid tot verdenking van [verdachte] van betrokkenheid bij de voorbereiding en de uitvoering van het geweldsincident met betrekking tot [slachtoffer] . [verdachte] heeft ter terechtzitting van 6 oktober 2023 in zijn eigen zaak verklaard dat hij inderdaad een van de mannen is die onder andere op 8 september 2019 te zien is op de camerabeelden van de [adres gearagebox] . [verdachte] heeft verder verklaard dat op die beelden te zien is dat hij aan het schoonmaken was met ammoniak om zijn DNA weg te halen, omdat hij daar bezig was met een ‘oneerlijke’ auto. Bij deze werkzaamheden droeg hij handschoenen om geen afdrukken en DNA achter te laten. In de garagebox lagen veel spullen, waaronder bivakmutsen. [verdachte] had een sweeper en hij sweepte auto’s in de garagebox. Dat werd gedaan om GPS-trackers te achterhalen. [verdachte] heeft verder verklaard dat de garagebox door hem werd gehuurd en beheerd en dat de constructie met het huurcontract opgezet was ten behoeve van zijn anonimiteit. De bedoeling van het huren van de garagebox was om daar spullen te stallen. Er werden ook voertuigen in gestald, waaronder ‘oneerlijke’ voertuigen. De garagebox was van [verdachte] . Als mensen daar wat deden, was dat op zijn verzoek. Zij hadden daar geen rechten. 4.3.3.2. OVC-gesprekken in Nissan Micra Op 20 november 2019 is OVC-apparatuur geplaatst in de Nissan Micra met kenteken [kenteken] die op naam staat van de moeder van [naam 2] . In de Nissan Micra hebben gesprekken plaatsgevonden die zijn opgenomen en uitgewerkt, onder andere op 26 november 2019, tussen een vrouw en een man. De vrouw is herkend als [naam 2] en zij is tijdens de gesprekken ook [naam 2] genoemd. De man is herkend als [naam 5] . Tijdens de gesprekken wordt ook de naam [medeverdachte 1] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 1] ) meermalen genoemd. Ook de namen [verdachte] , [voornaam medeverdachte 2] , [naam 6] en [bijnaam 31] worden genoemd. [verdachte] is de voornaam van verdachte [verdachte] , [voornaam medeverdachte 2] de voornaam van verdachte [medeverdachte 2] , [naam 6] een verkleining van de voornaam van verdachte [medeverdachte 5] en [bijnaam 31] is een bijnaam van verdachte [medeverdachte 7] . Gelet op de context waarbinnen deze namen worden genoemd en gelet op de bewijsmiddelen die bij de bespreking van de afzonderlijke zaaksdossiers nog aan de orde komen, begrijpt de rechtbank dat in de OVC-gesprekken ook over deze verdachten werd gesproken. Samengevat en zakelijk weergegeven wordt in sessie 192827 onder andere het volgende besproken. In de ochtend van 26 november 2019 is het huis van [medeverdachte 1] doorzocht en ook bij anderen hebben huiszoekingen plaatsgevonden. De Renault Megane die is gevonden heeft [naam 2] samen met [medeverdachte 1] ergens tussen Rotterdam en Den Haag weggebracht. Ze reden achter elkaar aan en zijn nog gestopt bij een benzinepomp. De politie heeft zelfs sporen van [verdachte] in die Renault Megane gevonden. [verdachte] heeft ‘zwaar gecasht’. [naam 2] heeft vaak met [medeverdachte 1] , met zijn eigen geld, handschoenen gehaald voor [verdachte] en [medeverdachte 1] heeft daar niet eens voor betaald gekregen. [verdachte] praatte met zijn neef met een PGP-telefoon en ze lieten [medeverdachte 1] klusjes doen, maar ze betaalden hem niet. [medeverdachte 1] heeft veel auto’s voor [verdachte] geregeld, vooral heel veel Audi’s en Renaultjes toen hij op pad was met [medeverdachte 7] . [medeverdachte 7] heeft daar wel veel aan verdiend, maar het wordt [medeverdachte 1] niet gegund. Ook bij [medeverdachte 5] is er een doorzoeking geweest en als ze zijn PGP-telefoon hebben gevonden, dan is het klaar. [medeverdachte 1] heeft met iemand gebeld en heeft een kenteken doorgegeven en op dat moment kwam de politie met een takelwagen voor de Audi. Bij de molen bij Oudenoord is er iemand ‘helemaal de kanker in geslagen’. Dat is ook in het nieuws geweest. [medeverdachte 1] moest dat eigenlijk doen met [medeverdachte 2] . Daar stond ook al een busje voor gereed met allemaal spullen er in, waaronder mokers, om iemand knock-out te slaan. [medeverdachte 1] had zijn bivakmuts met DNA in het busje laten liggen en dat busje is in beslag genomen. Hij heeft vanuit zijn huis gefilmd dat het busje werd weggesleept. Ze hadden het busje nog in de fik willen steken. Aansluitend op dit gesprek vindt het gesprek met sessienummer 195836 plaats. Tijdens dit gesprek tussen [naam 2] en [naam 5] wordt een opname afgespeeld van een uitzending van ‘De wereld draait door’, die onder andere gaat over de moord op [naam advocaat] . Gesproken wordt over het aanhouden van de neef van [naam 7] . In de uitzending wordt in dat verband het aantreffen van een uitgebrande Renault Megane genoemd. Daarop vraagt [naam 5] aan [naam 2] waar ze ‘hem’ hadden gebracht, waarop [naam 2] zegt dat ze er op de navigatie naartoe zijn gereden. De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde OVC-gesprekken gebruikt kunnen worden voor het bewijs, nu wat is besproken in die gesprekken op meerdere punten verankering vindt in het dossier, zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, en de rechtbank geen aanleiding ziet die uitlatingen als onwaar of onbetrouwbaar te beschouwen. [naam 2] bevond zich in een voor haar veilige omgeving, in de auto van haar moeder die zij gebruikte, zij waande zich onbespied en zij heeft uit eigen waarneming verteld over situaties waar zij bij was, zoals het samen met [medeverdachte 1] wegbrengen van de Renault Megane op 17 september 2019. Dit vindt steun in het dossier, zoals hierna onder 3.3.4. (ZD 4) blijkt. Uit de bewijsmiddelen genoemd onder 3.3.5. (ZD 5) blijkt verder dat zij ook op 16 september 2019 samen met [medeverdachte 1] was, in Nijmegen. Het is gelet daarop aannemelijk dat zij, als vriendin van [medeverdachte 1] , op de hoogte was van wat er speelde en dat zij wist waar zij het over had. De rechtbank ziet daarom geen reden om de OVC-gesprekken uit te sluiten van het bewijs. 4.3.3.3. ZD 4: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Renault Megane met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. Omdat de bewegingen van deze Renault en de betrokkenheid van de verschillende verdachten bij deze Renault ook van belang zijn voor de bespreking van de zaak Pulheim, gaat de rechtbank daar in deze paragraaf wat dieper op in. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. Wel acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van opzetheling. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] In de nacht van 24 juni 2019 op 25 juni 2019 wordt een grijze Renault Megane met kenteken [kenteken] gestolen in Nieuwegein. Het telefoonnummer van deze Renault Megane, [nummer] , maakt op 5 augustus 2019 om 05:45 uur gebruik van de zendmast [adres cell ID] . Het telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 5] , maakt om 05:21 uur ook gebruik van de zendmast [adres cell ID] . Deze zendmast is een van de zendmasten waarmee vanaf de nabije omgeving van de garagebox aan de [adres gearagebox] verbinding kan worden gelegd. Om 10:16 uur wordt het MAC-adres gekoppeld aan een Peugeot met kenteken [kenteken] geregistreerd op de [adres] . Deze Peugeot stond op naam van de vader van [verdachte] en werd gebruikt door [verdachte] en [medeverdachte 5] . Om 10:19 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van een zendmast in de buurt van de [adres] , namelijk de [adres] . Het telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [verdachte] , straalt om 10:30 uur de zendmast Manitodreef in Utrecht aan. Op 8 augustus 2019 wordt de Renault Megane, voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] , aangetroffen bij de eerste inkijk in de garagebox aan de [adres gearagebox] . Op 10 augustus 2019 dragen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] om 01:19 uur beiden twee gevulde jerrycans de garagebox in. [medeverdachte 1] rijdt de Renault Megane met valse kentekenplaten [kenteken] om 03:07 uur de garagebox uit, waarna [medeverdachte 5] de garagebox afsluit. [medeverdachte 1] rijdt weg met de Renault Megane. Ongeveer een half uur later rijden zij een andere gestolen auto (Audi met kenteken [kenteken] , ZD 8) de garagebox in. Om 02:51 uur maakt het telefoonnummer * [nummer] van [verdachte] gebruik van de zendmast [adres cell ID] . Het telefoonnummer van de Renault Megane maakt om 03:07 uur gebruik van deze zendmast. Om 02:54 uur maakt het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 5] gebruik van de zendmast Concordiastraat 68 in Utrecht. De zendmast [adres cell ID] wordt om 03:20 uur aangestraald door het telefoonnummer van de Renault Megane en om 03:51 uur door het telefoonnummer * [nummer] van [verdachte] . De zendmast [adres cell ID] wordt op 12 augustus 2019 om 03:51 uur aangestraald door het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 5] en om 04:52 uur door het telefoonnummer van de Renault Megane. Om 04:55 uur is er een ANPR-registratie van het valse kenteken [kenteken] van de Renault Megane in de buurt van waar het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 5] tijdens een belbeweging op hetzelfde tijdstip aanstraalt. Om 05:59 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van de zendmast Van Leijenberghlaan in Amsterdam. Op 14 augustus 2019 maakt het telefoonnummer van de Renault Megane om 01:47 uur weer gebruik van de zendmast [adres cell ID] . Het telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , heeft om 01:42 uur een belbeweging en straalt de zendmast [adres cell ID] aan. Ook om 02:12 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van de zendmast [adres cell ID] . De telefoonnummers van [medeverdachte 5] (* [nummer] ) en [verdachte] (* [nummer] ) stralen om respectievelijk 02:46 en 02:47 uur de zendmast [adres cell ID] aan tijdens een inkomend sms-bericht en een belbeweging. Het telefoonnummer van de Renault Megane maakt op 16 augustus 2019 om 03:41 uur gebruik van de zendmast [adres cell ID] . Op hetzelfde tijdstip straalt het telefoonnummer * [nummer] van [verdachte] tijdens een belbeweging de zendmast Papendorpseweg in Utrecht aan. Om 03:43 uur straalt het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 1] tijdens een inkomend sms-bericht de zendmast Van Rensselaerlaan/Hollantlaan aan. Om 11:10 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van de zendmast [adres cell ID] in Amsterdam. Op 19 augustus 2019 maakt het telefoonnummer van de Renault Megane om 05:22 uur gebruik van de zendmast [adres cell ID] in Utrecht. Het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 5] maakt om 05:29 uur gebruik van dezelfde zendmast. Op 20 augustus 2019 stralen de telefoonnummers van [medeverdachte 5] (* [nummer] en * [nummer] ) en [medeverdachte 1] (* [nummer] ) om respectievelijk 04:57 uur, 05:19 uur en 05:09 uur tijdens belbewegingen de zendmast [adres cell ID] in Utrecht aan. Het telefoonnummer van de Renault Megane maakt om 05:19 uur ook gebruik van dezelfde zendmast. Tussen 06:58 uur en 09:08 uur is de Renault Megane in Amsterdam. Zowel het telefoonnummer van de Renault Megane als dat van [medeverdachte 5] (* [nummer] ) maken op 21 augustus 2019 om 05:13 uur gebruik van de zendmast [adres cell ID] in Utrecht. [medeverdachte 5] belt naar [medeverdachte 1] , die op dat moment in Weert is. Op 29 augustus 2019 straalt het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 5] om 05:22 uur de zendmast Tigrisdreef in Utrecht aan. De Renault Megane maakt om 05:24 uur gebruik van de zendmast [adres cell ID] . Op 17 september 2019 om 19:15 uur maakt de Renault Megane verbinding met een zendmast aan de Yokohamadreef in Utrecht. Telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 5] , en telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [verdachte] , bevinden zich rond dit tijdstip in de omgeving van de Renault Megane. Ook telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , is in die omgeving en heeft op dat moment contact met het telefoonnummer van [naam 2] ( [nummer] ). [medeverdachte 1] (* [nummer] ) belt om 19:29 uur naar [medeverdachte 5] (* [nummer] ). Zij maken dan beiden gebruik van de zendmast Reinesteijnseweg in Nieuwegein. Tijdens dat gesprek vraagt [medeverdachte 1] (beller * [nummer] ) waar ze met die Micra naartoe moeten, waarop [medeverdachte 5] (gebelde * [nummer] ) antwoordt met ‘zelfde adres bro ’. Op 17 september 2019 om 19:56 uur worden de Renault Megane en de Peugeot met kenteken [kenteken] kort na elkaar gescand door een camera op de locatie Papendorp in Utrecht. De Renault Megane en de Peugeot waren ook op 26 juni 2019 om 19:08 uur kort na elkaar gescand door dezelfde camera op de locatie Papendorp in Utrecht. De telefoonnummers van [verdachte] (* [nummer] ) en [medeverdachte 5] (* [nummer] ) stralen op 17 september 2019 om respectievelijk 20:09 uur en 20:10 uur de zendmast Papendorpseweg in Nieuwegein aan. Tijdens het telefoongesprek dat [verdachte] om 20:02 uur met zijn moeder voert, op het moment dat zijn telefoon in Papendorp aanstraalt, zegt hij dat hij samen met [medeverdachte 5] is. Om 20:20 uur hebben de telefoonnummers * [nummer] van [medeverdachte 1] en * [nummer] van [naam 2] contact met elkaar. Zij bevinden zich op dat moment rond de A12 bij De Meern. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] en [naam 2] de Renault Megane naar Bergschenhoek hebben gebracht. Om 20:31 uur hebben beide telefoonnummers meermalen contact met elkaar, zij bevinden zich op dat moment in de omgeving van Bodegraven. Van de Renault Megane is er twee minuten eerder, om 20:29 uur, een ANPR-registratie. Om 20:58 uur zijn beide telefoons in de omgeving van Bergschenhoek. Om 21:07 uur belt het telefoonnummer * [nummer] van [verdachte] naar het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 1] . [verdachte] vraagt of het is gelukt, waarop [medeverdachte 1] bevestigend antwoordt. [medeverdachte 1] zegt verder dat hij terug onderweg is en legt uit waar hij hem heeft gezet. [verdachte] belt ook om 22:33 uur naar [medeverdachte 1] en vraagt waar hij de sleutel heeft gedaan. [medeverdachte 1] zegt dat de sleutel linksonder, linksachter bij de bestuurderskant ligt. [verdachte] vraagt of hij niet door iemand is gezien, waarop [medeverdachte 1] antwoordt met ‘nee, zeker niet’. Om 22:41 uur belt [medeverdachte 1] (* [nummer] ) naar [medeverdachte 5] (* [nummer] ) en vraagt of het is gelukt, waarop [medeverdachte 5] antwoordt dat hij het niet weet en zo wordt gebeld. Om 22:52 uur zijn [medeverdachte 5] en [verdachte] op de camerabeelden van de [adres gearagebox] samen te zien in de garagebox. De Renault Megane maakt om 22:52 uur verbinding met een zendmast in Bergschenhoek. [medeverdachte 1] (* [nummer] ), [verdachte] (* [nummer] ) en [medeverdachte 5] (* [nummer] en * [nummer] ) zijn rond dit tijdstip in Utrecht. [verdachte] heeft in een schriftelijke verklaring over de twee Renault Megane’s in de garagebox verklaard dat hij deze auto’s op verzoek van een jongen uit de buurt heeft gestald in zijn loods. De jongen vroeg hem of hij een plek wist om een paar van zijn auto’s te stallen die de jongen ‘omkatte of kloonde zodra ze heet zouden worden’. Hij had ook andere auto’s in zijn loods staan. Ook heeft hij verklaard regelmatig auto’s te sweepen en zijn sweeper uit te lenen. Hij heeft ook de Renault Megane in dit zaaksdossier gesweept. Over het wegbrengen van deze Renault Megane naar Bergschenhoek heeft [verdachte] verklaard dat [medeverdachte 1] dit desgevraagd voor hem heeft gedaan, dat [medeverdachte 1] de auto in Bergschenhoek heeft geparkeerd en de sleutel op de achterband heeft gelegd. [verdachte] heeft ook verklaard dat zij elkaar toen hebben gebeld. [verdachte] heeft deze verklaring op 26 mei 2020 bij de rechter-commissaris bevestigd en verder verklaard dat hij de auto op verzoek van de eigenaar heeft laten verplaatsen. Ter terechtzitting van 6 oktober 2023 heeft [verdachte] , in zijn eigen zaak, bevestigd dat hij [medeverdachte 1] heeft gevraagd de Renault Megane voor hem weg te brengen en dat hij wist dat in de garagebox, die hij huurde en beheerde, ook auto’s stonden die niet eerlijk waren. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. De Renault Megane is in de nacht van 24 juni op 25 juni 2019 gestolen en stond op 8 augustus 2019 in de garagebox die door [verdachte] werd gehuurd en beheerd. Bij de huur van deze garagebox is het telefoonnummer van [medeverdachte 5] opgegeven en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] hadden toegang tot de garagebox. [medeverdachte 5] heeft de garagebox in bijzijn van [medeverdachte 1] afgesloten. Op 10 augustus 2019 is de Renault Megane in de nacht door [medeverdachte 1] de garagebox uitgereden, nadat hij en [medeverdachte 5] ieder met twee volle jerrycans de garagebox in waren gegaan. Daarna hebben zij een andere gestolen auto in de garagebox geplaatst. Blijkens de OVC-gesprekken van [naam 2] in de Nissan Micra hield [medeverdachte 1] zich vaker bezig met gestolen Renaults voor [verdachte] en hebben zij en [medeverdachte 1] deze Renault Megane samen weggebracht. [verdachte] heeft in zijn eigen zaak verklaard dat in de garagebox gestolen auto’s werden gestald. Hij heeft ook verklaard dat deze Renault Megane op zijn verzoek door [medeverdachte 1] naar Bergschenhoek is gebracht. Uit de reis- en belbewegingen blijkt dat [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [verdachte] op meerdere momenten in de nachtelijke uren bij of in de Renault Megane aanwezig zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] deze Renault Megane voorhanden hebben gehad en daarbij nauw en bewust hebben samengewerkt. Gelet op de gang van zaken met betrekking tot de Renault Megane, maar ook het gegeven dat in die garagebox meerdere gestolen voertuigen zijn aangetroffen (zoals hierna beschreven), waarvoor geen van de verdachten een aannemelijke ontzenuwende verklaring heeft gegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat niet alleen [verdachte] , maar ook [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] wisten dat deze Renault Megane van diefstal afkomstig was. Daarmee is het medeplegen van opzetheling bewezen. 4.3.3.4. ZD 5: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] worden ervan beschuldigd de Renault Megane met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt medeplegen van opzetheling door [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] wel bewezen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] Op 27 juni 2019 wordt een zwarte Renault Megane met kenteken [kenteken] gestolen in Utrecht. Deze Renault Megane wordt op 8 augustus 2019 bij de inkijk in de garagebox aan de [adres gearagebox] aangetroffen. Op dat moment heeft de Renault Megane het valse kenteken [kenteken] . De Renault Megane wordt door de politie voorzien van een baken en OVC-apparatuur. Ook bij de inkijk op 14 augustus 2019 wordt de Renault Megane in de garagebox aangetroffen, samen met andere gestolen voertuigen met valse kentekenplaten (ZD 3 en ZD 8). Alle lamineercodes van de valse kentekenplaten, die in dezelfde serie zaten, komen uit een niet bestaande serie. Op 16 augustus 2019, omstreeks 01:46 uur, gaan twee mannen de garagebox in en kort daarna wordt de Renault Megane de garagebox uitgereden. Deze mannen zijn op de beelden bij de garagebox herkend als [verdachte] en [medeverdachte 6]. [verdachte] verlaat de garagebox later dan de Renault Megane en gaat na enkele minuten weer de garagebox binnen. Om 02:13 uur wordt een zwarte Audi Cabriolet (ZD 7) de garagebox binnen gereden. [verdachte] en [medeverdachte 6] zijn in de garagebox met handschoenen aan en mondkapjes op en verlaten de garagebox om 02:22 uur. Blijkens bakengegevens komt de Renault Megane op 22 augustus 2019 omstreeks 05:39 uur in beweging en komt deze omstreeks 05:42 uur aan op een parkeerplaats aan de Kooijdijk in Westbroek. De Renault Megane wordt daar rond 06:00 uur aangetroffen. Op de Kooijdijk staat op acht meter afstand van de Renault Megane ook de Peugeot 208 met kenteken [kenteken] , van de vader van [verdachte] en die in gebruik is bij [verdachte] en [medeverdachte 5] , geparkeerd. In de OVC-gesprekken die in de Renault Megane zijn gevoerd, worden de stemmen van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] herkend. [medeverdachte 5] rijdt op 12 september 2019 in de Renault Megane en [medeverdachte 1] op 27 augustus 2019, 15 september 2019 en 16 september 2019. Op die laatste dag zegt [medeverdachte 1] tegen [naam 2] dat hij in Nijmegen is en door haar opgehaald wil worden. Op 16 september 2019 om 19:47 uur maakt de Renault Megane gebruik van de zendmast Utrecht Overvecht en om 20:06 uur van die in Utrecht Lombok. De telefoon met nummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , is om 20:04 uur in Lombok. De zendmast waarvan dit nummer gebruik maakt is in de buurt van het gebied waar de Renault zich om 20:06 uur bevindt. De telefoon met nummer * [nummer] beweegt richting Nijmegen. Om 20:50 uur is er een ANPR-hit op de gedupliceerde kentekenplaten [kenteken] in de richting van Nijmegen ter hoogte van Deest. De telefoon met nummer * [nummer] maakt rond datzelfde tijdstip gebruik van een zendmast ter hoogte van Afferden. Om 21:03 maakt * [nummer] gebruik van een zendmast die dekking geeft op het gebied Malvert. Om 21:39 uur zijn er weer locatiegegevens in Nijmegen van de Renault Megane in de omgeving van de zendmast waar de telefoon van [medeverdachte 1] gebruik van heeft gemaakt. De telefoon van [medeverdachte 1] maakt tussen 21:30 uur en 22:46 uur gebruik van een zendmast in Nijmegen en heeft in deze periode meermalen contact met * [nummer] , in gebruik bij [naam 2] . [medeverdachte 1] wordt om 22:46 uur gebeld door nummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] vraagt waar [medeverdachte 1] is en [medeverdachte 1] zegt dat hij nog daar is. Om 22:44 uur is nummer * [nummer] van [naam 2] ook in Nijmegen, komend vanuit Utrecht. Om 00:53 uur zijn [medeverdachte 1] en [naam 2] weer in Utrecht. De Renault Megane blijft achter in Nijmegen en op 19 september 2019 wordt vastgesteld dat de auto is geplaatst in een garagebox aan de [adres gearagebox] . Bij een inkijkoperatie op 21 september 2019 wordt de Renault Megane met het valse kenteken [kenteken] in die garagebox aangetroffen. Op 26 november 2019 vindt een doorzoeking plaats in de garagebox aan de [adres gearagebox] en wordt de Renault Megane aangetroffen en inbeslaggenomen. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. De op 27 juni 2019 in Utrecht gestolen Renault Megane is daarna in de garagebox aan de [adres gearagebox] geplaatst en op 16 augustus 2019 weer uit de garagebox gereden, in bijzijn van [verdachte] , waarna een andere gestolen auto in de garagebox is geplaatst. [verdachte] en [medeverdachte 6] waren toen met handschoenen en mondkapjes in de garagebox aanwezig en hebben de garagebox op 16 augustus 2019 tegen half drie in de nacht verlaten. De Renault Megane is op 22 augustus 2019 achtergelaten op een parkeerplaats in Westbroek, waar ook de Peugeot 208, in gebruik bij [verdachte] en [medeverdachte 5] , geparkeerd stond. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] hebben beiden in de Renault Megane gereden. [medeverdachte 1] heeft dit voor het laatst gedaan op 16 september 2019. Hij heeft deze auto toen naar Nijmegen gereden en hem daar in een garagebox geparkeerd. Toen [medeverdachte 1] in Nijmegen was, heeft hij telefonisch contact gehad met [medeverdachte 5] en hem verteld dat hij daar nog was. [medeverdachte 1] is in Nijmegen opgehaald door [naam 2] en zij zijn samen teruggereden naar Utrecht, vermoedelijk in haar Nissan Micra. De Renault Megane is in Nijmegen achtergebleven. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] deze Renault Megane voorhanden hebben gehad, dat zij daarbij nauw en bewust hebben samengewerkt en dat zij wisten dat deze auto van diefstal afkomstig was, mede gelet op het feit dat zij ook een andere gestolen Renault Megane (ZD 4) onder zich hebben gehad. Hierbij speelt ook mee dat [verdachte] ter terechtzitting van 6 oktober 2023 in zijn eigen zaak heeft gezegd dar er in de loods auto’s stonden die niet eerlijk waren. Het medeplegen van opzetheling is daarmee bewezen. 4.3.3.5. ZD 3: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Audi S4 met kenteken [kenteken] , met valse kentekens [kenteken] en [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. Wel is bewezen dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 5] schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van opzetheling van deze auto, die door [medeverdachte 7] is gestolen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 5] Op 6 augustus 2019 rond half vier in de ochtend wordt een witte Audi S4 met kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen op de Rochus Meeuwiszstraat in Utrecht. De eigenaar van de auto heeft buiten zijn woning een camera hangen en op deze camera ziet hij dat zijn auto door twee mannen wordt gestolen. Zijn auto beschikt over een GPS-tracker waarmee hij de locatie van zijn auto kan achterhalen. Via zijn mobiele telefoon ziet hij dat zijn auto sinds 6 augustus 2019, 06:25 uur in de omgeving van de Simon Stevinlaan met de [adres] in Soesterberg moet staan. De exacte locatie van de Audi S4 bleek de [adres] ter hoogte van het portiek met de nummers [nummer] - [nummer] te zijn. Op de Audi S4 zaten valse kentekenplaten bevestigd, te weten [kenteken] , die bij een Audi A4 horen en waarschijnlijk zijn gedupliceerd. Op de camerabeelden van de eigenaar is te zien dat de Audi S4 tussen 03:12 uur en 03:45 uur wordt weggenomen door twee mannen, van wie er één donkerkleurige schoenen met witte zolen en een donkerkleurige pet met een lichtkleurig embleem op de voorzijde draagt. Ten tijde van de diefstal bevindt het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 7] zich in de omgeving van de Rochus Meeuwiszstraat in Utrecht. Dit telefoonnummer heeft gezeten in de iPhone 7 Plus die op 8 september 2019 onder [medeverdachte 7] in beslag is genomen. In deze telefoon worden foto’s aangetroffen van [medeverdachte 7] , waarop te zien is dat hij een zwarte pet met een opvallend embleem op de voorzijde en zwarte sneakers met witte zolen draagt. Eén van de foto’s is gemaakt op 6 augustus 2019 om 15:57 uur in Utrecht. De pet en sneakers die [medeverdachte 7] op de foto’s draagt, passen in het signalement van één van de personen die betrokken waren bij de diefstal van de Audi S4. In de iPhone 7 Plus telefoon van [medeverdachte 7] wordt een contact genaamd ‘ [bijnaam 33] ’ aangetroffen, met het telefoonnummer [nummer] . Met dit telefoonnummer werd op Marktplaats geadverteerd door ‘Autosleutel Service Amsterdam’. ‘Hu66’ betreft een type key reader / lockpick, waarmee voertuigen van de Volkswagen groep, waaronder Audi, zonder sleutel kunnen worden geopend. In de telefoon van [medeverdachte 7] is te zien dat op 5 augustus 2019 om 21:03 uur de app ‘Qenteken’ werd gebruikt. Met deze app kunnen, door middel van de invoer van een kenteken, voertuiggegevens worden opgevraagd. Op 6 augustus 2019 om 02:31 uur, ongeveer drie kwartier voor de diefstal van de Audi S4, ontvangt [medeverdachte 7] een iMessage bericht van het telefoonnummer * [nummer] van [verdachte] . [verdachte] zegt: ‘ [bijnaam 22] bel me’. Om 02:57 uur stuurt [medeverdachte 7] een bericht aan een zekere ‘D’: ‘Ik had me telefoon niet bij. Ga em zo ook weer weg stoppen’. Na de diefstal, om 03:56 uur, zegt [verdachte] weer via iMessage tegen [medeverdachte 7] : ‘Als je gedoucht bent en alles schoon is’. Op 6 augustus 2019 omstreeks 20:55 uur rijdt de Audi S4 vanuit Soesterberg richting Utrecht en verplaatst zich, na gestopt te zijn op verschillende locaties in Utrecht, naar de [adres gearagebox] . Bij de inkijk in de garagebox aan de [adres gearagebox] op 8 augustus 2019 wordt deze Audi S4, samen met twee gestolen Renault Meganes, in de garagebox aangetroffen. De kentekenplaten van de Audi S4 zijn dan weer verwisseld naar [kenteken] . Tijdens deze inkijkactie wordt een baken geplaatst op de Audi S4 en een camera gericht op de garagebox. De Audi S4 wordt ook bij de inkijk op 14 augustus 2019 in de garagebox aangetroffen, samen met andere gestolen voertuigen (ZD 5 en ZD 8) met valse kentekenplaten. Alle lamineercodes van de valse kentekenplaten, die in dezelfde serie zaten, komen uit een niet bestaande serie. Op 14 september 2019 omstreeks 15:19 uur zijn [medeverdachte 5] en [verdachte] in de garagebox aan de [adres gearagebox] . [medeverdachte 5] rijdt de witte Audi S4 met (valse) kentekens [kenteken] uit de garagebox en [verdachte] sluit hierna de garagebox af. De Audi S4 wordt met het baken gevolgd en rijdt via Rotterdam naar België. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. [verdachte] en [medeverdachte 5] hebben de Audi S4, die door [medeverdachte 7] en een onbekend gebleven persoon is gestolen, voorhanden gehad toen [medeverdachte 5] de auto, die op dat moment voorzien was van valse kentekenplaten, uit de garagebox reed en [verdachte] daarbij stond en de garagebox afsloot. Deze garagebox werd gehuurd en beheerd door [verdachte] en gebruikt voor het stallen van onder andere gestolen voertuigen. Gelet daarop, en de omstandigheden in de garagebox, gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] en [medeverdachte 5] wisten dat ook deze auto van diefstal afkomstig was. [verdachte] heeft in zijn eigen zaak ook verklaard dat hij wist dat de auto’s in zijn loods niet ‘eerlijk’ waren. De rechtbank begrijpt die opmerking in de context van het dossier dat [verdachte] bedoelt dat het om gestolen auto’s gaat. Het medeplegen van opzetheling kan daarmee worden bewezen. Vrijspraak diefstal De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat niet bewezen kan worden dat [verdachte] de diefstal van de Audi S4 heeft medegepleegd. Op basis van de berichten die [verdachte] voor en na de diefstal naar [medeverdachte 7] heeft verzonden, kan niet worden vastgesteld dat [verdachte] hem heeft aangestuurd bij het stelen van deze auto. Het dossier biedt onvoldoende bewijs om tot een bewezenverklaring van diefstal door [verdachte] te kunnen komen. Hij wordt daarom vrijgesproken van deze diefstal. 4.3.3.6. ZD 8: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Audi S4 met kenteken [kenteken] de rechtbank leest dit als: [kenteken] ), valse kentekens [kenteken] en [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank spreekt [verdachte] vrij van diefstal van deze Audi S4 en vindt bewezen dat hij zich samen met [medeverdachte 5] schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van deze auto, die door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] is gestolen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 5] Tussen 8 augustus 2019 om 17:45 uur en 9 augustus 2019 om 05:45 uur wordt een zwarte Audi S4 met kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen in Zandvoort. Op 8 augustus 2019 rond 22:00 uur spreekt [medeverdachte 7] onder zijn artiestennaam [bijnaam 31] via WhatsApp met een zekere [naam 8] . [medeverdachte 7] zegt dat hij denkt dat de jongens meteen door willen, dat hij met ‘hete namen’ is en dat hij niet perse zijn kop hoeft te verbranden ‘in een lounge vol met recchas’, waarmee vermoedelijk undercover politieagenten worden bedoeld. [naam 8] spreekt verder over het verliezen van DNA in een S5, waarmee waarschijnlijk een Audi S5 wordt bedoeld. In de inbeslaggenomen iPhone 8 telefoon van [medeverdachte 7] staat ook een raptekst waarin onder andere wordt gesproken over een Audi RS5. Op 9 augustus 2019 om 00:27 uur ontvangt [medeverdachte 7] (* [nummer] ) via WhatsApp een filmpje van [medeverdachte 1] (* [nummer] ) met beelden van Opsporing Verzocht van plofkraken en een videoclip met rapmuziek over plofkraken. Vanaf 00:41 uur hebben zij contact met elkaar via Instagram. [medeverdachte 1] vraagt waar [medeverdachte 7] is en zegt dat hij eraan komt. Ongeveer een uur later, om 01:36 uur, straalt het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 7] een zendmast aan in Zandvoort. Even daarvoor, om 01:02 uur, geeft de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] een ANPR-registratie op de N205 Spanjaardlaan in Heemstede. De huurder van deze Volkswagen Polo is [medeverdachte 7] . [medeverdachte 1] maakt ook gebruik van deze auto. Om 02:08 uur is de gebruiker van * [nummer] weer in Utrecht en heeft dan meerdere belbewegingen met het telefoonnummer * [nummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] . Om 03:14 uur gebruikt [medeverdachte 7] de app ‘Qenteken’ waarmee voertuiggegevens opgevraagd kunnen worden. Op 9 augustus 2019 vanaf 15:45 uur is er berichtencontact tussen [medeverdachte 7] en een zekere [naam 9] . [naam 9] vraagt of het is gelukt, waarop [medeverdachte 7] zegt: ‘Je kent met toch. Je luistert me muziek toch. Dan weet je genoeg. Hele snelle jongen uit de grensstreek. Manne hier denken dat ik tovenaar ben’. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] zijn herkend op de camerabeelden van de [adres gearagebox] . Op die beelden is te zien dat een zwarte Audi, op dat moment voorzien van het valse kenteken [kenteken] , op 10 augustus 2019 om 03:33 uur de garagebox wordt binnengereden, nadat de Renault Megane met kenteken [kenteken] (ZD 4) de garagebox was uitgereden. [medeverdachte 5] is degene die de deur van de garagebox opent en [medeverdachte 1] is degene die de Audi naar binnen rijdt. Bij de inkijk op 14 augustus 2019 in de garagebox aan de [adres gearagebox] wordt de zwarte Audi S4 met chassisnummer [nummer] , inmiddels voorzien van de valse kentekenplaten [kenteken] , samen met andere gestolen voertuigen (ZD 3 en ZD 5) met valse kentekenplaten, aangetroffen. De autosleutel ligt op het achterwiel aan de bestuurderszijde. Alle lamineercodes van de valse kentekenplaten, die in dezelfde serie zaten, komen uit een niet bestaande serie. Op de camerabeelden van 8 september 2019 is te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 5] goederen in een zwarte Audi en in een witte Audi leggen: baseballpetjes, handschoenen in verpakking, een plastic flacon en witte doosjes met een groene band. Bij een inkijk zijn soortgelijke doosjes met daarin bivakmutsen aangetroffen. De volgende dag haalt [verdachte] weer goederen uit de witte Audi en is daarna met een flacon in de weer. Op 13 september 2019 is op de camerabeelden in de garagebox te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 5] om 18:57 uur de garagebox binnengaan. Zij vullen de Audi met kenteken [kenteken] met benzine die [medeverdachte 5] in een jerrycan heeft meegebracht en zij leggen goederen op en in de Audi. De Audi wordt om 19:35 uur door [medeverdachte 5] de garagebox uit gereden, waarna [verdachte] de garagebox ook verlaat. Zij komen rond 20:30 uur beiden weer naar de garagebox. [medeverdachte 5] verlaat de garagebox vervolgens weer. Een paar minuten later is de Audi terug bij de garagebox en wordt deze erin gereden. Even later verlaten [verdachte] en [medeverdachte 5] de garagebox. Ter zitting heeft [verdachte] verklaard dat de auto inderdaad uit de garagebox is gereden en dat dit een vergissing was. Ook verklaarde hij dat de auto’s in de loods niet ‘eerlijk’ waren. In OVC-gesprekken in de Nissan Micra hebben [naam 2] en [naam 5] het erover dat [medeverdachte 1] ( [medeverdachte 1] ) en [medeverdachte 7] ( [bijnaam 31] ) heel wat Audi’s en Renaults hebben gepakt. De Audi S4 met vals kenteken [kenteken] wordt aangetroffen bij de doorzoeking in de garagebox aan de [adres gearagebox] op 26 november 2019 en daar inbeslaggenomen. Deze garagebox, waar onder andere gestolen voertuigen in werden gestald, werd gehuurd en beheerd door [verdachte] . Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. Uit het berichtenverkeer tussen onder anderen [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] voor en na de diefstal van de Audi S4 en de ANPR-registratie van de Volkswagen Polo, die door hen beiden werd gebruikt, komt naar voren dat [medeverdachte 1] in de nacht van de diefstal naar [medeverdachte 7] toe is gereden en dat zij samen met de Volkswagen Polo naar Noord-Holland zijn gereden. De telefoon van [medeverdachte 7] was niet veel later in Zandvoort, waar de Audi S4 is gestolen. Kort na de diefstal is de gestolen Audi S4 voorzien van het valse kenteken [kenteken] en de dag na de diefstal is de Audi S4 door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] in de garagebox aan de [adres gearagebox] geplaatst, nadat een andere gestolen auto met valse kentekenplaten eruit was gereden. [medeverdachte 5] en [verdachte] zijn in de garagebox bezig geweest met deze auto en hebben deze auto op 13 september 2019, op dat moment met valse kentekenplaten [kenteken] , uit de garagebox gereden en later weer naar binnen gereden, waar deze Audi S4 uiteindelijk bij de doorzoeking op 26 november 2019 is aangetroffen. De rechtbank gaat er op grond van het voorgaande van uit dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] de Audi S4 samen hebben gestolen en dat zij met de Audi S4 en met de Volkswagen Polo samen zijn teruggereden naar Utrecht. [verdachte] en [medeverdachte 5] hebben zich gelet op het voorgaande schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzetheling, aangezien zij de gestolen Audi S4 voorhanden hebben gehad en gelet op bovengenoemde omstandigheden ook wisten dat deze auto gestolen was. 4.3.3.7. ZD 7: diefstal en/of heling van de Audi A5 Cabriolet ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] worden ervan beschuldigd de Audi A5 met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 5] wel bewezen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 5] In de nacht van 14 augustus 2019 op 15 augustus 2019 wordt een zwarte Audi A5 met kenteken [kenteken] gestolen in Houten. [verdachte] en [medeverdachte 6] zijn herkend als de twee mannen die de dag daarna, op 16 augustus 2019, omstreeks 01:46 uur, de garagebox aan de [adres gearagebox] binnengaan, waarna een Renault Megane (ZD 5) de garagebox wordt uitgereden en om 02:13 uur een zwarte Audi Cabriolet de garagebox wordt ingereden. [verdachte] en [medeverdachte 6] zijn in de garagebox bezig met handschoenen aan en mondkapjes om en verlaten de garagebox om 02:22 uur. Bij de inkijk in de garagebox op 15 september 2019 wordt een Audi Cabriolet aangetroffen met kentekenplaten [kenteken] en wordt deze voorzien van een baken en OVC-apparatuur. Bij de doorzoeking op 26 november 2019 staat de gestolen Audi A5, voorzien van de valse kentekenplaten [kenteken] , nog steeds in de garagebox. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. De gestolen Audi A5 is in de garagebox aan de [adres gearagebox] geplaatst en heeft daar een periode gestaan. Zoals reeds werd besproken onder 4.3.1., zijn [verdachte] en [medeverdachte 5] gedurende die periode meerdere malen op tijdstippen midden in de nacht dan wel heel vroeg in de ochtend in de garagebox geweest en hebben zij daar handelingen verricht die duiden op het wegmaken van sporen. Daarmee kan worden vastgesteld dat zij de gestolen Audi A5 voorhanden hebben gehad. Deze garagebox werd gehuurd en beheerd door [verdachte] en gebruikt voor het stallen van onder andere gestolen voertuigen. Gelet daarop en de omstandigheden en handelingen van de verdachten in de garagebox, gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] en [medeverdachte 5] wisten dat ook deze auto van diefstal afkomstig was. Het medeplegen van opzetheling kan daarmee voor hen worden bewezen. 4.3.3.8. ZD 6: diefstal en/of heling van de Audi RS5 ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Audi RS5 met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] deze auto samen hebben gestolen. Diefstal in vereniging door [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] Op 17 september 2019, tussen 00:00 en 07:30 uur, wordt een zwarte Audi RS5 Coupe met Duits kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen in Kerkrade. In de nacht van 17 september 2019 om 03:25 uur vraagt [verdachte] in een PGP-bericht met Sky-ID [Sky-ID 12] aan [medeverdachte 7] , Sky-ID [Sky-ID 15] , of hij een adres voor hem heeft. Vijf minuten later stuurt [verdachte] ’07:30’ met daarachter het bericht ‘op locatie’. [verdachte] vraagt [medeverdachte 7] om 05:56 uur om een foto te sturen en zegt hem dat hij hem ‘safe’ moet parkeren. Ook vraagt hij of er Nederlandse (‘Nl’) of Duitse (‘De’) platen op zitten en vraagt hij naar het bouwjaar. Op 25 februari 2020 worden bij [medeverdachte 7] in de auto twee telefoons, een gewone mobiele telefoon en een PGP-telefoon, aangetroffen en inbeslaggenomen. Uit analyse blijkt dat beide telefoons (* [nummer] en * [nummer] ) in de nacht en ochtend van 17 september 2019 in Brunssum zijn, waarna zij een reisbeweging naar Utrecht maken. De PGP-telefoon van [medeverdachte 7] (* [nummer] ) straalt om 04:58 uur en 05:02 uur zendmasten aan in Kerkrade. De telefoons * [nummer] en * [nummer] van [medeverdachte 5] stralen om 05:04 uur zendmasten aan in Soest, waarna deze richting Limburg bewegen. Om 05:31 uur wordt [medeverdachte 5] gebeld door [verdachte] (* [nummer] ). [verdachte] zegt dat [medeverdachte 5] dat snel heeft gedaan en dat het 161 kilometer en twee uurtjes rijden is. [medeverdachte 5] zegt dat het beter is en hij dan ook gelijk weer vol zit. [verdachte] zegt dat hij het adres heeft gestuurd en dat het ‘Landsgraaf bij de McDonalds’ is. Twee minuten later belt [verdachte] weer en zegt tegen [medeverdachte 5] dat hij hem ‘up to date’ moet houden en hem desnoods vijf keer achter elkaar moet bellen voor het geval hij in slaap valt. [verdachte] zegt dat hij op de hoogte gehouden wil worden van alles. [medeverdachte 5] zegt dat hij [verdachte] gelijk gaat bellen als hij er is. [verdachte] zegt dat het belangrijk is. Uit telecomgegevens, tapgesprekken, ANPR-gegevens en MAC-registraties van de Peugeot met kenteken [kenteken] blijkt dat [medeverdachte 5] in de nacht en ochtend van 17 september 2019 naar Limburg en terug is gereden. Om 05:13 uur geeft het MAC-adres van de Peugeot een registratie bij Inmoves op de Soestdijkerweg N234 en om 05:14 uur maakt zijn nummer * [nummer] gebruik van een zendmast in Bilthoven. Om 05:49 uur straalt zijn nummer * [nummer] een zendmast aan in Vianen, op hetzelfde tijdstip heeft de Peugeot een ANPR-registratie bij Vianen. Om 07:49 uur maakt zijn nummer * [nummer] gebruik van een zendmast in Brunssum en om 07:55 uur maakt zijn nummer * [nummer] gebruik van een zendmast in Heerlen. Op laatstgenoemd tijdstip belt [medeverdachte 5] (* [nummer] ) met [verdachte] (* [nummer] ) en zegt hem dat het is gelukt. Op de achtergrond is bij [medeverdachte 5] iemand te horen: ‘Zeg hem snelle jongen van de grensstreek’. Deze persoon is door de verbalisant herkend als [medeverdachte 7] . [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 5] zijn kant op te komen. Om 09:42 uur stralen de telefoons van [medeverdachte 7] (* [nummer] ) en [medeverdachte 5] (* [nummer] ) dezelfde zendmast aan bij de Haefland in Brunssum. Om 11:31 uur heeft de Peugeot een ANPR-registratie bij Vianen. De telefoon van [medeverdachte 5] (* [nummer] ) maakt om 11:32 uur gebruik van een zendmast in Nieuwegein en om 11:55 uur van een zendmast in Utrecht. Op de camerabeelden van de [adres gearagebox] van 17 september 2019, 22:52 uur is te zien dat er een Audi type A5 Coupe (de rechtbank begrijpt: Audi RS5 Coupe) de garagebox wordt ingereden, dat [medeverdachte 5] als bestuurder van de Audi heeft gereden en dat [verdachte] zich ook in de garagebox bevindt. Bij de inkijk in de garagebox aan de [adres gearagebox] op 20 september 2019 wordt deze gestolen zwarte Audi RS5 Coupe met chassisnummer [nummer] en valse kentekenplaten [kenteken] gezien in de garagebox. Bij de doorzoeking op 26 november 2019 wordt deze Audi weer in de garagebox aangetroffen en, samen met de opgevouwen originele Duitse kentekenplaten [kenteken] , inbeslaggenomen. [verdachte] heeft op de zitting van 9 oktober 2023 verklaard dat hij deze Audi heeft ‘aangeschaft’ en in zijn garagebox heeft laten rijden en dat één van de Audi’s in zijn garagebox op bestelling is gestolen. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] zijn in de nacht van 17 september 2019 naar Limburg gereden, waar de Audi RS5, die later in de garagebox wordt aangetroffen, in Kerkrade is gestolen. De rechtbank gaat ervan uit dat zij deze auto hebben weggenomen. [medeverdachte 5] heeft in de tussentijd steeds contact met [verdachte] die op de hoogte wil worden gehouden, waarna [medeverdachte 5] , in het bijzijn van [verdachte] diezelfde dag de auto in de garagebox rijdt. Tijdens de telefonische contacten zegt [medeverdachte 5] dat het is gelukt en maakt [medeverdachte 7] een opmerking over een snelle jongen van de grensstreek, waarmee hij – zoals blijkt uit het in de bespreking van ZD 8 aangehaalde bericht – zichzelf bedoelt. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat [medeverdachte 5] , [medeverdachte 7] en [verdachte] , gelet op hun gezamenlijke plan, onderlinge afstemming en gezamenlijke uitvoering, nauw en bewust hebben samengewerkt bij de diefstal van deze auto, waarbij de bijdrage van [verdachte] van intellectuele aard was. 4.3.3.9. ZD 11: diefstal en/of heling van de Piaggio Skipper 125 [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] worden ervan beschuldigd de motorscooter, Piaggio Skipper 125, in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze scooter heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 5] wel bewezen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 5] Op 17 september 2019 wordt een zwarte motorfiets van het merk Piaggio, type Skr 125, met kenteken [kenteken] gestolen in Nieuwegein. Op de camerabeelden van de [adres gearagebox] wordt op 20 september 2019 gezien dat [verdachte] en [medeverdachte 5] bij de garagebox komen en dat [medeverdachte 5] een scooter zonder kentekenplaat naar binnen rijdt. Bij de inkijk in de garagebox op 16 oktober 2019 wordt een zwarte Piaggio scooter met VIN-nummer [nummer] aangetroffen. Ook worden er twee andere scooters aangetroffen. Bij de doorzoeking van de garagebox op 26 november 2019 worden er vier scooters zonder kentekenplaten aangetroffen, waaronder een Piaggio Skr 125 waarvan het bijbehorend kenteken [kenteken] is. Dit blijkt de in Nieuwegein gestolen motorscooter met kenteken [kenteken] te zijn. Op de Piaggio is ook het nummer [nummer] zichtbaar. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij deze scooter heeft gekocht van een jongen in de buurt, dat hij nu niet meer weet wie het is en dat hij er niet van op de hoogte was dat deze scooter van diefstal afkomstig was. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, vast dat [verdachte] en [medeverdachte 5] de in Nieuwegein gestolen Piaggio scooter zonder kentekenplaat voorhanden hebben gehad. Op grond van de stukken kan de rechtbank – ondanks aanwijzingen daartoe – niet vaststellen dat deze Piaggio door [medeverdachte 5] op 20 september 2019 de garagebox is ingereden. Wel kan worden vastgesteld dat de scooter, samen met andere scooters zonder kenteken en andere voertuigen die van diefstal afkomstig waren, gedurende enige tijd in de garagebox heeft gestaan. Gelet op deze omstandigheid, hecht de rechtbank geen geloof aan de verklaring van [verdachte] dat de criminele herkomst van de scooter hem niet bekend was. Het kan niet anders dan dat [verdachte] en [medeverdachte 5] van deze herkomst op de hoogte zijn geweest. Daarmee is het medeplegen van opzetheling bewezen. 4.3.3.10. ZD 10: diefstal en/of heling van de Audi A4 ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden ervan beschuldigd de Audi A4 met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen of geheeld en spreekt hem daarvan vrij. 4.3.3.11. ZD 14: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt ook niet bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan heling en spreekt hem ook daarvan vrij. Vrijspraak opzetheling en schuldheling Uit het dossier blijkt onvoldoende betrokkenheid van [verdachte] bij deze auto om van heling te kunnen spreken, nu niet vastgesteld kan worden dat [verdachte] deze auto op enig moment voorhanden heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank is [verdachte] ook niet op basis van PGP-gegevens aan deze auto te koppelen. Daarom wordt hij van opzetheling en schuldheling van deze Volkswagen Transporter vrijgesproken. 4.3.3.12. ZD 9: diefstal en/of heling van de Volkswagen Multivan ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Volkswagen Multivan met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt ook niet bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan heling en spreekt hem ook daarvan vrij. Vrijspraak opzetheling en schuldheling Volgens het Openbaar Ministerie had [verdachte] een belang bij de diefstal van de Volkswagen, omdat [verdachte] een rol had bij de planning en aansturing van het geweldsincident tegen [slachtoffer] dat met deze gestolen Volkswagen zou worden gepleegd, zoals hieronder nog zal worden uiteengezet, en kan daaruit worden geconcludeerd dat [verdachte] over dit gestolen voertuig kon beschikken. De rechtbank vindt deze redenering niet logisch en volgt deze niet. Op grond van het dossier kan namelijk geen directe link worden gelegd tussen [verdachte] en de Volkswagen en kan niet worden geconcludeerd dat hij dit voertuig voorhanden heeft gehad. Daarom wordt hij vrijgesproken van opzetheling en schuldheling. 4.3.3.13. ZD 13: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] worden ervan beschuldigd de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt wel bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. Opzetheling door [verdachte] Op 26 oktober 2019 tussen 02.30 uur en 08.00 uur wordt in Hoensbroek een grijze Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen. Deze diefstal vindt plaats na een OVC-gesprek op 24 oktober 2019 om 21:27 uur in de Peugeot in gebruik bij [verdachte] . De stemmen van [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 7] worden tijdens dit gesprek herkend. [verdachte] en [medeverdachte 5] vragen aan [medeverdachte 7] of hij niet nog een paar Transporters heeft staan, waarop [medeverdachte 7] zegt ‘dat ze je er in Duitsland letterlijk dood mee gooien’. Het telefoonnummer * [nummer] van [medeverdachte 7] is op 26 oktober 2019 in de omgeving van zijn PGP-toestel met telefoonnummer * [nummer] . De toestellen bewegen om 04:19 uur van Heerlen naar Hoensbroek en vervolgens naar Utrecht. De telefoon met nummer * [nummer] is gekoppeld geweest aan het MAC-adres van de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] . Op 26 oktober 2019 rijdt de gestolen Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] om 21:42 uur langs een ANPR-camera op de Mississippidreef in Utrecht. Op 20 januari 2020 wordt op de [adres] in Soesterberg de gestolen Volkswagen Transporter met chassisnummer [nummer] met valse kentekenplaten [kenteken] aangetroffen en inbeslaggenomen. De originele kentekenplaten [kenteken] liggen erin. De valse kentekenplaten [kenteken] horen bij een Peugeot Partner en zijn gedupliceerd. De Volkswagen Transporter stond volgens de melder al anderhalve maand op dezelfde plek. Sporenonderzoek aan de Volkswagen Transporter levert een match op met het DNA-profiel van [verdachte] op de gordel van de bestuurdersstoel en de armleuning links van de passagiersstoel. Van [medeverdachte 7] is ook DNA-match gevonden, op de armleuning links van de passagiersstoel. [verdachte] noch [medeverdachte 7] hebben hiervoor een ontzenuwende verklaring gegeven. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3.1 en 4.3.3.2, het volgende vast. [verdachte] en [medeverdachte 5] hebben aan [medeverdachte 7] gevraagd of hij nog Transporters had staan. Dit gesprek heeft plaatsgevonden nadat de Volkswagen in ZD 9, die bedoeld was voor het geweldsmisdrijf tegen [slachtoffer] , in beslag was genomen voordat deze kon worden gebruikt. Daags na dit gesprek wordt de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] gestolen in Hoensbroek. Deze Volkswagen Transporter is uiteindelijk ook gebruikt voor het geweldsmisdrijf tegen [slachtoffer] op 30 oktober 2019, zoals hierna nog zal worden uiteengezet. In het tijdsbestek van de diefstal was [medeverdachte 7] in Hoensbroek en is hij vervolgens naar Utrecht gereisd. De telefoon van [medeverdachte 7] is op enig moment ook gekoppeld geweest aan het MAC-adres van de Volkswagen. In de Volkswagen Transporter is een DNA-match met [medeverdachte 7] aangetroffen. Op basis van deze bevindingen gaat de rechtbank ervan uit dat [medeverdachte 7] deze auto heeft gestolen. Op verschillende plekken in de Volkswagen Transporter is DNA aangetroffen dat matcht met het DNA van [verdachte] . Op grond daarvan komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] de gestolen Volkswagen Transporter in ieder geval voorhanden heeft gehad en dat hij wist dat deze gestolen was. 4.3.3.14. ZD 2: Geweldsmisdrijf tegen [slachtoffer] (feit 2) Op 30 oktober 2019 rond 23.30 uur wordt op de Adelaarstraat in Utrecht [slachtoffer] , woonachtig aan de [adres] , door drie personen in elkaar geslagen. De drie personen dragen bivakmutsen en gebruiken slagvoorwerpen, zoals een honkbalknuppel en een moker. Ze vluchten met een Volkswagen Transporter. Een vierde persoon zou de Volkswagen Transporter hebben bestuurd. Op de plaats delict blijft een voorhamer van ongeveer een meter lang met een zwart/geel handvat van het merk ‘Stanley’ achter. De rechtbank komt tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade. 4.3.3.14.1. Redengevende feiten en omstandigheden Gebeurtenissen 10 oktober 2019 Op 10 oktober 2019 wordt rond 22:50 uur aan de Lagenoord in Utrecht een gestolen Volkswagen Multivan met valse kentekenplaten ( [kenteken] ) aangetroffen en inbeslaggenomen (ZD 9). In het busje worden onder andere een voorhamer, twee klauwhamers, kabelbinders, een honkbalknuppel, bivakmutsen, handschoenen en een zwarte pet aangetroffen. Op 10 oktober 2019 om 23.23 uur belt [medeverdachte 1] (* [nummer] ) met [medeverdachte 2] (* [nummer] ) en zegt: ‘is een tweede liefje bij komen kijken’. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Kanker en al die dingen liggen er nog in he…alles DNA alles jongen.’ Het nummer (* [nummer] ) wordt zowel door [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] gebruikt. Het nummer (* [nummer] ) wordt ook aan [medeverdachte 1] toegeschreven. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden vandaag veroordeeld voor opzetheling van deze Volkswagen Multivan (vals kenteken [kenteken] ) (ZD 9). Hun DNA matcht met DNA dat is aangetroffen in het busje en op goederen in het busje. Ook van [medeverdachte 4] is een DNA-match gevonden in het busje. Het DNA van [medeverdachte 2] matcht met DNA op een honkbalknuppel (SIN: AAFD4029NL#03), hamers (SIN: AAFD4034NL#02, AAFY1462NL#03, AAFY1463NL#01), bivakmutsen (SIN: AAFD4028NL#01, AAFD4032NL#01, AAND9729NL#01), handschoenen (SIN: AAND9730NL#02), deurbediening rechter schuifdeur (SIN: AANE5047NL#01) en voorzijde oppervlak stuurwiel (SIN: AANE5050NL#01). Het DNA van [medeverdachte 1] matcht met DNA op bivakmutsen (SIN: AAFD4028NL#01, AAFD4032NL#01) en voorzijde oppervlak stuurwiel (SIN: AANE5050NL#01). Het DNA van [medeverdachte 4] matcht met DNA op de hoofdsteun linksvoor (SIN: AANE5013NL#01). In de onder [medeverdachte 4] inbeslaggenomen Apple iPhone telefoon wordt een filmpje aangetroffen dat sinds 11 oktober 2019, 22:14 uur in de telefoon is opgeslagen. In het filmpje is te zien en te horen dat een donkerkleurig bestelbusje onder begeleiding van vier politieauto’s wordt afgevoerd door een sleepwagen. Het filmpje is gemaakt bij de kruising Spinozaweg met de Vleutenseweg in Utrecht. In het filmpje wordt ingezoomd op de sleepwagen en takelwagen en is te horen dat een man, die samen met in ieder geval een ander is, spreekt over ‘die bus’ en meermalen tegen de ander zegt te kijken. In deze telefoon zijn tevens telefoonnummers gevonden van [verdachte] (* [nummer] ), [medeverdachte 5] (* [nummer] en * [nummer] ) en [medeverdachte 1] (* [nummer] en * [nummer] ). In een OVC-gesprek in de Nissan Micra van [naam 2] op 26 november 2019 wordt gesproken over iemand die bij de Oudenoord, bij de molen, helemaal ‘naar de kanker’ was geslagen, dat [medeverdachte 1] (‘ [medeverdachte 1] ’) dat eigenlijk met [medeverdachte 2] (‘ [voornaam medeverdachte 2] ’) had moeten doen, dat daarbij een busje was en dat [medeverdachte 1] zijn bivakmuts met DNA erin had laten liggen, dat er spullen in het busje lagen om iemand mee knock-out te slaan zoals mokers, dat het busje inbeslaggenomen was door de politie, dat [medeverdachte 1] dit vanuit zijn huis heeft gefilmd en dat hij nog naar het politiebureau wilde gaan om het busje in de fik te steken. In een schuur van de grootouders van [medeverdachte 4] aan de [adres grootouders medeverdachte 4] , waar hij zelf ook toegang toe had, worden op 12 mei 2020 onder andere vier voorhamers, zes honkbalknuppels en tien klauwhamers inbeslaggenomen. Gebeurtenissen tussen 11 oktober 2019 en 15 oktober 2019 Op 11 oktober 2019 worden telefoongesprekken tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] opgenomen en afgeluisterd. In het gesprek op 11 oktober 2019 om 18:56 uur geeft [medeverdachte 5] het telefoonnummer ( [nummer] ) aan [medeverdachte 1] van ‘ [bijnaam 34] ’ die naar hem onderweg is. Dat telefoonnummer is op dat moment in gebruik bij [naam 10] . Blijkens zendmastgegevens van de telefoonnummers van [medeverdachte 1] (* [nummer] ) en [naam 10] (* [nummer] ) zijn zij rond 19:16 uur bij elkaar in de buurt in Utrecht. Hierna heeft [medeverdachte 1] weer telefonisch contact met [medeverdachte 5] . Hij zegt dat hij nu met hem is en vraagt wat nu precies de bedoeling is en of hij wat moet doorgeven. [medeverdachte 5] gaat dat voor de zekerheid vragen en laat het hem weten. In het gesprek om 19:19 uur citeert [medeverdachte 5] een opdracht aan [medeverdachte 1] : ‘Hij moet posten en plakken die kanker C3’, ‘en als hij die hond ziet weggaan, kijken hoe en wat’ en ‘ze kankermoeder moet vandaag geket worden. No joke’. [med