vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/730013-20 Datum uitspraak: 15 maart 2024 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1997, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. Inhoudsopgave 1Onderzoek ter terechtzitting 2. Tenlastelegging 3. Waardering van het bewijs 3.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie 3.2. Standpunt van de verdediging 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Inleiding 3.3.2. Identificatie (PGP-)nummers en Sky-ID’s 3.3.3. Verloop van het onderzoek Buizerd 3.3.4. OVC-gesprekken Nissan Micra 3.3.5. ZD 4: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.6. ZD 5: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.7. ZD 3: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.8. ZD 8: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.9. ZD 7: diefstal en/of heling van de Audi A5 Cabriolet ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.10. ZD 6: diefstal en/of heling van de Audi RS5 ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.11. ZD 11: diefstal en/of heling van de Piaggio Skipper 125 (feit 3) 3.3.12. ZD 10: diefstal en/of heling van de Audi A4 ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.13. ZD 14: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.14. ZD 9: diefstal en/of heling van de Volkswagen Multivan ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.15. ZD 13: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) (feit 3) 3.3.16. ZD 2: Geweldsmisdrijf tegen [slachtoffer ] (feit 2) 3.3.16.1. Redengevende feiten en omstandigheden 3.3.16.2. Bewijsoverweging 3.3.17. ZD 1: Criminele organisatie (feit 1) 4. Bewezenverklaring 5. Strafbaarheid van de feiten 6. Strafbaarheid van verdachte 7. Motivering van de straf 7.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie 7.2. Standpunt van de verdediging 7.3. Oordeel van de rechtbank 8. Beslag 8.1. Verbeurdverklaring 8.2. Teruggave 9. Benadeelde partijen 9.1. Vorderingen 9.2. Standpunt van het Openbaar Ministerie 9.3. Standpunt van de verdediging 9.4. Oordeel van de rechtbank 9.4.1. Benadeelde partij [benadeelde partij 1] 9.4.2. Benadeelde partij [benadeelde partij 2] 9.4.3. Benadeelde partij [benadeelde partij 3] 10. Toepasselijke wettelijke voorschriften 10. Beslissing Bijlage – de tenlastelegging 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 6, 9 en 10 oktober 2023, 2, 14, 17, 20, 23, 24 en 28 november 2023 en 15 maart 2024. Het onderzoek is op laatstgenoemde zittingsdag gesloten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de drie officieren van justitie (hierna gezamenlijk aangeduid als: de officier van justitie) en van wat de gemachtigde raadsman van [verdachte] , mr. W.B.O. van Soest, naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft de zaak tegen [verdachte] gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken tegen medeverdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] . De rechtbank doet in al deze zaken gelijktijdig uitspraak, met uitzondering van de zaak tegen [medeverdachte 4] . 2Tenlastelegging [verdachte] wordt – na wijziging van de tenlastelegging op de zitting van 6 oktober 2023 – kort gezegd beschuldigd van de volgende strafbare feiten: Feit 1: leiding geven aan, dan wel deelname aan, een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van gekwalificeerde diefstal, opzetheling, voorbereiding van moord, moord, zware mishandeling met voorbedachten rade en valsheid in geschrift, in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 november 2019 in (verschillende plaatsen
- in)Nederland; Feit 2: het medeplegen van (uitlokking van dan wel medeplichtigheid) aan poging tot moord op dan wel (poging tot) zware mishandeling met voorbedachte raad van [slachtoffer ] in de periode van 7 september 2019 tot en met 30 oktober 2019 in Utrecht. Deze beschuldiging is in meerdere primaire en subsidiaire varianten ten laste gelegd; Feit 3: diefstal in vereniging met braak en/of verbreking en/of valse sleutels van auto’s en een scooter, te weten een Audi S4 (zaaksdossier (hierna ook: ZD) 3), een Renault Megane (ZD 4), een Renault Megane (ZD 5), een Audi RS5 (ZD 6), een Audi A5 (ZD 7), een Audi S4 (ZD 8), een Volkswagen Multivan (ZD 9), een Audi A4 (ZD 10) en een Piaggio Skipper 125 (ZD 11), een Volkswagen Transporter (ZD 13) en een Volkswagen Transporter (ZD 14), in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 in (verschillende plaatsen
- in)Nederland en/of medeplegen van opzetheling dan wel schuldheling van deze auto’s en scooter, in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 november 2019 in (verschillende plaatsen
- in)Nederland. De volledige tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich – overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir – op het standpunt gesteld dat kan worden bewezen dat [verdachte] zich heeft schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie (feit 1) en aan medeplegen van uitlokking van het medeplegen van poging tot moord (feit 2 primair). Wat betreft feit 3 heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring van opzetheling van de Audi S4 (ZD 3) voor een kortere periode dan is ten laste gelegd, medeplegen van opzetheling van de beide Renault Meganes (ZD 4 en ZD 5) en de Piaggio Skipper 125 (ZD 11) voor een kortere periode dan is ten laste gelegd, diefstal in vereniging van de Audi RS5 (ZD 6) op 17 september 2019, schuldheling van de Audi A5 (ZD 7) en medeplegen van opzetheling van de Audi S4 (ZD 8), de Volkswagen Multivan (ZD 9), de Audi A4 (ZD 10) en de beide Volkswagen Transporters (ZD 13 en ZD 14). 3.2. Standpunt van de verdediging De raadsman van [verdachte] heeft – overeenkomstig zijn pleitnota – vrijspraak bepleit van deelname aan een criminele organisatie, voor zover dit betreft het oogmerk moord, voorbereiding van moord en zware mishandeling met voorbedachten rade. Wat betreft deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk gekwalificeerde diefstal, opzetheling en valsheid in geschrift heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank (feit 1). De raadsman heeft vrijspraak bepleit van poging tot moord, poging tot doodslag en zware mishandeling van [slachtoffer ] en zich ten aanzien van de poging tot zware mishandeling gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank (feit 2). De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de diefstal van alle auto’s en de scooter en van de heling van de Renault Megane (ZD 4), de Audi A5 (ZD 7), de Volkswagen Multivan (ZD 9), de Audi A4 (ZD 10) en de Volkswagen Transporter (ZD 14) en zich ten aanzien van de heling van de Audi S4 (ZD 3), de Renault Megane (ZD 5), de Audi RS5 (ZD 6), de Audi S4 (ZD 8), de Piaggio Skipper 125 (ZD 11) en de Volkswagen Transporter (ZD 13) gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank (feit 3). 3.3. Oordeel van de rechtbank 3.3.1. Inleiding De rechtbank zal in de hierna volgende paragrafen ingaan op de vraag of en zo ja welke aan [verdachte] ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen. Samengevat leiden de overwegingen van de rechtbank op basis van de onderzoeksbevindingen tot de volgende conclusies. Onderzoek Buizerd Onderzoek Buizerd is gestart naar aanleiding van de diefstal van een auto en leidde uiteindelijk tot veertien zaaksdossiers over diefstal dan wel heling van voertuigen, waarvan er een aantal heeft gestaan in een garagebox aan de [adres] in Utrecht die – via een afgeschermde constructie - door [medeverdachte 1] werd gehuurd en waartoe ook [verdachte] toegang had. De rechtbank neemt strafrechtelijke betrokkenheid van [verdachte] aan ten aanzien van een achttal voertuigen en komt tot de conclusie dat [verdachte] met anderen medepleger is van de diefstal van één voertuig en de heling van zes voertuigen (feit 3). Op 30 oktober 2019 is [slachtoffer ] in Utrecht door drie personen in elkaar geslagen. Deze personen droegen bivakmutsen en gebruikten slagvoorwerpen, zoals een honkbalknuppel en een moker. Dit geweldsincident is in onderzoek Buizerd nader onderzocht. De rechtbank komt tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade (feit 2). Een deel van de bewijsmiddelen wordt ontleend aan het onderzoek Pulheim, het onderzoek naar de moord op advocaat [naam advocaat] , dat – deels – aan het dossier tegen [verdachte] is toegevoegd. Op 18 september 2019 is advocaat [naam advocaat] doodgeschoten. Op 23 februari 2023 zijn [naam 1] en [naam 2] door het gerechtshof Amsterdam als uitvoerders veroordeeld voor het medeplegen van de moord op [naam advocaat] . Na de moord op [naam advocaat] kwam vanuit het onderzoek Buizerd informatie binnen dat één van de in een garagebox aan de [adres] in Utrecht aangetroffen gestolen voertuigen, een Renault Megane, voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] , zou zijn gebruikt bij de voorverkenningen voor de moord. Twee medeverdachten ( [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] ) worden vervolgd voor deze moord. De rechtbank komt tot de conclusie dat de voertuigencriminaliteit en de aanval op [slachtoffer ] hebben plaatsgevonden binnen het kader van een criminele organisatie en dat [verdachte] aan deze criminele organisatie heeft deelgenomen. De rechtbank komt tot de conclusie dat deze criminele organisatie ook het oogmerk voorbereiden van moord had (feit 1). De afzonderlijke misdrijven vielen allen onder het oogmerk van de criminele organisatie, al had niet iedere deelnemer aan deze organisatie betrokkenheid bij of wetenschap van al deze misdrijven. De rechtbank zal [verdachte] voor zijn betrokkenheid bij de feiten veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 3.3.2. Identificatie (PGP-)nummers en Sky-ID’s Het bewijs bestaat voor een groot deel uit de historische verkeersgegevens van telefoonnummers, PGP-nummers en metadata van SkyECC. De rechtbank zal daarom eerst vaststellen welke PGP’s, telefoonnummers en Sky-ID’s aan de verschillende verdachten/personen toebehoren, alvorens de overige bewijsmiddelen te bespreken. De rechtbank neemt de conclusies van de politie over en stelt op basis van de hieronder te bespreken bewijsmiddelen vast dat [medeverdachte 1] , [naam 3] , [verdachte] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 6] en [naam 4] gebruikmaakten van de telefoonnummers, PGP-nummers en/of Sky-ID’s zoals hieronder staat beschreven. Sky-ID’s en (PGP-)nummers die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 1] . De politie baseert deze conclusie onder meer op de omstandigheden dat * [telefoonnummer] veelal in de nacht gebruik maakte van cell-id’s in de omgeving van de [adres] , het woonadres van [medeverdachte 1] . Bij de aanhouding van [medeverdachte 1] op 20 november 2019 werd een iPhone aangetroffen met daarin de simkaart met het telefoonnummer * [telefoonnummer] . Verder heeft [medeverdachte 1] op 26 mei 2020 bij de rechter-commissaris verklaard dat de zwarte iPhone de telefoon is met nummer * [telefoonnummer] en dat hij die al jaren gebruikt. PGP-nummer [PGP-nummer] (hierna: * [PGP-nummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 1] toegeschreven. Tijdens de doorzoeking van de woning van [medeverdachte 1] op 20 november 2019 aan de [adres] werd in een zak op de salontafel in de woonkamer een PGP-toestel met goednummer 5839784 aangetroffen. In dat PGP-toestel zat een simkaart met PGP-nummer * [PGP-nummer] .Sky-ID [ID-nummer] met gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam] !!” bleek via de in de metadata geregistreerde gegevens van het IMEI-nummer ( [IMEI-nummer] ) en historische verkeersgegevens te zijn gekoppeld aan * [PGP-nummer] . Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [naam 3] Uit onderzoek in de metadata in onderzoek WERL bleek dat [naam 3] vermoedelijk verschillende Sky-ID’s gebruikte. Deze Sky-ID’s vormen vier ‘lijnen’ waarbij accounts elkaar opvolgen en er per lijn met andere Sky-ID’s contact is. Volgens de politie kunnen op basis van dit onderzoek in de metadata onder meer de volgende Sky-ID’s aan [naam 3] worden toegeschreven: Sky-ID [ID-nummer] met bijnamen ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’ en ‘’ [bijnaam] ’; Sky-ID [ID-nummer] met bijnamen ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’, ‘ [bijnaam] ’ en ‘ [bijnaam] ’; Sky-ID [ID-nummer] met bijnaam ‘ [bijnaam] !’; Sky-ID [ID-nummer] met bijnamen ‘ [bijnaam] ’ en ‘ [bijnaam] ’. Telefoonnummers en Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [verdachte] Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie aan [verdachte] toegeschreven en werd door hem gebruikt in de periode van 23 mei 2019 tot en met 30 september 2019. Dit wordt mede gebaseerd op de cell-id’s die het nummer het meest gebruikte na de nachtrustperiode, te weten de [adres] of de [adres] . Deze cell-id’s zijn gelegen in de omgeving van het woonadres van [medeverdachte 1] aan de [adres] , waar [verdachte] gedurende die periode verbleef. Verder blijkt uit afgeluisterde telecommunicatie dat * [telefoonnummer] frequent contact had met [naam 5] , de broer van [verdachte] . Ook had * [telefoonnummer] enkele gesprekken met [naam 6] en [naam 7] , de zus en moeder van [verdachte] . Ten slotte bleek ook uit stemherkenning uit opgenomen en afgeluisterde gesprekken dat [verdachte] de gebruiker was van * [telefoonnummer] . Volgens de politie is [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) in de periode van 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019 in gebruik geweest bij [verdachte] . Dit wordt onder meer gebaseerd op tapgesprekken, waarin de stem van [verdachte] wordt herkend als de stem van de gebruiker van * [telefoonnummer] . Uit een CIOT-bevraging blijkt dat [verdachte] als abonnementhouder van * [telefoonnummer] stond geregistreerd. Sky-ID [ID-nummer] met gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam] ’ is in de metadata actief in de periode van 20 november 2019 tot en met 25 november 2019. Volgens de politie was [verdachte] de gebruiker van Sky-ID [ID-nummer] . Tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres] op 26 november 2019 werd een PGP-telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] inbeslaggenomen. [verdachte] stond op dit adres ingeschreven.Uit de beschikbare SkyECC-metadata bleek dat het IMEI-nummer van de aangetroffen PGP-telefoon in de woning van [verdachte] gekoppeld was aan Sky-ID [ID-nummer] . PGP-nummers en Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 1] / [verdachte] PGP-nummer [ID-nummer] (hierna: * [ID-nummer] ) was actief in de periode van 18 augustus 2019 tot en met 18 september 2019 en wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 1] en [verdachte] . De politie baseert deze conclusie onder meer op samenhang tussen de historische verkeersgegevens van * [ID-nummer] en andere (PGP-)nummers van [verdachte] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ). Verder maakte * [ID-nummer] in de nachtelijke uren vooral gebruik van cell-id’s in de omgeving van de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] . Uit onderzoek is gebleken dat [verdachte] ook op dit adres verbleef. [medeverdachte 1] is van 18 augustus 2019 tot 30 augustus 2019 in Marokko geweest. * [ID-nummer] is in die periode ook actief geweest in het Marokkaanse netwerk, wat erop wijst dat * [ID-nummer] tussen 18 augustus 2019 en 30 augustus 2019 in gebruik was bij [medeverdachte 1] . * [ID-nummer] werd gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ). Aan dit IMEI-nummer is Sky-ID [ID-nummer] met bijnamen ‘[---]’, ‘---‘ en ‘ [bijnaam] ’ gekoppeld. Sky-ID [ID-nummer] wordt door de politie daarom ook aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] toegeschreven. Uit historische verkeersgegevens volgt dat PGP-nummer [PGP-nummer] (hierna: * [PGP-nummer] ) is gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ). * [PGP-nummer] is op 7 mei 2019 geactiveerd. Volgens de politie is * [PGP-nummer] in de periode van 25 juni 2019 tot en met 24 september 2019 in gebruik geweest bij [medeverdachte 1] en/of [verdachte] . De politie baseert deze conclusie – kort gezegd – op een analyse van historische telecomgegevens van * [PGP-nummer] in relatie tot andere nummers in gebruik bij [medeverdachte 1] en [verdachte] . Tijdens de reis naar Marokko van [medeverdachte 1] in de periode van 18 augustus 2019 tot 30 augustus 2019 heeft * [PGP-nummer] registraties in Nederland en is er samenhang te zien met * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] van [verdachte] . Voor het vertrek van [medeverdachte 1] naar Marokko zijn er meerdere dagen waarop * [PGP-nummer] samenhangende registraties heeft met * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] . Ook zijn er meerdere dagen waaruit niet expliciet valt op te maken of [medeverdachte 1] en/of [verdachte] de gebruiker is van * [PGP-nummer] . * [PGP-nummer] maakte in de periode van nachtrust gebruik van cell-id’s aan de [adres] en [adres] . In het onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 1] en [verdachte] aan de [adres] verbleven.Sky-ID [ID-nummer] met gebruikersnamen ‘ [gebruikersnaam] ’ en ‘ [gebruikersnaam] ’ wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] en is actief in de metadata in de periode van 24 juni 2019 tot en met 13 september 2019. De politie baseert deze conclusie op de omstandigheid dat Sky-ID [ID-nummer] via IMEI-nummer * [IMEI-nummer] aan * [PGP-nummer] kan worden gekoppeld. Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) werd volgens de politie zowel door [medeverdachte 1] als door [verdachte] gebruikt. * [telefoonnummer] is gebruikt in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ). In afgeluisterde gesprekken worden zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] op basis van hun stem herkend als de gebruiker van * [telefoonnummer] . Ook noemt [medeverdachte 1] in meerdere gesprekken zijn naam. Verder vertoont * [telefoonnummer] een vergelijkbaar bewegingspatroon ten opzichte van telefoonnummers van [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) en [verdachte] (* [telefoonnummer] ). Telefoonnummers die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 3] Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [medeverdachte 3] , die in de periode van 13 augustus 2019 tot en met 24 september 2019 van dit nummer gebruik zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie onder meer op de historische verkeersgegevens van het nummer, waaruit blijkt dat * [telefoonnummer] is gebruikt in een Nokia met IMEI-nummer [IMEI-nummer] . Deze telefoon is op 26 november 2019 in de woning van [medeverdachte 3] aan de [adres] aangetroffen. * [telefoonnummer] maakte in de nachtelijke uren veelvuldig gebruik van een cell-id aan de [adres] , gelegen in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 3] . Uit tapgesprekken tussen het telefoonnummer van de vader van [medeverdachte 3] en * [telefoonnummer] bleek dat de gebruiker van * [telefoonnummer] opneemt met “Hallo pa” en de vader van [medeverdachte 3] antwoordt met “Hee [medeverdachte 3] ”. Ook zijn er meerdere berichten in de telefoon aangetroffen van het telefoonnummer van de vader van [medeverdachte 3] waarin hij de gebruiker van * [telefoonnummer] aansprak met “ [medeverdachte 3] ” en “m’n geliefde zoon”. De politie schrijft ook telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) toe aan [medeverdachte 3] . Hij zou in de periode van 21 augustus 2019 tot en met 19 september 2019 van dit nummer gebruik hebben gemaakt. * [telefoonnummer] maakte in de nachtelijke uren het meest gebruik van een cellid aan de [adres] , gelegen in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 3] . In de inbeslaggenomen telefoon van [naam 4] , een vriendin van [medeverdachte 3] , zijn WhatsApp conversaties aangetroffen met * [telefoonnummer] waaruit blijkt dat zij en de gebruiker van * [telefoonnummer] een seksuele relatie hebben. In meerdere van deze berichten wordt de gebruiker van * [telefoonnummer] ‘ [medeverdachte 3] ’ genoemd. Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 3] toegeschreven, die er in de periode van 2 juli 2019 tot en met 7 augustus 2019 gebruik van zou hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie onder meer op de volgende omstandigheden. * [telefoonnummer] maakte in de nachtelijke uren het meest gebruik van een cell-id aan de [adres] , gelegen in de directe omgeving van de woning van [medeverdachte 3] aan de [adres] . * [telefoonnummer] had het meeste contact met telefoonnummers die werden gebruikt door de vader van [medeverdachte 3] en [naam 4] , vriendin van [medeverdachte 3] . Verder zijn in de telefoon van [naam 4] WhatsApp-berichten aangetroffen tussen haar en * [telefoonnummer] , waarin de gebruiker van * [telefoonnummer] ‘ [medeverdachte 3] ’ wordt genoemd. Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna * [telefoonnummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 3] toegeschreven. Dit blijkt onder meer uit het onderzoek naar de onder [naam 4] (vriendin van [medeverdachte 3] ) in beslag genomen iPhone XS op 12 december 2019. Dit nummer wordt ook gebruikt door [medeverdachte 2] . Ook telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 3] toegeschreven. Er zijn meerdere gesprekken tussen * [telefoonnummer] van [naam 4] en * [telefoonnummer] afgeluisterd en de verbalisant herkent de stem van de gebruiker als zijnde de stem van [medeverdachte 3] . Daarnaast blijkt uit onderzoek in de telefoon van [naam 4] dat op 16 oktober 2019 het contact ‘ [medeverdachte 3] ’ met telefoonnummer * [telefoonnummer] aan de contactenlijst werd toegevoegd. Ten slotte blijkt uit enkele tapgesprekken dat de gebruiker van * [telefoonnummer] zichzelf [medeverdachte 3] noemt. PGP-nummer en Sky-ID die worden toegeschreven aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en/of [verdachte] PGP-nummer [PGP-nummer] (hierna: * [PGP-nummer] ) wordt door de politie zowel aan [medeverdachte 3] , als aan [medeverdachte 1] en [verdachte] toegeschreven. Aan * [PGP-nummer] is IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ) gekoppeld. Uit de verkeersgegevens is gebleken dat * [PGP-nummer] ook is gebruik in een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ). [medeverdachte 3] zou in de periode van 18 augustus 2019 tot en met 24 september 2019 van * [PGP-nummer] gebruik hebben gemaakt. De politie baseert deze conclusie op de omstandigheid dat * [PGP-nummer] tijdens de nachtelijke uren het meest gebruik maakte van cell-id’s gelegen aan de [adres] en de [adres] . Deze cell-id’s liggen in de omgeving van de woning van [medeverdachte 3] . Verder blijkt uit een analyse van de telecombewegingen dat * [telefoonnummer] , een telefoonnummer dat in gebruik was bij [medeverdachte 3] (hierboven uiteengezet), op 18 augustus 2019 en in de periode van 19 augustus 2019 en 1 oktober 2019 op meerdere dagen ‘meebewoog’ met * [PGP-nummer] . [medeverdachte 1] en/of [verdachte] zouden volgens de politie in de periode van 8 oktober 2019 tot 19 november 2019 gebruik hebben gemaakt van * [PGP-nummer] . * [PGP-nummer] is in die periode namelijk meerdere malen actief in Soest. Op deze moment zijn * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] (hierboven uiteengezet) en * [telefoonnummer] van [verdachte] (hierboven uiteengezet) ook actief in Soest. Sky-ID [ID-nummer] met bijnamen ‘ [bijnaam] ’ en ‘ [bijnaam] ’ wordt via de geregistreerde IMEI-nummers, gekoppeld aan * [PGP-nummer] . Dit Sky-ID wordt door de politie daarom ook aan [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] en/of [verdachte] toegeschreven. Sky-ID [ID-nummer] van [naam 3] (hierboven vastgesteld) is de reseller van Sky-ID [ID-nummer] . (PGP-)nummers en Sky-ID’s die kunnen worden toegeschreven aan [medeverdachte 5] Volgens de politie heeft [medeverdachte 5] in de periode van 9 juni 2019 tot en met 8 september 2019 gebruik gemaakt van telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ). De politie baseert dit onder meer op de historische verkeersgegevens van * [telefoonnummer] , waaruit blijkt dat [bijnaam] de thuismast van het nummer was. Deze thuismast ligt in de omgeving van de woning van [medeverdachte 5] aan [adres] . * [telefoonnummer] heeft in één toestel gezeten, te weten een iPhone met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ). Dit toestel is op 8 september 2019 onder [medeverdachte 5] inbeslaggenomen. Uit WhatsApp-berichten blijkt dat de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] aan de gebruiker van het telefoonnummer * [telefoonnummer] vroeg welke naam en adres op een factuur kunnen komen. De gebruiker van * [telefoonnummer] antwoordde vervolgens: [adres] , [medeverdachte 5] . Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie ook toegeschreven aan [medeverdachte 5] , die er in de periode van 13 augustus 2019 tot en met 8 september 2019 gebruik van zou hebben gemaakt. Dit baseert de politie onder meer op de volgende onderzoeksbevindingen. Het nummer heeft in één toestel gezeten, te weten de iPhone met IMEI-nummer * [IMEI-nummer] . Dit toestel, met daarin de simkaart met telefoonnummer * [telefoonnummer] , is op 8 september 2019 onder [medeverdachte 5] in beslaggenomen. Verder maakt * [telefoonnummer] in de nacht veelal gebruik van een cell-id aan de [adres] , gelegen in de omgeving van het woonadres van [medeverdachte 5] . Ten slotte noemt de gebruiker van * [telefoonnummer] zich op WhatsApp “ [bijnaam] ”. Dit is de bijnaam van [medeverdachte 5] . Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie tevens toegeschreven aan [medeverdachte 5] . De politie baseert deze conclusie op de omstandigheid dat het telefoontoestel met IMEI-nummer [IMEI-nummer] en telefoonnummer * [telefoonnummer] op 25 februari 2020 bij [medeverdachte 5] is aangetroffen. De meest gebruikte zendmast van * [telefoonnummer] ligt aan de [adres] , gelegen in de omgeving van de woning van [medeverdachte 5] . Verder heeft * [telefoonnummer] gemeenschappelijke contacten met telefoonnummers * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] , die ook in gebruik waren bij [medeverdachte 5] . Volgens de politie is PGP-nummer [PGP-nummer] (hierna: * [PGP-nummer] ) in gebruik geweest bij [medeverdachte 5] . * [PGP-nummer] bleek te zijn gekoppeld aan een telefoon met IMEI-nummer [IMEI-nummer] (* [IMEI-nummer] ). Deze telefoon is op 25 februari 2020 bij [medeverdachte 5] aangetroffen. Verder heeft * [PGP-nummer] op meerdere dagen in de periode van 13 september 2019 tot en met 26 oktober 2019 gezamenlijke reisbewegingen met telefoonnummer * [telefoonnummer] , dat ook bij [medeverdachte 5] in gebruik was. Sky-ID [ID-nummer] met bijnaam ‘ [bijnaam] ’ bleek aan IMEI-nummer * [IMEI-nummer] te zijn gekoppeld. De politie schrijft dit Sky-ID daarom ook toe aan [medeverdachte 5] . [ID-nummer] is actief in de metadata in de periode van 15 oktober 2019 tot en met 26 februari 2020. Telefoonnummer dat kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 9] De politie schrijft telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) toe aan [medeverdachte 9] . Met een IMSI-catcher werden meerdere IMEI- en IMSI-nummers verkregen bij [medeverdachte 9] , waaronder het IMSI-nummer [IMSI-nummer] . Telefoonnummer * [telefoonnummer] was aan dit IMSI-nummer gekoppeld. Uit de historische verkeersgegevens van * [telefoonnummer] bleek dat het telefoonnummer frequent contact had met het telefoonnummer van [naam 8] , de zus van [medeverdachte 9] , en het telefoonnummer van [naam 9] . Op 22 februari 2019 werd [medeverdachte 9] samen met [naam 9] gecontroleerd. Verder bleek uit de historische verkeersgegevens dat * [telefoonnummer] op 30 december 2019 om 16:48 uur en 17:33 uur meerdere zendmasten heeft aangestraald in Portugaal. Uit de politiesystemen bleek dat [medeverdachte 9] op dat moment in Portugaal werd gecontroleerd. Telefoonnummer dat kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 6] Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 6] toegeschreven. De conclusie wordt gebaseerd op de omstandigheid dat [medeverdachte 6] op 25 november 2019 bij de politie het telefoonnummer * [telefoonnummer] heeft opgegeven bij zijn contactgegevens. Verder bleek uit historische verkeersgegevens dat * [telefoonnummer] frequent contact had met telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 9] , telefoonnummer [telefoonnummer] , vermoedelijk in gebruik bij een oom van [medeverdachte 6] en telefoonnummer [telefoonnummer] , vermoedelijk in gebruik bij [naam 10] . Op 16 augustus 2019 werd [medeverdachte 6] samen met [naam 10] gecontroleerd. Uit de historische verkeersgegevens bleek dat * [telefoonnummer] op 16 oktober 2019 tussen 00:30 uur en 00:35 uur zendmasten heeft aangestraald in de omgeving van Lunetten. Uit de politiesystemen bleek dat [medeverdachte 6] rond dat tijdstip in de omgeving van Lunetten werd gecontroleerd. Telefoonnummer dat kan worden toegeschreven aan [medeverdachte 7] Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie aan [medeverdachte 7] toegeschreven. De politie baseert deze conclusie onder meer op de volgende omstandigheden. Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat * [telefoonnummer] in de nachtelijke uren voornamelijk mastgegevens in de omgeving van het woonadres van [medeverdachte 7] ( [adres] ) genereerde. De belangrijkste tegencontacten van * [telefoonnummer] waren personen in de directe omgeving van [medeverdachte 7] , te weten zijn vriendin [naam 11] , zijn broer [naam 12] , zijn vader [naam 13] en zijn moeder [naam 14] . Verder bleek uit de historische verkeersgegevens dat het gebruik van * [telefoonnummer] op 7 maart 2020 stopte. Uit de historische verkeersgegevens van het telefoonnummer van [naam 11] bleek dat * [telefoonnummer] tot 7 maart 2020 het meest geregistreerde tegencontact was. Na 7 maart 2020 was dat telefoonnummer [telefoonnummer] (* [telefoonnummer] ). Uit afgeluisterde communicatie bleek dat * [telefoonnummer] in gebruik was bij [medeverdachte 7] . Telefoonnummer in gebruik bij [naam 4] Telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) wordt door de politie toegeschreven aan [naam 4] , omdat het nummer op haar naam staat en uit opgenomen en afgeluisterde gesprekken en uit stemherkenning blijkt dat het nummer bij haar in gebruik is. 3.3.3. Verloop van het onderzoek Buizerd Het onderzoek Buizerd is gestart na de diefstal van een witte Audi S4 met kenteken [kenteken] op 6 augustus 2019 rond half vier ‘s nachts in Utrecht. In de Audi zat een telefoonbaken waardoor de aangever kon zien waar de auto zich bevond. Hij had een camera gericht op de auto en kon zien dat deze was weggenomen door twee mannen. Volgens het baken zou de Audi S4 staan op de Plesmanstraat te Soesterberg. Na controle door de politie werd in een parkeervak ter hoogte van perceel 257 een soortgelijk voertuig aangetroffen, voorzien van het kenteken [kenteken] . Dit kenteken bleek te horen bij een zwarte Audi A4 uit Enschede. De eigenaar van die Audi A4 had de kentekenplaten nog, dus vermoedelijk waren ze gedupliceerd. De gestolen Audi was afkomstig uit 2010 en had nog geen ingebouwde Track and Trace. Omdat dit soort auto’s vaak wordt gebruikt voor ram- en plofkraken werd er door de politie een camera-auto bij de Audi geplaatst. De Audi is vervolgens, via tussenstops op verschillende locaties in Utrecht, naar de [adres] gegaan. Daar bleken garageboxen te staan en het vermoeden was dat de Audi omstreeks 21:23 uur in een garagebox was geplaatst. De politie beschikte over TCI-informatie dat iemand, woonachtig in [plaats] op een adres in de buurt van de [adres] , bezig was met het voorbereiden van plofkraken en beschikte over snelle auto’s, waaronder Audi’s. Eén van de tussenstops van de Audi was ongeveer tegenover de woning van een persoon genoemd in de TCI-informatie. Daarom vond er op 8 augustus 2019, om 02:30 uur, een inkijk plaats in de garageboxen aan de [adres] , waarbij bleek dat drie garageboxen, nummers [garageboxnummer] , [garageboxnummer] en [garageboxnummer] , met elkaar verbonden waren. Deze garageboxen worden hierna ‘de garagebox’ genoemd. In de garagebox werd een witte Audi S4 met vals kenteken [kenteken] gezien. Op het achterwiel lag een gekloonde sleutel. Aan de hand van het identificatienummer (VIN) van de auto werd vastgesteld dat dit de op 6 augustus 2019 gestolen Audi was. Er stonden ook twee Renault Meganes in de garagebox, die beide gestolen bleken en beide waren voorzien van een duplicaatkenteken. Ook stonden er nog drie motorscooters in de garagebox. De Audi en één van de twee Renaults werden door de politie voorzien van een baken. Ook werd er een camera geplaatst die gericht was op de garagebox. Bij de inkijk op 10 augustus 2019 werd rond 01:20 uur gezien dat [medeverdachte 3] en [verdachte] ieder met twee gevulde jerrycans de garagebox inliepen. Vervolgens verlieten ze de garagebox, maar om 03:05 uur kwamen ze terug. [verdachte] opende de garagebox en hierna werd de Renault met vals kenteken [kenteken] (ZD 4) de garagebox uitgereden. Even later werd een donkere Audi met kenteken [kenteken] (ZD 8) de garagebox ingereden. Op 14 augustus 2019 vond een tweede inkijk in de garagebox plaats, waarbij wederom de witte Audi met vals kenteken [kenteken] (ZD 3), een Renault Megane met vals kenteken [kenteken] (ZD 5) en een zwarte Audi met vals kenteken [kenteken] (ZD 8) werden gezien. Alle drie de kentekenplaten bleken lamineercodes uit één serie te hebben die niet uit een bestaande serie kwamen. Codes uit deze serie kwamen blijkens navraag bij het Landelijk informatiecentrum voertuigencriminaliteit in zaken met een diversiteit aan strafbare feiten terug, waaronder: dump van xtc-afval, liquidatie en ram- en plofkraak. In de garagebox werden ook een fles ammoniak, verpakkingen van bivakmutsen en werkhandschoenen aangetroffen. Vervolgens heeft de politie ook binnen in de garagebox een camera geplaatst. Bij het uitkijken van de camerabeelden binnen en buiten de garagebox kwamen onder anderen de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] in beeld als personen die in de garagebox kwamen. Zij kwamen daar in verschillende samenstellingen en op verschillende data en tijdstippen. [verdachte] is daar op zeventien dagen geweest, [medeverdachte 1] op veertien dagen, [medeverdachte 4] op drie dagen en [medeverdachte 3] twee keer op één dag, namelijk op 10 augustus 2019 om 01:20 uur en 03:05 uur, samen met [verdachte] . Op de beelden in de garagebox van 16 augustus 2019 om 00:17 uur, was te zien dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] mondkapjes en handschoenen droegen. In de loods had één van hen twee spuitbussen vast. Omdat ammoniak gebruikt wordt om DNA-sporen te wissen en op de beelden mensen met mondkapjes en handschoenen stonden, ontstond bij het opsporingsteam het vermoeden dat men met mogelijk ernstiger feiten dan plofkraken te maken had, namelijk het voorbereiden dan wel faciliteren van liquidaties. Dit vermoeden leidde tot een intensivering van het opsporingsonderzoek. Zo vonden er nadien nog meer inkijken plaats en werden er telefoons getapt en werd er Opnemen van Vertrouwelijke Communicatie (hierna: OVC)-apparatuur geplaatst in onder andere een Peugeot die door [medeverdachte 1] en [verdachte] werd gebruikt. Ook is op beelden van 19 augustus 2019 te zien dat [verdachte] en [medeverdachte 4] in de garagebox aanwezig waren en dat zij handschoenen en mondkapjes droegen. Ze liepen met jerrycans heen en weer naar voertuigen waarbij het erop lijkt dat die voertuigen worden voorzien van brandstof. Op de beelden van 26 augustus 2019 liep [verdachte] met vier grote jerrycans uit de garagebox. Op de beelden van 8 september 2019 zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] te zien in de garagebox, met handschoenen, een doosje en een fles die eruit zag als een fles schoonmaakmiddel. Op de beelden van 13 september 2019 is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] weer in de garagebox waren. [verdachte] nam een volle jerrycan mee naar binnen. Zij hadden handschoenen aan en waren bezig met een grote jerrycan waarop stond: Super Cleaner. Even later werd de bij eerdere observaties ook al waargenomen zwarte Audi met (vals) kenteken [kenteken] naar buiten gereden en weer later werd de Audi terug de garagebox in gereden. Op de beelden van 14 september 2019 is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] samen in de garagebox waren en kwam even later de witte Audi S4 met (vals) kenteken [kenteken] naar buiten, bestuurd door [verdachte]. Op de beelden van 17 september 2019 is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] weer samen in de garagebox waren. Door [verdachte] werd een Audi A5 de garagebox ingereden. Er werden foto’s genomen en de auto werd schoongemaakt. Op de beelden van 19 september 2019 is te zien dat [medeverdachte 1] en een onbekende man in de garagebox waren. De garagebox werd gesweept. Op 20 november 2019 is tijdens een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] een huurovereenkomst aangetroffen van de [adres] . Het contract stond op naam van een ‘ [naam 15] ’ als huurder en [naam 16] als verhuurder. De ingangsdatum van het contract betrof 14 juni 2019 en de duur was voor één jaar. Op het contract stond als telefoonnummer van [naam 15] het nummer [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer werd gebruikt door [verdachte] . Op 26 november 2019 vonden er diverse doorzoekingen plaats. De garagebox aan de [adres] is op die dag doorzocht en ook de woning van [verdachte] aan de [adres] , de berging van de woning van [verdachte] zijn zus aan het [adres] en de woning van [medeverdachte 3] aan de [adres] zijn doorzocht. In de garagebox aan de [adres] zijn de Audi’s uit ZD 6, ZD 7 en ZD 8 en de motorscooter uit ZD 11 aangetroffen. Tevens zijn onder meer aangetroffen: twee flessen ammoniak, een fles wasbenzine, een spuitfles reiniger, een doos latex handschoenen, een plastic zak met zestien zwarte petjes, een plastic zak met vier zwarte wollen collen en een plastic zak met aanstekers. In de berging van de woning van de zus van [verdachte] ( [adres] ) zijn twee rugtassen met vijf jammers, autodiefstalapparatuur, navigatieapparatuur en een kentekenplaat ( [kenteken] ) aangetroffen. In de woning waar [verdachte] woonde ( [adres] ) is een bivakmuts aangetroffen en een document met instructies voor het programmeren van sleutels en het maken van een noodstart van een Renault. In de woning van [medeverdachte 3] ( [adres] ) is een gedetineerdenagenda aangetroffen met daarin telefoonnummers die in het onderzoek werden toegeschreven aan onder anderen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] . Op 12 mei 2020 zijn in de schuur van de woning van de grootouders van [medeverdachte 8] aan de [adres] valse kentekenplaten ( [kenteken] ) aangetroffen. Werktuigsporen op dit kenteken bleken overeen te komen met sporen op andere kentekenplaten in het onderzoek. Ook werden er zes honkbalknuppels, tien klauwhamers en twee voorhamers aangetroffen. Uiteindelijk heeft het onderzoek Buizerd geleid tot meerdere verdenkingen met betrekking tot gestolen voertuigen. Op de tenlastelegging van [verdachte] staan vier gestolen Audi’s, twee gestolen Renault Meganes en één gestolen motorscooter, die allemaal in de garagebox aan de [adres] zouden hebben gestaan. De eerste van deze diefstallen heeft plaatsgevonden op 24 of 25 juni 2019, tien dagen na ingang van de huur van de garagebox, en betrof de Renault Megane met vals kenteken [kenteken] . Ook staan er op de tenlastelegging van [verdachte] een andere Audi, twee Volkswagen Transporters en een Volkswagen Multivan. Van deze auto’s is niet vastgesteld dat ze in de garagebox zijn geweest. Daarnaast heeft het onderzoek Buizerd geleid tot verdenking van [verdachte] van betrokkenheid bij de voorbereiding en de uitvoering van het geweldsincident met betrekking tot [slachtoffer ] en tot de verdenking dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. [verdachte] heeft over geen van de verdenkingen een verklaring willen afleggen. 3.3.4. OVC-gesprekken Nissan Micra Op 20 november 2019 is OVC-apparatuur geplaatst in de Nissan Micra met kenteken [kenteken] , die op naam staat van de moeder van [naam 4] . In de Nissan Micra hebben gesprekken plaatsgevonden die zijn opgenomen en uitgewerkt, onder andere op 26 november 2019, tussen een vrouw en een man. De vrouw is herkend als [naam 4] en zij is tijdens de gesprekken ook [naam 4] genoemd. De man is herkend als [naam 17] . Tijdens de gesprekken wordt ook de naam [medeverdachte 3] (de rechtbank begrijpt: [medeverdachte 3] ) meermalen genoemd. Ook de namen [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [verdachte] en [bijnaam] worden genoemd. [medeverdachte 1] is de voornaam van verdachte [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] de voornaam van verdachte [medeverdachte 2] , [verdachte] een verkleining van de voornaam van verdachte [verdachte] en [bijnaam] is een bijnaam van verdachte [medeverdachte 5] . Gelet op de context waarbinnen deze namen worden genoemd en gelet op de bewijsmiddelen die bij de bespreking van de afzonderlijke zaaksdossiers nog aan de orde komen, begrijpt de rechtbank dat in de OVC-gesprekken ook over deze verdachten werd gesproken. Samengevat en zakelijk weergegeven wordt in sessie 192827 onder andere het volgende besproken. In de ochtend van 26 november 2019 is het huis van [medeverdachte 3] doorzocht en ook bij anderen hebben huiszoekingen plaatsgevonden. De Renault Megane die is gevonden heeft [naam 4] samen met [medeverdachte 3] ergens tussen Rotterdam en Den Haag weggebracht. Ze reden achter elkaar aan en zijn nog gestopt bij een benzinepomp. De politie heeft zelfs sporen van [medeverdachte 1] in die Renault Megane gevonden. [medeverdachte 1] heeft ‘zwaar gecasht’. [naam 4] heeft vaak met [medeverdachte 3] , met zijn eigen geld, handschoenen gehaald voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] heeft daar niet eens voor betaald gekregen. [medeverdachte 1] praatte met zijn neef met een PGP-telefoon en ze lieten [medeverdachte 3] klusjes doen, maar ze betaalden hem niet. [medeverdachte 3] heeft veel auto’s voor [medeverdachte 1] geregeld, vooral heel veel Audi’s en Renaultjes toen hij op pad was met [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] heeft daar wel veel aan verdiend maar het wordt [medeverdachte 3] niet gegund. Ook bij [verdachte] is er een doorzoeking geweest en als ze zijn PGP-telefoon hebben gevonden, dan is het klaar. [medeverdachte 3] heeft met iemand gebeld en heeft een kenteken doorgegeven en op dat moment kwam de politie met een takelwagen voor de Audi. Bij de molen in Oudenoord is er iemand ‘helemaal de kanker in geslagen’. Dat is ook in het nieuws geweest. [medeverdachte 3] moest dat eigenlijk doen met [medeverdachte 2] . Daar stond ook al een busje voor gereed met allemaal spullen er in, waaronder mokers, om iemand knock-out te slaan. [medeverdachte 3] had zijn bivakmuts met DNA in het busje laten liggen en dat busje is in beslag genomen. Hij heeft vanuit zijn huis gefilmd dat het busje werd weggesleept. Ze hadden het busje nog in de fik willen steken. Aansluitend op dit gesprek vindt het gesprek met sessienummer 195836 plaats. Tijdens dit gesprek tussen [naam 4] en [naam 17] wordt een opname afgespeeld van een uitzending van ‘De wereld draait door’, die onder andere gaat over de moord op [naam advocaat] . Gesproken wordt over het aanhouden van de neef van [naam 18] . In de uitzending wordt in dat verband het aantreffen van een uitgebrande Renault Megane genoemd. Daarop vraagt [naam 17] aan [naam 4] waar ze ‘hem’ hadden gebracht, waarop [naam 4] zegt dat ze er op de navigatie naartoe zijn gereden. De rechtbank is van oordeel dat bovengenoemde OVC-gesprekken gebruikt kunnen worden voor het bewijs, nu wat is besproken in die gesprekken op meerdere punten verankering vindt in het dossier, zoals uit de bewijsmiddelen naar voren komt, en de rechtbank geen aanleiding ziet die uitlatingen als onwaar of onbetrouwbaar te beschouwen. [naam 4] bevond zich in een voor haar veilige omgeving in de auto van haar moeder die zij gebruikte, zij waande zich onbespied en zij heeft uit eigen waarneming verteld over situaties waar zij bij was, zoals het samen met [medeverdachte 3] wegbrengen van de Renault Megane op 17 september 2019. Dit vindt steun in het dossier, zoals hierna onder 3.3.5 (ZD 4) blijkt. Uit de bewijsmiddelen genoemd onder 3.3.6 (ZD 5) blijkt verder dat zij ook op 16 september 2019 samen met [medeverdachte 3] was, in Nijmegen. Het is gelet daarop aannemelijk dat zij, als vriendin van [medeverdachte 3] , op de hoogte was van wat er speelde en dat zij wist waar zij het over had. 3.3.5. ZD 4: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Renault Megane met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. In het dossier Pulheim staat beschreven dat deze Renault is gebruikt bij de voorverkenningen op het kantoor en woonadres van [naam advocaat] , de raadsman van de kroongetuige in het onderzoek Marengo. Medeverdachte [medeverdachte 1] is veroordeeld voor onder meer medeplichtigheid aan de moord op [naam advocaat] . Die moord maakt onderdeel uit van het zaaksdossier criminele organisatie, waarvan [verdachte] wordt verweten daaraan deel te hebben genomen. Vanwege die verdenking gaat de rechtbank in deze passage wat dieper in op deze Renault en de betrokkenheid van de verschillende verdachten bij deze Renault. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. Wel acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van opzetheling. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] In de nacht van 24 juni 2019 op 25 juni 2019 wordt een grijze Renault Megane met kenteken [kenteken] gestolen in Nieuwegein. Het telefoonnummer van deze Renault Megane, [telefoonnummer] , maakt op 5 augustus 2019 om 05:45 uur gebruik van de zendmast [adres] . Het telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] , maakt om 05:21 uur ook gebruik van de zendmast [adres] . Deze zendmast is een van de zendmasten waarmee vanaf de nabije omgeving van de garagebox aan de [adres] verbinding kan worden gelegd. Om 10:16 uur wordt het MAC-adres, gekoppeld aan een Peugeot met kenteken [kenteken] geregistreerd op de Albert Schweitzerdreef in Utrecht. Deze Peugeot stond op naam van de vader van [medeverdachte 1] en werd gebruikt door [medeverdachte 1] en [verdachte] . Om 10:19 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van een zendmast in de buurt van de Albert Schweitzerdreef, namelijk de Nigerdreef 1 in Utrecht . Het telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , straalt om 10:30 uur de zendmast Manitodreef in Utrecht aan. Op 8 augustus 2019 wordt de Renault Megane, voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] , aangetroffen bij de eerste inkijk in de garagebox aan de [adres] . Op 10 augustus 2019 dragen [medeverdachte 3] en [verdachte] om 01:19 uur beiden twee gevulde jerrycans de garagebox in. [medeverdachte 3] rijdt de Renault Megane met valse kentekenplaten [kenteken] om 03:07 uur de garagebox uit, waarna [verdachte] de garagebox afsluit. [medeverdachte 3] rijdt weg met de Renault Megane. Ongeveer een half uur later rijden zij een andere gestolen auto (Audi met kenteken [kenteken] , ZD 8) de garagebox in. Om 02:51 uur maakt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] gebruik van de zendmast Isotopenweg 29 in Utrecht . Het telefoonnummer van de Renault Megane maakt om 03:07 uur gebruik van deze zendmast. Om 02:54 uur maakt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [verdachte] gebruik van de zendmast Concordiastraat 68 in Utrecht. De zendmast Nevadadreef 25 in Utrecht wordt om 03:20 uur aangestraald door het telefoonnummer van de Renault Megane en om 03:51 uur door het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] . De zendmast Nevadadreef 25 in Utrecht wordt op 12 augustus 2019 om 03:51 uur aangestraald door het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [verdachte] en om 04:52 uur door het telefoonnummer van de Renault Megane. Om 04:55 uur is er een ANPR-registratie van het valse kenteken [kenteken] van de Renault Megane in de buurt van waar het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [verdachte] tijdens een belbeweging op hetzelfde tijdstip aanstraalt. Om 05:59 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van de zendmast Van Leijenberghlaan in Amsterdam. Op 14 augustus 2019 maakt het telefoonnummer van de Renault Megane om 01:47 uur weer gebruik van de zendmast Nevadadreef 25 in Utrecht. Het telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 3] , heeft om 01:42 uur een belbeweging en straalt de zendmast Isotopenweg 29 in Utrecht aan. Ook om 02:12 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van de zendmast Nevadadreef 25 in Utrecht. De telefoonnummers van [verdachte] (* [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) stralen om respectievelijk 02:46 en 02:47 uur de zendmast Isotopenweg 29 in Utrecht aan tijdens een inkomend sms-bericht en een belbeweging. Het telefoonnummer van de Renault Megane maakt op 16 augustus 2019 om 03:41 uur gebruik van de zendmast Van Rensselaerlaan/Hollantlaan 7 in Utrecht. Op hetzelfde tijdstip straalt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] tijdens een belbeweging de zendmast Papendorpseweg in Utrecht aan. Om 03:43 uur straal het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 3] tijdens een inkomend sms-bericht de zendmast Van Rensselaerlaan/Hollantlaan aan. Om 11:10 uur maakt het telefoonnummer van de Renault Megane gebruik van de zendmast Van Leijenberghlaan 221 in Amsterdam. Op 19 augustus 2019 maakt het telefoonnummer van de Renault Megane om 05:22 uur gebruik van de zendmast Beneluxlaan 80 in Utrecht. Het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [verdachte] maakt om 05:29 uur gebruik van dezelfde zendmast. Op 20 augustus 2019 stralen de telefoonnummers van [verdachte] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) om respectievelijk 04:57 uur, 05:19 uur en 05:09 uur tijdens belbewegingen de zendmast Beneluxlaan 80 in Utrecht aan. Het telefoonnummer van de Renault Megane maakt om 05:19 uur ook gebruik van dezelfde zendmast. Tussen 06:58 uur en 09:08 uur is de Renault Megane in Amsterdam. Zowel het telefoonnummer van de Renault Megane als dat van [verdachte] (* [telefoonnummer] ) maken op 21 augustus 2019 om 05:13 uur gebruik van de zendmast Beneluxlaan 80 in Utrecht. [verdachte] belt naar [medeverdachte 3] , die op dat moment in Weert is. Op 29 augustus 2019 straalt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [verdachte] om 05:22 uur de zendmast Tigrisdreef in Utrecht aan. De Renault Megane maakt om 05:24 uur gebruik van de zendmast Nevadadreef 25 in Utrecht. Op 17 september 2019 om 19:15 uur maakt de Renault Megane verbinding met een zendmast aan de Yokohamadreef in Utrecht. Telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] , en telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 1] , bevinden zich rond dit tijdstip in de omgeving van de Renault Megane. Ook telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 3] , is in die omgeving en heeft op dat moment contact met het telefoonnummer van [naam 4] ( [telefoonnummer] ). [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) belt om 19:29 uur naar [verdachte] (* [telefoonnummer] ). Zij maken dan beiden gebruik van de zendmast Reinesteijnseweg in Nieuwegein. Tijdens dat gesprek vraagt [medeverdachte 3] (beller * [telefoonnummer] ) waar ze met die Micra naartoe moeten, waarop [verdachte] (gebelde * [telefoonnummer] ) antwoordt met ‘zelfde adres bro ’. Op 17 september 2019 om 19:56 uur worden de Renault Megane en de Peugeot met kenteken [kenteken] kort na elkaar gescand door een camera op de locatie Papendorp in Utrecht. De Renault Megane en de Peugeot waren ook op 26 juni 2019 om 19:08 uur kort na elkaar gescand door dezelfde camera op de locatie Papendorp in Utrecht. De telefoonnummers van [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) en [verdachte] (* [telefoonnummer] ) stralen op 17 september 2019 om respectievelijk 20:09 uur en 20:10 uur de zendmast Papendorpseweg in Nieuwegein aan. Tijdens het telefoongesprek dat [medeverdachte 1] om 20.02 uur met zijn moeder voert op het moment dat zijn telefoon in Papendorp aanstraalt, zegt hij dat hij samen met [verdachte] is. Om 20:20 uur hebben de telefoonnummers * [telefoonnummer] van [medeverdachte 3] en * [telefoonnummer] van [naam 4] contact met elkaar. Zij bevinden zich op dat moment rond de A12 bij De Meern. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte 3] en [naam 4] de Renault Megane naar Bergschenhoek hebben gebracht. Om 20:31 uur hebben beide telefoonnummers meermalen contact met elkaar, zij bevinden zich op dat moment in de omgeving van Bodegraven. Van de Renault Megane is er twee minuten eerder, om 20:29 uur, een ANPR-registratie. Om 20:58 uur zijn beide telefoons in de omgeving van Bergschenhoek. Om 21:07 uur belt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] naar het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 3] . [medeverdachte 1] vraagt of het is gelukt, waarop [medeverdachte 3] bevestigend antwoordt. [medeverdachte 3] zegt verder dat hij terug onderweg is en legt uit waar hij hem heeft gezet. [medeverdachte 1] belt ook om 22:33 uur naar [medeverdachte 3] en vraagt waar hij de sleutel heeft gedaan. [medeverdachte 3] zegt dat de sleutel linksonder, linksachter bij de bestuurderskant ligt. [medeverdachte 1] vraagt hem of hij niet door iemand is gezien, waarop [medeverdachte 3] antwoordt met ‘nee, zeker niet’. Om 22:41 uur belt [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) naar [verdachte] (* [telefoonnummer] ) en vraagt of het is gelukt, waarop [verdachte] antwoordt dat hij het niet weet en zo wordt gebeld. Om 22:52 uur zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] op de camerabeelden van de [adres] samen te zien in de garagebox. De Renault Megane maakt om 22:52 uur verbinding met een zendmast in Bergschenhoek. [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ), [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) en [verdachte] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) zijn rond dit tijdstip in Utrecht. [medeverdachte 1] heeft in een schriftelijke verklaring van 12 mei 2020 verklaard dat hij twee Renault Megane’s heeft gestald op verzoek van een jongen uit de buurt die hem vroeg of hij een plek wist om een paar van zijn auto’s te stallen die de jongen ‘omkatte of kloonde zodra ze heet zouden worden’. Hij had ook andere auto’s in zijn loods staan. Ook heeft hij verklaard regelmatig auto’s te sweepen en zijn sweeper uit te lenen. Hij heeft ook de Renault Megane in dit zaaksdossier gesweept. Over het wegbrengen van deze Renault Megane naar Bergschenhoek heeft [medeverdachte 1] verklaard dat [medeverdachte 3] dit desgevraagd voor hem heeft gedaan, dat [medeverdachte 3] de auto in Bergschenhoek heeft geparkeerd en de sleutel op de achterband heeft gelegd. [medeverdachte 1] heeft ook verklaard dat zij elkaar toen hebben gebeld. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, het volgende vast. De Renault Megane is in de nacht van 24 juni op 25 juni 2019 gestolen en stond op 8 augustus 2019 in de garagebox die door [medeverdachte 1] werd gehuurd en beheerd. Bij de huur van deze garagebox is het telefoonnummer van [verdachte] opgegeven en [verdachte] en [medeverdachte 3] hadden toegang tot de garagebox. [verdachte] heeft de garagebox in bijzijn van [medeverdachte 3] afgesloten. Op 10 augustus 2019 is de Renault Megane in de nacht door [medeverdachte 3] de garagebox uitgereden, nadat hij en [verdachte] ieder met twee volle jerrycans de garagebox in waren gegaan. Daarna hebben zij een andere gestolen auto in de garagebox geplaatst. Blijkens de OVC-gesprekken van [naam 4] in de Nissan Micra hield [medeverdachte 3] zich vaker bezig met gestolen Renaults voor [medeverdachte 1] en hebben zij en [medeverdachte 3] deze Renault Megane samen weggebracht. Uit de reis- en belbewegingen blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] op meerdere momenten in de nachtelijke uren bij of in de Renault Megane aanwezig zijn geweest. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] deze Renault Megane voorhanden hebben gehad en daarbij nauw en bewust hebben samengewerkt. Gelet op de hiervoor aangehaalde schriftelijke verklaring van [medeverdachte 1] , de gang van zaken met betrekking tot de Renault Megane in de garagebox, maar ook het gegeven dat in die garagebox meerdere gestolen voertuigen zijn aangetroffen (zoals hierna beschreven) waarvoor geen van de verdachten een aannemelijke ontzenuwende verklaring heeft gegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat niet alleen [medeverdachte 1] , maar ook [verdachte] en [medeverdachte 3] wisten dat deze Renault Megane van diefstal afkomstig was. Daarmee is het medeplegen van opzetheling bewezen. 3.3.6. ZD 5: diefstal en/of heling van de Renault Megane ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] worden ervan beschuldigd de Renault Megane met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt medeplegen van opzetheling door [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] wel bewezen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] Op 27 juni 2019 wordt een zwarte Renault Megane met kenteken [kenteken] gestolen in Utrecht. Deze Renault Megane wordt op 8 augustus 2019 bij de inkijk in de garagebox aan de [adres] aangetroffen. Op dat moment heeft de Renault Megane het valse kenteken [kenteken] . De Renault Megane wordt door de politie voorzien van een baken en OVC-apparatuur. Ook bij de inkijk op 14 augustus 2019 wordt de Renault Megane in de garagebox aangetroffen, samen met andere gestolen voertuigen met valse kentekenplaten (ZD 3 en ZD 8). Alle lamineercodes van de valse kentekenplaten, die in dezelfde serie zaten, komen uit een niet bestaande serie. Op 16 augustus 2019, omstreeks 01:46 uur, gaan twee mannen de garagebox in en kort daarna wordt de Renault Megane de garagebox uitgereden. Deze mannen zijn op de beelden bij de garagebox herkend als [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4]. [medeverdachte 1] verlaat de garagebox later dan de Renault Megane en gaat na enkele minuten weer de garagebox binnen. Om 02:13 uur wordt een zwarte Audi Cabriolet (ZD 7) de garagebox binnen gereden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zijn in de garagebox met handschoenen aan en mondkapjes op en verlaten de garagebox om 02:22 uur. Blijkens bakengegevens komt de Renault Megane op 22 augustus 2019 omstreeks 05:39 uur in beweging en komt deze omstreeks 05:42 uur aan op een parkeerplaats aan de Kooijdijk in Westbroek. De Renault Megane wordt daar rond 06:00 uur aangetroffen. Op de Kooijdijk staat op acht meter afstand van de Renault Megane ook de Peugeot 208 met kenteken [kenteken] , geparkeerd, die in gebruik is bij [medeverdachte 1] en [verdachte] . In de OVC-gesprekken die in de Renault Megane zijn gevoerd, worden de stemmen van [verdachte] en [medeverdachte 3] herkend. [verdachte] rijdt op 12 september 2019 in de Renault Megane en [medeverdachte 3] op 27 augustus 2019, 15 september 2019 en 16 september 2019. Op die laatste dag zegt [medeverdachte 3] tegen [naam 4] dat hij in Nijmegen is en door haar opgehaald wil worden. Op 16 september 2019 om 19:47 uur maakt de Renault Megane gebruik van de zendmast Utrecht Overvecht en om 20:06 uur van die in Utrecht Lombok. De telefoon met nummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 3] , is om 20:04 uur in Lombok. De zendmast waarvan dit nummer gebruik maakt is in de buurt van het gebied waar de Renault zich om 20:06 uur bevindt. De telefoon met nummer * [telefoonnummer] beweegt richting Nijmegen. Om 20:50 uur is er een ANPR-hit op de gedupliceerde kentekenplaten [kenteken] in de richting van Nijmegen ter hoogte van Deest. De telefoon met nummer * [telefoonnummer] maakt rond datzelfde tijdstip gebruik van een zendmast ter hoogte van Afferden. Om 21:03 maakt * [telefoonnummer] gebruik van een zendmast die dekking geeft op het gebied Malvert. Om 21:39 uur zijn er weer locatiegegevens in Nijmegen van de Renault Megane in de omgeving van de zendmast waar de telefoon van [medeverdachte 3] gebruik van heeft gemaakt. De telefoon van [medeverdachte 3] maakt tussen 21:30 uur en 22:46 uur gebruik van een zendmast in Nijmegen en heeft in deze periode meermalen contact met * [telefoonnummer] , in gebruik bij [naam 4] . [medeverdachte 3] wordt om 22:46 uur gebeld door nummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [verdachte] . [verdachte] vraagt waar [medeverdachte 3] is en [medeverdachte 3] zegt dat hij nog daar is. Om 22:44 uur is nummer * [telefoonnummer] van [naam 4] ook in Nijmegen, komend vanuit Utrecht. Om 00:53 uur zijn [medeverdachte 3] en [naam 4] weer in Utrecht. De Renault Megane blijft achter in Nijmegen en op 19 september 2019 wordt vastgesteld dat de auto is geplaatst in een garagebox aan de [adres] . Bij een inkijkoperatie op 21 september 2019 wordt de Renault Megane met het valse kenteken [kenteken] in die garagebox aangetroffen. Op 26 november 2019 vindt een doorzoeking plaats in de garagebox aan de [adres] en wordt de Renault Megane aangetroffen en inbeslaggenomen. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, het volgende vast. De op 27 juni 2019 in Utrecht gestolen Renault Megane is daarna in de garagebox aan de [adres] geplaatst en op 16 augustus 2019 weer uit de garagebox gereden, in bijzijn van [medeverdachte 1] , waarna een andere gestolen auto in de garagebox is geplaatst. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] waren toen met handschoenen en mondkapjes in de garagebox aanwezig en hebben de garagebox op 16 september 2019 tegen half drie in de nacht verlaten. De Renault Megane is op 22 augustus 2019 achtergelaten op een parkeerplaats in Westbroek, waar ook de Peugeot 208, in gebruik bij [medeverdachte 1] en [verdachte] , geparkeerd stond. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben beiden in de Renault Megane gereden. [medeverdachte 3] heeft dit voor het laatst gedaan op 16 september 2019. Hij heeft deze auto toen naar Nijmegen gereden en hem daar in een garagebox geparkeerd. Toen [medeverdachte 3] in Nijmegen was, heeft hij telefonisch contact gehad met [verdachte] en hem verteld dat hij daar nog was. [medeverdachte 3] is in Nijmegen opgehaald door [naam 4] en zij zijn samen teruggereden naar Utrecht, vermoedelijk in haar Nissan Micra. De Renault Megane is in Nijmegen achtergebleven. De rechtbank is van oordeel dat uit het voorgaande blijkt dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] deze Renault Megane voorhanden hebben gehad, dat zij daarbij nauw en bewust hebben samengewerkt en dat zij wisten dat deze auto van diefstal afkomstig was, mede gelet op het feit dat zij ook een andere gestolen Renault Megane (ZD 4) onder zich hebben gehad. Het medeplegen van opzetheling is daarmee bewezen. 3.3.7. ZD 3: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Audi S4 met kenteken [kenteken] , met valse kentekens [kenteken] en [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. Wel is bewezen dat [verdachte] zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van opzetheling van deze auto, die door [medeverdachte 5] is gestolen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 1] Op 6 augustus 2019 rond half vier in de ochtend wordt een witte Audi S4 met kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen op de [adres] . De eigenaar van de auto heeft buiten zijn woning een camera hangen en op deze camera ziet hij dat zijn auto door twee mannen wordt gestolen. Zijn auto beschikt over een GPS-tracker waarmee hij de locatie van zijn auto kan achterhalen. Via zijn mobiele telefoon ziet hij dat zijn auto sinds 6 augustus 2019, 06:25 uur in de omgeving van de Simon Stevinlaan met de Plesmanstraat in Soesterberg moet staan. De exacte locatie van de Audi S4 bleek de Plesmanstraat ter hoogte van het portiek met de nummers 273-287 te zijn. Op de Audi S4 zaten valse kentekenplaten bevestigd, te weten [kenteken] , die bij een Audi A4 horen en waarschijnlijk zijn gedupliceerd. Op de camerabeelden van de eigenaar is te zien dat de Audi S4 tussen 03:12 uur en 03:45 uur wordt weggenomen door twee mannen, van wie er één donkerkleurige schoenen met witte zolen en een donkerkleurige pet met een lichtkleurig embleem op de voorzijde draagt. Ten tijde van de diefstal bevindt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 5] zich in de omgeving van de [adres] . Dit telefoonnummer heeft gezeten in de iPhone 7 Plus die op 8 september 2019 onder [medeverdachte 5] in beslag is genomen. In deze telefoon worden foto’s aangetroffen van [medeverdachte 5] , waarop te zien is dat hij een zwarte pet met een opvallend embleem op de voorzijde en zwarte sneakers met witte zolen draagt. Eén van de foto’s is gemaakt op 6 augustus 2019 om 15:57 uur in Utrecht. De pet en sneakers die [medeverdachte 5] op de foto’s draagt, passen in het signalement van één van de personen die betrokken waren bij de diefstal van de Audi S4. In de iPhone 7 Plus telefoon van [medeverdachte 5] wordt een contact genaamd ‘ [contactnaam] ’ aangetroffen, met het telefoonnummer [telefoonnummer] . Met dit telefoonnummer werd op Marktplaats geadverteerd door ‘ [advertentienaam] ’. ‘ [contactnaam] ’ betreft een type key reader / lockpick, waarmee voertuigen van de Volkswagen groep, waaronder Audi, zonder sleutel kunnen worden geopend. In de telefoon van [medeverdachte 5] is te zien dat op 5 augustus 2019 om 21:03 uur de app ‘Qenteken’ werd gebruikt. Met deze app kunnen door middel van de invoer van een kenteken voertuiggegevens worden opgevraagd. Op 6 augustus 2019 om 02:31 uur, ongeveer drie kwartier voor de diefstal van de Audi S4, ontvangt [medeverdachte 5] een iMessage bericht van het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt: ‘ [bijnaam] bel me’. Om 02:57 uur stuurt [medeverdachte 5] een bericht aan een zekere ‘D’: ‘Ik had me telefoon niet bij. Ga em zo ook weer weg stoppen’. Na de diefstal, om 03:56 uur, zegt [medeverdachte 1] weer via iMessage tegen [medeverdachte 5] : ‘Als je gedoucht bent en alles schoon is’. Op 6 augustus 2019 omstreeks 20.55 uur rijdt de Audi S4 vanuit Soesterberg richting Utrecht en verplaatst zich, na gestopt te zijn op verschillende locaties in Utrecht, naar de [adres] . Bij de inkijk in de garagebox aan de [adres] op 8 augustus 2019 wordt deze Audi S4, samen met twee gestolen Renault Meganes, in de garagebox aangetroffen. De kentekenplaten van de Audi S4 zijn dan weer verwisseld, naar [kenteken] . Tijdens deze inkijkactie wordt een baken geplaatst op de Audi S4 en een camera gericht op de garagebox. De Audi S4 wordt ook bij de inkijk op 14 augustus 2019 in de garagebox aangetroffen, samen met andere gestolen voertuigen (ZD 5 en ZD 8) met valse kentekenplaten. Alle lamineercodes van de valse kentekenplaten, die in dezelfde serie zaten, komen uit een niet bestaande serie. Op 14 september 2019 omstreeks 15.19 uur zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] in de garagebox aan de [adres] . [verdachte] rijdt de witte Audi S4 met (valse) kentekens [kenteken] uit de garagebox en [medeverdachte 1] sluit hierna de garagebox af. De Audi S4 wordt met het baken gevolgd en rijdt via Rotterdam naar België. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, het volgende vast. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben de Audi S4, die door [medeverdachte 5] en een onbekend gebleven persoon is gestolen, voorhanden gehad toen [verdachte] de auto, die op dat moment voorzien was van valse kentekenplaten, uit de garagebox reed en [medeverdachte 1] daarbij stond en de garagebox afsloot. Deze garagebox werd gehuurd en beheerd door [medeverdachte 1] en gebruikt voor het stallen van onder andere gestolen voertuigen. Gelet daarop, en de omstandigheden in de garagebox, gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wisten dat ook deze auto van diefstal afkomstig was. Het medeplegen van opzetheling kan daarmee worden bewezen. 3.3.8. ZD 8: diefstal en/of heling van de Audi S4 ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Audi S4 met kenteken [kenteken] (de rechtbank leest dit als: [kenteken] ), valse kentekens [kenteken] en [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank spreekt [verdachte] vrij van diefstal van deze Audi S4 en vindt bewezen dat hij zich samen met [medeverdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan opzetheling van deze auto, die door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] is gestolen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 1] Tussen 8 augustus 2019 om 17:45 uur en 9 augustus 2019 om 05:45 uur wordt een zwarte Audi S4 met kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen in Zandvoort. Op 8 augustus 2019 rond 22:00 uur spreekt [medeverdachte 5] onder zijn artiestennaam [bijnaam] via WhatsApp met een zekere [naam 19] . [medeverdachte 5] zegt dat hij denkt dat de jongens meteen door willen, dat hij met hete namen is en dat hij niet perse zijn kop hoeft te verbranden ‘in een lounge vol met recchas’, waarmee vermoedelijk undercover politieagenten worden bedoeld. [naam 19] spreekt verder over het verliezen van DNA in een S5, waarmee waarschijnlijk een Audi S5 wordt bedoeld. In de inbeslaggenomen iPhone 8 telefoon van [medeverdachte 5] staat ook een raptekst waarin onder andere wordt gesproken over een Audi RS5. Op 9 augustus 2019 om 00:27 uur ontvangt [medeverdachte 5] (* [telefoonnummer] ) via WhatsApp een filmpje van [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) met beelden van Opsporing Verzocht van plofkraken en een videoclip met rapmuziek over plofkraken. Vanaf 00:41 uur hebben zij contact met elkaar via Instagram. [medeverdachte 3] vraagt waar [medeverdachte 5] is en zegt dat hij eraan komt. Ongeveer een uur later, om 01:36 uur, straalt het telefoonnummer * [telefoonnummer] van [medeverdachte 5] een zendmast aan in Zandvoort. Even daarvoor, om 01:02 uur, geeft de Volkswagen Polo met kenteken [kenteken] een ANPR-registratie op de N205 Spanjaardlaan in Heemstede. De huurder van deze Volkswagen Polo is [medeverdachte 5] . [medeverdachte 3] maakt ook gebruik van deze auto. Om 02:08 uur is de gebruiker van * [telefoonnummer] weer in Utrecht en heeft dan meerdere belbewegingen met het telefoonnummer * [telefoonnummer] , in gebruik bij [medeverdachte 3] . Om 03:14 uur gebruikt [medeverdachte 5] de app ‘Qenteken’ waarmee voertuiggegevens opgevraagd kunnen worden. Op 9 augustus 2019 vanaf 15:45 uur is er berichtencontact tussen [medeverdachte 5] en een zekere [naam 20] . [naam 20] vraagt of het is gelukt, waarop [medeverdachte 5] zegt: ‘Je kent met toch. Je luistert me muziek toch. Dan weet je genoeg. Hele snelle jongen uit de grensstreek. Manne hier denken dat ik tovenaar ben’. [medeverdachte 3] en [verdachte] zijn herkend op de camerabeelden van de [adres] . Op die beelden is te zien dat een zwarte Audi, op dat moment voorzien van het valse kenteken [kenteken] , op 10 augustus 2019 om 03:33 uur de garagebox wordt binnengereden, nadat de Renault Megane met kenteken [kenteken] (ZD 4) de garagebox was uitgereden. [verdachte] is degene die de deur van de garagebox opent en [medeverdachte 3] is degene die de Audi naar binnen rijdt. Bij de inkijk op 14 augustus 2019 in de garagebox aan de [adres] wordt de zwarte Audi S4 met chassisnummer [nummer] , inmiddels voorzien van de valse kentekenplaten [kenteken] , samen met andere gestolen voertuigen (ZD 3 en ZD 5) met valse kentekenplaten, aangetroffen. De autosleutel ligt op het achterwiel aan de bestuurderszijde. Alle lamineercodes van de valse kentekenplaten, die in dezelfde serie zaten, komen uit een niet bestaande serie. Op de camerabeelden van 8 september 2019 is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] goederen in een zwarte Audi en in een witte Audi leggen: baseballpetjes, handschoenen in verpakking, een plastic flacon en witte doosjes met een groene band. Bij een inkijk zijn soortgelijke doosjes met daarin bivakmutsen aangetroffen. De volgende dag haalt [medeverdachte 1] weer goederen uit de witte Audi en is daarna met een flacon in de weer. Op 13 september 2019 is op de camerabeelden in de garagebox te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] om 18:57 uur de garagebox binnengaan. Zij vullen de Audi met kenteken [kenteken] met benzine die [verdachte] in een jerrycan heeft meegebracht en zij leggen goederen op en in de Audi. De Audi wordt om 19:35 uur door [verdachte] de garagebox uit gereden, waarna [medeverdachte 1] de garagebox ook verlaat. Zij komen rond 20:30 uur beiden weer naar de garagebox. [verdachte] verlaat de garagebox vervolgens weer. Een paar minuten later is de Audi terug bij de garagebox en wordt deze erin gereden. Even later verlaten [medeverdachte 1] en [verdachte] weer de garagebox. In OVC-gesprekken in de Nissan Micra hebben [naam 4] en [naam 17] het erover dat [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ) en [medeverdachte 5] ( [bijnaam] ) heel wat Audi’s en Renaults hebben gepakt. De Audi S4 met vals kenteken [kenteken] wordt aangetroffen bij de doorzoeking in de garagebox aan de [adres] op 26 november 2019 en daar inbeslaggenomen. Deze garagebox, waar onder andere gestolen voertuigen in werden gestald, werd gehuurd en beheerd door [medeverdachte 1] en regelmatig bezocht door [verdachte] . Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, het volgende vast. Uit het berichtenverkeer tussen onder anderen [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] voor en na de diefstal van de Audi S4 en de ANPR-registratie van de Volkswagen Polo, die door hen beiden werd gebruikt, komt naar voren dat [medeverdachte 3] in de nacht van de diefstal naar [medeverdachte 5] toe is gereden en dat zij samen met de Volkswagen Polo naar Noord-Holland zijn gereden. De telefoon van [medeverdachte 5] was niet veel later in Zandvoort, waar de Audi S4 is gestolen. Kort na de diefstal is de gestolen Audi S4 voorzien van het valse kenteken [kenteken] en de dag na de diefstal is de Audi S4 door [medeverdachte 3] en [verdachte] in de garagebox aan de [adres] geplaatst, nadat een andere gestolen auto met valse kentekenplaten eruit was gereden. [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn in de garagebox bezig geweest met deze auto en hebben deze auto op 13 september 2019, op dat moment met valse kentekenplaten [kenteken] , uit de garagebox gereden en later weer naar binnen gereden, waar deze Audi S4 uiteindelijk bij de doorzoeking op 26 november 2019 is aangetroffen. De rechtbank gaat er op grond van het voorgaande van uit dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] de Audi S4 samen hebben gestolen en dat zij met de Audi S4 en met de Volkswagen Polo samen zijn teruggereden naar Utrecht. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben zich gelet op het voorgaande schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzetheling, aangezien zij de gestolen Audi S4 voorhanden hebben gehad en gelet op bovengenoemde omstandigheden ook wisten dat deze auto gestolen was. 3.3.9. ZD 7: diefstal en/of heling van de Audi A5 Cabriolet ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] worden ervan beschuldigd de Audi A5 met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 1] wel bewezen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 1] In de nacht van 14 augustus 2019 op 15 augustus 2019 wordt een zwarte Audi A5 met kenteken [kenteken] gestolen in Houten. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zijn herkend als de twee mannen die de dag daarna, op 16 augustus 2019, omstreeks 01:46 uur, de garagebox aan de [adres] binnengaan, waarna een Renault Megane (ZD 5) de garagebox wordt uitgereden en om 02:13 uur een zwarte Audi Cabriolet de garagebox wordt ingereden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] zijn in de garagebox bezig met handschoenen aan en mondkapjes om en verlaten de garagebox om 02:22 uur. Bij de inkijk in de garagebox op 15 september 2019 wordt een Audi Cabriolet daar aangetroffen met kentekenplaten [kenteken] en wordt deze voorzien van een baken en OVC-apparatuur. Bij de doorzoeking op 26 november 2019 staat de gestolen Audi A5, met de valse kentekenplaten [kenteken] , nog steeds in de garagebox. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, het volgende vast. De gestolen Audi A5 is in de garagebox aan de [adres] geplaatst en heeft daar een periode gestaan. Zoals reeds werd besproken onder 3.3.3., zijn [verdachte] en [medeverdachte 1] gedurende die periode meerdere malen op tijdstippen midden in de nacht dan wel heel vroeg in de ochtend in de garagebox geweest en hebben zij daar handelingen verricht, die duiden op wegmaken van sporen. Daarmee kan worden vastgesteld dat zij de gestolen Audi A5 voorhanden hebben gehad. Deze garagebox, die onder andere werd gebruikt voor het stallen van gestolen auto’s, werd gehuurd en beheerd door [medeverdachte 1] en ook regelmatig bezocht door [verdachte] . Gelet daarop en gelet op de omstandigheden en handelingen van de verdachten in de garagebox, gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte] en [medeverdachte 1] wisten dat ook deze auto van diefstal afkomstig was. Het medeplegen van opzetheling kan daarmee voor hen worden bewezen. 3.3.10. ZD 6: diefstal en/of heling van de Audi RS5 ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Audi RS5 met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt bewezen dat [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] deze auto samen hebben gestolen. Diefstal in vereniging door [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] Op 17 september 2019, tussen 00:00 en 07:30 uur, wordt een zwarte Audi RS5 Coupe met Duits kenteken [kenteken] en chassisnummer [nummer] gestolen in Kerkrade. In de nacht van 17 september 2019 om 03:25 uur vraagt [medeverdachte 1] in een PGP-bericht met Sky-ID [ID-nummer] aan [medeverdachte 5] , Sky-ID [ID-nummer] , of hij een adres voor hem heeft. Vijf minuten later stuurt [medeverdachte 1] ’07:30’ met daarachter het bericht ‘op locatie’. [medeverdachte 1] vraagt [medeverdachte 5] om 05:56 uur om een foto te sturen en zegt hem dat hij hem ‘safe’ moet parkeren. Ook vraagt hij of er Nederlandse (‘Nl’) of Duitse (‘De’) platen op zitten en vraagt hij naar het bouwjaar. Op 25 februari 2020 worden bij [medeverdachte 5] in de auto twee telefoons, een gewone mobiele telefoon en een PGP-telefoon, aangetroffen en inbeslaggenomen. Uit analyse blijkt dat beide telefoons (* [telefoonnummer] en * [PGP-nummer] ) in de nacht en ochtend van 17 september 2019 in Brunssum zijn, waarna zij een reisbeweging naar Utrecht maken. De PGP-telefoon van [medeverdachte 5] (* [PGP-nummer] ) straalt om 04:58 uur en 05:02 uur zendmasten aan in Kerkrade. De telefoons * [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] van [verdachte] stralen om 05.04 uur zendmasten aan in Soest, waarna deze richting Limburg bewegen. Om 05.31 uur wordt [verdachte] gebeld door [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ). [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] dat snel heeft gedaan en dat het 161 kilometer en twee uurtjes rijden is. [verdachte] zegt dat het beter is en hij dan ook gelijk weer vol zit. [medeverdachte 1] zegt dat hij het adres heeft gestuurd en dat het ‘Landsgraaf bij de McDonalds’ is. Twee minuten later belt [medeverdachte 1] weer en zegt tegen [verdachte] dat hij hem ‘up to date’ moet houden en hem desnoods vijf keer achter elkaar moet bellen voor het geval hij in slaap valt. [medeverdachte 1] zegt dat hij op de hoogte gehouden wil worden van alles. [verdachte] zegt dat hij [medeverdachte 1] gelijk gaat bellen als hij er is. [medeverdachte 1] zegt dat het belangrijk is. Uit telecomgegevens, tapgesprekken, ANPR-gegevens en MAC-registraties van de Peugeot met kenteken [kenteken] blijkt dat [verdachte] in de nacht en ochtend van 17 september 2019 naar Limburg en terug is gereden. Om 05:13 uur geeft het MAC-adres van de Peugeot een registratie bij Inmoves op de Soestdijkerweg N234 en om 05:14 uur maakt zijn nummer * [telefoonnummer] gebruik van een zendmast in Bilthoven. Om 05:49 uur straalt zijn nummer * [telefoonnummer] een zendmast aan in Vianen, op hetzelfde tijdstip heeft de Peugeot een ANPR-registratie bij Vianen. Om 07:49 uur maakt zijn nummer * [telefoonnummer] gebruik van een zendmast in Brunssum en om 07:55 uur maakt zijn nummer * [telefoonnummer] gebruik van een zendmast in Heerlen. Op laatstgenoemd tijdstip belt [verdachte] (* [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ) en zegt hem dat het is gelukt. Op de achtergrond is bij [verdachte] iemand te horen: ‘Zeg hem snelle jongen van de grensstreek’. Deze persoon is door de verbalisant herkend als [medeverdachte 5] . [medeverdachte 1] zegt tegen [verdachte] zijn kant op te komen. Om 09:42 uur stralen de telefoons van [medeverdachte 5] (* [telefoonnummer] ) en [verdachte] (* [telefoonnummer] ) dezelfde zendmast aan bij de Haefland in Brunssum. Om 11:31 uur heeft de Peugeot een ANPR-registratie bij Vianen. De telefoon van [verdachte] (* [telefoonnummer] ) maakt om 11:32 uur gebruik van een zendmast in Nieuwegein en om 11:55 uur van een zendmast in Utrecht. Op de camerabeelden van de [adres] van 17 september 2019, 22:52 uur is te zien dat er een Audi type A5 Coupe (de rechtbank begrijpt: Audi RS5 Coupe) de garagebox wordt ingereden, dat [verdachte] als bestuurder van de Audi heeft gereden en dat [medeverdachte 1] zich ook in de garagebox bevindt. Bij de inkijk in de garagebox aan de [adres] op 20 september 2019 wordt deze gestolen zwarte Audi RS5 Coupe met chassisnummer [nummer] en valse kentekenplaten [kenteken] gezien in de garagebox. Bij de doorzoeking op 26 november 2019 wordt deze Audi RS weer in de garagebox aangetroffen en, samen met de opgevouwen originele Duitse kentekenplaten [kenteken] , inbeslaggenomen. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, het volgende vast. [verdachte] en [medeverdachte 5] zijn in de nacht van 17 september 2019 naar Limburg gereden, waar de Audi RS5, die later in de garagebox wordt aangetroffen, in Kerkrade is gestolen. De rechtbank gaat ervan uit dat zij deze auto hebben weggenomen. [verdachte] heeft in de tussentijd steeds contact met [medeverdachte 1] die op de hoogte wil worden gehouden, waarna [verdachte] , in het bijzijn van [medeverdachte 1] diezelfde dag de auto in de garagebox rijdt. Tijdens de telefonische contacten zegt [verdachte] dat het is gelukt en maakt [medeverdachte 5] een opmerking over een snelle jongen van de grensstreek, waarmee hij - zoals blijkt uit het in de bespreking van ZD 8 aangehaalde bericht - zichzelf bedoelt. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat [verdachte] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] , gelet op hun gezamenlijke plan, onderlinge afstemming en gezamenlijke uitvoering, nauw en bewust hebben samengewerkt bij de diefstal van deze auto, waarbij de bijdrage van [medeverdachte 1] van intellectuele aard was. 3.3.11. ZD 11: diefstal en/of heling van de Piaggio Skipper 125 (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] worden ervan beschuldigd de motorscooter, Piaggio Skipper 125, in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze scooter heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 1] wel bewezen. Medeplegen van opzetheling door [verdachte] en [medeverdachte 1] Op 17 september 2019 wordt een zwarte motorfiets van het merk Piaggio, type Skr 125, met kenteken [kenteken] gestolen in Nieuwegein. Op de camerabeelden van de [adres] wordt op 20 september 2019 gezien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] bij de garagebox komen en dat [verdachte] een scooter zonder kentekenplaat naar binnen rijdt. Bij de inkijk in de garagebox op 16 oktober 2019 wordt een zwarte Piaggio scooter met VIN-nummer [nummer] aangetroffen. Ook worden er twee andere scooters aangetroffen. Bij de doorzoeking van de garagebox op 26 november 2019 worden er vier scooters zonder kentekenplaten aangetroffen, waaronder een Piaggio Skr 125 aangetroffen waarvan het bijbehorend kenteken [kenteken] is. Dit blijkt de in Nieuwegein gestolen motorscooter met kenteken [kenteken] te zijn. Op de Piaggio is ook het nummer [nummer] zichtbaar. Bewijsoverweging De rechtbank stelt op grond van de bovenstaande bewijsmiddelen, in samenhang met de bewijsmiddelen onder 3.3.1, 3.3.2, 3.3.3 en 3.3.4, vast dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de in Nieuwegein gestolen Piaggio scooter zonder kentekenplaat voorhanden hebben gehad en dat zij wisten dat deze scooter gestolen was. Op grond van de stukken kan de rechtbank – ondanks aanwijzingen daartoe – niet vaststellen dat deze Piaggio door [verdachte] op 20 september 2019 de garagebox is ingereden. Wel kan worden vastgesteld dat de scooter, samen met andere scooters zonder kenteken en andere voertuigen die van diefstal afkomstig waren, gedurende enige tijd in de garagebox heeft gestaan. Gelet op de omstandigheden waaronder scooter is aangetroffen, kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan [verdachte] en [medeverdachte 1] van deze herkomst op de hoogte zijn geweest. Daarmee is het medeplegen van opzetheling bewezen. 3.3.12. ZD 10: diefstal en/of heling van de Audi A4 ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] worden ervan beschuldigd de Audi A4 met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank zal [verdachte] ook vrijspreken van opzetheling en schuldheling van deze auto. Vrijspraak opzetheling en schuldheling De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat [verdachte] deze Audi A4 heeft geheeld, omdat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat hij deze auto op enig moment voorhanden heeft gehad. Daarom wordt hij van dit feit vrijgesproken. 3.3.13. ZD 14: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt ook niet bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan heling en spreekt hem ook daarvan vrij. Vrijspraak opzetheling en schuldheling Uit het dossier blijkt onvoldoende betrokkenheid van [verdachte] bij deze auto om van heling te kunnen spreken, nu niet vastgesteld kan worden dat [verdachte] deze auto voorhanden heeft gehad. Naar het oordeel van de rechtbank is [verdachte] ook niet op basis van PGP-gegevens aan deze auto te koppelen. Daarom wordt hij van dit feit vrijgesproken. 3.3.14. ZD 9: diefstal en/of heling van de Volkswagen Multivan ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Volkswagen Multivan met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt ook niet bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan heling en spreekt hem ook daarvan vrij. Vrijspraak opzetheling en schuldheling Volgens het Openbaar Ministerie had [verdachte] een belang bij de diefstal van de Volkswagen, omdat hij een rol had bij de planning en aansturing van het geweldsincident tegen [slachtoffer ] dat met deze gestolen Volkswagen zou worden gepleegd, zoals hieronder nog zal worden uiteengezet, en kan daaruit worden geconcludeerd dat [verdachte] over dit gestolen voertuig kon beschikken. De rechtbank vindt deze redenering niet logisch en volgt deze niet. Op grond van het dossier kan namelijk geen directe link worden gelegd tussen [verdachte] en de Volkswagen en kan niet worden geconcludeerd dat hij dit voertuig voorhanden heeft gehad. Daarom wordt [verdachte] vrijgesproken van opzetheling en schuldheling. 3.3.15. ZD 13: diefstal en/of heling van de Volkswagen Transporter ( [kenteken] ) (feit 3) [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] worden ervan beschuldigd de Volkswagen Transporter met kenteken [kenteken] , vals kenteken [kenteken] , in vereniging te hebben gestolen en/of geheeld. De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat [verdachte] deze auto heeft gestolen en spreekt hem daarvan vrij. De rechtbank vindt ook niet bewezen dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan heling en spreekt hem ook daarvan vrij. Vrijspraak opzetheling en schuldheling De rechtbank stelt vast dat uit het dossier onvoldoende kan worden opgemaakt dat [verdachte] de Volkswagen Transporter op enig moment voorhanden heeft gehad. De omstandigheid dat hij aanwezig was bij een gesprek met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] waarin wordt gevraagd om een Transporter is onvoldoende om hem een rol toe te kennen als heler. Daarom wordt [verdachte] vrijgesproken van opzetheling en schuldheling. 3.3.16. ZD 2: Geweldsmisdrijf tegen [slachtoffer ] (feit 2) Op 30 oktober 2019 rond 23:30 uur wordt op de Adelaarstraat in Utrecht [slachtoffer ] , woonachtig aan de [adres] , door drie personen in elkaar geslagen. De drie personen dragen bivakmutsen en gebruiken slagvoorwerpen, zoals een honkbalknuppel en een moker. Ze vluchten met een Volkswagen Transporter. Een vierde persoon zou de Volkswagen Transporter hebben bestuurd. Op de plaats delict blijft een voorhamer van ongeveer een meter lang met een zwart/geel handvat van het merk ‘Stanley’ achter. De rechtbank komt tot de conclusie dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade. 3.3.16.1. Redengevende feiten en omstandigheden Gebeurtenissen op 10 oktober 2019 Op 10 oktober 2019 wordt rond 22:50 uur aan de Lagenoord in Utrecht een gestolen Volkswagen Multivan met valse kentekenplaten ( [kenteken] ) aangetroffen en inbeslaggenomen (ZD 9). In het busje worden onder andere een voorhamer, twee klauwhamers, kabelbinders, een honkbalknuppel, bivakmutsen, handschoenen en een zwarte pet aangetroffen. Op 10 oktober 2019 om 23.23 uur belt [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) met [medeverdachte 2] (* [telefoonnummer] ) en zegt: ‘is een tweede liefje bij komen kijken’. [medeverdachte 2] antwoordt: ‘Kanker en al die dingen liggen er nog in he…alles DNA alles jongen.’ Het nummer (* [telefoonnummer] ) wordt zowel door [medeverdachte 3] als [medeverdachte 2] gebruikt. Het nummer (* [telefoonnummer] ) wordt ook aan [medeverdachte 3] toegeschreven. [medeverdachte 3] wordt vandaag veroordeeld voor opzetheling en [medeverdachte 2] voor schuldheling van deze Volkswagen Multivan (vals kenteken [kenteken] ) (ZD 9). Hun DNA matcht met DNA dat is aangetroffen in het busje en op goederen erin. Ook van [medeverdachte 8] is een DNA-match gevonden in het busje. Het DNA van [medeverdachte 2] matcht met DNA op een honkbalknuppel (SIN: AAFD4029NL#03), hamers (SIN: AAFD4034NL#02, AAFY1462NL#03, AAFY1463NL#01), bivakmutsen (SIN: AAFD4028NL#01, AAFD4032NL#01, AAND9729NL#01), handschoenen (SIN: AAND9730NL#02), deurbediening rechter schuifdeur (SIN: AANE5047NL#01) en voorzijde oppervlak stuurwiel (SIN: AANE5050NL#01). Het DNA van [medeverdachte 3] matcht met DNA op bivakmutsen (SIN: AAFD4028NL#01, AAFD4032NL#01) en voorzijde oppervlak stuurwiel (SIN: AANE5050NL#01). Het DNA van [medeverdachte 8] matcht met DNA op de hoofdsteun linksvoor (SIN: AANE5013NL#01). In de onder [medeverdachte 8] inbeslaggenomen Apple iPhone telefoon wordt een filmpje aangetroffen dat sinds 11 oktober 2019, 22:14 uur in de telefoon is opgeslagen. In het filmpje is te zien en te horen dat een donkerkleurig bestelbusje onder begeleiding van vier politieauto’s wordt afgevoerd door een sleepwagen. Het filmpje is gemaakt bij de kruising Spinozaweg met de Vleutenseweg in Utrecht. In het filmpje wordt ingezoomd op de sleepwagen en takelwagen en is te horen dat een man, die samen met in ieder geval een ander is, spreekt over ‘die bus’ en meermalen tegen de ander zegt te kijken. In deze telefoon zijn tevens telefoonnummers gevonden van [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ), [verdachte] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ) en [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ). In een OVC-gesprek in de Nissan Micra van [naam 4] op 26 november 2019 werd gesproken over iemand die bij de Oudenoord, bij de molen, helemaal ‘naar de kanker’ was geslagen, dat [medeverdachte 3] (‘ [medeverdachte 3] ’) dat eigenlijk met [medeverdachte 2] (‘ [medeverdachte 2] ’) had moeten doen, dat daarbij een busje was en dat [medeverdachte 3] zijn bivakmuts met DNA erin had laten liggen, dat er spullen in het busje lagen om iemand mee knock-out te slaan zoals mokers, dat het busje inbeslaggenomen was en dat dit geëscorteerd werd door de politie, dat [medeverdachte 3] dit vanuit zijn huis heeft gefilmd en dat hij nog naar het politiebureau wilde gaan om het busje in de fik te steken. In een schuur van de grootouders van [medeverdachte 8] aan de [adres] , waar hij zelf ook toegang toe had, worden op 12 mei 2020 onder andere vier voorhamers, zes honkbalknuppels en tien klauwhamers inbeslaggenomen. Gebeurtenissen tussen 11 oktober 2019 en 15 oktober 2019 Op 11 oktober 2019 worden telefoongesprekken tussen [medeverdachte 3] en [verdachte] opgenomen en afgeluisterd. In het gesprek op 11 oktober 2019 om 18:56 uur geeft [verdachte] het telefoonnummer ( [telefoonnummer] ) aan [medeverdachte 3] van ‘ [bijnaam] ’ die naar hem onderweg is. Dat telefoonnummer is op dat moment in gebruik bij [naam 21] . Blijkens zendmastgegevens van de telefoonnummers van [medeverdachte 3] (* [telefoonnummer] ) en [naam 21] (* [telefoonnummer] ) zijn zij rond 19:16 uur bij elkaar in de buurt in Utrecht. Hierna heeft [medeverdachte 3] weer telefonisch contact met [verdachte] . Hij zegt dat hij nu met hem is en vraagt wat nu precies de bedoeling is en of hij wat moet doorgeven. [verdachte] gaat dat voor de zekerheid vragen en laat het hem weten. In het gesprek om 19:19 uur citeert [verdachte] een opdracht aan [medeverdachte 3] : ‘Hij moet posten en plakken die kanker C3’, ‘en als hij die hond ziet weggaan, kijken hoe en wat’ en ‘ze kankermoeder moet vandaag geket worden. No joke’. [medeverdachte 3] antwoordt dat hij het doorgeeft. De telefoonnummers van [medeverdachte 3] en [naam 21] verplaatsen zich gezamenlijk via de wijk Kanaleneiland in Utrecht naar de omgeving van de Binnenstad / de Oudenoord / Adelaarstraat te Utrecht. Op 11 oktober 2019 om 20:00 uur belt [medeverdachte 3] met [verdachte] en zegt dat ‘die ene ding er niet staat’ en dat ‘meneer zelf achter op een Vespa’ langsreed. [medeverdachte 3] vraagt [verdachte] wat te doen, want waar hij is, is geen ‘place to be’ en ze rijden rondjes. [verdachte] geeft het door maar zijn berichten komen niet aan. [medeverdachte 3] wacht op bericht van [verdachte] . Om 20:07 uur belt [medeverdachte 3] nogmaals met [verdachte] en zegt dat [verdachte] moet doorgeven dat Ondiep ook niets is. Ook uit de mastgegevens blijkt van een verplaatsing naar de wijk Ondiep in Utrecht. De telefoonnummers van [medeverdachte 3] en [naam 21] stralen rond 20:09 uur een zandmast aan in de omgeving van Nijenoord in Utrecht. Na het gesprek met [verdachte] belt [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt dat ‘die ene kap, met zwarte ding erboven’ ‘begint met 76’. Op 11 oktober 2019 haalt [verdachte] [medeverdachte 1] tussen 22:30 uur en 23:30 uur op van luchthaven Schiphol met de Peugeot van [medeverdachte 1] . Zij rijden vervolgens over de Valkenkamp in Maarssen. Op 12 oktober 2019 vindt om 00:52 uur een OVC-gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] in de Peugeot. [medeverdachte 1] zegt dat ze naar ‘Alle zijn huis’ rijden. Blijkens het baken op de Peugeot zijn [medeverdachte 1] en [verdachte] om 01:12 uur op de Hopakker te Utrecht. [medeverdachte 1] zegt op dat moment tegen [verdachte] dat hij terug moet rijden en: ‘Die C3 daar, rij, ga eens daarnaartoe, die grijze, volgens mij is dat hem’, ‘Kenteken is [kenteken] nog wat’. Ook is te horen dat er foto’s worden gemaakt. Om 01:20 uur rijden [verdachte] en [medeverdachte 1] met de Peugeot over de Hopakker in de richting van de Adelaarstraat in Utrecht en ze stoppen op de Kanaalstraat. Hierna rijden ze richting de woning van [medeverdachte 1] in [plaats] . Uit onderzoek blijkt dat [slachtoffer ] een grijze Citroën C3 met kenteken [kenteken] in gebruik heeft en dat hij woont op [adres] . Uit onderzoek in een bij de doorzoeking van het huis van [medeverdachte 1] inbeslaggenomen Nokia 105 telefoon komt naar voren dat [medeverdachte 1] het telefoonnummer van [slachtoffer ] heeft geprobeerd te achterhalen. Gebeurtenissen tussen 23 oktober 2019 en 24 oktober 2019 Op 23 oktober 2019 voeren [medeverdachte 1] en [verdachte] om 01:34 uur een gesprek in de Peugeot dat wordt afgeluisterd. [medeverdachte 1] vraagt [verdachte] of hij ‘hem’ laatst 150,- euro had gegeven om die spullen te halen en of een hamer 30,- euro kost. [verdachte] zegt dat hij ‘hem’ twee barkie (200,- euro) heeft gegeven. [medeverdachte 1] zegt dat er een moker moest worden gehaald. Op 23 oktober 2019 zitten [medeverdachte 1] en [verdachte] rond 21:31 uur wederom in de Peugeot. [medeverdachte 1] zegt desgevraagd tegen [verdachte] dat hij naar ‘de molen’ moet rijden. [verdachte] vraagt of hij naar rechts moet, naar de Hopakker, waarop [medeverdachte 1] bevestigend antwoordt. Uit de bakengegevens van de Peugeot blijkt dat het voertuig rond 21:40 uur staat geparkeerd aan de [adres] ter hoogte van perceelnummer [nummer] . In een OVC-gesprek is te horen dat [medeverdachte 1] zegt dat ‘hij’ woont op nummer [nummer] en dat [verdachte] daar ergens moet parkeren. Op een gegeven moment, rond 21:47 uur, zegt [medeverdachte 1] : ‘Volgens mij is hij het broer’. Het telefoonnummer [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) van [slachtoffer ] straalt rond 21:21 uur een zendmast aan in de omgeving van de Hopakker, de zendmast aan de Oudenoord in Utrecht. Omstreeks 21:49 uur straalt zijn telefoonnummer een zendmast aan in de [adres] . Vermoedelijk verbleef [slachtoffer ] in de omgeving van de Hopakker en vertrok hij tussen 21:21 uur en 21:49 uur in de richting van de omgeving van de Zwanenvechtlaan. De Peugeot rijdt rond 21:57 uur weer en lijkt, op basis van een afgeluisterd gesprek, een ander voertuig te volgen. [verdachte] zegt: ‘Drie auto’s voor ons precies’. [medeverdachte 1] zegt: ‘Afstand, je hebt te grote afstand, dichterbij’ en ‘Nu mogen er auto’s tussenkomen, (ntv) is ook weer opvallend’. De bakengegevens van de Peugeot laten zien dat het voertuig vanaf de Hopakker wordt gereden in de richting van de wijk Kanaleneiland in Utrecht. Uit de zendmastgegevens van de getapte telecommunicatie van [medeverdachte 1] en [verdachte] blijkt dat zij beiden met de Peugeot meereizen. De volgende dag, op 24 oktober 2019, vindt in de Peugeot een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 5] , die aan hun stemmen worden herkend. [medeverdachte 1] en [verdachte] vragen aan [medeverdachte 5] of hij niet nog een paar Transporters heeft staan. Vervolgens wordt in de nacht van 26 oktober 2019 in Hoensbroek een Volkswagen Transporter gestolen (ZD 13). Gebeurtenissen op 30 oktober 2019 voorafgaand aan het geweldsmisdrijf Op 30 oktober 2019 stuurt [naam 3] om 19:07 uur (UTC+1) berichten met het Sky-ID [ID-nummer] naar het Sky-ID [ID-nummer] van [medeverdachte 1] : ‘Zet chauf klaar. Spullen alles. Vandaag actie’. Als [medeverdachte 1] om 19:23 uur nog niet heeft gereageerd stuurt [naam 3] een boos bericht: ‘Ben een hoerenzoon als ik nog ooit wat met jou ga doen. Dit is niet weggelegd voor jou, dus geniet van je kk rust na deze kanker goerige kk troep klus’. Ongeveer tien minuten later biedt [naam 3] zijn excuses aan en hij schrijft om 19:36 uur: ‘Zorg dat we die hond op goeie plek hebben zo. Oke jongens zijn er met een uur! Bus afgetankt hamers erin alles. Oke top broer kk hond wordt tijd’. Om 20:35 uur vindt in de Peugeot een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] en een derde persoon die in de Peugeot stapt. Deze derde persoon wordt aan zijn stem herkend als [medeverdachte 8] . [medeverdachte 1] vraagt wat de planning is en of ze hem nu gelijk gaan pakken. [medeverdachte 1] zegt dat hij in de buurt is, dat hij gaat bellen om handel bij hem te halen en dat ze hem dan gelijk gaan pakken. [medeverdachte 1] zegt dat die jongens er met een kwartiertje zijn, dat de bus klaar staat en dat hij er nu even alles in gaat stoppen. Even later zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 8] dat de bus niet verbrand moet worden. [medeverdachte 8] vraagt waar die naartoe moet, waarop [medeverdachte 1] zegt dat de bus gewoon safe moet staan om de volgende dag weer gebruikt te worden. Later die avond, om 21:42 uur, vraagt [medeverdachte 8] wat de planning is. [medeverdachte 1] zegt dat ze ‘naar die jongens toegaan’. [medeverdachte 8] vraagt of [verdachte] en [medeverdachte 1] ‘die boys gaan ophalen’, waarop [medeverdachte 1] zegt: ‘Nee die boys zijn er broer. Die boys gaan mij niet meer zien. Die boys gaan jou zien. Alleen jij mag mij zien zeg maar’. Om 22:44 uur vindt in de Peugeot een voorbespreking plaats tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] over een te voeren telefoongesprek. [verdachte] vraagt [medeverdachte 1] hem precies uit te leggen wat hij moet zeggen. [medeverdachte 1] geeft hem instructies: ‘Wat gaan we zeggen. He man, bro . Kan ik nog wat bij je halen ja of nee. Zeg, yo, met [naam 22] (fon.). Met [naam 23] (fon.). Gewoon zeggen, he Leidse Rijn. Heb je nog wat of niet? Het gaat om handel hier. Gewoon zeggen ik heb nu wat nodig’. [verdachte] vraagt [medeverdachte 1] waar hij moet komen en wanneer. [medeverdachte 1] : ‘Zeg maar tegen hem waar hij wilt. Jij moet zeggen kom maar naar jou toe als je wilt. Als je kan, zeg maar ik ben op de weg, maar maakt niet uit. Snap je?’. [verdachte] : ‘Anders zeg ik gewoon Overvecht?’. [medeverdachte 1] : ‘Dan zeg je tegen hem, dan over een half uurtje ben ik. Half uurtje in De Keizer’. Om 22:47 uur zegt [medeverdachte 1] tegen [verdachte] dat hij ‘ [slachtoffer ] ’ (fon.) heet. [verdachte] (* [telefoonnummer] ) probeert meerdere keren contact op te nemen met [slachtoffer ] (* [telefoonnummer] ). De derde keer wordt er opgenomen. [verdachte] stelt zich voor als [naam 23] uit Leidse Rijn, zegt dat hij wat nodig heeft en vraagt of dat gaat lukken. [slachtoffer ] zegt dat hij niet weet waar het over gaat en beëindigt het gesprek. Om 22:53 uur is in de Peugeot te horen dat [medeverdachte 1] aan de telefoon tegen [medeverdachte 8] zegt dat ze in een grijze Peugeot zitten bij Norbruis, bij de Landingsbaan. Intussen ontvangt [medeverdachte 1] op zijn Sky-ID [ID-nummer] berichten van het Sky-ID [ID-nummer] van [naam 3] . Tussen 22:46 uur en 23:07 uur (UTC+1) stuurt [naam 3] onder andere de volgende berichten naar [medeverdachte 1] : ‘Mijn jongens kunnen niet buiten blijven bro . Hoe lang broer. Want ze wachten echt lang. Peugeot. Hoe lang +- voor hond er is. Oke waar is fucking driver man. En pacha goed??? Wel echt kk druk daar heh maar denk hij haalt het dan van osso???? Want hij woont er achter. Oke broer dus nu naar ze osso gaan timeren? Oke perfect jongens zijn klaar en ze moeten dichtbij proberen! Yallah bro gas erop!!’. Om 23:02 uur rijdt de Peugeot nabij de Burgemeester Norbruislaan ter hoogte van de kruising met de Jan van Zutphenlaan. Op dat moment wordt [verdachte] (* [telefoonnummer] ) teruggebeld door [slachtoffer ] (* [telefoonnummer] ). [verdachte] zegt dat hij met tien à vijftien minuten in Overvecht zal zijn. Daarop zegt [slachtoffer ] dat [verdachte] naar de molen bij de Pacha toe moet komen. [verdachte] zegt dat dat goed is. In de directe omgeving van een shishalounge genaamd Pacha aan de Bemuurde Weerd Oostzijde te Utrecht staat een molen genaamd Rijn en Zon op de Adelaarstraat in Utrecht. Om 23:03 uur stapt [medeverdachte 8] weer in de Peugeot en vindt er een gesprek plaats tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 8] . [medeverdachte 8] vraagt naar de handschoenen en [verdachte] zegt dat alles in de wagen zit. [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 8] of hij van tevoren nog handschoenen wil, ‘want jij bent die driver’. ‘Ja tuurlijk’, zegt [medeverdachte 8] . [verdachte] zegt: ‘Hij zegt kom naar Pacha’. ‘Wie?’, vraagt [medeverdachte 8] . [verdachte] antwoordt: ‘..dinge, [slachtoffer ] ’. [medeverdachte 8] zegt dat hij met hun gelijk naar de auto rijdt. [verdachte] zegt dat hij met hem heeft afgesproken, dat hij zei dat [verdachte] daarnaartoe moest komen en dat [medeverdachte 8] dus alvast naar Pacha moet gaan rijden en voor de deur moet parkeren. [medeverdachte 1] bevestigt dat hij voor de deur moet parkeren. [verdachte] wordt om 23:15 uur weer gebeld door [slachtoffer ] . [verdachte] zegt dat hij bijna in Overvecht is en van daar gelijk naar hem doorrijdt. [slachtoffer ] zegt dat hij bij de molen op hem zit te wachten. Rond 23:18 uur wordt de Peugeot geparkeerd in de omgeving van de Stroyenborchdreef in Utrecht en stappen [medeverdachte 1] en [verdachte] uit. [verdachte] voert via een zendmast aan de Kosdreef, in de omgeving van de Stroyenborchdreef, nog een aantal telefoongesprekken met [slachtoffer ] . In het telefoongesprek om 23:24 uur zegt [verdachte] tegen [slachtoffer ] dat hij met twee, drie minuten bij de molen zal zijn. Ook om 23:30 uur zegt [verdachte] tegen [slachtoffer ] dat hij er met twee minuten zal zijn. [naam 3] ( [ID-nummer] ) stuurt ook berichten naar het Sky-ID [ID-nummer] , dat op 30 oktober 2019 door [medeverdachte 1] en/of [verdachte] werd gebruikt. [naam 3] schrijft om 22:47 uur (UTC+1): ‘Driver stapt nu naar ze bro . Kunnen ze samen timeren in de buurt van bus bro ’. Tussen 23:21 uur en 23:23 uur schrijft [naam 3] : ‘Laat hem rekken [bijnaam] . Dus ze moeten pacha komen? Oke dus voor pacha niet ze osso? Hond is voor pacha. Balonnen doen in een waggi. Beste een kleine tik geven aan die auto ofzo. Check wat beste is hem eruit te lokken’. Om 23:28 uur schrijft [naam 3] : ‘Onderweg. Gaan elk moment beginnen’. Geweldsmisdrijf van 30 oktober 2019 [slachtoffer ] wordt op 30 oktober 2019 rond 23:30 uur aan de Adelaarstraat in Utrecht door drie mannen in elkaar geslagen. De drie mannen gebruiken hierbij slagvoorwerpen – vermoedelijk een honkbalknuppel, een moker en een hamer – en dragen bivakmutsen. De politie ontvangt de melding van het geweldsincident rond 23:30 uur. Het voertuig van de verdachten, een grijze Volkswagen Transporter, zou zijn weggereden richting Overvecht. De politie komt rond 23:31 uur aan op de Adelaarstraat en treft [slachtoffer ] op straat aan. Hij is niet aanspreekbaar en bloedt uit zijn hoofd. Op twee meter afstand van [slachtoffer ] ziet de politie een hamer met lange steel, een moker, rechtop staan. Rondom de moker ligt bloed en dons van de jas van [slachtoffer ] . [slachtoffer ] verklaart dat hij op 30 oktober 2019 op de kruising van de Adelaarstraat met de Hopakker stond en dat hij op een gegeven moment in de Merelstraat een grijze Volkswagen Transporter zag staan waar twee of drie jongens uitstapten en iemand achter het stuur zat. Twee jongens hielden een moker vast in hun hand. Een andere persoon hield ook iets in zijn hand vast. De jongens renden op hem af en [slachtoffer ] rende weg. De jongens haalden hem in en sloegen hem met de moker die zij in hun hand hadden. [slachtoffer ] voelde dat hij werd geraakt op zijn hoofd, rug, schouders, armen en benen. [slachtoffer ] viel daarbij op de grond. Hij voelde heel erg veel pijn over zijn hele lichaam. Hij probeerde op te staan, maar voelde en zag dat hij direct weer werd neergeslagen door de moker. Hij zag bloed voor zijn ogen. Toen omstanders doorhadden wat hem overkwam, stopten de jongens met slaan en renden ze weg. Hij zag nog dat één persoon terugkwam, hem weer sloeg en wegrende. De drie jongens stapten weer in de grijze Volkswagen Transporter en de Transporter reed weg in de richting van de Kardinaal de Jongweg. Eén van de daders droeg een capuchon en een bivakmuts. De andere twee jongens hadden hun gezicht ook bedekt, vermoedelijk met een bivakmuts. Eén van de jongens liet een zwart petje vallen. [slachtoffer ] zag het petje op straat liggen. [slachtoffer ] verklaart het volgende letsel te hebben opgelopen: gebroken hand, gekneusde rib, zeventien hechtingen in zijn hoofd en twee wonden, barst in zijn schedel, gebroken/gekneusd scheenbeen. Het dossier bevat foto’s van letsel van [slachtoffer ] . De spoedeisende hulp van het Diakonessenziekenhuis heeft met betrekking tot het letsel van [slachtoffer ] de volgende informatie verleend: - grote winkelhaak verwonding hoofdwond; - snee van het scheenbeen links; - misselijk; - enorm pijnlijk overal; - flink veel striemen op de rug; - pijn ribben links; - hand rechts volledig pijnlijk; - pijn scheenbeen links met open sneeverwonding; - schedelfractuur links pariëtaal alwaar tevens hematoom; - pols/hand rechts: intra-articulaire fractuur basis falanx; - licht traumatisch schedelhersenletsel; - hechten twee hoofdwonden en één wond scheenbeen. Getuige [getuige 1] verklaart het volgende over het geweldsincident. Zij zag op 30 oktober 2019 omstreeks 23:30 uur drie personen vanuit de Merelstraat over de Adelaarstraat in de richting van de Hopakker achter het slachtoffer aan rennen. Eén van deze personen rende met een honkbalknuppel in zijn handen. Het hoofd en gezicht van deze man was geheel bedekt. De man met de honkbalknuppel sloeg het slachtoffer meerdere malen hard met de honkbalknuppel, voornamelijk in de richting van zijn hoofd. De man met de moker sloeg meerdere malen met een lange slag richting de rug van het slachtoffer. Het slachtoffer werd meerdere malen geraakt. Alle drie de mannen sloegen hem meerdere keren. Vanuit de Merelstraat kwam een lichtgrijs busje met geblindeerde achter zijramen aan rijden. De bestuurder bleef in het busje zitten. De man met de moker sloeg nog één keer op de benen van het slachtoffer, waarna hij de moker losliet en achterliet op de kruising bij het slachtoffer. De drie mannen renden toen snel richting het grijze busje en stapten in het busje. Het busje reed vervolgens hard weg over de Adelaarstraat in de richting van de Nieuwe Keizersgracht. Bij de rechter-commissaris verklaart getuige [getuige 1] dat één man een moker had en daarmee richting de benen, in ieder geval de onderkant, van het slachtoffer sloeg en dat de andere twee mannen honkbalknuppels hadden. Getuige [getuige 2] verklaart als volgt. Zij zag op 30 oktober 2019 omstreeks 23:31 uur drie mannen achter een grijze Volkswagen bus vandaan rennen die op de Merelstraat ter hoogte van de molen stond. Alle drie de mannen droegen een bivakmuts. Twee van deze mannen droegen een honkbalknuppel bij zich. De derde man droeg een grote moker bij zich. Deze moker had een opvallende gele kleur en een handvat van ongeveer een meter. Eén van de mannen met een honkbalknuppel maakte een lage slaande beweging richting de man die door hen werd achtervolgd. Hij raakte de man en de man kwam ten val op de Hopakker. Alle drie de mannen sloegen hierna meerdere keren op het slachtoffer in. Het slachtoffer werd meermalen met de moker en met de honkbalknuppel geslagen. Toen omstanders begonnen te schreeuwen en te claxonneren, renden de drie mannen plotseling weg in de richting van de Volkswagen bus die inmiddels op de Adelaarstraat stond en zij stapten aan de zijkant in. Vrijwel direct hierna reed de bus weg richting de Nieuwe Keizersgracht. Bij het instappen liet één van de drie mannen de moker achter op de Adelaarstraat. Gebeurtenissen na het geweldsmisdrijf en de uitvoerders [verdachte] probeert [slachtoffer ] te bellen op 30 oktober 2019 om 23:37 uur, 23:40 uur en 23:45 uur, maar krijgt hem niet aan de lijn. [medeverdachte 1] zegt om 23:53 uur in de Peugeot 208 tegen [verdachte] : ‘Hij heeft ook niet teruggebeld he?’, waarop ze beiden lachen. Na het geweldsmisdrijf wordt het telefoonnummer * [telefoonnummer] niet meer door [medeverdachte 1] of [verdachte] gebruikt. Op 31 oktober 2019 om 00:27 uur is in de Peugeot te horen dat [medeverdachte 1] tegen [verdachte] zegt dat hij ‘ [bijnaam] ’ ‘nu gelijk’ naar Overvecht moet laten komen. [verdachte] belt daarop met [naam 21] (* [telefoonnummer] ). Vervolgens wordt om 00:38 uur in de Peugeot 208 door [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 8] gesproken over waar die spullen naartoe moeten en waar geen camera’s hangen. [medeverdachte 8] noemt Soesterberg. Op de camerabeelden van de garagebox aan de [adres] is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] op 31 oktober 2019 rond 00:53 uur aan komen lopen bij de garagebox. [verdachte] heeft in zijn linkerhand een grote tas met daarin een groot lichtkleurig voorwerp dat aan de bovenzijde uitsteekt. [medeverdachte 1] opent de deur van de garagebox en [verdachte] gaat naar binnen met de tas. Deze tas heeft een opdruk, een ovaal in de kleur zwart met daarin onder andere het woord ‘food’. [verdachte] komt vervolgens zonder tas uit de garagebox. Om 00:56 uur vindt er weer een gesprek plaats in de Peugeot. [medeverdachte 1] zegt dat ze een ‘waggie’ pakken en hem daar op gaan zetten om die eruit te rijden. Hij vraagt of een busje beter is of een auto, waarop wordt gezegd dat een busje beter is, dat het niet opvallend is. [medeverdachte 1] vraagt waar die platen zijn. Hij is op zoek naar een mooie plek waar hij die auto kan stallen tot de volgende dag en noemt Soest of Soesterberg. De telefoonnummers van [verdachte] (* [telefoonnummer] en * [telefoonnummer] ), [medeverdachte 1] (* [telefoonnummer] ), [medeverdachte 8] [telefoonnummer] (hierna: * [telefoonnummer] ) en [naam 21] (* [telefoonnummer] ) stralen tussen 00:52 en 01:15 uur zendmasten aan in de omgeving van de Bangkokdreef, waar het baken onder de Peugeot zich dan bevindt. Met de telefoon van [medeverdachte 8] (* [telefoonnummer] ) is om 01:17 uur via de navigatie-applicatie Waze gezocht naar de [adres] . Het telefoonnummer van [naam 21] (* [telefoonnummer] ) reist hierna over de Rijksweg A28 en A27 in de richting van Vianen naar Soesterberg en verblijft daar tussen 01:35 uur en 01:45 uur. Rond de tijden van deze reis wordt de auto van de vader van [naam 21] geregistreerd door een ANPR-camera bij Nieuwegein in dezelfde richting. Het telefoonnummer van [medeverdachte 8] (* [telefoonnummer] ) lijkt dezelfde reisbeweging te maken als het telefoonnummer van [naam 21] . Op 31 oktober 2019 om 02:24 uur vraagt [medeverdachte 1] in de Peugeot aan [medeverdachte 8] of ze met drie man waren en of eentje met een houten bat (honkbalknuppel) bezig was. [medeverdachte 1] vraagt verder: ‘Eentje was aan het knuppelen, eentje was aan het hameren en ander aan het mokeren?’ [medeverdachte 8] antwoordt bevestigend. Die middag, om 14:53 uur, wordt in de Peugeot gevraagd of er niemand is die een foto kan maken van iemand in het ziekenhuis. Om 16:48 uur praten [medeverdachte 1] en [verdachte] weer in de auto over het geweldsincident waarbij [verdachte] een artikel voorleest en [medeverdachte 1] herhaaldelijk lacht. Op 31 oktober 2019 schrijft [naam 3] ( [ID-nummer] ) rond 15:30 uur (UTC+1) aan [medeverdachte 1] en/of [verdachte] ( [ID-nummer] ) dat hij nieuwe platen moet hebben en dat de bus veilig is. Op 1 november 2019 om 03:55 uur vindt een heimelijke inkijk plaats in de garagebox aan de [adres] . Tijdens deze inkijk wordt een foto gemaakt van een daar aangetroffen gele Jumbo boodschappentas. De tas heeft een zwart vlak met lichte letters met de woorden ‘food’ en ‘markt’. Het zwarte vlak heeft aan de linker bovenzijde een ronding en daarboven het woord ‘Jumbo’. Dit komt overeen met de foto die op 31 oktober 2019 om 00:53 uur is gemaakt bij de garagebox. In de tas worden onder andere een honkbalknuppel met bloedspetters, drie gebruikte bivakmutsen en twee klauwhamers van het merk ‘Stanley’ aangetroffen. Ook wordt een verpakking van een slaghamer van het merk ‘Stanley’ aangetroffen. De moker die op de plaats delict wordt achtergelaten, is van het merk ‘Stanley’. De drie bivakmutsen worden rondom de mondopening bemonsterd. Op de drie bivakmutsen wordt een DNA-match met van [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] aangetroffen. Ook wordt een DNA-bloedspoor van de honkbalknuppel bemonsterd en onderzocht. Dat levert een DNA-match op met het slachtoffer [slachtoffer ] . Op 26 november 2019 vindt een doorzoeking plaats in de garagebox aan de [adres] . Daarbij worden een Jumbotas en een Praxistas met inhoud aangetroffen. In