beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/728726 / FA RK 23-529 Beschikking van 4 maart 2024 betreffende wijziging van het gezag, voogdij en benoeming bijzondere curator in de zaak van: 1 [verzoeker 1] ,hierna te noemen [verzoeker 1] , en
- [verzoeker 2] ,hierna te noemen [verzoeker 2] , beiden wonende te [woonplaats] , hierna samen mede te noemen verzoekers, advocaat mr. J.C. van Vliet. Als belanghebbende is aangemerkt: de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage. zetelend te ’s-Gravenhage, hierna: de ABS. Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming,regio Amsterdam,locatie Amsterdam,hierna te noemen: de Raad. 1De procedure 1.
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het op 17 januari 2023 ingekomen verzoek; de reactie van de ABS Den Haag, ingekomen op 16 mei 2023; een F9-formulier van verzoekers met bijlage, gedateerd 20 juni
- het rapport van de Raad van 19 juli 2023; de akte uitlating van verzoekers, ingekomen op 25 januari 2024; de akte uitlating aanvulling stukken van verzoekers, ingekomen op 29 januari 2024; de brief van de ambtenaar, ingekomen op 30 januari
- 1.
- De zaak is behandeld tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren van 30 januari
- Verschenen zijn verzoekers, bijgestaan door mr. M. Benistant. De ambtenaar en de Raad zijn, met kennisgeving, niet verschenen. Mr. Benistant heeft tijdens de mondelinge behandeling spreekaantekeningen overgelegd. 2
- De feiten 2.
- Verzoekers zijn in december 2022 met elkaar gehuwd te Provo, County of Utah, Verenigde Staten. Zij hebben de Chinese nationaliteit en wonen samen in [woonplaats] . 2.
- [verzoeker 1] had al voordat hij [verzoeker 2] leerde kennen een grote kinderwens. Hij heeft deze in vervulling laten gaan in de Verenigde Staten via de weg van draagmoederschap. 2.
- Op 2 mei 2019 heeft [verzoeker 1] een draagmoederovereenkomst gesloten met [naam draagmoeder] (hierna: de draagmoeder) en haar man [echtgenoot draagmoeder] (hierna: de draagmoeders echtgenoot). In de overeenkomst is bepaald dat gebruik zal worden gemaakt van een eiceldonor. Deze overeenkomst is door de District Court van Dallas County, Texas beoordeeld en goedgekeurd op 30 maart
- De District Court heeft daarbij, overeenkomstig de afspraken in de draagmoederovereenkomst, bepaald dat [verzoeker 1] na de geboorte van het kind de enige juridische ouder van het kind zal zijn. 2.
- Met de eiceldonor met nummer [nummer] is op 25 januari 2022 een eiceldonorovereenkomst gesloten. 2.
- De draagmoeder is op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats] , [geboorteplaats] , Texas, Verenigde Staten bevallen van een zoon, genaamd [minderjarige] (hierna: [minderjarige] of de minderjarige). 2.
- Op de geboorteakte van [minderjarige] , die is opgemaakt op [datum geboorteakte] 2020, staat alleen [verzoeker 1] als ouder vermeld. Deze geboorteakte is afgegeven op 30 juni 2020 op basis van een beslissing van de District Court Texas van 25 juni 2020 waarin het vaderschap van [verzoeker 1] over [minderjarige] gerechtelijk is vastgesteld en is bepaald dat er een geboorteakte dient te worden afgegeven waarop [verzoeker 1] als de vader van [minderjarige] staat vermeld. 2.
- Blijkens de DNA-test van 2 juli 2020 is [verzoeker 1] voor 99,9999% zekerheid de biologische vader van [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] verblijft sinds zijn geboorte bij [verzoeker 1] . [verzoeker 2] heeft [minderjarige] voor het eerst ontmoet toen [minderjarige] 1 jaar was. [verzoeker 2] is in juli 2021 bij [verzoeker 1] en [minderjarige] komen wonen in Beijing. [verzoeker 1] is vervolgens voor werk in augustus 2022 in Amsterdam gaan wonen. [verzoeker 2] en [minderjarige] zijn toen in China gebleven. [verzoeker 2] zorgde toen samen met familie voor [minderjarige] . Vervolgens hebben [verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [minderjarige] nog weer een periode samen in China gewoond waarna ze sinds oktober/november 2023 als gezin in [woonplaats] wonen. 2.
- Bij besluit van 14 december 2022 heeft het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam (hierna: het College) de minderjarige opgenomen in de Basisregistratie Personen, zonder [verzoeker 1] als ouder. Het College schrijft in dit besluit onder meer dat de gemeente het ouderschap van [verzoeker 1] niet mag erkennen, omdat de minderjarige is geboren uit draagmoederschap in het buitenland en tevens omdat Nederland geen wetgeving heeft over de vraag of en hoe erkenning van draagmoederschap uit het buitenland in Nederland moet plaatsvinden. 3Het verzoek 3.
- Verzoekers verzoeken de rechtbank bij beschikking voor recht te verklaren, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: I. dat de in [geboorteplaats] , Texas, Verenigde Staten opgemaakte geboorteakte van het minderjarige kind [minderjarige] , alsmede de beslissing van de District Court of Dallas County, Texas, Verenigde Staten, d.d. 25 juni 2020, waarbij onder meer het vaderschap van [verzoeker 1] is vastgesteld naar hun aard vatbaar zijn voor opneming in de daartoe bestemde registers van de burgerlijke stand te Den Haag, zoals bedoeld in artikel 1:26 BW; II. voor de minderjarige de geboortegegevens als volgt vast te stellen: op [geboortedatum 1] 2020 geboren te [geboorteplaats] , Texas, Verenigde Staten, van het mannelijke geslacht, zoon van [naam draagmoeder] (draagmoeder), geboren op [geboortedatum 2] 1984, vaderschap van [verzoeker 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1985, vastgesteld bij uitspraak van de District Court of Dallas County, Texas d.d. 25 juni 2020, geslachtsnaam kind: [verzoeker 1] ; III. dat, voor zover dit niet reeds volgt uit verzoek I hiervoor genoemd, verzoekers gezamenlijk dan wel [verzoeker 1] , de minderjarige kunnen/ kan erkennen en de ambtenaar van de burgerlijke stand te gelasten deze erkenning aan te tekenen in de daarvoor bestemde registers van de burgerlijke stand; IV. de adoptie van de minderjarige door verzoekers, althans [verzoeker 1] , uit te spreken; V. te bepalen of voor recht te verklaren dat verzoekers gezamenlijk met de uitoefening van het ouderlijk gezag worden belast over de minderjarige, vanaf het moment dat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan; VI. in alle gevallen kosten rechtens; subsidiair: VII. de geboortegegevens van de minderjarige vast te stellen conform verzoek II; VIII. de adoptie van de minderjarige door verzoekers uit te spreken en te bepalen of voor recht te verklaren dat de geslachtsnaam van de minderjarige is: [verzoeker 1] ; IX. te bepalen of voor recht te verklaren dat verzoekers gezamenlijk met de uitoefening van het ouderlijk gezag worden belast over de minderjarige, vanaf het moment dat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan; X. in alle gevallen kosten rechtens. 4Standpunt ABS en advies van de Raad 4.
- De ABS stelt zich kort gezegd op het standpunt dat de Amerikaanse geboorteakte en de Amerikaanse rechterlijke uitspraak die zien op het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen met [verzoeker 1] in Nederland, niet kunnen worden erkend wegens onverenigbaarheid met de openbare orde. 4.
- De Raad voor de Kinderbescherming heeft in verband met de verzochte adoptie een gezinsonderzoek bij verzoekers gedaan. Hiervan is een rapport opgemaakt, gedateerd 19 juli
- De Raad adviseert de rechtbank om als de verzoeken onder I-II, VI, VII en IX niet worden toegewezen, het verzoek tot adoptie van [minderjarige] door [verzoeker 1] en [verzoeker 2] toe te wijzen. 5De beoordeling Rechtsmacht 5.
- Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de minderjarige. Positie draagmoeder 5.
- De draagmoeder en haar echtgenoot kunnen in beginsel als belanghebbenden als bedoeld in artikel 798 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) worden aangemerkt. Gelet evenwel op de vastgestelde feiten, waaronder de draagmoederovereenkomst, waarin zij kort gezegd afstand doen van al hun ouderlijke rechten, heeft de rechtbank de draagmoeder en haar echtgenoot niet als belanghebbende aangemerkt. Erkenning beslissing buitenlandse rechter en geboorteakte Toepasselijk recht 5.
- Het verzoek strekt tot erkenning van een buitenlandse beslissing in Nederland, zodat op het verzoek Nederlands recht van toepassing is. Inhoudelijke beoordeling 5.
- De rechtbank begrijpt het verzoek aldus dat verzoekers de rechtbank verzoeken om te beoordelen of de uit de Amerikaanse uitspraak voortvloeiende, uit hoofde van afstamming vastgestelde, familierechtelijke rechtsbetrekking in Nederland van rechtswege kan worden erkend. De rechtbank zal in dit kader de in boek 10 BW geplaatste erkenningsregeling naar analogie toepassen op de afstammingsrechtelijke gevolgen van draagmoederschap. 5.
- Op grond van art. 10:100 lid 1 BW wordt een in het buitenland tot stand gekomen onherroepelijke rechterlijke beslissing waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld of gewijzigd, in Nederland van rechtswege erkend, tenzij: a. er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land; b. aan die beslissing kennelijk geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan, of c. de erkenning van die beslissing kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. 5.
- De erkenning van de beslissing kan, ook wanneer daarbij een Nederlander betrokken is, niet wegens onverenigbaarheid met de openbare orde worden geweigerd op de enkele grond dat daarop een ander recht is toegepast dan uit de titel waarvan artikel 10:100 deel uitmaakt zou zijn gevolgd (lid 2). 5.
- Uitgangspunt van de wet is dus dat de Amerikaanse beslissingen waarbij familierechtelijke betrekkingen uit hoofde van afstamming zijn vastgesteld tussen verzoekers en kinderen worden erkend. Dit is slechts anders indien er voor de rechtsmacht van de rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond met de rechtssfeer van dat land, aan de beslissing geen behoorlijk onderzoek of behoorlijke rechtspleging is voorafgegaan of de erkenning van de beslissing onverenigbaar is met de openbare orde. 5.
- Niet is gebleken dat geen sprake is geweest van behoorlijk onderzoek en rechtspleging. Nu het draagmoederschap in de Verenigde Staten van Amerika heeft plaatsgevonden en de draagmoeder daar ook woonachtig was, acht de rechtbank aannemelijk dat voor de rechtsmacht van de Amerikaanse rechter voldoende aanknoping bestond. In ieder geval kan niet worden geoordeeld dat er voor de rechtsmacht van de Amerikaanse rechter kennelijk onvoldoende aanknoping bestond. In deze zaak gaat het om de vraag of de openbare orde zich verzet tegen erkenning van de in het buitenland tot stand gekomen familierechtelijke betrekkingen zoals vastgesteld in de Amerikaanse beslissing. 5.
- De rechtbank acht het in het kader van de openbare orde toets van belang om te oordelen of het in het buitenland gevolgde traject van draagmoederschap zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Dit is van belang gelet op de ingrijpende gevolgen van draagmoederschap voor de rechten en verplichtingen van zowel het kind, de draagmoeder als de wensouder in kwestie. Nu [verzoeker 1] in de Amerikaanse beslissing is aangemerkt als (enig) ouder van het kind, moet hierbij naar het oordeel van de rechtbank met name worden gekeken of de belangen van het kind en de draagmoeder voldoende in acht zijn genomen. Hierbij zijn de aanbevelingen van de Staatscommissie Herijking Ouderschap zoals opgenomen in het adviesrapport ‘Kind en ouders in de 21e eeuw’ van 7 december 2016 van belang en de door het kabinet in zijn brief van 12 juli 2019 (kamerstukken TK 2018/2019, 33836, nr. 45) geformuleerde waarborgen om het traject zorgvuldig en transparant te laten verlopen en zoveel mogelijk rechtszekerheid te bieden aan de draagmoeder, de wensouder(s) en het kind. 5.
- Uit de aanbevelingen volgt dat het voor kinderen van groot belang is om te (kunnen) achterhalen uit wie zij zijn geboren, van wie zij genetisch afstammen en onder welke omstandigheden zij zijn ontstaan en geboren. Het recht van het kind om zijn of haar afstamming te kennen, is een mensenrecht dat is opgenomen in artikel 7 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). 5.
- De rechtbank is, met inachtneming van de overgelegde stukken en de toelichting van verzoekers op de zitting, van oordeel dat niet is gebleken dat het door [verzoeker 1] in de Verenigde Staten doorlopen draagmoederschapstraject met waarborgen is omkleed die overeenkomen met de hiervoor genoemde aanbevelingen van de Staatscommissie. De rechtbank overweegt daartoe het volgende. De draagmoederovereenkomst is op zichzelf zorgvuldig aangegaan. De persoonsgegevens van de draagmoeder zijn ook bekend. Voor [minderjarige] is dus duidelijk uit wie hij is geboren. Echter is niet gebleken dat voor [minderjarige] ook te achterhalen is van welke vrouw hij genetisch afstamt. Onduidelijk is met wie de eiceldonorovereenkomst is gesloten. Er staat alleen een nummer van een eiceldonor in de overeenkomst vermeld. Daarnaast mist er een verklaring van de kliniek die het ivf-traject heeft uitgevoerd dat bij de samenstelling van het embryo, waaruit [minderjarige] is ontstaan, gebruik is gemaakt van een eicel van de donor zoals genoemd in de eiceldonorovereenkomst. Gelet op deze onduidelijkheden moet de rechtbank zonder nadere stukken, die [verzoeker 1] verklaart niet te hebben, ervan uit gaan dat gebruik is gemaakt van een onbekende eiceldonor en dat het voor [minderjarige] dus niet mogelijk is om te achterhalen van welke vrouw hij genetisch afstamt. Het gebruik van een onbekende eiceldonor is in strijd met het fundamentele (mensen)recht van het kind om zijn of haar afstamming te kunnen herleiden. Het staat haaks op de hiervoor vermelde aanbevelingen van de Staatscommissie en de door het kabinet geformuleerde waarborgen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het gebruiken van een onbekende eiceldonor in het traject van draagmoederschap strijdigheid oplevert met een beginsel en waarde die in de Nederlandse rechtsorde als fundamenteel wordt beschouwd. De beslissing van de Amerikaanse rechter kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet van rechtswege worden erkend, omdat erkenning hiervan onverenigbaar is met de openbare orde. Om deze reden kan ook de Amerikaanse geboorteakte niet van rechtswege in Nederland worden erkend wegens onverenigbaarheid met de openbare orde. 5.
- Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank voornemens is om de verzochte verklaringen voor recht (verzoek I) ten aanzien van de Amerikaanse beslissingen af te wijzen vanwege haar oordeel dat erkenning hiervan onverenigbaar is met de openbare orde. En datzelfde geldt dus ook voor de Amerikaanse geboorteakte. Hieruit volgt dat [verzoeker 1] in Nederland vooralsnog geen juridische status als ouder heeft en dat zijn verzoek onder II evenmin als zodanig kan worden toegewezen. Gezag en voogdij Rechtsmacht en toepasselijk recht 5.
- Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om te beslissen op het verzoek ten aanzien van het gezag over de minderjarige. Inhoudelijk 5.
- De minderjarige is op [geboortedatum 1] 2020 in de Verenigde Staten geboren, heeft vervolgens in China gewoond en is op dit moment woonachtig in Nederland. Op grond van artikel 16 lid 1 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (HKV 1996) wordt het ontstaan van het gezag over een minderjarige beheerst door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van de minderjarige. De rechtbank stelt vast dat de minderjarige in de Verenigde Staten is geboren maar dat de familierechtelijke betrekking die naar het recht aldaar zou zijn ontstaan, waaronder de gezagsituatie, in Nederland niet kan worden erkend. Vanaf het moment dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige naar Nederland is verplaatst, wordt het gezag over de minderjarige beheerst door het Nederlandse recht. Naar Nederlands recht is de draagmoeder de juridisch moeder van de minderjarige en haar echtgenoot de juridisch vader van de minderjarige en hebben zij van rechtswege het gezag over de minderjarige gekregen. 5.
- Het voorgaande betekent dat op dit moment het gezag over de minderjarige feitelijk niet wordt uitgeoefend en belangrijke zaken die met het gezag samenhangen niet (gemakkelijk) door verzoekers kunnen worden geregeld. 5.
- De rechtbank kan op grond van artikel 1:266 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het gezag van een ouder beëindigen, indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn. Het gezag van de ouder kan volgens artikel 1:266 lid 2 BW ook worden beëindigd indien het gezag is geschorst, mits aan het eerste lid van dat artikel is voldaan. 5.
- Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat het een bewuste keuze van [verzoeker 1] en de draagmoeder en haar echtgenoot is geweest om de kinderwens van [verzoeker 1] via hoogtechnologisch draagmoederschap te vervullen. Aan de geboorte van de minderjarige is een uitgebreid traject voorafgegaan, waarbij de draagmoeder is gescreend en in orde is bevonden om als draagmoeder te fungeren. Daarnaast zijn de draagmoeder, haar echtgenoot en [verzoeker 1] samen een draagmoederschapsovereenkomst overeengekomen. De draagmoeder en haar echtgenoot hebben naar Amerikaans recht afstand gedaan van hun ouderlijke rechten en verantwoordelijkheden en zijn niet betrokken in het leven van de minderjarige. De minderjarige wordt vanaf zijn geboorte verzorgd en opgevoed door [verzoeker 1] , en later ook door [verzoeker 2] , en hij zal verder opgroeien met hen in Nederland. De minderjarige heeft van de draagmoeder en haar echtgenoot in hoedanigheid van ouders niets te verwachten. De rechtbank is gelet op deze omstandigheden van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten en zal het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot beëindigen. Door de beëindiging van het gezag van de draagmoeder en haar echtgenoot komt een voorziening in het gezag over de minderjarige te ontbreken. De rechtbank zal [verzoeker 1] in afwachting van het verdere verloop van de procedure dan ook belasten met de voogdij over de minderjarige, zodat hij de nodige voorzieningen voor de minderjarige kan regelen, hetgeen de rechtbank in het belang van de minderjarige acht. De rechtbank zal deze beslissingen ten aanzien van het gezag en de voogdij uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Benoeming van een bijzondere curator 5.
- Verzoekers hebben subsidiair verzocht om de adoptie van de minderjarige door hen beiden. De rechtbank stelt echter vast dat [verzoeker 1] de biologische vader van de minderjarige is. De rechtbank is van oordeel dat adoptie niet primair bedoeld is om een biologische vader ook juridisch de vader te laten worden. Daarvoor heeft de wetgever andere regelingen getroffen, zoals de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ex artikel 1:207 BW. Een dergelijke gerechtelijke vaststelling werkt terug tot het moment van geboorte van een kind, zodat het in het belang van het kind kan zijn dat, indien mogelijk, een gerechtelijke vaststelling vaderschap wordt uitgesproken in plaats van een adoptie. Voordat tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap over kan worden gegaan, zal echter eerst het vaderschap van [echtgenoot draagmoeder] moeten worden ontkend. Gelet hierop zal de rechtbank een bijzondere curator benoemen teneinde de rechtbank te adviseren over de vraag of het in het belang van de minderjarige is om de ontkenning van het vaderschap van [echtgenoot draagmoeder] gegrond te verklaren en het vaderschap van [verzoeker 1] gerechtelijk vast te stellen, en, wanneer dit advies positief is, zo nodig namens de minderjarige de nodige verzoeken inzake het vaderschap in te dienen. De rechtbank gaat ervan uit dat, teneinde enige snelheid in de procedure te kunnen houden, verzoekers goed bereikbaar zullen zijn voor de bijzondere curator en hun medewerking zullen verlenen. 5.
- De rechtbank zal in afwachting van het advies van de bijzondere curator de behandeling van de overige verzoeken PRO FORMA aanhouden tot de hierna te noemen datum. 6De beslissing De rechtbank: 6.
- beëindigt het gezag van [naam draagmoeder] , geboren op [geboortedatum 2] 1984, over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats] , [geboorteplaats] , Texas, Verenigde Staten van Amerika; 6.
- beëindigt het gezag van [echtgenoot draagmoeder] , geboren op 26 november 1979, over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats] , [geboorteplaats] , Texas, Verenigde Staten van Amerika; 6.
- benoemt [verzoeker 1] , geboren op [geboortedatum 3] 1985 te Beijing, China, tot voogd over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2020 te [geboorteplaats] , [geboorteplaats] , Texas, Verenigde Staten van Amerika; 6.
- draagt de griffier op om aantekening te (laten) maken in het gezagsregister van voornoemde gezags-en voogdijbeslissingen; 6.
- benoemt tot bijzondere curator over de minderjarige mr. J.L. Muller, kantoorhoudende te Amsterdam, 6.
- verzoekt de bijzondere curator over de hiervoor onder rechtsoverweging 5.18 genoemde vragen te rapporteren en adviseren; 6.
- verzoekt mr. Benistant om de bijzondere curator zo spoedig mogelijk te informeren over het telefoonnummer en de overige contactgegevens van verzoekers; 6.
- verzoekt de bijzondere curator uiterlijk op 1 mei 2024 schriftelijke verslag te doen van haar bevindingen; 6.
- verzoekt mr. Benistant om uiterlijk tien dagen na ontvangst van het advies van de bijzondere curator te reageren op de rapportage van de bijzondere curator; 6.
- verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad; 6.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is gegeven door de rechter mr. C.C.M. Oude Hengel, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van K.E. Luijckx, griffier, op 4 maart
- Voor zover tegen de beschikking hoger beroep openstaat kan dit via een advocaat worden ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam (IJdok 20 / Postbus 1312, 1000 BH).Het beroep moet worden ingesteld:- door de verzoeker en degene aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;- door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.